Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

cliënt met zorgvraag centraal in gemoderniseerde AWBZ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

cliënt met zorgvraag centraal in gemoderniseerde AWBZ

13 minuten leestijd

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) onderging per 1 april 2003 een facelift. De klant komt centraal te staan en niet langer de aanbieder, oftewel de zorginstelling. Wat was de aanleiding voor deze modernisering? Wat is de gedachte achter de herziening? Blijven er nog wensen over? En wat is de toekomst van de AWBZ?

POLITIEK REDACTEUR REFORMATORISCH DAGBLAD

Voldoende aanleiding voor een informatief vraaggesprek met de heer G. van Pijkeren, projectdirecteur modernisering AWBZ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Wat was de aanleiding om halverwege de jaren negentig de modernisering van de AWBZ in gang te zetten?

In die tijd ontstond meer en meer het gevoel dat de structuur die wfe hadden niet meer up-to-date was. Zorgaanbieders krijgen een bepaald budget en daarmee staat het zorgaanbod min of meer vast. De klant had weinig te kiezen. Dat paste niet bij de gedachte van een mondige burger. Zijn/haar zorgbehoefte moet centraal komen te staan. De tweede reden was de ingewikkelde regelgeving. Er zijn steeds meer subsidieregelingen bijgekomen. Door alle bijgebouwen was het hoofdgebouw nauwelijks meer zichtbaar. In de tijd was er ook in de politiek al een stroming die zei dat de zorg meer op maat moest komen en ook meer bij mensen thuis plaats moest vinden. Mensen wilden ook zo lang mogelijk thuis blijven. Dat was in het oude systeem allemaal niet mogelijk.

Daarnaast hadden we de problematiek van de wachtlijsten. De AWBZ werd beleefd als een voorzieningenwet, terwijl het een volksverzekering is die recht geeft op zorg. Op grond van rechterlijke uitspraken waarin het recht op zorg werd vastgelegd, kwam die problematiek op het bordje van de overheid en de partijen in de zorg terecht.

We hebben in de eerste fase van de modernisering als beleidsmakers een rondje door het land gemaakt. Toen merkten we dat diverse actoren niet de rol speelden waarvoor ze waren bedoeld. De aanbieders van zorg moesten overmatig veel energie steken in het verdelen van de schaarste, terwijl zij er juist zijn voor het leveren van zorg. Het zorgkantoor moest zorg inkopen, maar door de centralisatie was alles op voorhand al geregeld. De consumenten voelden zich ook niet vrij. Zij wilden een onafhankelijke toegang tot de zorg en minder afhankelijkheid van de aanbieders.

In de afgelopen jaren hebben we in de verschillende sectoren van de AWBZ-zorg flexibilisering toegepast. Dat geldt de verpleging en verzorging. Ook binnen de gehandicaptenzorg mag zorg op maat plaatsvinden. Dat hoeft niet meer per sé in een instelling te gebeuren. Deze extramuralisering was de opmaat om de hele AWBZ eens op de schop te nemen.’

Toen kregen we de nota “Zicht op zorg”. Maar de Tweede Kamer

stuurde staatssecretaris Vliegenthart terug. Ze moest haar huiswerk overdoen.

Door de centralisatie v^as alles op voorhand al geregeld. De consumenten voelden zich ook niet vrij. Zij wilden een onafhankelijke toegang tot de zorg en minder afhankelijkheid van de aanbieders.'

De kritiek richtte zich vooral op de positie van het zorgkantoor. Bovendien wilde de Kamer met de modernisering ook het persoongebonden budget invoeren. Zoals afgesproken werd dat uitgewerkt door de commissie-Etty, die enige tijd later met het advies kwam om op zoveel mogelijk terreinen een persoonsgebonden budget (pgb) in te voeren. Toen dat advies er eenmaal was, werd een en ander aan elkaar gekoppeld en kreeg de modernisering een krachtige impuls. Ten opzichte van Zicht op zorg heeft het het pgb nu een belangrijker plaats gekregen.

Welke perspectieven zijn er voor het zorgkantoor? "(Bijna) iedereen is verzekerd tegen ziektekosten. De verzekeraars verlenen aan een van de regionale verzekeraars toestemming om als zorgkantoor te opereren en de AWBZ-belangen voor alle verzekerden in de regio te behartigen. Dan kan zo gezamenlijk door de verzekeraars worden gedaan omdat de AWBZ concurrentievrij moet worden uitgevoerd.

Voor de uitvoering van de AWBZ als zelfstandige volksverzekering, kun je de zorgkantoren handhaven, je kunt de uitvoering weer terugleggen bij de verzekeraar en je kunt er ook een zelfstandig bestuursorgaan van maken. Zou het AWBZ-pakket worden geïntegreerd in de ziektekostenverzekering, dan is het logisch dat iedere zorgverzekeraar de belangen van zijn eigen cliënten voor langdurige zorg behartigt.’

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen per 1 april?

'De cliënt moet voor huishoudelijke hulp, wijkverpleging, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, verpleging en verzorging, eerst naar het regionaal indicatieorgaan. Daarvan zijn er zo'n zestig in Nederland. Dat is een onafhankelijke instantie, die door gemeenten in stand wordt gehouden. Voor de verzorging en verpleging dat nu ook al zo.

Na een onderzoek vindt er een indicatie plaats voor een of meerdere functies: huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding, behandeling of verblijf in een in­ stelling. De toewijzing is niet meer instellingsgericht maar vindt plaats op functies. Daarmee zijn de schotten binnen de AWBZ verdwenen Ook de hoeveelheid hulp die nodig is, wordt op een andere wijze beoordeeld. Dat gebeurt globaler in een klasse en niet langer per uur. Dat is dus een heel andere werkwijze dan in het verleden, waarbij de instellingen zelf beoordeelden en zo ja, voor hoeveel zorg iemand in aanmerking kwam.

Daarna kan een cliënt kiezen tussen zorg in natura of een pgb. Iemand die kiest voor zorg in natura krijgt de zorg waarvoor hij is geïndiceerd. De zorgaanbieder regelt de zorg en de administratie. Iemand die kiest voor een pgb krijgt op basis van de geïndiceerde zorg een geldbedrag toegewezen, waarmee hij zelf de zorg inkoopt. Over de uitgaven moet verantwoording worden afgelegd aan het zorgkantoor. Niet uitgegeven geld moet worden teruggestort. De nu bestaande vier verschillende pgb-regelingen worden vervangen door één eenvoudige regeling waarin verschillende functies worden toegewezen.

De pgb's geven ruimte om te schuiven met zorg binnen de functies. Maar ook in de zorg in natura komt er meer ruimte. Om een voorbeeld te noemen: mensen die een huishoudelijke hulp krijgen, mogen met zo iemand ook best een stukje wandelen als het mooi weer is. En als de klant het

niet nodig vindt dat de ramen gewassen hoeven te worden mag in plaats daarvan een ander klusje worden gedaan. Dat soort dingen kunnen nu niet en straks wel. Die ruimte moet er niet toe leiden, dat er daardoor meer zorg geïndiceerd moet worden, want dan gaan we verkeerd om met de geboden vrijheid en wordt de overheid verplicht alles weer tot in de details te regelen. Binnen de geïndiceerde zorg krijgt de klant en de zorgverlener de mogelijkheid de zorg op maat van de klant te organiseren. Voor degenen die in de wijkverpleging of de huishoudelijke hulp werkzaam zijn is de nieuwe situatie een verademing. Hun minutenregistratie voor de inning van de eigen bijdrage, de zogenaamde "stopwatchzorg", zal verdwijnen. Maar dat duurt nog wel een jaartje omdat allerlei regels en systemen moeten worden aangepast.

‘Mensen die een huishoudelijke hulp krijgen, mogen met zo iemand ook best een stukje wandelen als het mooi weer is. En als de klant het niet nodig vindt dat de ramen gewassen hoeven te worden mag in plaats daarvan een ander klusje worden gedaan. Dat soort dingen kunnen nu niet en straks wel.’

De zorgaanbieders krijgen de mogelijkheid om niet alleen de zorg te verlenen waarvoor ze nu toestemming hebben, maar ook andere vormen. Een verpleeghuis kan bijvoorbeeld ook huishoudelijke hulp aanbieden of opvang voor mensen met een handicap. Uiteraard moeten ze wel voldoen aan de van overheidswege gestelde kwaliteitscriteria.’

In de afgelopen jaren is het budget voor de AWBZ fors toegenomen. Zijn de uitgaven nog wel beheersbaar?

’Laat ik vooropstellen dat de modernisering, zoals geschetst, geen bezuinigingsmaatregel is. De operatie wordt doorgevoerd omdat de overheid van mening is dat met name de positie van cliënten erdoor zal verbeteren. Als het systeem goed werkt, staan zij centraal in de zorg en zo hoort het ook.

Op dit moment gaat er zo'n 16 miljard euro om binnen de AWBZ. In de afgelopen jaren is er ca. 1 miljard euro bijgekomen. Dat is vooral gebeurd om de wachtlijsten weg te werken. De vraag naar de omvang van de AWBZ is een vraag naar de bereidheid van de samenleving om deze volksverzekering gezamenlijk te blijven be­ talen. In hoeverre kunnen we van mensen eigen bijdragen vragen? Moeten we het verstrekkingenpakket beperken? Dat zijn vragen die politiek van een antwoord moeten worden voorzien.’

Denkt u niet dat zorgaanbieders bang zijn om hun positie te verliezen omdat ook nieuwe aanbieders kansen krijgen?

‘De overheid is niet voor blinde concurrentie in de zorg. Het pure marktmodel is niet passend. Maar als er andere aanbieders komen, prikkelt dat natuurlijk wel de bestaande. Daar is niets mis mee, integendeel. Dan gaan zij zich ook profileren. Dat komt de zorg ten goede. Winkeliers kunnen samen ook een krantje uitgeven waarin ze hun aanbiedingen aanprijzen. Laat ook de zorgaanbieders duidelijk maken aan de cliënten waar ze goed in zijn en wat zij te te bieden hebben op het gebied van zorg.’

Biedt de modernisering ook meer mogelijkheden voor mensen die identiteitsgebonden zorg willen?

‘Jazeker. Ik denk dat er in het verleden door de professionaliseringsslag die gemaakt moest worden, minder ruimte was voor identiteit en levensbeschouwing. Daar kan nu verandering in komen. Voor mensen die kiezen voor een pgb is het helder. Zij mogen de zorg inkopen waar ze willen en bij wie ze willen. Er moeten dan natuurlijk wel zorgaanbieders zijn die die zorg willen verlenen. Uiteraard moeten ze ook aan de kwaliteitseisen voldoen. In de afgelopen jaren zijn er bijvoorbeeld in de gehandi-

captenzorg op dit terrein goede initiatieven ontwikkeld.

‘Ik denk niet dat mantelzorgers zitten te wachten op betaling van hun werkzaamheden. Ze doen dat werk uit betrokkenheid bij hun familie of buren. De mantelzorg moeten we niet gaan commercialiseren maar koesteren.’

Maar ook degenen die kiezen voor zorg in natura krijgen meer mogelijkheden om identiteitsgebonden zorg te ontvangen. Ik denk dat de verzekeraar vaker vragen zal krijgen om zorg in te kopen die bij hun levensovertuiging past. Laten we ook in dit verband allochtonen niet vergeten. Uiteraard moet er wel voldoende vraag zijn. Daarnaast is er nog een andere mogelijkheid om identiteitsgebonden zorg vorm te geven. Als zorgaanbieders de mogelijkheid krijgen om naast de zorg, waarvoor ze zijn toegelaten, ook andere vormen van zorg aan te bieden, biedt dat ook voor alle instellingen, dus ook identiteitsgebonden organisaties de ruimte hun werkterrein te verbreden. De zorg in zogenaamde hospices zijn daar ook een voorbeeld van.’

Met de introductie van de vraagsturing is er een openeindfinanciering geïntroduceerd in plaats van de huidige budgetfinanciering. Dat gaat toch veel geld kosten?

‘Er is nu ook al recht op zorg voor diegenen die daarvoor zijn geïndiceerd. Er zijn al extra middelen ingezet om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg en in de verpleging en verzorging weg te werken. Die werden betaald volgens het boter-bij-de-vis-principe. Instellingen die extra plaatsen creëerden kregen daarvoor extra geld. Overigens zijn er voor verschillende vormen van zorg nog wel wachtlijsten, die per regio kunnen verschillen. Het gaat ove­ rigens gelukkig de goede kant op. Velen blijken ook tevreden met de tijdelijke hulp in de vorm van overbruggingszorg die ze krijgen, zoals bijvoorbeeld zorg thuis. Er is een breed politiek draagvlak voor de modernisering van de AWBZ.’

Biedt de modernisering de gelegenheid om de mantelzorg te professionaliseren en financieel te ondersteunen!

‘Wat de omgeving kan doen aan zorg, wordt door het Regionaal Indicatieorgaan (RIO) niet omgezet in een indicatie voor zorg. Ik denk niet dat mantelzorgers zitten te wachten op betaling van hun werkzaamheden. Ze doen dat werk uit betrokkenheid bij hun familie of buren. De mantelzorg moeten we niet gaan commercialiseren maar koesteren. Het faciliteren van steunpunten is daar een goed voorbeeld van.’

Is het personeelstekort in de zorg geen grote belemmering om de modernisering te laten slagen? Als er onvoldoende personeel is, kan het project ook niet slagen.

‘De tekorten verschillen van regio tot regio, maar de ontwikkeling gaat de goede kant op. Niet uitgesloten is dat mede als gevolg van ook de economische situatie meer mensen zullen kiezen voor een baan in de zorg. Ik denk ook dat de modernisering door bijv. de afschaffing van de stopwatch bij de zorgverlening de aantrekkelijkheid van een beroep in de zorg zal doen toenemen. Zorgverleners kunnen weer meer aandacht besteden aan hun cliënt en hun vak weer meer inhoud geven. Ik ben daar optimistisch over. Het aantal mensen dat zorg gaat vragen zal in de komende tijd gaan groeien. Er zal dan ook extra personeel nodig zijn.’

Zorgverzekeraars hebben de plicht om de gevraagde zorg te verlenen. Kunnen zij niet in een onmogelijke spagaat terechtkomen als ze wel zorg moeten verlenen maar de gevraagde zorg, bijvoorbeeld door personeelsgebrek bij de instellingen, niet kunnen leveren?

'Stel dat ik een ster in mijn voorruit heb en naar Carglass ga voor een reparatie, want dat heeft mijn

verzekeraar zo geregeld. Als Carglass zou zeggen: kom over een maand maar terug, dan zou mijn verzekeraar dat niet accepteren. Zo moet het in de zorg ook gaan. Daarmee wil ik het probleem niet wegpoetsen, maar we moeten als partijen in de zorg ook de eigen verantwoordelijkheden nemen en niet alles bij de ander neerleggen.’

‘Ik hoop dat de modernisering ertoe leidt dat we weer met elkaar kunnen debatteren over een kwaliteitsverbetering in de zorg. Zorgverleners moeten vooral en op de eerste plaats kijken naar de cliënt, waarom het tenslotte allemaal te doen is en secundair naar de structuur.’

Zal de vraag naar zorg voor de modernisering, met name door de invoering van een pgb, niet gaan toenemen?

‘We hebben nu 50.000 pgb's. De toename is 800 per maand. De groei zal niet steeds zo doorgaan. Wat we wel hebben gezien is extra vraag naar pgb in de tijd dat we de wachtlijsten wegwerkten. Toen kwam er een verborgen vraag naar zorg naar buiten. Daar is niets mis mee. Het gaat om een volksverzekering. IVIensen die recht hebben op deze vormen van hulp, mogen komen met hun vraag.

Ik denk niet dat de modernisering tot een hausse aan nieuwe pgbaanvragen zal leiden. Laten we nuchter blijven. Het aantal mensen dat gebruik maakt van een pgb is absoluut gezien misschien groot, maar afgezet tot het totaal bedrag dat omgaat in de AWBZ, relatief klein.

Wellicht dat er een klein aantal mensen is dat nu denkt: "Ik ga ook van de mogelijkheden gebruik maken", maar dat is eenmalig.’

Toch is de schatting dat er voor de AWBZ in de komende vier jaar ongeveer 3 miljard meer nodig zal zijn bij ongewijzigd beleid. Hoe moet dat worden betaald?

‘Dat heeft alles te maken met de vergrijzing van de bevolking. Bovendien stellen we ook andere kwaliteitseisen aan de zorg dan vroeger. Vroeger waren zalen met zes of meer mensen in een verpleeghuis heel gewoon. Dat willen we nu terecht niet meer. Er zijn nog wachtlijsten. Daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan. De afgelopen jaren is het budget ook gegroeid. Dat kwam vooral vanwege het wegwerken van de wachtlijsten. In een moderne samenleving en in een vraaggerichte systematiek waarin de zorg van de cliënt centraal behoort te staan, passen die wachtlijsten ook niet. Een budgetfinanciering is ten diepste geen goede beheersingsmaatregel van de zorg gebleken. Als dat wel zo was, waren er nu geen wachtlijsten geweest.’

Blijven er na deze modernisering nog verbeterpunten over in de AWBZ?

‘We gaan deze modernisering nu invoeren. Daarbij zullen best een aantal knelpunten naar voren komen die om oplossingen vragen. Ik hoop dat de modernisering ertoe leidt dat we weer met elkaar kunnen debatteren over een kwaliteitsverbetering in de zorg. Zorgverleners moeten vooral en op de eerste plaats kijken naar de cliënt, waarom het tenslotte allemaal te doen is en secundair naar de structuur.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2003

Zicht | 44 Pagina's

cliënt met zorgvraag centraal in gemoderniseerde AWBZ

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2003

Zicht | 44 Pagina's

PDF Bekijken