Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kamer moet in de spiegel blijven kijken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kamer moet in de spiegel blijven kijken

11 minuten leestijd

Dat de Tweede Kamer voor het eerst in haar geschiedenis haar eigen functioneren grondig onder de loep heeft genomen, is winst. Met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport is echter nog onvoldoende gedaan. Politieke partijen kunnen een waardevolle bijdrage leveren om een cultuurverandering in de Tweede Kamer te bevorderen.

Zou de politiek, in het bijzonder de Tweede Kamer, meer moeten reflecteren op het eigen functioneren, minder hijgerig moeten opereren, meer de grotere, langetermijn-problemen van onze maatschappij bij de kop moeten pakken, en meer moeten waken over een waardige uitstraling van het parlement?
Op die vraag is een kort, een lang en een middellang antwoord mogelijk.
Het korte antwoord is: ja! Het lange antwoord zou een proefschrift vergen.

Parlementaire zelfreflectie
Resteert het middellange antwoord. Dat antwoord kan niet anders dan zijn vertrekpunt nemen in de uitputtende gedachtewisseling die hierover in het voorjaar van 2009, geïnitieerd en gecoördineerd door de Tweede Kamer zelf, heeft plaatsgevonden. Inderdaad, ik doel op de zogeheten ‘parlementaire zelfreflectie’. Dat was een dermate grondig proces, dat het niet gemakkelijk is na deze exercitie nog geheel nieuwe gezichtspunten te ontdekken.
Laten we even het geheugen opfrissen. Op 5 juli 2007 aanvaardde de Tweede Kamer een motie ingediend door CDA-Kamerlid Schinkelshoek (nota bene: oud-redactielid van dit tijdschrift), waarin de Kamer vaststelde dat de reputatie en de werkwijze van het parlement al lange tijd ter discussie stonden, en dat het parlement op alle kritiek die op haar werd gespuid eigenlijk zelf eens een goed antwoord zou moeten geven. De motie verzocht daarom het Presidium van de Kamer een speciale commissie in te stellen die moest zorgen voor ‘parlementaire zelfreflectie’. En aldus geschiedde.
De problematiek waar de commissie of stuurgroep zich over moest buigen, is niet moeilijk onder woorden te brengen. Het zijn zaken die aan de borreltafel vaak besproken worden en die bovendien bij herhaling terugkeren in door deskundigen geschreven opiniestukken in kranten en andere media. De Tweede Kamer praat veel, maar doet weinig. De Tweede Kamer holt meer achter de feiten aan (spoeddebat na spoeddebat) dan dat zij op ontwikkelingen vooruit loopt. De Tweede Kamer houdt zich meer met details bezig dan met hoofdlijnen, meer met beuzelingen dan met echte problemen. De Tweede Kamer loopt aan de leiband van de media en van het kabinet, en verliest door gekibbel en gehakketak veel gezag.

Rapport ‘vertrouwen en zelfvertrouwen’
Krap twee jaar later, in mei 2009, presenteerde de commissie haar rapport, getiteld ‘Vertrouwen en zelfvertrouwen’. Van dat rapport kan veel gezegd worden, maar níet dat de commissieleden niet hun best hebben gedaan. Alleen al het feit dat zij er twee jaar aan hebben gespendeerd, zegt veel. De stuurgroep sprak met politici, oud-politici, burgers, politicologen en journalisten. Zij maakte vergelijkingen met het buitenland, worstelde zich heen door vele eerdere rapporten en publicaties, en bekeek de zaak vanuit tal van invalshoeken.
Kortom, deze breed samengestelde commissie (alleen de PVV zat er niet in), voorgezeten door toenmalig Kamervoorzitter Verbeet, maakte zich er bepaald niet met een Jantje van Leiden vanaf. Veel grondiger had de aanpak niet kunnen zijn. Die vaststelling betekent meteen dat de voorstellen van deze stuurgroep al bij voorbaat beschouwd konden worden als het in politieke zin maximaal haalbare wat betreft verbetering van de werkwijze van de Kamer. En dat als deze stuurgroep zou falen om iets wezenlijks en hanteerbaars op tafel te leggen, de handdoek maar beter in de ring gegooid kon worden.
Hééft dit alles nu wat opgeleverd? Bij het beantwoorden van die vraag moeten we twee fasen onderscheiden. In de eerste plaats: stelde het rapport zelf wat voor? In de tweede plaats: wat is er feitelijk met het rapport gedaan?

Aanbevelingen
Wat het eerste betreft, van de aanbevelingen van de stuurgroep viel destijds niemand van zijn stoel. De Kamer zou selectiever om moeten gaan met spoeddebatten, zou een beter eigen onderzoeksinstrumentarium moeten ontwikkelen en zou nieuwe Kamerleden beter moeten coachen. Het waren aanbevelingen die in het verleden al veel vaker waren geuit.
Aan de andere kant: wie beseft dat deze aanbevelingen dit keer vanuit de Kamer zelf kwamen en niet vanuit een of andere externe instantie, én dat zij het resultaat waren van soms moeizaam bereikte compromissen tussen de diverse fracties, kan er toch niet denigrerend over doen. De aanbevelingen mochten dan op het eerste gezicht niet spectaculair lijken, als ze integraal uitgevoerd zouden worden, zou dit wel degelijk een flinke verbetering van de werkwijze van de Kamer opleveren. Laten we de vijf punten van de stuurgroep eens één voor één nalopen.

Uitvoeringstoets
1. De Tweede Kamer moet er bij wetgeving en beleidsplannen voor zorgen dat er van tevoren een uitvoeringstoets ligt: kan deze wet of dit beleidsplan in de samenleving inderdaad vormgegeven worden? Ook zouden achteraf vaker uitvoeringsonderzoeken gehouden moeten worden: hoe is deze wet, hoe zijn deze regels in de maatschappij geland? Is bereikt wat de wetgever beoogde?
Met het eerste is, in mijn waarneming, amper iets gebeurd. Ook van het tweede zijn nauwelijks voorbeelden te noemen. Het toetsen van de uitvoerbaarheid van wetten blijft tot nu toe een taak die vooral de Eerste Kamer tot zijn verantwoordelijkheid rekent. In de Tweede Kamer is het nog onverminderd zo dat de druk van regeer- en coalitieakkoorden het tempo van de politiek bepalen, waardoor kwaliteit en uitvoerbaarheid ondergeschoven kindjes blijven.

Spoeddebatten
2. De Tweede Kamer moet selectiever omgaan met spoeddebatten.
Hier is, helaas, niets van terecht gekomen.
Weliswaar heten zij sinds enige jaren dertigledendebatten, maar de essentie van het probleem is nog altijd hetzelfde. Door een overmatig gebruik van dit instrument is het als wapen van het parlement – net als eerder de schriftelijke vraag en de motie – stomp geworden. Dertigledendebatten zouden moeten gaan over urgente, dringende kwesties, maar doordat er veel te vaak om wordt gevraagd is de lijst met onderwerpen zo lang geworden, dat het maanden kan duren voor een onderwerp daadwerkelijk aan bod komt.
Jammer is dat de Kamer de suggestie niet heeft overgenomen om de zogeheten dertigledendebatten alleen mogelijk te maken via een nader te bepalen formule. Een dergelijke formule is bijvoorbeeld dat een ‘spoeddebat’ alleen wordt gehonoreerd als minimaal drie fracties erom vragen, waarbij de som van het aantal vereiste leden gelijk is aan dat van de grootste fractie plus de twee kleinste fracties.
Zo kan voorkomen worden dat een regeringscoalitie elk spoeddebat kan tegenhouden, maar ook dat al te gemakkelijk thema’s op de Kameragenda worden geslingerd.

Toekomstagenda en adviesraden
3. De Tweede Kamer moet problemen in de samenleving meer pro-actief aanpakken, zou met een eigen toekomstagenda moeten komen en meer gebruik moeten maken van de bekende adviesraden.
Met dit advies heeft de Kamer wel degelijk iets gedaan. Zo zijn er studies geweest naar de gevolgen van arbeidsmigratie, naar de jeugdzorg en naar onderhoud en innovatie van het spoor. Dat het onderzoek naar de gevolgen van arbeidsmigratie (een tijdelijke Kamercommissie onder leiding van CDA- Kamerlid Koopmans rapporteerde hierover in 2011) nuttig was, blijkt momenteel uit de voortdurende kritische vragen over de komst van Poolse, Roemeense en Bulgaarse arbeiders.
Als het gaat om het meer actief kennis verzamelen, mag ook genoemd worden dat de Kamer de laatste jaren een oud instrument, de ‘hoorzitting’, nieuw leven ingeblazen lijkt te hebben. Zo heeft zij in een bankenkwestie bankiers naar het Binnenhof laten komen, die zij ook werkelijk scherp en doelgericht heeft ondervraagd.

Omloopsnelheid
4. De ‘omloopsnelheid’ van Kamerleden zou omlaag moeten. Als volksvertegenwoordigers langer in het parlement zitten, wordt het institutionele geheugen groter en de fixatie op incidenten waarschijnlijk kleiner. Verder zouden nieuwe Kamerleden beter gecoacht moeten worden door routiniers.
Met deze aanbeveling is iets, maar niet veel gedaan. Voor een deel ís de omloopsnelheid van Kamerleden ook niet te beïnvloeden, omdat de grote electorale verschuivingen van de laatste jaren automatisch tot grote wijzigingen in de samenstelling van de Kamer leiden.
Wat partijen wél kunnen, doen ze lang niet altijd. Zo vernieuwde het CDA, ondanks de aanbeveling van de stuurgroep ‘parlementaire zelfreflectie’, bij de Kamerverkiezingen van 2012 wel degelijk ingrijpend zijn kieslijst. Van de dertien CDA-Kamerleden zijn er zes, dus bijna de helft, nieuw. Van het goed coachen van nieuwe Kamerleden maken sommige fracties wel degelijk werk.

Regeerakkoorden en horen kandidaten
5. Coalities zouden zich minder moeten binden aan regeerakkoorden. De Tweede Kamer zou kandidaatsbewindslieden, voor zij beëdigd worden, eerst moeten horen.
Hier is weinig tot niets van terecht gekomen.
Een regeerakkoord van een minderheidskabinet is weliswaar minder absoluut en knellend, aangezien er in die situatie voor gedoogpartners altijd ruimte moet zijn om wijzigingen aan te brengen, maar daar staat tegenover dat door de talloze deelakkoorden die in ‘achterkamertjes’ worden gesloten de politiek bepaald niet transparanter is geworden. Het voorstel van het horen van kandidaatsbewindslieden was op het moment dat ‘Vertrouwen en zelfvertrouwen’ uitkwam, al omstreden. Sommige leden van de stuurgroep zagen daar eigenlijk weinig in. De meest vergaande variant hiervan, namelijk dat de Kamer zijn fiat zou moeten geven aan elke kandidaatsbewindspersoon, ondermijnde volgens hen het ideaal van het dualisme. Hoe dit ook zij, het voorstel is bij de laatste formatie in het geheel niet in praktijk gebracht.

Balans
De balans valt dus niet mee! In feite is van alle aanbevelingen, die op zichzelf al een compromis vormden tussen wat de diverse partijen in de Kamer wel en niet wilden, minder dan de helft uitgevoerd.
Is daarom de hele operatie voor niets geweest? Zo zou ik het niet willen zeggen. Dat de Tweede Kamer voor het eerst in haar geschiedenis haar eigen functioneren grondig onder de loep heeft genomen, is op zichzelf al winst. Ook valt het een vooruitgang te noemen dat het presidium van de Kamer tegenwoordig jaarlijks een soort staat van de parlementaire democratie uitbrengt, waarin zij rapporteert hoe op het punt van werkwijze en aanzien van het parlement de vlag erbij hangt.
Wel moet na de parlementaire zelfreflectie de conclusie luiden dat verbetering van de eigen werkwijze van de Kamer blijkbaar een uitermate taai proces is, dat al gauw stuit op politieke tegenstellingen. Een enorme hindernis om verder te komen, is dat bij de traditionele middenpartijen nog wel enigszins het besef leeft dat de Kamer als geheel een bepaalde stand heeft op te houden en dat afzonderlijke partijen voor dat hoge doel bij tijd en wijle over hun eigen schaduw heen moeten springen, maar dat dit besef bij populistische partijen als PVV en SP totaal ontbreekt. Zij kijken anders aan tegen de Kamer als instituut, en zien die vooral als een podium om zelf maximaal in de schijnwerpers te komen.
Dat maakt het terugdringen van het aantal spoed- of dertigledendebatten of het op een hoger plan brengen van het taalgebruik van Kamerleden moeilijk, zo niet onmogelijk.

Kansen
Maar laten partijen die het probleem wél inzien, het hoofd niet in de schoot leggen. Laten zij vooral blijven vechten tegen veroppervlakkiging, tegen pietepeuterigheid en tegen verplatting. Laten zij, ook of juist na de parlementaire zelfreflectie, alert blijven op kansen om de werkwijze en het aanzien van de Kamer te verbeteren. Wellicht dat, bijvoorbeeld op het terrein van de spoeddebatten, de wal toch een keer het schip gaat keren…
Ten slotte nog twee punten om niet al te zeer in mineur te eindigen. In de eerste plaats moeten we bij alle beschouwingen over de hijgerige incidentenpolitiek die de Tweede Kamer vaak voert, niet vergeten dat er aan het Binnenhof óók veel noeste wetgevingsarbeid verricht wordt, dat er weliswaar dingen fout gaan, maar dat er ook veel goed gaat. Nederland is, in zijn algemeenheid gesproken, nog altijd een high trust society. Het vertrouwen in de politiek is in ons land relatief hoog, evenals het opkomstpercentage bij Kamerverkiezingen.

In de tweede plaats: mag het veranderen van de cultuur en werkwijze van een groot, samengesteld orgaan als de Tweede Kamer dan uiterst moeilijk zijn, tot troost kan dienen dat het bijsturen van de werkwijze van een partij íets gemakkelijker en overzichtelijker is. Laten partijen bij het opstellen van kandidatenlijsten een betere balans aanbrengen tussen oud en nieuw. Dat is immers – de praktijk wijst het uit – in hun eigen belang?
Laten goedwillende partijen geen of zo min mogelijk spoeddebatten aanvragen. Laten zij bizarre debatten over aangespoelde potvissen soeverein aan zich voorbij laten gaan. Laten zij zich voortdurend afvragen of de energie die zij steken in debatten over incidenten in balans is met de energie die zij steken in debatten over grote, structurele problemen.
Laten zij zich afvragen of zij hun eigen wetenschappelijk instituut wel voldoende serieus nemen en of zij wel steeds consequent handelen volgens hun eigen levensbeschouwelijke uitgangspunten en politieke theorie.
Want ook voor politieke partijen geldt: verbeter de (parlementaire) wereld, begin bij jezelf.

Drs. A. de Jong, hoofd redactie politiek Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2014

Zicht | 96 Pagina's

Kamer moet in de spiegel blijven kijken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2014

Zicht | 96 Pagina's

PDF Bekijken