Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zicht op passend onderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zicht op passend onderwijs

14 minuten leestijd

Sinds 2014 hebben alle scholen te maken met Passend Onderwijs. Het ideaal is dat leerlingen met een beperking zoveel mogelijk in het regulier onderwijs terecht kunnen. Maar wat betekent dit in de praktijk? Welke verantwoordelijkheid hebben lokale politici om scholen hierbij te steunen? In dit artikel proberen we zicht te krijgen op de kansen en bedreigingen van passend onderwijs. Uitgangspunt daarbij is dat werken aan een inclusieve school een opdracht is voor alle scholen.

Op 1 augustus 2014 is de wet Passend Onderwijs van kracht geworden. We zijn nu drie jaar verder en nog steeds is er sprake van zeer gemengde gevoelens bij dit thema. Een fors deel van de leerkrachten is van mening dat het gaat om een bezuinigingsoperatie die leidt tot taakverzwaring, terwijl de werkdruk al hoog te noemen is. Ook verzet een deel van de ouders zich tegen de ontwikkelingen. Zij vrezen dat hun kind niet meer de specialistische ondersteuning zal krijgen die hun kind nu krijgt op de speciale school. Maar er zijn ook ouders die er alles voor over hebben om hun kind op een reguliere school te houden of te krijgen.

BEDOELING WETGEVER

Passend Onderwijs houdt in dat schoolbesturen de wettelijke plicht hebben gekregen om aan alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. De nieuwe wet geldt dus ook voor leerlingen met specifieke zorgbehoeften die extra ondersteuning nodig hebben in het reguliere onderwijs. De invoering van Passend Onderwijs is mede bepaald door internationale ontwikkelin-gen en perspectieven. In de afgelopen dertig jaar is wereldwijd een discussie op gang gekomen over de positie van mensen met een beperking of handicap, zowel in het onderwijs als daarbuiten. Aanvankelijk werd in de jaren tachtig daarvoor het begrip integratie gebruikt. Vanaf de jaren negentig stond echter steeds meer het begrip inclusie centraal1. Deze ontwikkeling kwam tot uiting in internationale verdragen als het Salamanca Statement (Unesco, 1994) en het VN-verdrag over de rechten van mensen met een beperking. (UN, 2006)2. In Nederland bleef de beleidsontwikkeling vooral gericht op integratie, waarbij geprobeerd werd om leerlingen met een beperking of handicap deel uit te laten maken van de reguliere schoolomgeving door hen in te passen in het bestaande systeem3. De wens naar integratie resulteerde in het Weer Samen Naar School-beleid (WSNS) in 1992 en de wet Leerling Gebonden Financiering (‘het rugzakje’) in 20034. In 2005 begon de Nederlandse overheid met het ontwikkelen van Passend Onderwijs als vervolg op WSNS om meer leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften op reguliere scholen onderwijs te kunnen bieden en het zorgstelsel te vereen-voudigen5. Met Passend Onderwijs verandert vooral de manier waarop de zorg vormgegeven wordt6. Om alle leerlingen uit een regio een passende onderwijsplek te bieden en ervoor te zorgen dat er geen leerlingen op wachtlijsten staan en/of thuiszitten, functioneren alle schooltypen voor regulier en speciaal onderwijs in regionale samenwerkingsverbanden. Indien een school geen passende onderwijsplek kan bieden aan een aangemelde leerling, is de school verantwoordelijk om binnen het samenwerkingsverband een andere school (regulier of speciaal) te vinden die wel de juiste ondersteuning kan bieden7. Dit wordt de zorgplicht8 van de reguliere basisschool genoemd. Om Passend Onderwijs te realiseren, moet elk samenwerkingsverband zorgen voor een sluitend ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan is te zien als de optelsom van de schoolondersteuningsprofielen van alle scholen uit het samenwerkingsverband. Scholen geven in hun profiel aan welke zorg zij kunnen bieden. Naast betere samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs, moeten samenwerkingsverbanden ook zorgen voor meer afstemming tussen onderwijs, gemeenten en lokale zorgpartners als het gaat om de zorg voor leerlingen9. De overheid geeft aan de schoolbesturen in elk samenwerkingsverband geld om Passend Onderwijs in hun regio vorm te geven10.


De invoering van Passend Onderwijs is mede bepaald door internationale ontwikkelingen en perspectieven. In de afgelopen dertig jaar is wereldwijd een discussie op gang gekomen over de positie van mensen met een beperking of handicap, zowel in het onderwijs als daarbuiten.


INCLUSIE

We beschreven hierboven de internationale trend om inclusief onderwijs te geven11. De inclusiegedachte staat nu ook in Nederland op de agenda. Schuman12 betoogt zelfs dat de invoering van Passend Onderwijs alleen kan slagen als de overheid en het Nederlandse onderwijsveld een transformatie realiseert van integratiedenken naar inclusiedenken. Om Passend Onderwijs mogelijk te maken is het volgens Schuman essentieel dat onderwijsprofessionals hun mentale modellen veranderen door niet langer te denken vanuit een medisch model wat is gericht op afwijkingen en tekortkomingen. Ze moeten gaan denken vanuit kansen, niet vanuit beperkingen. Als de overheid met Passend Onderwijs uitsluiting door het regulier basisonderwijs van leerlingen met een beperking, handicap of specifieke zorgbehoeften wil voorkomen, zullen zij zich volgens Schuman moeten verbinden aan het sociale model dat uitgaat van inclusieve waarden. Volgens Schuman gaan inclusieve waarden over gelijke rechten, participatie en emancipatie voor alle leerlingen, ongeacht handicap of beperking. Passend Onderwijs zou ervoor moeten zorgen dat scholen barrières in de schoolomgeving en in het onderwijsprogramma slechten om het leren en participeren van alle leerlingen, ongeacht zorgbehoefte, beperking of handicap, mogelijk te maken en om uitsluiting te voorkomen. Recent onderzoek13 ondersteunt de gedachte dat het denken vanuit inclusieve waarden essentieel is voor het slagen van Passend Onderwijs. Op basis van dit onderzoek14 kan gesteld worden dat het onderschrijven van inclusieve waarden van belang is om Passend Onderwijs te bereiken. Scholen die positief staan tegenover Passend Onderwijs en de inclusieve waarden onderschrijven, zullen waarschijnlijk eerder bereid zijn om een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften een passende onderwijsplek te bieden dan scholen die negatief tegenover Passend Onderwijs staan. Interessant detail is dat het christelijk onderwijs positiever staat ten opzichte van passend onderwijs dan andere scholen. Als reden hiervoor wordt genoemd dat de inclusieve waarden van Passend Onderwijs in de christelijke identiteit van de school verankerd liggen. Vanuit hun waarden-gedrevenheid wil de school aan zoveel mogelijk kinderen een passende onderwijsplek kunnen bieden. Hiermee lijkt in dit onderzoek een ver-band15 naar voren te komen tussen de identiteit van scholen en het bereiken van de doelen van Passend Onderwijs. De meningen daarover zijn overigens wel verdeeld, getuige de discussie hierover in het Reformatorisch Dagblad16. Naar onze mening is het werken aan inclusief onderwijs een uitstekend initiatief en een passend ideaal, maar de randvoorwaarden dienen dan wel goed te worden ingevuld. Op die randvoorwaarden zullen we daarom dieper ingaan.

THUISZITTERS

Het streven van de overheid is om het aantal thuiszitters17 terug te dringen. Niet alleen het onderwijs heeft hierin een taak, maar ook Jeugd-hulp (zie hieronder). Sterker nog, het onderwijs kan niet zonder jeugdhulp om het aantal thuis-zitters terug te dringen. Binnen het onderwijs kunnen diverse oorzaken worden aangewezen waarom kinderen niet naar school kunnen komen. Denk bijvoorbeeld aan het ontbreken van de juiste expertise, onvoldoende gespecialiseerd personeel, onvoldoende financiële middelen, te volle groepen etc. De zojuist genoemde oorzaken hebben uiteraard alles met elkaar te maken. De oplossing ligt niet in het ontwerpen van nieuwe regels en wetten. Het gaat erom dat samenwerkingsverbanden, gemeenten en scholen hun verantwoordelijkheid kennen en nemen. In dit verband wordt gesproken over doorzettingsmacht18. Als niemand zijn verantwoordelijk- heid neemt, moet er iemand zijn die een bindend besluit neemt over de plaatsing van een leerling. In de praktijk accepteert een school of instelling dan de plaatsing van een leerling, maar krijgt men daar dan ook extra middelen voor. Van deze extra financiën wordt extra personeel, vaak met specifieke expertise, ingehuurd. Deze expertise wordt vervolgens overdragen op de school of instelling waar de leerling onderwijs ontvangt. Na verloop van tijd is de extra inzet dan niet meer nodig. Deze maatwerk-aanpak voor thuiszitters werkt uiteraard ook uitstekend voor leerlingen met een veel minder zware ondersteuningsvraag. Als scholen en samenwerkingsverbanden hun verantwoordelijkheid nemen en hun ondersteu-ningsmiddelen efficiënt inzetten, zullen de leerkrachten de juiste extra ondersteuning krijgen wanneer ze in een bepaalde casus handelings-verlegen zijn. Als dit proces goed wordt afgestemd, zal de weerstand tegen passend onderwijs wegebben. Het komt echter wel op de invulling van de randvoorwaarden aan. Kernvraag is daarbij: wat heeft de leerkracht nodig om deze leerling, in deze specifieke situatie, passend onderwijs te bieden? In de praktijk blijkt dat ambulante begeleiding van de leerkracht en/of het aanbieden van de juiste scholing uitstekend werkt. De Onderwijsraad wees er recent op dat het versterken van de deskundigheid en het vergroten van de betrokkenheid van de leerkracht prioriteit dient te krijgen19. Het is de verantwoordelijkheid van de schoolleiding om hier-in de juiste keuzes te maken en de verantwoordelijkheid van de overheid om de scholen van voldoende middelen te voorzien20.


Interessant detail is dat het christelijk onderwijs positiever staat ten opzichte van passend onderwijs dan andere scholen. Als reden hiervoor wordt genoemd dat de inclusieve waarden van Passend Onderwijs in de christelijke identiteit van de school verankerd liggen.



In de praktijk blijkt dat ambulante begeleiding van de leerkracht en/of het aanbieden van de juiste scholing uitstekend werkt.


JEUGDHULP: GEMEENTEN AAN ZET

Zoals gezegd kan het aantal thuiszitters niet worden teruggedrongen zonder een effectieve en snelle inzet van jeugdhulp. Daarmee hebben gemeenten een belangrijke rol, als het gaat om het invullen van de randvoorwaarden van passend onderwijs. De jeugdhulp21 is sinds 1 januari 2015 een verantwoordelijkheid van de gemeenten geworden. Dit biedt de mogelijkheid dat gemeenten de noodzakelijke (jeugd)zorg financieren, die op de school wordt verleend. Pas dan kan er sprake zijn van ‘één kind, één gezin, één plan’. Gemeenten bezien de situatie nogal eens vanuit de wijk of vanuit een gezin. Dat lijkt een subtiel verschil, maar het leidt tot een andere aanpak. Dannenberg22 pleit voor een ‘strategie van de gemixte geldstromen’ om ondersteuning in het onderwijs en in de wijk te organiseren. Daarbij moeten de bekostigende partijen niet vanuit wantrouwen (‘betaal ik iets wat de ander eigenlijk moet betalen?’) maar vanuit vertrouwen samenwerking organiseren (‘laten we samen zorgen dat professionals op een logische manier gezinnen en/of leerlingen kunnen ondersteunen!’). Ook inspecties zouden in zware vormen, waarbij zorg leidend is ten opzichte van onderwijs (gesloten jeugdzorg, intramurale jeugd-ggz etc.), moeten zorgen dat niet primair de grens wordt bewaakt van de domeinen, maar bezien wordt of de verbinding op een juiste manier wordt gelegd! Redeneer vanuit het belang van het kind, niet vanuit de bekostigingsgrens van een departement.

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs hebben extra kwetsbaarheden. We zijn als samenleving aan hen verplicht om te zorgen dat ze goed ondersteund worden, waar nodig deskundige hulp krijgen en een omgeving (fysiek/sociaal) geboden krijgen die hen niet overbelast, maar wel erbij houdt, hen een plek helpt te vinden die bij hen past. We hebben nog serieuze knelpunten op te lossen. Er zijn nog steeds belemmerende regelingen, tegenwerkende bekostigingsmechanismes en aansluitproblemen. Maar met inspanning van velen op alle organisatieniveaus moeten we dat wel kunnen oplossen, mits je maar weet wat je uiteindelijk wilt: een inclusieve samenleving! Maar een samenleving maak je niet met een wetswijziging ‘include-rend’. Het is wel zo dat de nieuwe wetgeving zich in de basis hierop richt en veel meer mogelijk maakt dan de rigide, aanbodgestuurde wetten die in 2014 werden afgedankt.

TAAK VOOR GEMEENTEBESTUUR

Op veel scholen worden leerlingen met zware ondersteuningsvragen besproken in het ondersteuningsteam van de school. Het is belangrijk dat de gemeente hierin ook vertegenwoordigd wordt door een schoolmaatschappelijk werker, een schoolverpleegkundige of een jeugdarts. Het is van het grootste belang dat er vervolgens snel geschakeld wordt. Indien er jeugdhulp nodig is om onderwijs op een school mogelijk te maken, dan mag een gemeente niet allerlei eigen onderzoeken gaan doen en een vergadercircuit optuigen. De professionals vanuit de gemeenten moeten de ruimte hebben om, binnen bepaalde kaders, beslissingen te nemen. Het opschalen van een casus naar een ander niveau werkt sterk vertragend en soms zelfs verlammend. De gemeente dient dan haar verantwoordelijkheid te nemen en de benodigde hulp te financieren. Hier schort het nog op veel plaatsen aan. Het zou goed zijn als het College van B&W én de gemeenteraad hier nauwlettend op toezien. Recente ervaringen laten zien dat een goede aanpak leidt tot minder doorverwijzingen naar specialistische hulp en veel minder thuiszitters23.


Gemeenten bezien de situatie nogal eens vanuit de wijk of vanuit een gezin. Dat lijkt een subtiel verschil, maar het leidt tot een andere aanpak. Dannenberg pleit voor een ‘strategie van de gemixte geldstromen’ om ondersteuning in het onderwijs en in de wijk te organiseren.


OPROEP

Laten we samen bouwen aan een samenleving waarin belangrijke functies als onderwijs, zorg en participatie op een natuurlijke manier samenwerken. Zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen uitgedaagd wordt op zijn of haar talenten en dat we een open samenleving zijn die verantwoordelijkheid neemt om dit te realiseren. Dan hebben we geen quotumregeling24 nodig als dwangmiddel. Problemen zijn er om opgelost te worden, niet om een goede visie om zeep te helpen. We mogen niet uit het oog verliezen dat de kwaliteit van een samenleving afgemeten kan worden aan de manier waarop wordt omgegaan met de meest kwetsbare inwoners. Daar mogen we ons zeker zorgen over maken. Maar het betekent ook dat de kwaliteit van de school afgemeten kan worden aan de wijze waarop de meest kwetsbare leerlingen passend onderwijs krijgen binnen de school. Dan is werken aan een inclusieve school een opdracht voor alle scholen. Zeker voor bestuurders die zich geroepen voelen de waarden vanuit Gods Woord tot meerdere erkenning te brengen.


1 Schuman, H. (2007). ‘Passend onderwijs: pas op de plaats of stap vooruit.’ Tijdschrift voor orthopedagogiek, 46, 266-287.

2 Schuman, H. (2013). Passend Onderwijs vanuit een internationaal perspectief. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 52(3-4), 155-171

3 Schuman, H. (2007). a.w.

4 Meijer, W. (2007). Passend Onderwijs voor alle leerlingen in 2011? Help! Kind en Adolescent Praktijk, 6(4), 161-165.

5 Schuman, H. (2013). a.w.

6 Meijer, W. (2007). a.w.

7 Hofstetter, W., Bijlstra, J. (2014). Passend Onderwijs: zijn we er klaar voor? Kind & Adolescent Praktijk, 13(3), 132-139.

8 Voor de definitie van zorgplicht verwijzen we u naar: https://www.passendonderwijs.nl/over-passend-onder-wijs/zorgplicht/

9 Messing, C., & Bouma, G. (2011). Invoering Passend Onderwijs: een complexe en ingrijpende organisatie. Jeugd en Co Kennis, 5(3), 24-34.

10 Meijer, W. (2007). a.w.

11 Op 14 juli 2016 trad het VN-verdrag handicap in Nederland in werking. Naar aanleiding hiervan heeft het College van de Rechten van de Mens 16 punten voor de volwaardige deelname van mensen met een beperking aan de samenleving geformuleerd. Zie: https://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/37020. Voor het onderwijs staat in dit document:

• Onderzoek wat er nodig is om van Passend Onderwijs, inclusief onderwijs te maken. Gebruik General Comment no.4 van het CRPD Comité bij het formuleren van beleid en regelgeving.

• Neem concrete maatregelen om thuiszitters weer het onderwijssysteem in te krijgen.

• Zorg dat de wens van het kind uitgangspunt is bij het te volgen onderwijs en de wijze waarop onderwijs wordt gevolgd. Als een leerling regulier onderwijs wil volgen, mag hij niet naar speciaal onderwijs worden doorverwezen.

• Zorg in docentenopleidingen voor het reguliere onderwijs voor kennis over onderwijs aan leerlingen met beperkingen. In dit advies vraagt het college de staatssecretaris van het ministerie van VWS en het bureau dat de implementatie uitvoert deze en nog 12 andere punten op de agenda te plaatsen en te volgen.

12 Schuman, H. (2013). a.w.

13 Buser, W. (2015). De invloed van inclusieve waarden op de realisatie van Passend Onderwijs in het basisonderwijs. Een onderzoek op drie reguliere scholen naar het verband tussen het onderschrijven van inclusieve waarden en het implementatieklimaat om Passend Onderwijs te realiseren. Universiteit Utrecht.

14 Het gaat om een kwalitatieve beschrijving van drie scholen. Kwantitatief vervolgonderzoek is nodig om de conclusies te valideren.

15 Dit verband wordt nader onderbouwd door prof. dr. A. de Muynck: http://www.berseba.nl/wp-content/uploads/2017/06/ALV-2017-Berseba-Inclusief-onderwijs-Identiteit-De-Muynck.pdf

16 Leeuwen, G.R. van (2017). https://www.rd.nl/opinie/speciaal-onderwijs-uiteindelijk-niet-bevredi-gend-ideaal-1.1393175. De aanleiding van deze discussie is hier na te lezen: http://www.berseba.nl/lectora-le-rede-neely-anne-ronde-en-reactie-gert-leeuwen/

17 Voor de definitie van thuiszitters verwijzen we u naar: http://www.ingrado.nl/kennisdossiers/thuiszitten/thuis-zitters

18 Voor de definitie van doorzettingsmacht verwijzen we u naar: https://www.passendonderwijs.nl/brochures/handreiking-doorzettingsmacht-organiseren/

19 Voor het advies van de Onderwijsraad verwijzen we u naar: https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2016/passend-onderwijs/item7482

20 De bekostiging van het primair onderwijs is op dit moment wel voldoende om aan de wettelijke eisen te voldoen, maar niet voldoende om aan de aanvullende doelstellingen vanuit de politiek, het onderwijsveld en de samenleving tegemoet te komen. Dit blijkt uit recent onderzoek: http://www.seo.nl/pagina/article/een-confron-tatie-tussen-de-eisen-kosten-en-bekostiging-in-het-primair-onderwijs

21 Voor achtergrondinformatie verwijzen we u naar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp

22 Dannenberg, E. (2015). Wat voor samenleving willen we zijn? (Voortgezet) speciaal onderwijs in de vier transities. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 54, 45-50.

23 Voor de aanpak en ervaringen in Almere verwijzen we u naar: https://vng.nl/onderwerpenindex/jeugd/jeugd-hulp/nieuws/almeers-samenwerkingsproject-minder-zwaardere-jeugdhulp

24 Voor de achtergrond van de quotumregeling verwijzen we u naar: https://www.personeelsnet.nl/toolsenextras/bericht/participatiewet-en-quotumregeling/


Gert van Leeuwen MES, Raad van Bestuur van Berséba, Vereniging Reformatorisch Passend Onderwijs voor primair en speciaal onderwijs.

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2017

Zicht | 120 Pagina's

Zicht op passend onderwijs

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2017

Zicht | 120 Pagina's

PDF Bekijken