Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nieuwkomers brengen kwestie van burgerschap weer op de kaart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nieuwkomers brengen kwestie van burgerschap weer op de kaart

16 minuten leestijd

Wie over burgerschap spreekt, kan niet om de kwestie van integratie en de nieuwe burgers (migranten) heen. Paul Scheffer stelt in zijn recente "Het Land van aankomst" vragen over integratie indringend aan de orde. Dr. K. van der Zwaag knipt en scheert het boek.

Dr. K. van der Zwaag, REDACTIELID VAN ZECHT

De kwestie van de integratie is bijzonder actueel. Ella Vogelaar, minister voor Wonen, V\? ijken en Integratie, presenteerde onlangs haar Integratienota, waarin ze breekt met het harde beleid van haar voorgangster Rita Verdonk. Volgens Vogelaar zijn de tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen alleen maar toegenomen. Om dit tegen te gaan moeten allochtonen én autochtonen beter hun best doen om nader tot elkaar te komen. Vogelaar benadrukt dat integratie vanuit twee richtingen moet komen. In dat klimaat valt de studie van Scheffer.

’Tegelijk kan een verwaarlozing van het culturele erfgoed bijdragen tot een samenleving die steeds minder innerlijk verband heeft en geen burgers meer herbergt maar louter consumenten.’

Migranten uit alle windstreken hebben het aanzien van onze steden sterk veranderd, aldus Scheffer in zijn nieuwste boek. Intussen zijn de botsingen door hun komst niet langer te ontken­ nen. Scheffer wil het vraagstuk onderzoeken zonder de schuldvraag te stellen, maar vraag is wel hoe uit de botsingen rond de migratie een vernieuwing van de samenleving als geheel kan voortkomen. Volgens de prognoses zal de Nederlandse bevolking rond 2050 voor zo'n dertig procent uit migranten en hun kinderen bestaan. Het beeld van de 'gemiddelde' Nederlander is in een eeuw tijd onherkenbaar veranderd. In deze overgangstijd is nodig bezinning op de eigen samenleving. Nadruk op het eigene kan leiden tot vormen van uitsluiting van mensen en ideeën. 'Tegelijk kan een verwaarlozing van het culturele erfgoed bijdragen tot een samenleving die steeds minder innerlijk verband heeft en geen burgers meer herbergt maar louter consu-

menten’ (187). Burgerschap is dus nodig. Dat heeft te mal< en met de wil om bij te dragen aan de omgeving waarin men verkeert en aan een voortgaande geschiedenis. 'Want wat is burgerschap uiteindelijk anders dan het inzicht dat er iets aan ons vooraf is gegaan en dat er iets na ons komt? Niet in het verwaarlozen van het eigen verleden, maar in het onderhoud ervan moet een verdediging tegen de wrokkige afkeer van de buitenwereld worden gezocht' (189). Feit is dat het verlangen om houvast te vinden in een woelige tijd oude en nieuwe burgers uiteen drijft. De geschiedenis leert dat er zelden sprake is van een spontane toenadering tussen ingezeten en nieuwkomers. Er is behoefte aan een meer onbevangen benadering van wrijvingen en botsingen die kenmerkend zijn voor alle migratiebewegingen van enige omvang. Stond in de jaren zestig het onbehagen in de democratie in het teken van de vrijheid van de burger, nu staat de veiligheid van de burger centraal. 'De ruimte die elk individu opeist is enorm gegroeid en elke inbreuk daarop wordt ervaren als een persoonlijke belediging. De grote nadruk op individuele vrijheid heeft een schaduwzijde, dat is wel gebleken' (189), aldus Scheffer.

’het vastklampen aan de cultuur van het land van herkomst zal niet helpen (jm te aarden in een nieuwe omgeving.’

Grondig

Scheffers boek is een grondig overzichtswerk van het migratievraagstuk van alle tijden. Hij plaatst zijn onderwerp in de context van de globalisering, die pieken en dalen kent en die onvermijdelijk een 'politisering' van de migratie met zich meebrengt. 'De economische globalisering en de daarmee samenhangende immigratie schreeuwen om regulering. De druk op de westerse samenleving is aanzienlijk' (109).

Scheffer start zijn boek met tal van - soms schrijnende-verhalen over spanningen tussen migranten en de samenleving enerzijds en tussen migranten onderling (generatieconflicten) anderzijds. Migrantenjongeren voelen zich vaak ontheemd, niet thuis in de starre, geheel andere cultuur van hun ouders maar ook niet geaccepteerd in de samenleving. De verwachting van snelle sociale stijging van kinderen uit immigrantenkinderen is in veel gevallen niet uitgekomen. De tweede generatie is onmiskenbaar overtegenwoordigd aan de onderkant van de samenleving. 'Zo is een nieuwe sociale kwestie ontstaan. Gemiddeld hebben kinderen van migranten een aanmerkelijke achterstand in cognitieve ontwikkeling en taalvaardigheid, waardoor de toegang tot de betere banen afgesloten is' (31).

Islam

De laatste jaren zijn nogal wat vrijgevochten migrantenjongeren veranderd in gelovige moslims. Helaas, zegt Scheffer, want het vastklampen aan de cultuur van het land van herkomst zal niet helpen om te aarden in een nieuwe omgeving. De schrijver ziet duidelijk de spanning die de komst van de islam met zich meebrengt. De vervreemding die met name bij jonge moslims ontstaan is, heeft onder meer te maken met de gevolgen van de migratie. Religie heeft altijd een grote rol gespeeld in het migratieproces, maar de islam is een nieuw verschijnsel in de westerse wereld. Binnen niet al te lange tijd wonen er zo'n twintig miljoen moslims in landen van de Europese Unie.

In de regio's waar de islam overheersend is, zijn religie, cultuur en politiek verweven. Maar die domeinen zijn in een moderne samenleving uiteengegroeid. Wil de islam deel uit gaan maken van de liberale samenleving, dan moet de religie zich losmaken van de cultuur van de landen van herkomst. Scheffer: 'De islam zal de aanspraak om het gehele leven te reguleren moeten opgeven, wil dit geloof zich verzoenen met de liberale en seculiere samenleving. Het gaat niet om een afscheid van de islam als spirituele traditie, maar wel om de kwestie hoe als religieuze minderheid in een democratische samenleving te leven' (38). Breekpunt ten aanzien van de is-

lam is vooral de godsdienstvrijheid. Moslims mogen zich volgens Scheffer beroepen op hun eigen geloofsvrijheid, zolang dat gebeurt binnen de grenzen van de rechtsstaat. 'Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen.' De politieke islam is alleen op een effectieve manier te bestrijden wanneer het beginsel van de godsdienstvrijheid nageleefd wordt, aldus Scheffer. Hij wil ook geen beeldverbod (zoals naar aanleiding van onder meer de Deense cartoonkwestie!) accepteren, omdat de weg naar een spreekverbod en daarna een schrijfverbod heel kort is. 'Zo raken we onze onbevangenheid helemaal kwijt'. Godsdienstkritiek en godsdienstvrijheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, redeneert hij in de geest van de Verlichting. Het overgrote deel van de moslims in Nederland wil vreedzaam leven, maar tegelijk worden velen geraakt door het conflict tussen de politieke islam en de westerse samenleving. Moslims in Nederland hebben volgens Scheffer de plicht om radicalisering in eigen kring tegen te gaan. Het is goed om de radicale minderheid (zoals de salafisten) niet te onderschatten, want er zijn tal van zulke stromingen, die langzaam proberen voet aan de grond te krijgen in Europa.

Neergang

Volgens Scheffer is de moslimwe­ reld na lange eeuwen van een grote machtspositie wereldwijd in een neergang terechtgekomen die alles te maken heeft met de afsluiting van de economische en wetenschappelijke vernieuwingen in Europa. De moslimwereld volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als 'barbaren', van wie weinig tot niets te leren viel. 'Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken' (349).

De stagnatie in de kernlanden van de islam blijkt uit het gebrek aan democratische vrijheden, de zwakke positie van vrouwen en een kennisachterstand. De malaise in de moslimwereld verklaart veel van het hedendaagse fundamentalisme. Inmiddels is het onbehagen in de islam ook met de moslimmigranten naar de westerse wereld geëmigreerd.

Scheffer toont zich niet zo optimistisch over de liberalisering en secularisering van de islam. Het conformisme is sterker omdat in grote steden steeds meer enclaves ontstaan waarbinnen gepoogd wordt religieuze opvattingen overeind te houden, zoals de verplichting van het dragen van een hoofddoek voor meisjes. Ook geldt het nog steeds dat het 'sociale zelfmoord' is om als moslim openlijk te zeggen dat je niet meer gelooft. Het is zijns inziens te voorbarig om de islam nu al als een geïndividualiseerde geloofsbeleving te zien. 'Er is nog een lange weg te gaan voordat de moraal van de gemiddelde moslim samenvalt met de mainstream in de liberale samenlevingen' (360). Scheffer wijst onder meer op eerwraak en de hoofddoek voor de vrouw.

Hij benadrukt ook de religieuze achtergronden van het islamitische terrorisme. 'We mogen daden van terreur niet al te snel psychologiseren, maar moeten allereerst de overtuigingen van de daders serieus nemen' (370), ook al wekken de daders soms de indruk 'losgeslagen pubers' te zijn. Het zou helpen als een meer liberale islam voet aan de grond zou krijgen, maar vooralsnog ziet hij het hervormingsstreven beperkt.

Noodklok

Scheffer luidt de noodklok over de migratie. In zijn essav over het multiculturele drama signaleerde hij al een vervreemding in de samenleving als gevolg van het huidige beleid van ruime toelating en beperkte integratie. Het vanouds tolerante en ontspannen land veranderde ineens in een verkrampte en wrokkige samenleving. 'Het is tijd voor groot onderhoud en dat betekent in ons geval een grondige verbouwing. V^e moeten de afstand die ons scheidt van onze idealen in alle scherpte aanschouwen. Een open samenleving leeft namelijk van zelfkritiek. We moeten willen worden wat we zeggen te zijn' (48).

Scheffer wil het 'wij' en 'zij' doorbreken, terwille van de ene burgerlijke samenleving. 'Het gaat niet om de verdediging van 'autochtone' of 'allochtone' belangen, maar om de manier waarop een open samenleving kan worden bestendigd' (57). Zonder ge-

deelde democratische normen is een gemeenschappelijke markt en ook een vrij verkeer van mensen op den duur onmogelijk. Scheffer is dan ook op zoeken naar een nieuw evenwicht. 'Onbeperkte immigratie betekent dat de tegenstellingen in de wereld zich herhalen in onze grote steden, dat ar­moede en onwetendheid, maar ook etnische conflicten en religieus extremisme, doordringen in de liberale democratieën' (109). Er zijn twee gevaren die een open samenleving kunnen gaan bedreigen. Het ene risico is een volksverhuizing, die de sociale en culturele rek van de samenleving te boven gaat. Het andere risico is dat de manier waarop de immigratie wordt beheerst de essentie van een liberale rechtsstaat kan gaan weerspreken. 'Niemand wil immers een land dat vergeven is van politiecontroles, identiteitsbewijzen, scherpere grensbewaking en verklikkers.’

’Een selectieve toelating van migranten is zelfs wezenlijk voor een geslaagde inburgering.’

Als een open samenleving de democratische omgangsvormen wil dienen, kan daarin de rechtvaardiging van een selectief immigratiebeleid worden gevonden. Er mag dus een verschil worden gemaakt tussen ingezetenen en nieuwkomers. 'Een toelatingsbeleid voor degenen die geen burger van het land zijn valt moreel te rechtvaardigen' (135). Een selectieve toelating van migranten is zelfs wezenlijk voor een geslaagde inburgering. 'Jarenlang is dat ontkend: integratie en immigratie moesten als gescheiden kwesties worden behandeld' (429).

Er staan wezenlijke dingen op het spel, aldus Scheffer. 'De derde wereld is op drift en nestelt zich in de eerste wereld.' Als de beweging niet beheersbaar blijkt, dan zal de wereldwanorde onze grenzen voor een hevige polarisering zorgen en de democratie onder druk komen te staan. De schrijver benadrukt de verantwoordelijkheid van de samenleving. Het denken over immigratie en asielzoekers is al te zeer in het teken komen te staan van onbeheersbaarheid. 'Deze zelfverklaarde onmacht heeft vergaande gevolgen voor onze democratische cultuur' (146).

Scheffer kritiseert ook de politiek van Nederland als 'vermijdingsland'. Nederland kent geen cultuur van debat. Ook het geestelijke leven is te zeer doordrongen van geven en nemen. En dat is volgens Scheffer een grote zwakte gebleken in de omgang met immigratie. Nederland beleed een voortdurende zelfrelativering, ge­ baseerd op de ontkenning van de nationale identiteit. Waar het nu om gaat is de vraag of de immigratie wordt aangegrepen om na te denken over een nieuw 'wij' of dat ze wordt gezien als het einde daarvan.

Dat brengt Scheffer op een diepere visie op tolerantie. Die behelst een vreedzame omgang met diepgaande meningsverschillen. Anders gezegd: ook orthodoxe opvattingen hebben een plaats in een open samenleving. Kritiek (op bijvoorbeeld God) wordt vaak opgevat als belediging. Laat het debat hierover plaatsvinden, adviseert Scheffer. De angstvalligheid en de vermijding zullen we moeten afschudden. 'Tolerantie vraagt om een open samenleving waar de meningen vrijelijk kunnen botsen en waar tegelijk eenieder beseft dat de maatschappelijke vrede vraagt om een zorgvuldige naleving van de wetten' (169).

Afscheid multiculti-ideaal

Scheffer moet - opnieuw-niets hebben van de gedachte van een multiculturele samenleving. Hij constateert nu wel een omslag in dat denken, namelijk een beweging in de richting van een hernieuwde nadruk op het ideaal van een gedeeld burgerschap. Bezwaren tegen het multiculturalisme zijn onder meer dat het mensen opsluit in etnische categorieën, de moderniteit onderschat als gemeenschappelijke horizon, de samenlevingen lossnijdt van hun geschiedenis en het leidt tot een onwenselijk rechtspluralisme.

Scheffer is op zoek naar een hedendaags kosmopolitisme. Het relativisme mag een plaats krijgen, maar kan nooit het laatste woord hebben. 'Het universalisme is onontbeerlijk als horizon, omdat het de mogelijkheid van een kritische beoordeling van algemeen aanvaarde normen open houdt. We moeten de verleiding weerstaan om tradities kritiekloos te omarmen, maar tegelijk een wereldburgerschap verwerpen dat losstaat van een gemeenschap waar men zich verantwoordelijk voor voelt. Het blijkt echter steeds moeilijker om onderhoud van het erfgoed en openheid naar de wereld te verzoenen' (283).

Tegen vergrijzing

Scheffer is scherp over de ontbindende verschijnselen in de Nederlandse cultuur. Zo legt hij de vinger bij negatieve ontwikkelingen sinds de jaren zestig. De betekenis van een stabiele opvoeding wordt onderschat, in het onderwijs is de cultuuroverdracht verwaarloosd en te veel mensen werken niet en zijn afhankelijk geraakt. 'Zo zijn de plaatsen waar verantwoordelijkheid wordt geleerd - het gezin, de school en de arbeidsplaats-onder druk komen te staan en moeten we ons afvragen of de open samenlevingen van nu nog wel in voldoende mate burgers voortbrengen' (409).

Het toenemend aantal eenoudergezinnen heeft veel probleemkinderen opgeleverd, zo is gebleken. 'Aarzelend voltrekt zich een herwaardering van het gezin en daar moet onze zoektocht naar maatschappelijke integratie beginnen' (412). Ook het onderwijs en arbeid zijn een leerschool voor burgerschap.

Hij ziet de gevaren van de vergrijzing. Nooit eerder hebben we in vredestijd een bevolking zien krimpen. Het is aannemelijk dat een minder dynamische samenleving de uitkomst zal zijn. 'Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan' (116).

Deze opmerkingen over het gezin waren voor socioloog Dick Pels in Trouw (8 november 2007) aanleiding tot bijtende opmerkingen. Uit bezorgdheid voor zijn oude dag lijkt Scheffer plotseling bevangen te zijn door 'een obsessie met voortplanting'. Scheffer wil zelfs een inheemse bevolkingspolitiek propageren die in de buurt komt van 'een fokpremie voor autochtonen'. Kwalijker is volgens Pels dat Scheffer nadert tot de cultuurbiologische visie op het gezin van de conservatieve filosoof Ad Verbrugge, die het gezin beschouwt als 'een zedelijk instituut ziet met een quasireligieuze gemeenschapsfunctie’.

Olie op het vuur

Het is opvallend dat net voor de publicatie van zijn boek de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op 24 september jongstleden de regering min of meer aanraadde terug te keren naar het ideaal van een multiculturele samenleving. Prinses Maxima gooide bij die gelegenheid ook nog eens olie op het vuur door te stellen dat dé Nederlander niet bestaat. Niet identiteit maar identificatie zou passen bij een open, weerbare samenleving. Terecht zegt Jan Mark ten Hove (in De Banier, 26 oktober 2007) dat het rapport elitaire trekken heeft, alsof er geen Fortuyn, Van Gogh, Hirsi Ali maar ook geen Paul Scheffer was geweest.

In het recent verschenen Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2007, met als titel De moeizame worsteling met de nationale identiteit, plaatst Dick Pels het multiculturele denken bij het verzuilingspatroon. Het multiculturele denken sluit stilzwijgend aan bij de verzuilde tradities van 'soevereiniteit in eigen kring', en koppelt de integratie en emancipatie van de 'nieuwe' minderheden net als die van de 'oude' aan het behoud van eigen taal, cultuur en identiteit. Maar geleidelijk breekt het besef door dat het beproefde zuilenmodel niet in staat is om de veel grotere cultuurverschillen die door de nieuwe migranten zijn binnengebracht, en die zich inmiddels hebben voortgeplant via de tweede en de derde generatie, effectief te overbruggen.

Volgens Pels is het idee van een

ondeelbare loyaliteit aan volk en vaderland in het kosmopolitische Europa en de grenzeloze wereld van het internet net zo lachwekkend geworden als een ondeelbare soevereiniteit. De kracht van het Nederlandse volkskarakter schuilt juist in een zekere bescheidenheid over onze nationale waarden en verworvenheden. 'Wat ons bindt is de prettige gedachte dat er niet zoveel is dat ons bindt.’

’Niet het relativeren maar het markeren van burgerschap moet het uitgangspunt zijn in tijden van immigratie.’

De Europese eenwording vereist nu dat de nationale soevereiniteiten op een supranationaal niveau worden samengevoegd. Dat vergt een 'europatriottisme' dat zich enthousiast inzet voor de vorming van een Europese politieke democratie en cultuur. Dat alles staat haaks op de oud-patriottische zucht naar politiek enkelvoud en nationale soevereiniteit, die nu vooral dient om de 'kleinstaat' Nederland angstvallig en nostalgisch te bewaren, aldus Pels.

Eigentijds burgerschap

Scheffer stelt dat de vraag naar inburgering van migranten uitgemond is in een zoektocht naar eigentijds burgerschap. Niet het relativeren maar het markeren van burgerschap moet het uitgangspunt zijn in tijden van immigratie. Terwijl in het verleden de na­ druk gelegd werd op culturele verschillen, gaat het nu meer om het vermogen om als volwaardig burger aan de samenleving deel te nemen. Zonder 'wij' gaat het niet, dat wil zeggen een nieuw wij.

Integratie vraagt om zelfonderzoek. Er is een sterke cultuur van burgerschap nodig om het probleem op te lossen. Het geeft de noodzaak van reflectie op de eigen grondslagen van de samenleving. 'De grondregel van alle integratie is eenvoudig; de ingezetenen mogen aan nieuwkomers alleen vragen wat ze zelf bereid zijn op te brengen. Wie naar integratie streeft, moet verhelderen wat de grondslagen van de eigen samenleving zijn (46).’

Scheffer eindigt niet negatief. De komst van zoveel migranten opent een geweldige mogelijkheid tot vernieuwing van de samenleving. Maar dat betekent wel dat de problemen eerlijk onder ogen gezien moeten worden. Integratie is zeker een kwestie van tijd en geduld, maar dat mag geen aanleiding voor een gelaten afwachten. We moeten af van de cultuur van (conflict)vermijding, want dat maakt de jaren van het aan elkaar voorbijlopen alleen maar langer.

Goede bezinning

Scheffer geeft een uitstekende bij­ drage tot bezinning op het burgerschap. Zoeken naar nieuwe samenhang is niet maar een kwestie van nostalgie, maar de overtuiging dat een gemeenschap leeft van een gedeelde geschiedenis. Al vertrekt Scheffer niet vanuit religieus oogpunt, hij staat niet vijandig tegenover het christendom, mits deze religie (evenals de islam) zich houdt aan de grenzen van de rechtsstaat. Bovendien is zijn scherpe analyse en diagnose er niet minder om. Zijn pleidooi voor de waarden van gezin en onderwijs doen sympathiek aan.

Rest ons de wezenlijke vraag in welk land de Nederlandse burger woont. Ontkenning van de eigen Nederlandse identiteit doet geen recht aan de specifieke oorsprong en geschiedenis van ons land. Of ons land nu een protestantse dan wel een calvinistische natie is geweest, in ieder geval is ons land gestempeld door een christelijk verleden. Terecht wijzen we met de WRR de neiging af om de dominante cultuur van Nederland als 'seculier, blank en liberaal' te presenteren. Tussen een dergelijke identiteit en de gewenste joods-christelij k-islamitische identiteit van minister Vogelaar is er ook een denkbaar die meer recht doet aan historische oorsprong van ons land. Het zou mooi zijn dat dat aspect in de bezinning op het burgerschap ook meer een plaats zou krijgen.

Mede n.a.v. Paul Schefïer, Het land van aankomst; uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2007; 477 blz.; prijs €22, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 1 December 2007

Zicht | 60 Pagina's

Nieuwkomers brengen kwestie van burgerschap weer op de kaart

Bekijk de hele uitgave van Saturday 1 December 2007

Zicht | 60 Pagina's

PDF Bekijken