Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een kwantitatieve analyse

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een kwantitatieve analyse

11 minuten leestijd

Tweede Kamerverkiezingen

Dr. C.S.L Janse geeft in zijn artiicel in dit nummer van Zicht een i< walitatieve analyse van de verl< iezingen voor de Tweede Kamer in 2002. In dit artikel wordt in aanvulling daarop een kwantitatieve analyse gedaan van de verkiezingsuitslag, waarbij de SGP centraal staat.

Achtereenvolgend wordt ingegaan op de landelijke uitslag (1), uitslag per provincie (2), de plaatselijke uitslag (3) en de uitslag ten opzichte van de ChristenUnie (4).

1. De landelijke uitslag

In 2002 werden bij de Tweede Kamerverkiezingen in totaal 9.501.152 stemmen uitgebracht. De kiesdeler is dus 9.501.152 : 150 = 63.341. Op de SGP werden 163.562 stemmen uitgebracht. Dit stemmenaantal leverde de SGP 2, 6 zetels op. Dit is 1, 7% van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. De SGP had een horizontale lijstverbinding met de ChristenUnie die 3, 8 ze-

Drs. J.W. van Berkum Wetenschappelijk medewerker Guido de Brès-Stichting.

tels behaalde. Omdat het aantal reststemmen van de Christen-Unie groter is dan dat van de SGP ging de te verdelen restzetel dit keer naar de ChristenUnie die daardoor op 4 zetels uitkwam. De SGP verloor haar 3e zetel - die overigens een restzetel was en destijds met de reststemmen van de ChristenUnie is verkregen - en moest het met twee zetels doen.

In tabel 1 wordt een historisch overzicht gepresenteerd van het aantal SGP-stemmen, het percentage SGP-stemmen en het aantal behaalde zetels.

Enerzijds is de einduitslag voor de SGP teleurstellend, omdat ze haar derde zetel moest inleveren. Anderzijds kan geconstateerd worden dat ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen van 1998 een winst is geboekt van 9.979 stemmen (zie tabel 1), dat is een stijging van 6, 5%. Daarbij komt dat het ook moedgevend is dat er voor het eerst sinds 1989 weer sprake is van absolute stemmenwinst. Daarmee is een trend van verlies tenminste gebroken en hopelijk gekeerd.

Door de hogere opkomst daalde het stemmenpercentage van 1, 8% naar 1, 7%. Met het opkomstpercentage van 1998 zoude SGP 2, 9 zetels hebben behaald en zou ze haar derde zetel waarschijnlijk behouden hebben.

Geen hoge opkomst

In de media is verschillende keren benadrukt dat het opkomstpercentage dit jaar hoog was. Uit tabel 2 blijkt dat dit wel het geval is ten opzichte van 1998, maar niet ten opzichte van de jaren daarvoor.

Sinds de afschaffing van de op komstplicht is het opkomstpercentage maar één keer lager geweest dan 79% en dat was in 1998, toen was het opkomstpercentage 78%. Het gemiddelde opkomstpercentage sinds de afschaffing van de opkomstplicht is ongeveer 82%. Het is daarom niet juist om bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 van een hoge opkomst te spreken. In 1998 was sprake van een lage opkomst en in 2002 was de opkomst ook beneden het gemiddelde.

Wel een grote kiesdeler

Dit brengt ons bij een ander opmerkelijk punt. De kiesdeler was deze verkiezingen het hoogst sinds ooit, terwijl geconcludeerd is dat niet gesproken kan worden van een hoge opkomst. In tabel 3 is een overzicht opgenomen van de grootte van de kiesdeler de afgelopen jaren.

Politieke partijen moeten er rekening mee houden dat bij een gelijkblijvend opkomstpercentage de kiesdeler steeds groter zal worden, omdat het aantal kiesgerechtigde burgers jaarlijks toeneemt. De groei van het aantal kiesgerechtigde burgers schommelt bij de verschillende verkiezingen, maar is tenminste 2%. Dit betekent dat wanneer het opkomstpercentage buiten beschouwing wordt gelaten het aantal SGP-stemmen moet toenemen met tenminste 2% om op hetzelfde niveau te blijven. Omdat de gemiddelde gezinsgrootte in de SGP-achterban groter is dan de gemiddelde Nederlandse gezinsgrootte zou de SGP procentueel meer dan 2% moeten stijgen.

2. De uitslag per provincie

In tabel 4 wordt van de Tweede Kamerverkiezingen van de laatste jaren het aantal SGP-stemmers per provincie weergegeven.

In tabel 4 valt op dat wat betreft de provincies: Friesland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg het aantal stemmen in 2002 nog onder het niveau van 1989 zit. Hoevi'el in alle provincies bij de ver­ kiezingen van 2002 sprake is van stemmenwinst ten opzichte van 1998, blijft het toch de vraag hoe het komt dat in de genoemde provincies nog een achterstand is ten opzichte van eind jaren '80. Met name de provincie Zuid-Holland verdient in dit verband bijzondere aandacht, omdat het stemmenaantal in deze provincie nog steeds ongeveer 5000 steramen onder het niveau van de jaren ’80 zit.

Verlies en winstplaatsen per provincie

Hieronder wordt verder ingegaan op de vergelijking van de uitslag in 2002 ten opzichte van 1998. Bij de Tweede Kamerver­ kiezingen in 2002 kon in 496 plaatsen gestemd worden. In 120 plaatsen boekte de SGP verlies, in 21 plaatsen bleef het stemmenaantal constant en in 355 plaatsen behaalde de SGP winst. In tabel 5 wordt het aantal verlies-en winstplaatsen uitgesplitst per provincie.

Uit tabel 5 blijkt dat in de provincies Groningen, Drenthe en Flevoland in geen enkele plaats verlies is geboekt. In Zuid-en Noord-Holland daarentegen is in meer dan een derde van het aantal plaatsen verlies geleden.

Stemmenmutatie per provincie

Het is niet alleen van belang te weten in hoeveel plaatsen respec-

tievelijk winst of verlies is genoteerd, maar ook hoe groot de omvang van de winst en het verlies is. Daartoe wordt in tabel 6 per provincie aangegeven hoe groot het verlies en de winst is en hoe groot het verlies-en winstsaldo Tabel /• Gecategoriseerd stemmenverlies is. In de laatste kolom wordt het procentuele winstsaldo weergegeven ten opzichte van de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 1998.

Uit tabel 6 blijkt dat de SGP 2.213 stemmen heeft verloren, maar daartegenover 12.279 stemmen heeft gewonnen. Per saldo is dus een stemmenwinst van 10.066 stemmen te noteren.¹

De SGP heeft in elke provincie per saldo stemmenwinst geboekt. Procentueel was de stemmenwinst in Groningen, Limburg en Drenthe het grootst. Provincies met de meeste absolute stemmenwinst waren: Flevoland, Overijssel en Zeeland. De winst in Groningen, Drenthe en een deel van Overijssel kan verklaard worden door het feit dat verontrustte GPV-ers op de SGP hebben gestemd. In tabel 4 is te zien dat in deze provincies het stemmenaantal stabiel was, maar nu fors is gestegen.

Bijna 70% van het stemmenverlies is geleden in de provincie Zuid-Holland (1542 van de 2213 stemmen). En per saldo is er in deze provincie zowel procentueel als absoluut nauwelijks stemmenwinst.

3. De uitslag per plaats

Nu het verlies en de winst per provincie in beeld is gebracht, is het de vraag hoe groot het verlies en de winst is per plaats.

Verliesplaatsen

Uit tabel 5 blijkt dat de SGP in 120 plaatsen verlies heeft geleden. Dat is in 24% van het totaal aantal plaatsen. Wordt het verlies veroorzaakt door een paar plaatsen met een groot verlies of door een groot aantal plaatsen met een klein verlies. Het zijn vragen waarop een antwoord moet worden gegeven. In tabel 7 worden de 120 verllesplaatsen verdeeld over een aantal categorieën.

Uit tabel 7 blijkt dat in meer dan de helft van het aantal verllesplaatsen (64 plaatsen) het verlies 5 stemmen of minder is. Hoewel in de meeste plaatsen het verlies gering is, maken vele kleintjes toch één grote. Toch zijn het met name de 7 plaatsen in de categorie van meer dan 50 stemmen verlies die aandacht behoeven, want het stemmenverlies in deze 7 plaatsen is ongeveer de helft van het totale verlies in de 120 plaatsen. Opvallend is dat van de top 10-verliesplaatsen er 8 in Zuid-Holland liggen.

Een ander opvallend punt is dat bijna 80% van het verlies (1760 van de 2213 stemmen) wordt geleden in plaatsen waar de SGP bi] de gemeenteraadsverkiezingen met een eigen lijst of met een combinatielijst aan de verkiezingen heeft deelgenomen. Het betreft hier 39 verllesplaatsen. In plaatsen als Rotterdam en 's-Gravenhage is het verlies verwacht, omdat veel mensen uit de SGPachterban zijn verhuisd naar elders. Voor de andere plaatsen moet onderzocht worden wat de reden is van de terugloop in het aantal stemmen. Om een voorbeeld te noemen: In Goedereede zijn 64 stemmen verloren en ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen in 2002 zelfs meer dan 500.

De plaats waar de SGP de meeste stemmen heeft verloren (-349) is Rottterdam. Hoewel de SGP ook bij voorgaande Tweede Kamerverkiezingen fors heeft verloren, is het goed denkbaar dat een aantal SGP-ers op de Lijst Pim Fortuyn hebben gestemd. De cijfers geven echter geen aanleiding om te veronderstellen dat er dat veel zijn, omdat het stemmenverlies deze verkiezingen kleiner is dan bij de verkiezingen van 1998 en 1994.

Plaatsen waar het stemmenaantal constant is gebleven

Uit tabel 5 blijkt dat het aantal stemmen in 21 plaatsen van de 496 plaatsen gelijk is gebleven.

Het grootste deel van deze plaatsen ligt in de provincies Noord-Brabant en Limburg. In deze 21 plaatsen zijn in totaal 911 stemmen uitgebracht.

Enerzijds is het positief dat in deze plaatsen geen stemmen zijn verloren, anderzijds neemt het aantal stemgerechtigde burgers toe en mag ook verwacht worden dat de SGP-achterban groeit. Het is de vraag in hoeverre in de meeste van deze plaatsen gesproken kan worden van een vaste SGP-achterban waar groeipotentieel is. Van drie van de 21 plaatsen mag dat echter wei min of meer verwacht worden. Dat zijn de plaatsen: Nieuwerkerk aan de IJssel, Steenbergen en Bleiswijk. In Nieuwerkerk en Steenbergen komt de SGP ook plaatselijk met een (combinatie)lijst uit. Hiervoor is al geconstateerd dat de groei tenminste 2% moet zijn, omdat dat bij benadering de groei van het aantal stemgerechtigde burgers is. Wanneer dat in ogenschouw wordt genomen, moet in deze plaatsen van verlies worden gesproken.

Winstplaatsen

Uit tabel 5 blijkt dat in 355 plaatsen winst is behaald. Dat is in 72% van het totaal aantal plaatsen. In deze 355 plaatsen is een winst behaald van 12.279 stemmen (zie tabel 6). In tabel 8 worden deze v^^instplaatsen onderverdeeld in 9 categorieën.

Meer dan de helft van de totale winst wordt behaald in 62 plaatsen. In 250 plaatsen (70%) is een bescheiden winst van 25 of minder stemmen geboekt. Hieruit kan geconcludeerd worden da: het een relatief klein aantal plaatsen is die een groot deel van de winst verklaren.

Bijna 70% van de winst is behaald in plaatsen waar de SGP bij de gemeenteraadsverkiezingen met een eigen lijst of met een combinatielijst uitkomt.

Tevens kan ook geconstateerd worden dat de SGP ruim 30% meer stemmen heeft gekregen in niet SGP-plaatsen. Plaatsen die zowel absoluut als procentueel goed gescoord hebben zijn: Venlo, Assen, Eemsmond, Slochteren. Leek, Loppersum en Hardenberg, Zuidhorn, Ommen en Maastricht. In deze plaatsen is een absolute stemmenwinst behaald van 25 of meer stemmen en een procentuele stemmenwinst van meer dan 125%.

Ook voor de winstplaatsen is van belang te weten hoe groot de winst is. De winst moet meer dan 2% zijn om echt van winst te kunnen spreken. Er zijn 22 plaatsen die een winst hebben van 2% of minder. Opvallend en ook teleurstellend is dat het hier gaat om plaatsen waar toch wel groei verwacht mag worden. In vrijwel alle plaatsen komt de SGP plaatselijk met een eigen lijst of met een combinatielijst uit.

4. Uitslag ten opzichte van de Christenunie

Belangrijk voor de SGP is ook in hoeverre SGP-ers op de ChristenUnie hebben gestemd. Op basis van het cijfermateriaal dat nu beschikbaar is, kan daar geen pasklaar antwoord worden gegeven. Wel is na te gaan in hoeveel plaatsen de SGP heeft verloren en de ChristenUnie heeft gewonnen en is na te gaan om hoeveel stemmen het in die plaatsen gaat.

De SGP heeft in 16 plaatsen stemmen verloren waar de ChristenUnie stemmen heeft gewonnen. Wanneer alleen gelet wordt op de uitslagcijfers kan de SGP per saldo in die plaatsen maximaal 37 stemmen hebben verloren aan de ChristenUnie. Dat neemt niet weg dat in werkelijkheid de uitwisseling groter zal zijn, maar daarover kunnen de uitslagen geen uitsluitsel geven. Een globaal beeld van de uitwisseling tussen SGP en ChristenUnie kan worden gekregen op basis van het ChristenUnie rapport Bouwen aan de basis.' In dat rapport staat dat 4, 4% van de ChristenUnie stemmers in 1998 op de SGP heeft gestemd. Dat zijn ruim 10.000 stemmen.

Andersom hebben volgens het CU-rapport 3, 5% van de mensen die in 1998 op de RPF hebben gestemd nu SGP gestemd en 7, 0% van de GPV-stemmers op de

SGP.³ Dat zijn samen bijna 14.000 stemmen.

5. Uitleiding

In dit artikel is een kwalitatieve analyse gegeven van de verkiezingsuitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Bewust is niet gespeculeerd op allerlei mogelijke oorzaken van verlies en winst. Dat is ook niet altijd eenvoudig. Voor zover dat mogelijk was, heeft dr. C.S.L. Janse dat in zijn bijdrage gedaan. Om meer te weten en verantwoorde uitspraken te kunnen over de oorzaken van verlies en winst moeten andere onderzoeksmethoden gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld een enquête.

Op basis van de cijfers in het rapport van de ChristenUnie moet geconstateerd worden dat een groot aantal mensen bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 op de SGP heeft gestemd, en in 2002 op de ChristenUnie. Voor de SGP is het van belang te weten waarom mensen deze overstap hebben gemaakt. Op basis van die informatie kan namelijk bekeken worden in hoeverre het mogelijk is deze mensen de volgende keer voor de SGP te winnen.

Dit aantal verschilt enkele tientallen stemmen van het aantal dat in paragraaf 1 van dit artikel is genoemd. De cijfers uit tabel 6 zijn afkomstig van het Refomaunsch Daghkd en de cijfers in tabel 1 van het Compendium voor politiek en samenleving m Nederland.

Dit rapport is te downloaden op de website van de ChristenUnie: www.christenumenl

Opvallend is dat m het CU-rapport ook geconstateerd wordt dat het percentages RPF-ers en GPV-ers dat SGP heeft gestemd hoger ligt voor jongeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 2002

Zicht | 36 Pagina's

Een kwantitatieve analyse

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 2002

Zicht | 36 Pagina's

PDF Bekijken