Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stijgende vraag naar pleegzorg: meer overheidssteun nodig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Stijgende vraag naar pleegzorg: meer overheidssteun nodig

18 minuten leestijd

Pleegzorg is in Nederland bij relatief veel mensen een onbekend fenomeen. Toch worden elk jaar zon 25.000 kinderen voor korte of lange tijd verzorgd in 15.000 pleeggezinnen. Een opvang die om allerlei redenen de voorkeur heeft boven plaatsing van een pleegkind in een instelling. In dit artikel treft u informatie aan over pleegzorg, de positie van (christelijke) pleegouders en punten van zorg. Want het pleegouderschap wordt door de (gemeentelijke) overheid niet altijd op waarde geschat.

Maandagochtend ging bij ons de telefoon. “U spreekt met Janneke2 van Pleegzorg. Mag ik u een plaatsing voorleggen?” Bij dat soort telefoontjes houden wij altijd even onze adem in: “Ja, vertel het maar”. Janneke vervolgt het gesprek met “Het gaat om een meisje, dat afgelopen zaterdag is geboren, kan zij vanmiddag in verband met een crisisplaatsing bij jullie geplaatst worden?” Vervolgens wordt een beperkt aantal gegevens uitgewisseld en zo’n drie uur later sluiten wij voor een dan nog onbekende periode een meisje van twee dagen oud in onze armen (en ons hart…!). Ze heeft alleen de kleren aan die ze van haar ouders heeft gekregen en de knuffel bij haar die ze uit het ziekenhuis mocht meenemen.
Wanneer u dit leest dan denkt u wellicht ‘zo, heftig!’ of ‘gebeurt dat echt?’. Maar laat het even tot u doordringen… Naast deze kant van de medaille, namelijk het verlenen van noodhulp, is er ook een heel verdrietige situatie.
Een moeder die na negen maanden zwangerschap haar kind moet afstaan, ouders die wellicht heel graag de verzorging op zich hadden willen nemen maar die om allerlei redenen dit (tijdelijk) niet kunnen. Een heel verhaal achter een verhaal dus.

1. Wat is pleegzorg?
Wat is pleegzorg? Pleegzorg betekent dat een kind van een ander voor een korte of langere periode in bijvoorbeeld uw gezin komt wonen. Als er zorgen in een gezin zijn, wordt in principe eerst gekeken of deze in het gezin of de familie opgelost kunnen worden. Soms is de situatie echter zodanig zorgelijk of acuut dat een kind (of de kinderen) in een pleeggezin worden ondergebracht. Denk bijvoorbeeld wanneer één of beide ouders ernstig ziek zijn, er een (vermoeden van een) misdrijf is etc. Pleegkinderen zijn meisjes en jongens van 0 tot 18 jaar. Het zijn ook kinderen die – hoe jong ze ook zijn– vaak al veel hebben meegemaakt en mogelijk ook tekort zijn gekomen.

2. Pleegzorg: waar hebben we het over?
In 2010 waren er zo’n 24.000 kinderen (tijdelijk) opgenomen in een pleeggezin waarbij er in dat jaar sprake was van bijna 9.000 nieuwe plaatsingen. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat het aantal pleegzorgplaatsingen de afgelopen 10 jaar minimaal is verdubbeld3. Bijna 50% van de plaatsingen wordt binnen zes maanden beëindigd omdat de thuissituatie zodanig is dat de zorg voor het kind (de kinderen), al dan niet met extra ondersteuning van de ouders, weer kan worden opgepakt.
Ongeveer 20% van de kinderen blijft langer dan twee jaar in een pleeggezin. Eind 2010 waren ruim 15.000 pleeggezinnen actief. Zij verleenden opvang aan circa 24.000 kinderen. De afgelopen jaren (vanaf 2006) is het aantal nieuwe pleegouders jaarlijks toegenomen met zo’n 3.000.4 Helaas stoppen jaarlijks ook zo’n 2500 tot 3000 pleegouders. Hoewel er ‘netto’ sprake is van een lichte groei is dit toch een zorgelijke ontwikkeling. De ‘nieuwe‘ pleegouders zijn nog niet zomaar ‘ervaren’ pleegouders. Er zou best eens onderzoek gedaan mogen worden naar de reden waarom er jaarlijks zoveel pleegouders stoppen.

3. Welke vormen van pleegzorg zijn er?
Pleegzorg is in principe tijdelijk. Het doel is om kinderen terug te plaatsen bij de ouders zodat zij zelf weer de opvoeding op zich kunnen nemen. Hoe lang een pleegkind in een pleeggezin blijft, verschilt van enkele dagen tot jaren. De ouders kunnen in deze tijd proberen hun ‘problemen’ op te lossen. Er zijn diverse vormen van pleegzorg te onderscheiden. Die worden hieronder kort genoemd en omschreven.
• Netwerkpleegzorg of bestandspleegzorg. Bij netwerkpleegzorg worden kinderen geplaatst in een (pleeg)gezin uit de familie, kerk of kennissenkring. Bestandspleegouders zijn die pleegouders die, na een selectie en opleidingstraject, beschikbaar zijn via één van de vijfentwintig pleegzorginstellingen in Nederland.
• Crisispleegzorg. Bij crisispleegzorg bieden pleegouders op heel korte termijn (doorgaans binnen 24 uur) een tijdelijk verblijf voor een jeugdige in hun gezin. In een dergelijke crisissituatie moet er door hulpverleners snel worden geschakeld.
• Dagpleegzorg.Wanneer ouders hun kind tijdelijk niet volledig kunnen verzorgen, kan hun kind een deel van de week in een pleeggezin worden opgevangen.
• Kortdurende of tijdelijke pleegzorg. Als er meer tijd voor nodig is (dan bij een crisisplaatsing) voordat een kind weer thuis kan wonen, gaat de crisisopvang ‘over’ naar kortdurende of tijdelijke pleegzorg. Vaak blijft het kind in hetzelfde pleeggezin. In deze situatie zal een pleegkind in een periode van bijvoorbeeld enkele maanden tot zo’n twee jaar weer terug kunnen naar huis omdat de situatie daar voldoende stabiel is.
• Langdurige pleegzorg. Hierbij staat vast dat een kind langere tijd niet meer thuis kan wonen, soms tot aan de meerderjarigheid.
De kinderen/jeugdigen kunnen vooralsnog niet weer bij hun ouder(s) gaan wonen.
Langdurig hoeft niet voor altijd te zijn. In de loop der jaren kan de situatie zodanig veranderen dat het kind (wellicht inmiddels puber) met ondersteuning weer thuis kan wonen.
• Weekendpleegzorg. Een pleegkind is één of meerdere weekenden per maand in een pleeggezin, maar woont voor de overige periode (nog) bij zijn ouders.
• Vakantiepleegzorg. Pleegouders bieden een kind de mogelijkheid één of meerdere vakanties in hun gezin door te brengen. Het gaat om kinderen die bij hun ouders zijn of bijvoorbeeld al in een pleeggezin wonen.

4. Hoe word je pleegouder?
Pleegouder word je niet zomaar. Het is namelijk erg belangrijk dat je erop wordt voorbereid om –vaak onverwachts– een kind van ander op te vangen. Een kind dat je niet kent, niet weet wat hij wel of niet lust, niet weet welke dingen hij in zijn (jonge) leven al heeft meegemaakt etc. Uit eigen ervaring weten wij dat je soms alleen een naam en geboortedatum krijgt te horen, omdat de instelling voor pleegzorg ook weinig meer weet. Pas met de plaatsing zie je dat het bijvoorbeeld geen blank kind is (overigens even welkom, geen misverstand) of hoor je na een dag dat het niet de bedoeling is dat het kind varkensvlees krijgt te eten…

Motivatie van pleegouders
Is pleegzorg moeilijk? Bij een crisisplaatsing krijg je bijvoorbeeld binnen nog géén twee uur twee peuters thuis. De ene is verdrietig, de ander boos. Weinig tot geen kleding bij zich, een paar niet al te schone knuffels…een ‘beschrijving’ van karakter, gedrag, eetgewoontes krijg je er niet bij. Twee weken later zit je dan met één van de ouders om tafel om wat men noemt ‘ouderschap te delen’. Hoe doen de kinderen het? Wat vindt de ouder belangrijk? Wat voor gewoontes, waarden en normen wil die ouder overdragen. En, wanneer de kinderen weer naar huis kunnen -dat hebben we inmiddels vier keer meegemaakt - dan kijk je gezamenlijk hoe je dat vorm gaat geven. Komt de ouder wel bij jou in huis en gaat hij/zij gezellig met de kinderen eten terwijl jezelf boven op zolder achter je pc zit of de strijk doet…? Daarnaast komt de pleegzorgwerker regelmatig langs en geeft zij gevraagd of ongevraagd tips, vraagt hoe het gaat, etc. Kortom, je raakt soms best wat privacy kwijt en je wordt soms geleefd door bezoekregelingen etc.
Erg negatief allemaal? Waarom word je pleegouder, waarom ben je pleegouder? Wij hebben het zelf ervaren dat het op onze weg is geplaatst. Is het daarmee gemakkelijk? Nee, zeker niet. Maar het heeft ook heel mooie kanten. Dat je zomaar binnen twee uur mag inspringen in een noodsituatie is enerzijds heel triest, anderzijds ook ontzettend mooi!
Je kunt met elkaar een kind een nieuwe kans geven. Je kunt kinderen voorlezen en proberen voor te leven uit Gods Woord. De meeste pleegkinderen bij ons hebben geen christelijke achtergrond, toch wisten ze vaak binnen twee tot drie dagen dat wij na het eten uit de Bijbel lezen of gaven ze zelf al aan dat we de Bijbel moeten pakken.

Eisen aan pleegouders
Een pleegouder dient aan verschillende eisen te voldoen. Zo moeten pleegouders minimaal 21 jaar zijn. Bij de aanmelding vraagt de pleegzorginstelling een verklaring van geen bezwaar aan bij de Raad voor de Kinderbescherming. Verschillende instellingen voor pleegzorg vragen ook een medische verklaring voordat de aanmeldingsprocedure wordt gevolgd. Het spreekt redelijk voor zich dat de leefsituatie in het (aspirant)pleeggezin stabiel moet zijn.
Als aspirant pleegouder kun je je aanmelden bij de pleegzorginstelling in de provincie of bij één van de twee landelijke pleegzorginstellingen5. Tijdens het voorbereidingstraject komen belangrijke pleegzorgthema’s aan bod, zowel in theorie als aan de hand van praktijkvoorbeelden en oefeningen. Het voorbereidings- en screeningstraject bestaat bijvoorbeeld uit het bijwonen van een voorlichtingsbijeenkomst, de deelname aan het voorbereidingsprogramma voor pleegzorg (zo’n vier tot zeven avonden), één of twee huisbezoeken door een medewerker van de pleegzorgorganisatie en de (eind)rapportage van het voorbereidingsprogramma. Uiteindelijk volgt dan een definitieve inschrijving. Het hele voorbereidingstraject om pleegouder te worden duurt zo’n 6 tot 9 maanden. De website6 van Pleegzorg Nederland bevat veel informatie over pleegzorg, hoe je pleegouder wordt en geeft ook aan welke pleegzorginstellingen er zijn.

5. Is een pleeggezin aantrekkelijk voor de overheid?
In principe is een pleeggezin is het beste alternatief voor kinderen die niet bij hun eigen ouders kunnen opgroeien. Zoals eerder opgemerkt wonen er jaarlijks zo’n 25.000 kinderen voor kortere of langere tijd bij pleegouders. Een pleeggezin kan met betrokkenheid en geborgenheid het pleegkind laten voelen dat hij of zij ertoe doet en er mag zijn.
Daarom heeft het de voorkeur dat een kind, als het (tijdelijk) niet bij de ouders kan wonen, in een pleeggezin kan opgroeien. Zijn er onvoldoende pleegouders, dan heeft de overheid een probleem. Kinderen moeten dan naar een instelling of gezinshuis en dat is veel kostbaarder dan een pleeggezin.7
Het is daarom terecht dat de SGP pleegouders van groot belang acht om kinderen zo goed mogelijk te kunnen helpen en dat de ondersteuning van pleegouders goed wordt geregeld. Ook verdienen zij een belangrijke positie in het proces van hulpverlening. Aansprekende punten uit het SGP-verkiezingsprogramma zijn:
• Er moet nadrukkelijk gekeken worden naar een goede financiële tegemoetkoming voor pleegouders;
• Bij werving en selectie van pleegouders mogen pleegouders niet bij voorbaat vanwege godsdienst of levensovertuiging worden uitgesloten;
• Bij een afnemend aantal adoptiekinderen uit het buitenland, verdient het aanbeveling om meer aandacht te vragen voor vormen van langdurige pleegzorg. Juist voor ouders die meer ruimte in hart en huis hebben, of bij wie de kinderzegen is onthouden, zou pleegzorg wellicht een mooie en dankbare levensinvulling kunnen zijn.

6. Zijn er beperkingen voor christelijke pleegouders?
Bij de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing houdt de rechter rekening met de godsdienstige gezindheid en de levensovertuiging van de minderjarige en het gezin waartoe hij behoort. Ook Bureau Jeugdzorg ‘gaat bij de uitoefening van haar taken uit van de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en culturele achtergrond van de cliënt’.8 Het is de vraag wat de praktische invulling hiervan is. Er zijn echter, in de volle breedte genomen, niet veel gezinsvoogdij-instellingen die gebaseerd zijn op een godsdienstige gezindheid of levensovertuiging.
Daarbij komt dat bij plaatsingen in een pleeggezin, waar mogelijk, rekening wordt gehouden met het geloof of de levensbeschouwing van het kind en het gezin waar het in op is gegroeid, maar plaatsing in een gezin met een andere godsdienst of levensbeschouwing behoeft niet te worden afgewezen. Soms is het met een crisisplaatsing ook niet geheel duidelijk of, en zo ja welke (geloofs)overtuiging de ouders van het kind hadden. Al eerder noemden wij het voorbeeld dat wij pas een dag na plaatsing vernamen dat het niet de bedoeling is dat het pleegkind varkensvlees te eten zou krijgen. Dit laatste had tot gevolg dat wij bijna twee jaar lang zelf ook vrijwel geen varkensvlees hebben gegeten.

Het komt echter voor dat regionale pleegzorginstellingen christelijke aspirant pleegouders doorverwijzen naar bijvoorbeeld SGJ, zodat zij niet het toelatingsprogramma kunnen volgen bij de regionale instelling. In de periode dat ik bestuurslid was van de Vereniging LOPOR9 heb ik daar een notitie over geschreven. De conclusie daarvan is dat een geloof of levensovertuiging niet van invloed mag zijn op het toelatingsbeleid van een pleegzorginstelling en de beschikbaarheid voor één van de vormen van pleegzorg. Het is overigens wel logisch dat in concrete situaties nadrukkelijk gekeken wordt of er sprake is van een match.10 Om bij het eerder genoemde voorbeeld te blijven: het niet eten van varkensvlees vonden wij geen probleem, het kopen van halal of het voorlezen uit bijvoorbeeld de Koran was voor ons persoonlijk een stap die wij niet konden meemaken.

Identiteit en pleegzorg
Pleegzorg betekent dat je de kinderen van een ander kortdurend of langdurig bij je in huis neemt. Kinderen die anders zijn opgevoed dan dat u en wij dat zouden doen. Kinderen met andere waarden en normen, mogelijk ook geen of een heel ander geloof.
Wij eten bijvoorbeeld nu al een poosje geen varkensvlees meer….
Het verschil in opvoeding, waarden en normen, geloofsovertuiging kan je als pleegouders best wel eens voor vragen stellen.
Bijvoorbeeld ‘Wanneer zeg ik tegen de ouders dat wij naar de kerk gaan?’, of ‘Als de meisjes in ons of uw gezin een rok dragen, wanneer vraag ik het pleegkind (meisje) een rok aan te trekken of anderszins gepaste kleding te dragen?’ Vragen waar we hier nu niet uitgebreid bij stil kunnen staan, maar die wel wezenlijk zijn.

Kerk en pleegzorg
Pleegzorg, of het nu gaat om een uithuisplaatsing uit een gezin in uw kerkelijke gemeente of om een plaatsing in een pleeggezin in uw kerk, ook voor ambtsdragers of kerkleden heeft dat gevolgen. Zowel een uithuisplaatsing als een plaatsing in een pleeggezin heeft voor beide gezinnen grote consequenties. Verdriet, zorg en dergelijke.
Een pleeggezin moet in korte tijd soms van alles regelen. Bij de eerste plaatsingen zijn we vanuit familie bijgestaan. Maar omdat die vaker wat verder weg woont, hadden we zeker vanuit de kerkelijke gemeente hulp nodig.
Gelukkig was die er ook. Ineens heb je bijvoorbeeld een babybadje nodig, want ja, als een baby binnen drie uur komt, heb je geen tijd om een fles, een badje, droogdoek en noem maar op aan te schaffen. Wat je doet, is heel gericht bellen naar wie je denkt dat jou zou kunnen helpen.
Maar ook voor ambtsdragers heeft het gevolgen. Denk aan pastoraal bezoek, zonder op de stoel van de hulpverlening of jeugdzorg te gaan zitten. Maar ook, als kinderen tot hun volwassenheid blijven in een gezin, mag een pleegkind dan gedoopt worden en belijdenis doen?11

7. Wachtlijstproblematiek
De laatste jaren is er vanuit Rijk en provincies veel geïnvesteerd in het terugdringen van wachtlijsten. Een andere ontwikkeling is de stijging van het aantal kinderen dat in aanraking komt met Bureau Jeugdzorg en vervolgens in een pleeggezin is geplaatst. Het komt regelmatig voor dat kinderen (en hun ouders) moeten wachten op professionele hulp of op plaatsing in een pleeggezin. In de afgelopen jaren zijn de wachtlijsten niet weggewerkt maar wel teruggedrongen.
Er is vaak verwarring over de zogenaamde ‘bruto wachtlijsten’ en ‘netto wachtlijsten’.
Een voorbeeld: de ouders van Jenny (6 jaar) kunnen het niet meer aan en hebben acuut hulp nodig. Jenny wordt via een crisisplaatsing opgenomen in pleeggezin. Dit gezin stelt zich in principe alleen beschikbaar voor crisisopvang. Na gezinsonderzoek en gesprekken blijkt dat Jenny voorlopig niet thuis kan worden opgevoed. Dat betekent dat zij langdurig in een pleeggezin wordt geplaatst. Omdat er even geen langdurig pleeggezin beschikbaar is, blijft Jenny vooralsnog in het huidige pleeggezin. Is hier sprake van een wachtlijst? Nee, Jenny wordt geholpen! Ja, Jenny wacht op een juiste pleegzorgplaats.
Van groot belang is in ieder geval dat de eerste signalering en hulpverlening goed verlopen en dat de ‘doorlooptijd’ tussen een eerste melding en vervolgstappen of rapportage zo kort mogelijk blijft.

8. Persoonlijke aanbevelingen voor de politiek
Pleegzorg, wachtlijsten, en ook enkele situaties waarbij helaas slachtoffers zijn gevallen, halen tegenwoordig snel het nieuws. Het is goed dat daar, ook vanuit de politiek, aandacht voor is. Pleegouders zien vooral de laatste jaren diverse goede wijzigingen. Met de komst van het vierde Kabinet Balkenende, met een christelijke minister voor Jeugd en Gezin, stond het eerst allemaal even stil maar vanaf eind 2009 kwam er lieverlee wat los aan geld en ontwikkelingen. Denk daarbij onder andere aan de versterking van de financiële positie van pleegouders (hogere vergoeding), de rechtspositie van pleegouders (blokkaderecht, pleegoudervoogdij, instelling pleegouderraden etc.). Allemaal zeer wezenlijk. Maar er zijn nog steeds diverse knelpunten waar pleegouders regelmatig mee worden geconfronteerd. We noemen hier zeven punten:
1. Een kind, het meest kwetsbare op deze aarde, verdient een thuis. Maar dan mogen pleegouders toch ook wel op stevige steun rekenen?! Veranker daarom wettelijk de kennisondersteuning van pleegouders. Denk daarbij aan kennisverwerving en kennisdeling.
2. Er is een te groot verschil tussen professionele ondersteuning van een gezinshuis en het ‘gewone’ pleeggezin. Dit verdient correctie.
3. Pleegouders mogen niet op grond van hun godsdienst of levensovertuiging worden afgewezen. Bij uithuisplaatsing moet ook rekening worden gehouden met geloofsen levensovertuiging.
4. De decentralisatie van de Jeugdzorg is één van de speerpunten van dit kabinet. Vanuit de Tweede Kamer en vanuit de gemeenteraadsfracties is het goed om te kijken of keuzes niet alleen financieel transparanter zijn, maar of deze ook in het belang van het kind zijn. Zorg dat het nieuwe systeem eenduidig is voor alle partijen, daarmee bedoelen we zorgvragers (ouders), hulpverlening en pleegouders.
Dit betekent onder andere dat bureaucratie en systeemverschillen tussen de ene en de andere regio of gemeente vermeden moeten worden.
5. Wanneer een (pleeg)kind naar de peuterspeelzaal gaat, moet door pleegouders een ouderbijdrage worden betaald. Een dergelijke bijdrage wordt niet bepaald op basis van de inkomsten van de ouders, de hoogte van de pleegzorgvergoeding maar op basis van het inkomen van de pleegouders. Wanneer op advies van Jeugd- of pleegzorg het pleegkind meerdere dagdelen naar de peuterspeelzaal gaat, kan zo’n bijdrage ineens fors oplopen. De pleegzorgvergoeding voorziet daarin niet en ouders zijn doorgaans niet in staat of bereid hier zelf een bijdrage aan te verlenen. Er zijn gemeenten die op basis van de hardheidsclausule bereid zijn een aantrekkelijker regeling te treffen. Dit verdient navolging.
6. Een zelfde soort knelpunt doet zich voor bij gemeentelijke heffingen. Er zijn gemeenten die bijvoorbeeld rioolheffingen etc. per persoon doorberekenen. Er zijn pleeggezinnen bekend die een ruim huis en hart hebben die daardoor zo’n 100 tot 150 euro meer aan heffingen betalen dan in de buurgemeente, waar ze een andere systematiek hebben. Door middel van een specifieke beleidsregel zou in die specifieke situatie daar vanaf kunnen worden geweken. Een pleegzorgvergoeding ziet wel op verzorging (eten, kleding, uitjes etc.) maar niet om te voorzien in hogere gemeentelijke- of waterschapsheffingen.12
7. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) geeft advies en onderzoekt (vermoedelijke) situaties van kinder- mishandeling. Het AMK doet aangifte bij de politie als het AMK vermoedt dat een ernstig strafbaar feit is gepleegd en dat onderzoek van de politie noodzakelijk is voor de veiligheid van het kind. Een dergelijke ‘aangifteplicht’ is terecht in de wetgeving opgenomen. Waar politie en justitie in de praktijk tegenaan lopen is dat (hulpverlenende) instanties rondom de ouders vaak een beroep doen hun beroepsgeheim waardoor, in het belang van het kind (?!) het voor politie en justitie erg lastig wordt om een dergelijk vermoeden verder uit te zoeken en tot een procedure te laten komen.
In situaties waarin het redelijke vermoeden bestaat dat er sprake is van (ernstige) kindermishandeling, dient er een wettelijke mogelijkheid te zijn om afstand te doen van het beroepsgeheim.

Noten
1 Peter en Eveline van den Berg zijn sinds begin 2007 pleegouders (crisisopvang, kortdurende opvang). Peter schreef met onder andere W. Visser en drs. P.O.G. Hegeman-Mekking het boek ‘Samen (sterk) voor kinderen. Bijbels licht op pleegzorg’ (uitgeverij De Banier, 2010). Voor vragen of reacties: peter-evelinevandenberg@kliksafe.nl.
2 Uit privacyoverwegingen zijn namen van personen gefingeerd.
3 Factsheet pleegzorg 2010, Pleegzorg Nederland, juni 2011.
4 Zie ook de Factsheets pleegzorg die jaarlijks door Pleegzorg Nederland worden uitgegeven.
5 SGJ Christelijke Jeugdzorg of de William Schrikker Groep.
6 www.pleegzorg.nl.
7 Ongeveer vijf keer zo duur, aldus prof. dr. Jaap E. Doek in een artikel in Mobiel, augustus/september 2001.
8 Artikel 15 Wet op de Jeugdzorg.
9 Vereniging Landelijk Overleg Pleegouderraden (Vereniging LOPOR).
10 Voor een uitgebreidere beschrijving zie hoofdstuk 3 van het boek Samen (sterk) voor kinderen. Bijbels licht op pleegzorg, Utrecht, 2010
11 Voor een uitgebreidere beschrijving zie de hoofdstukken 5 en 6 van het boek Samen (sterk) voor kinderen. Bijbels licht op pleegzorg, Utrecht 2010.
12 Rapport Nationale Ombudsman: Komt een kind bij de buurvrouw. Onderzoek naar de knelpunten en oplossingen in de keten van pleegzorgvergoeding bij netwerkpleegzorg (2010/030, 23 februari 2010).

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2011

Zicht | 84 Pagina's

Stijgende vraag naar pleegzorg: meer overheidssteun nodig

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2011

Zicht | 84 Pagina's

PDF Bekijken