Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Commissie-Elzinga en de burgemeester

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Commissie-Elzinga en de burgemeester

7 minuten leestijd

thema Monisme/dualisme

burgemeester van de gemeente Hardinxveld-Giessendam

'Plan gekozen burgemeester onvoldoende beargumenteerd'. 'Commissie-Elzinga blijft steken in onsamenhangende voorstellen'. 'De gekozen burgemeester als dijkdoorbraak'. 'Dualisme verdient gekozen burgemeester door raad'. Zomaar een greep uit allerlei reacties naar aanleiding van het rapport Elzinga.

In velerlei toonaarden wordt gesproken over de positie van de politieke partijen, kwaliteit van raadsleden, verhouding wethouders-burgemeester en alles wat daarmee samenhangt. Het is uiteraard zinvol om met een positieve instelling te kijken naar de vele aanbevelingen in het rapport voor een daadwerkelijke versterking van het lokale bestuur.

Echter, de vraag kan nu al gesteld worden: 'moet je ter wille van een aantal onvolkomenheden in het huidige systeem komen tot een dualisering van het lokale bestuuri Anders gezegd: het monisme van nu kan even goed blijven bestaan door op onderdelen te bezien hoe de situatie van nu versterkt en verbeterd kan worden. Want daar zijn velen het wel over eens! Waar moeten we aan denken^

Uitgangspunt

De uitgangspunten in het rapport om de gemeentelijke beleidsvrijheid te handhaven en zelfs te vergroten, het collegiaal bestuur en de positie van de burgemeester te versterken en tenslotte de eindverantwoordelijkheid van de gemeenteraad te benadrukken, zijn positief te waarderen.

Wel vraag ik me af of het echt zo is dat ontvlechting van de positie van de raaf en het college van burgemeesters en wethouders zal leiden tot een grotere herkenbaarheid van de lokale politiek. Het is mijns inziens wel terecht dat vooral de pohtiek en de politieke partijen opnieuw de aansluiting op het lokale bestuur moeten gaan vinden.

Rol van de raad

De rol van de raadsleden als volksvertegenwoordigers zal nog eens goed bekeken moeten worden. Wat betekent het voor de positie en de werkwijze van de raad. Het gaat erom dat de raad wordt versterkt. Het gevaar bestaat dat het zogenaamde 'democratisch tekort' niet goed wordt aangepakt. Wat zien we op lokaal niveaui Er is sprake van politieke malaise, een groot deel van de burgers komt bij verkiezingen niet opdagen en grote politieke partijen verliezen massaal leden. Bij verkiezingen moet het toch gaan om het (voorgenomen) beleid. En beleid maken is kiezen, heeft alles te maken met politiek. Meer ruimte voor de gemeente betekent meer beleid en daarom ook de noodzaak van meer toezicht op beleid, met betere informatie voor de burgers over kosten en opbrengsten van beleid. Mijns inziens is een cultuur omslag een betere oplossing dan verandering van structuur. Leg de burgers haarfijn uit hoe een bepaalde beslissing tot stand is gekomen en de betrokkenheid zal verbeteren.

Het is positief als het rapport-Elzinga stelt dat raadsleden meet buiten het gemeentehuis actief moeten zijn ten einde de burgers actief te betrekken bij de gemeentepolitiek. De raadsleden moeten als intermediair het contact met de burger onderhouden. Kortom: het is van belang dat grote waarde wordt gehecht aan de verantwoordelijkheid van de lokale overheid. Meer bestuurlijke vrijheid voor de lokale overheid moet worden bepleit, hetgeen ook gesteld wordt door de commissie-Elzinga. Alleen met voldoende autonomie kan het lokale bestuur zichzelf als democratisch instrument herkenbaar dicht bij de burger plaatsen. Terecht stelt Elzinga dat het handhaven en waar mogelijk versterken van de gemeentelijke beleidsvrijheid in de nationale politieke besluitvorming om een permanente inzet en alertheid vraagt. Daarin past de gedachte dat de ingezette deregulering en decentralisatie moeten worden voortgezet. Dat is van groot belang voor een adequate gemeentelijke regiefunctie. Gepleit zou moeten worden voor ruimere financiële bestedingsvrijheid voor gemeenten, het bundelen van geldstromen en een ver-dere sanering van de specifieke uitkeringen. Gemeenteraden zijn volksvertegenwoordigende organen die hun krach ten aanzien van het college en het apparaat o.a. moeten ontlenen aan een intensief contact met de burgers.

Positie van de burgemeester

De commissie-EIzinga beschrijft en analyseert op een goede wijze de positie van de burgemeester. De nadruk op de eigenstandigheid en de relatieve onafhankelijkheid sluit goed aan op de ervaringen van de Nederlandse burgemeesters en de maatschappelijke beleving. Zijn zelfstandige positie ten opzichte van de lokale politiek biedt het de mogelijkheid een (ver)bindende rol te spelen binnen het bestuur en binnen de gemeente. Als voorzitter van de raad en het college kan de burgemeester zorg dragen voor een goede invulling van de rol van de gemeenteraad. Mijn inziens overschaduwt de gekozen burgemeester, het speeltje van D66, ten onrechte alle problemen van de lokale democratie. Daar ligt het knelpunt helemaal niet! Een gekozen burgemeester kan niet meer de rijksdienaar zijn die boven de partijen staat. Er komt dan een heel andere burgemeestersrol: meer politiek; een burgemeester die gekozen wordt op een programma, hetgeen ten koste zal gaan van de rol van de raad. Gesteld moet worden dat het vraagstuk van de gekozen burgemeester door de commissie niet bepaald eenduidig en heler is aangegeven. Het advies op dit punt heeft naar mijn inschatting geen enkele toegevoegde waarde. De keuze moet zijn: de burgemeester wordt gekozen of benoemd!

„Er komt een heel andere burgemeester: gekozen of een p> rogramma..."

Wie met tussenvarianten gaat werken waarbij de vier grote gemeenten, de middelgrote en de overige gemeenten allemaal over een andere aanstellingsprocedure komen te beschikken, ontwijkt in feite de principiële keuze.

Argumenten voor dit 'drie-modellen-systeem' heb ik niet als voldoende onderbouwd kunnen vaststellen. Ik begrijp niet wat de relatie is tussen het burgemeestersambt en de grootte van een gemeente. Als die er zou zijn, dan zou de commissie ook andere voorstellen in die richting moeten dien. In mijn beleving is er niets mis met het burgemeesterschap in Nederland. Uit elk onderzoek blijkt dat de burgemeester goed functioneert. Waarom zou die rol dan gewijzigd moeten worden^

Terecht stelt de commissie dat de burgemeester boven de partijen moet staan. De commissie denkt de rol van de burgemeester te kunnen versterken door aanscherping van zijn rol van 'procesbegeleider' of wel 'teamleider, coördinator en stuurder van besluitvormingsprocessen'; overigens zijn deze taken die nu ook al gezichtsbepalend zijn voor het burgemeesterschap.

Ook in de toekomst dient hier het hart van het burgemeesterschap te liggen, dat op deze wijze zijn 'eigenstandigheid' kan bewaren.

Ik denk dat de burgers de zelfstandige en onafhankelijke positie van de burgemeester binnen het bestuur positief weten te waarderen. In de ogen van velen is de burgemeester het gezicht van de gemeente.

Ten slotte

De vraag die steeds bij mij opkomt, is of door invoering van een ander systeem (lees dualisme) inderdaad het gemeentebestuur zal worden versterkt en de relatie met de burger zal worden verbeterd. Ook in het monistische model zijn versterkingen en verbeteringen heel goed mogelijk. Het gevaar is aanwezig, dat je sluipenderweg uiteindelijk toch zover gaat met vernieuwingen, dat je niet meer onder een volledig dualistisch systeem uit kunt komen... We hebben het toch uiteindelijk over de relatie tussen de burger en het lokaal bestuur. Dat heeft alles te maken met de manier waarop men naar de burgers luistert en met hun mening wordt omgegaan. De burgemeester kan hierin een bij uitstek stimulerende rol spelen. De burgemeester vervult een centrale rol binnen het gemeentelijk bestel.

Het ambt bezit een zekere 'eigenstandigheid' dat wil zeggen dat het wordt uitgeoefend met een zekere distantie jegens de lokale partijpolitieke verhoudingen. Ook nu is de burgmeester de teamleider en de coördinator. Ik ben het dan ook eens met de commissie dat een verkiezing van de burgmeester door de gemeenteraad strijdig is met het uitgangspunt van eigenstandigheid. Bij invoering van een dergelijke aanstellingswijze is het derhalve gedaan met de onafhankelijkheid van het huidige burgemeesterambt. Dat geldt eveneens ten aanzien van een rechtstreekse verkiezing door de bevolking. Het geheel overziende kom ik tot geen andere conclusie dan dat de Kroonbenoeming moet blijven bestaan en dat het monistisch systeem, wellicht met enige bijstellingen, de voorkeur moet blijven verdienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 2000

Zicht | 40 Pagina's

Commissie-Elzinga en de burgemeester

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 2000

Zicht | 40 Pagina's

PDF Bekijken