Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SGP blijft worstelen met theocratie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

SGP blijft worstelen met theocratie

16 minuten leestijd

De SGP is nog lang niet klaar met het vraagstuk van de theocratie, de kwestie van de Godsregering in de politiek. In twee nieuwe studies die gesubsidieerd zijn door het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP, wordt een actueel perspectief op de SGP gegeven. Daarbij worden de grenzen van de gewetensvrijheid en de tolerantie verkend. De vrijheid van godsdienst wordt geaccepteerd, maar nog niet royaal.

De studie van dr. A.A. Kluveld1 wil een bijdrage leveren aan de doordenking van de gewetensvrijheid en het geweten met aandacht voor verwante vrijheden en kwesties. Ook vandaag de dag stelt de SGP zich op het standpunt dat de vrijheid van geweten bescherming behoeft en heeft zij dit artikel opgenomen in de partijbeginselen. De SGP handhaaft niet echter meer de strikte scheiding: wel gewetensvrijheid, geen godsdienstvrijheid, zo stelt Kluveld. De SGP is steeds meer in de richting van de acceptatie van de godsdienstvrijheid opgeschoven. Toch blijft er volgens haar een bepaalde reserve. De partij kan weliswaar niet de bouw van een moskee verhinderen en niet enkel op godsdienstige gronden tegenstemmen, tegelijkertijd mogen raadsleden in een stemverklaring aangeven dat de islam haaks staat op de Bijbel.

De SGP blijft in dit alles moeite hebben met het geweten als norm zoals die met name door de Verlichting is geformuleerd. Daarmee lijkt ze op de Rooms-Katholieke Kerk die pas in 1965 (tijdens het Tweede Vaticaans Concilie) de gods-dienstvrijheid heeft geaccepteerd op basis van het principe van de menselijke waardigheid. Maar dat zal de SGP niet erkennen vanwege haar visie op de zonde. Geweten heeft bij de partij vooral een functie als buffer tegen een almachtige staat. Geweten heeft alles te maken met de verantwoording primair schuldig te zijn aan God.

DS. KERSTEN

Kluveld merkt op dat Kersten als eerste voorman in de SGP het begrip gewetensvrijheid, zoals te vinden in de Reformatie en de belijdenisgeschriften, handen en voeten gaf. Hij koppelde ze aan actuele kwesties, waardoor het begrip niet minder gewichtig maar wel meer hanteerbaar werd. ‘Dat is een prestatie van formaat. Het is hem tot op heden niet nagedaan.’2

Voor Kersten moet de politiek om de consciëntie draaien. Het gaat om het vasthouden aan de beginselen, gebaseerd op de Bijbel. De vrijheid van het geweten gaat samen met het verwerpen van machtspolitiek. Een vrij geweten is een onbelast geweten. Kersten vond dat de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de synodaal-gereformeerde tegenhanger van der SGP, het geweten veel te ruim nam. Het geweten is nooit onfeilbaar en moet getoetst worden aan Gods Woord.

Kersten was getrouw aan de overheid, behalve als deze de wetten van God niet handhaafde of daartegen inging. Dat leidde volgens Kluveld soms tot een vorm van anti-étatisme in die zin dat Kersten geen invloed van de staat toekende op het economische en maatschappelijke leven. Tegelijkertijd kende hij onbegrensde macht toe aan een christelijke overheid als het ging om de het gezag van de Bijbel als het onfeilbare Woord van God in het publieke domein.


De SGP handhaaft niet meer de strikte scheiding: wel gewetensvrijheid, geen godsdienstvrijheid, zo stelt Kluveld. De SGP is steeds meer in de richting van de acceptatie van de godsdienstvrijheid opgeschoven. Toch blijft er volgens haar een bepaalde reserve.


Bij Kersten speelde het verzet tegen de verplichte sociale verzekeringswetten. De eer van God vereiste wel degelijk lijdzaam verzet. Het is volgens Kersten zelfs de plicht van de overheid om in verzet te komen op het moment dat de wet van de overheid in strijd komt met het gebod van God.

KENTERING

Kluveld ziet een kentering bij de recente SGP-studie Gerechtigheid verhoogt het volk (2016). Deze is volgens Kluveld ontstaan vanwege behoefte aan een ‘duidelijke visie ten aanzien van de vrijheden en beperkingen’ die een democratische rechtsstaat biedt. Er moet niet alleen duidelijkheid gegeven worden aan de politici en achterban van de SGP, maar ook aan personen buiten de kring van deze partij. ‘De SGP gaat met dit laatste verder dan ooit tevoren in haar geschiedenis.’3

Dat neemt niet weg dat juist deze nota ook weer een verdeeldheid bij de achterban heeft gegeven, die er overigens al was. De Landelijke Stichting ter bevordering van de Staatkundig Gereformeerde beginselen, met hun blad In het spoor, heeft in 2012 een heruitgave van het SGP-geschrift De godsdienstvrijheid veroordeeld (1937) op de markt gebracht. Het beroep op godsdienstvrijheid door de SGP (naar aanleiding van het stemmen van de SGP tegen een verbod op de Koran) is volgens voorzitter P.H. op ‘t Hof zodanig onacceptabel dat hij zijn lidmaatschap van de partij heeft opgezegd. Hij kritiseerde recent nog het feit dat de overheid zowel het bijzonder als het openbaar onderwijs financiert. De christelijke scholen bestaan weliswaar dankzij de gelijkberechtiging van beide scholen, maar vanwege het ‘alleenrecht’ van God dient volgens hem de overheid alleen gereformeerde scholen te bekostigen. Al zou een revolutie uitbreken als de overheid dit in praktijk zou brengen, het is toch de plicht van de overheid die kant uit te werken.4

SECULIERE DWANG

Kluveld reageert kritisch op een memorie van toelichting uit 2011 bij de Algemene wet gelijke behandeling met betrekking tot ambtenaren van de burgerlijke stand. Het handhaven van het verbod van discriminatie kan zo nodig zwaarder wegen dan de bescherming van godsdienstige opvattingen. De gewetensbezwaren van ambtenaren worden op deze manier echter gekoppeld aan geweld tegen Joden en het wegpesten van homoseksuelen. Kluveld beseft dat de gewetensvrijheid van de reformatorische achterban, de vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord, inderdaad op het spel staat.


Kluveld beseft dat de gewetensvrijheid van de reformatorische achterban, de vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord, inderdaad op het spel staat.


Kluveld constateert dat in Europa christenen steeds vaker voor de rechter staan. Ze spreekt van ‘de huidige seculiere dwang’. Er is volgens haar een strijd die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten bekend staat als de culture wars, ten diepste een conflict tussen traditionele en conservatieve waarden en progressieve of (seculier-)liberale waarden. Toch wijst zij ook op een grote spanning. Christenen markeren hun identiteit door een andere levenswijze als zondig te zien. Maar deze groep voelt zich juist afgewezen en onrechtvaardig behandeld. Een weigering van christenen op grond van het geweten wordt bovendien als zodanig vaak niet herkend. Christenen voelen zich daarom in de hoek gedreven.

De European Humanist Federation (EHF) juicht het toe dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) het godsdienstig geweten geen grond acht voor een weigering door een ambtenaar om mensen van gelijke geslacht in de echt te verbinden. De EHF heeft gelijk volgens Kluveld dat er sprake is van een slachtof-fervertoog, zij het dan dit voor alle betrokkenen geldt en niet alleen voor de aangeklaagde christenen. Kluveld concludeert dat er in Nederland en Europa sprake is van toenemend onbegrip voor de drijfveren van christenen. Ook wordt de presentie van religie in de samenleving geproblematiseerd. Dat heeft gevolgen voor de bescherming van de gewetensvrijheid.

WORSTELING MET GODSDIENSTVRIJHEID

Mr. G. Holdijk (1944-2015) heeft eens geconstateerd dat de SGP al jaren met godsdienstvrijheid worstelt. In de praktijk doen SGP-politici een ruimhartig beroep op de vrijheid van godsdienst. Zelfs in processen over het vrouwenstandpunt doen advocaten een pleidooi voor de vrijheid van godsdienst. Dat is volgens Kluveld echter niet onproblematisch. ‘Wie een beroep doet op de vrijheid van godsdienst, of dit nu is om een gebedshuis te kunnen bouwen of om de vrijheid van geweten veilig te stellen, krijgt onvermijdelijk te maken met de eis van we-derkerigheid.’5 Daar wringt zich inderdaad een probleem. Recent stelde John Exalto dat de SGP ook islamitische scholen zou moeten toestaan, omdat de partij immers ook zelf gebruik maakt van de onderwijsvrijheid.6

Er is volgens Kluveld nog steeds een spanning tussen artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) en de politiek-bestuurlijke praktijk in een multiculturele samenleving. De spanning is nu niet opeens uit de theorie gehaald en alleen in de praktijk te vinden. Ze is eerder verschoven. Bestond zij eerst in het begrippenpaar gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid, nu is de spanning te vinden in het begrippenpaar godsdienstvrijheid en godsdienstgelijkheid. Misschien is volgens Kluveld deze spanning nog gecompliceerder. Ging het eerst ‘alleen’ om een interpretatie van artikel 36 NGB, nu gaat het daarbij om een praktische verhouding tot de Grondwet en om communicatie met de wereld buiten de partij. De SGP staat geen ongebreidelde gewetensvrijheid voor, maar het is volgens Kluveld minder duidelijk of, in hoeverre en waarom de gewetensbezwaren van andersdenkenden gehonoreerd zouden moeten worden. Zij stelt dat Kersten nooit een beroep deed op het principe van godsdienstvrijheid. Hij zag dan ook niets in dat soort rechten als een beschermend schild tegen de overheid. Het beschermend schild was voor hem God. Voor hem was alleen het christelijk geweten in het geding. ‘Aan de gewetensvrijheid en bezwaren van niet- of andersgelovigen had hij geen boodschap.’ Een gewetensbezwaar gold alleen wanneer men zich daarvoor beriep op de Bijbel.7


Wie een beroep doet op de vrijheid van godsdienst, of dit nu is om een gebedshuis te kunnen bouwen of om de vrijheid van geweten veilig te stellen, krijgt onvermijdelijk te maken met de eis van wederkerigheid.


Kluveld merkt op dat op basis van de discussie over artikel 36 NGB en het ‘voorlopig zinderende slot ervan’ in de SGP-nota Gerechtigheid verhoogt een volk de SGP door een zekere mate van godsdienstvrijheid te erkennen, ook contouren en betekenis geeft aan de gewetensvrijheid. Er zijn echter geen stelregels geformuleerd en misschien kan dat wel nooit. Het zal volgens haar in de toekomst moeilijk blijven om het nieuwe motto ‘wel godsdienstvrijheid, geen godsdienstgelijkheid’ te blijven uitdragen zonder in dezelfde discussie te raken als met het vorige motto, ‘wel gewetensvrijheid, geen godsdienstvrijheid.’

Kluveld bepleit een inkadering van de SGP-visie in een bredere visie op de samenleving en de maatschappelijke orde. De SGP heeft de gewetensvrijheid bijna uitsluitend behandeld als een zaak tussen overheid en burger. Het is zaak voor de partij om niet alleen naar buiten te kijken en haar imago in de seculiere wereld veilig te stellen, maar ook te kijken naar wat er buiten de directe overheidsregelingen allemaal kan gebeuren tussen burgers onderling. Daartoe kunnen de discussies in de VS als voorbeeld dienen.

TOLERANTIE IN BALANS

Dr. M.J. Kater betoogt in zijn studie Tolerantie in balans8 dat niet het hebben van absolute waar-heden, maar juist het vergaande relativisme in ons land de voedingsbodem vormt voor vormen van tirannie. Zonder een plaats voor waarheid kan er uiteindelijk geen sprake zijn van werkelijke tolerantie. Het is onvermijdelijk dat tolereren een uithoudingsvermogen vraagt dat er alleen kan zijn wanneer men draagkracht kan ontlenen aan de eigen principes. De geschiedenis leert ons dat angst een voedingsbodem is voor intolerantie.


Het accepteren van de tweedeling tussen private en publieke seculiere ruimte leidt onherroepelijk tot het onderdrukken van de een of het negeren van de ander.


Tolerantie betekent verdragen wat je in wezen niet kunt verdragen en dit brengt lijden met zich mee. Je bent zelf ergens diep van overtuigd, én toch verdraag je de ander en zoek je de ander in liefde te winnen voor je standpunt. Dan gebruik je geen ander ‘machtsmiddel’ dan het Evangelie van Jezus Christus, de enige weg tot het heil. Maar exclusiviteit is niet hetzelfde als intolerantie. De Bijbel heeft een absolute waarheidsclaim, maar we kennen ten dele. ‘In alle beslistheid toch bescheiden zijn, is het geheim van een christenleven.’

Kater wijst ook op de opdracht om andersdenkenden duidelijk te maken dat afwijzing van hun standpunten te maken heeft met liefde tot God en tot onze medemensen. Blijkbaar schieten christenen hierin tekort. Bovendien is het niet mogelijk om vanuit het denken over de mens als zondaar een scheidslijn in de samenleving te trekken tussen ‘goede’ en ‘slechte’ mensen.

ONVERSCHILLIGHEID IS GEEN TOLERANTIE

Tolerantie is tegenwoordig een leeg en spanningsloos begrip, soms synoniem met onverschilligheid. Kater stelt dat voor werkelijke tolerantie een duidelijke visie op gerechtigheid onontbeerlijk is. Deze brengt een samenleving tot bloei en geeft de liefde handen en voeten. Een relationeel persoonsbegrip is onontbeerlijk. Het accepteren van de tweedeling tussen private en publieke seculiere ruimte leidt onherroepelijk tot het onderdrukken van de een of het negeren van de ander. Hij bepleit het goed recht voor religieuze argumenten in het publieke domein.

Kater handhaaft de gedachte van theocratie in de zin van God regeert. Met de komst van Christus wordt het heil misschien minder tastbaar dan tijdens Israël als een bijzondere natie, en krijgt het een geestelijker en minder aardse dimensie, maar het wordt daarmee niet vager of onbestemder.

Kater stelt dat het godsbeeld van SGP’ers voortdurend opgescherpt te worden vanuit de Bijbel. ‘Staatkundig gereformeerden kunnen immers alleen tolereren wanneer zij zich voortdurend bekeren van hun eigen –vaak eenzijdige– godsbeelden.’9 Wie zichzelf als zondaar ziet, kent geen mensen meer op wie hij neer kan zien. Tolerantie is ‘kruisvormig’, in navolging van Christus die het tegenspreken van zondaren heeft verdragen en moest ervaren dat men van Zijn liefde niet was gediend. De vraag is of SGP’ers voldoende liefde tot God en hun naaste hebben om tolerant te kúnnen zijn. Mooi dat Kater ook wijst op het positieve karakter van de omgang met andersdenkenden. Het gaat om een uitstraling van een innerlijke vrijheid die heilzaam is voor de naaste. ‘Tolerantie dient daarom vergezeld te gaan van een uitnodigend leven en spreken.’10

We dienen ons verder niet allereerst te bekommeren om de grens van onze identiteit, maar om de kern ervan. ‘Wie zijn identiteit laat bepalen door de kern, hoeft zich minder zorgen te maken om de grenzen.’ Als we ‘niemand’ zijn, kunnen we ook de ander niet verdragen. Iedere identiteit die we aannemen buiten Christus is een sta-in-de-weg voor het beoefenen van tolerantie.

TEGEN GROEPSDENKEN

In een partij als de SGP zijn er volgens hem nogal wat onderlinge verschillen die niet de geloofswaarheden raken, maar wel te maken hebben met zich het al of niet vrij weten van allerlei menselijke inzichten en tradities, voortkomend uit een bepaalde interpretatie van de Schrift. Waar groepsdenken heerst of een streven naar ‘ik ben heiliger dan gij’ of er bij willen horen en meetellen, dan horen we bij het gilde van de toneelspelers. Er blijkt nogal eens een zich vastbijten in de traditie en daarbij verdacht te maken van alles wat zich (anders) ontwikkelt.11 Wanneer christenen zelfverzekerd zijn en al te parmantig overkomen, bewijzen ze het christelijk geloof geen dienst. ‘Liever in het geloof rondlopen met een scheur in je broek en wat rafels aan je kleren, dan leven in een vermomd ongeloof dat verkleed is in de schijnzekerheid van welk keurig kostuum ook.’12

We zijn geroepen om van binnenuit in anderen te verdragen wat eigenlijk niet te verdragen is. Gods verdragen is echter onbegrijpelijk wijder en hoger dan dat van mensen. Het laatste oordeel komt God toe en het is God alleen die mensen werkelijk van binnenuit overtuigt van Zijn gelijk en Zijn heil. De overtuiging van christenen is evenwel dat hoe meer het publieke leven iets van Gods bedoelingen weerspiegelt, des te beter ons vaderland eraan toe is.

VERANDERINGEN IN DE SGP

De SGP kenmerkte zich lange tijd door isolement en gerichtheid op zichzelf. Kluveld constateert aan de hand van de tijdredes in de periode van voor de Tweede Wereldoorlog tot in de jaren zestig dat de SGP geen enkele belangstelling lijkt te hebben voor het gesprek met buitenstaanders om op die manier iets van de diepste drijfveren en overtuigingen over te brengen. ‘In dat opzicht is dus niet alleen de wijze van politiek bedrijven veranderd sinds de beginjaren van de partij, maar ook de manier waarop er tegen de relatie met de buitenwereld wordt aan-gekeken.’13

Tegen deze achtergrond is de positievere houding ten opzichte van de vrijheid van godsdienst te verklaren, al is deze lijn niet bepaald in dank afgenomen door de rechterflank van de SGP.14 De nota Gerechtigheid verhoogt een volk stelt dat het grondrecht van de godsdienstvrijheid belangrijke waarborgen bevat tegen overheidsinmenging in de kerk of te ver reikende overheidsbemoeienis in gezinnen, scholen of verenigingen. De overheid moet zich onthouden van geloofsdwang, tegelijk vindt de SGP dat de overheid kleur bekent en dienares van God wil zijn. De verbinding tussen waarheid en gerechtigheid is in de visie van de SGP essentieel. Dit be tekent dat de SGP niet uitgaat van het principe van de gelijkheid van godsdiensten.


De overheid moet zich onthouden van geloofs-dwang, tegelijk vindt de SGP dat de overheid kleur bekent en dienares van God wil zijn. De verbinding tussen waarheid en gerechtigheid is in de visie van de SGP essentieel.


Het voorgaande maakt wel duidelijk dat de uitwerking van het theocratisch beginsel anno 2017 steeds moeilijker wordt. Dat komt niet alleen door de associatie met het islamitisch fundamentalisme, maar ook omdat de royale erkenning van de vrijheid van godsdienst in SGP-kring uitblijft.

In de traditie van A.A. van Ruler en de door hem geïnspireerde SGP-politici H.G. Abma en G. Holdijk kon men ruimer over de tolerantie denken, zonder tekort te doen aan de radicaliteit van de theocratie. Tegelijkertijd opereert de partij in een stelsel dat gestoeld is op de vrijheid van godsdienst. De interne en externe discussies over de (on)mogelijkheid van een bijbels-theocratische overheidsvisie zullen dan ook niet verstommen. Een eenduidige visie zal echter lastig te formuleren zijn zolang de partij te maken heeft met flanken die nauwelijks met elkaar in gesprek zijn. De problematiek van de godsdienstvrijheid blijft dan zeker onopgelost. Misschien is de SGP wel gedoemd om in die spanning te blijven leven.


1 A.A. Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding. Het relationele geweten ondervraagd; uitgeverij De Banier, Apeldoorn 2017, 279 blz; € 14,95 (binnenkort verschijnt een tweede druk).

2 Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding, p. 82.

3 Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding, p. 108.

4 Reformatorisch Dagblad, 16 mei 2017.

5 Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding, p. 207.

6 Nederlands Dagblad, 8 september 2017.

7 Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding, p. 243.

8 M.J. Kater, Tolerantie in balans. Tussen drang en dwang van individu en collectief; uitgeverij De Banier, Apeldoorn 2017, 186 blz.; € 14,95.

9 Kater, Tolerantie in balans, p. 150.

10 Kater, Tolerantie in balans, p. 153.

11 Kater, Tolerantie in balans, p. 163.

12 Kater, Tolerantie in balans, p. 169.

13 Kluveld, Gewetensvrijheid in het geding, p. 112, 113.

14 A. Verwijs stelt in het blad In het Spoor dat het SGP-hoofdbestuur in zijn publicatie Gerechtigheid verhoogt een volk op een ‘zeer wezenlijk’ punt het Bijbelse spoor heeft verlaten door aan niet-gereformeerden het houden van publieke bijeenkomsten toe te staan. Er is sprake van verminking van artikel 36 en de daaruit voortvloeiende schending van Gods eer door aan alle gezindten publieke godsdienstvrijheid toe te staan, een van de voornaamste redenen om naast de ARP en de CHU de SGP op te richten ‘De eerlijkheid gebiedt dan ook te zeggen dat er nu, bijna 100 jaar later, bestaansrecht is voor een voluit gereformeerde partij naast de SGP’ (In het Spoor, 2016, p. 248).


Dr. Klaas van der Zwaag, redactievoorzitter

Dit artikel werd u aangeboden door: Wetenschappelijk Instituut voor de Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2017

Zicht | 120 Pagina's

SGP blijft worstelen met theocratie

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2017

Zicht | 120 Pagina's

PDF Bekijken