Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Franse Revolutie als wereldhistorische cesuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Franse Revolutie als wereldhistorische cesuur

13 minuten leestijd

De Franse Revolutie was niet zomaar een nationale revolutie. Zij legde volgens Jonathan Israel de basis van het huidige secularisme. Voor hem de triomf van de Radicale Verlichting, voor een christen-historicus echter een gebeurtenis die ingrijpende gevolgen had voor samenleving en cultuur en waarvan we ook de wrange vruchten plukken.

De Brits-Amerikaanse historicus Jonathan Israel (1946) is een bekend publicist over de Verlichting, met name de radicale tak van ervan. Hij duidt dat steevast aan als de Radicale Verlichting (met twee hoofdletters). Hij doelt dan op denkers als Spinoza, Diderot, Helvetius en d’Holbach die hij onderscheidt van gematigden als Locke, Montesquieu, Voltaire, Rousseau en anderen. Deze laatsten konden op hun manier nog de godsdienst waarderen als nuttig voor de samenleving, als sociaal bindmiddel of inspirator voor deugd en burgerlijkheid. Ook hechtten zij nog waarde aan zaken als de onsterfelijke ziel en een hiernamaals.

De radicale verlichters hielden er echter een atheïstische en materialistische (gericht op deze ene zichtbare werkelijkheid) levensbeschouwing op na. Deze verlichters waren volgens Israel met hun subversieve ideeën over staat, overheid, mens en samenleving verantwoordelijk geweest voor een complete ‘nieuwe orde’, een inrichting van de samenleving uitsluitend opgezet vanuit de rede, los van God, religie, kerk en openbaring of welk sacraal gezag dan ook. Hij spreekt van de Verlichting in zijn ‘radicale, seculiere, democratische vorm’, waarvan de vertegenwoordigers de eerste georganiseerde voorvechters van ‘democratische, rechtsstatelijke, seculiere moderniteit’.

Israel ziet de oorzaak van de Franse Revolutie in de werken van de filosofen (steevast aangeduid als de philosophes of als l’esprit philosophique). Een van de hoofdrolspelers was onder meer Camille Desmoulins (1760-1794) die betoogde dat de filosofie de bepalende factor van de Revolutie was. De revolutionair Pierre-Louis Roederer (1754-1835) stelde dat de revolutie ‘al in de hoofden en de gewoonten van de mensen ontstond voordat zij tot wet verheven werd’. Volgens Israel waren de grote revolutionaire beginselen en verordeningen ‘allemaal doortrokken van de taal van de Verlichting en de daarmee verbonden debatten en filosofische categorieën’. Die verordeningen waren: de afschaffing van de aristocratie, gelijkheid voor de wet, democratie, persvrijheid, gelijke rechten voor alle godsdiensten, scheiding van kerk en staat, de Rechten van de Mens (1789), burgerlijke echtscheiding (1792), de afschaffing van de monarchie (1792) en van de slavernij (1794).

CESUUR

Israel ziet de Revolutie duidelijk als een wereldhistorische cesuur. ‘De Revolutie bestreed de geldigheid van ideeën, gewoonten, instituten en wetten uit het verleden volstrekt en totaal’, schrijft hij. Het ging volgens hem in de Revolutie om ‘een resolute verwerping en ontkrachting van alle voorheen geaccepteerde waarden, morele codes, wetten en gewoonten’. De ‘werkelijke’ kwestie was of God een autoriteit is waarop men zich kan beroepen. Volgens Israel was de Franse Revolutie niet primair een nationale gebeurtenis, maar maakte deel uit van ‘een bredere democratische, egalitaristische, libertaristische opleving in heel West-Europa’.

Israel volgt het spoor van de Franse Revolutie minutieus. De Revolutie begon met de omzetting van de Staten-Generaal in de Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) in 1789, die volgens Israel ‘een verbijsterende revolutionaire daad’ was. Zij betekende niet alleen de verwerping van adellijke en kerkelijke privileges, maar ook van de bestaande institutionele structuur van Frankrijk. ‘De soevereiniteit was gedeeltelijk overgedragen aan het volk. De Revolutie was nu echt begonnen.’

De genoemde Desmoulins meende dat de adel de ergste van alle plagen was, de monarchie de slechtste regeringsvorm, monniken nutteloos waren en de godsdienst grondig hervormd moest worden. De Franse Revolutie zoals die sinds 1789 vorm kreeg, betekende een aanval op het gezag van kerk en adel en propageerde de gelijkheid van alle mensen (volgens de beginselen van natuur en rede) en de afschaffing van armoede, tirannie, dwang en slavernij. Democratie, vrijheid, tolerantie en de republikeinse staat behoorden volgens Israel tot de verworvenheden van de Radicale Verlichting. Hij beschrijft uitvoerig de totstandkoming van de verschillende Constituties en de debatten hierover tussen gematigden en radicalen. Wat dat laatste betreft: de Franse Revolutie liep niet bepaald op rozen. De voorstanders van de Verlichting raakten na 1789 al spoedig intern verdeeld over kwesties als sociale hiërarchie, monarchie en godsdienstig geloof.

In 1792 werd het algemeen kiesrecht voor mannen tot grondbeginsel van de Revolutie erkend. Israel: ‘Voor het eerst in de gehele moderne transatlantische wereld werd democratie aangenomen als basis voor politieke legitimiteit, een bijzondere mijlpaal.’ In 1793 volgde de eerste democratische grondwet ter wereld, waarbij mensenrechten, gelijkheid en volkssoevereiniteit de leidende beginselen werden. Zij was volgens Israel de apotheose van de Radicale Verlichting.

Maar hoe was, zo formuleert Israel scherp, te voorkomen dat volkssoevereiniteit en de leer van gelijkheid instrumenten zouden worden van intimidatie, gebruikt om de volkswoede en volksvooroordeel te mobiliseren in dienst van dictatuur en tirannie? De Revolutie had voortdurend te maken met tegenkrachten die de ‘oude orde’ weer wilde handhaven. De Verklaring van de Rechten van de Mens (1789) – hoogtepunt en paradepaardje van de Radicale Verlichting – werd geamendeerd door te verwijzen naar het Opperwezen, een volgens Israel duidelijke concessie aan het Rousseauaanse deïsme. Toch bleef de Constitutie van 1793 volgens hem wel een opmerkelijke prestatie: het was de eerste democratische Constitutie in de wereldgeschiedenis zonder enige verwijzing naar ‘theocratische macht’. De bevolking, waarbij de belangen van elk individu op gelijkwaardige basis een plaats kregen, was de exclusieve basis voor vertegenwoordiging in de nationale wetgevende vergadering.

Israel beschrijft de consolidatie van de Revolutie in het onderwijs, waar ‘universeel seculier onderwijs’ moest komen, gebaseerd op gelijkheid en gelijke kansen. Elke kerkelijke invloed werd geweerd. De rede moest bij het volk ingeprent worden, aldus Condorcet. Terwijl deze filosoof de Verlichting op de troon zette, wilden revolutionaire leiders als Marat en Robespierre echter een alomvattende dictatuur instellen in naam van de gelijkheid. Onderwijs was voor hen niet gericht op kennis en kritische evaluatie, maar bedoeld voor indoctrinatie van de massa en kneding van moraal en gedrag volgens Spartaanse methoden, aldus Israel.

Welnu, dat laatste gebeurde in de periode van de Terreur onder Robespierre (1793-1794), een van de meest bloedige gebeurtenissen tijdens de periode van de Revolutie. De Revolutie verzandde namelijk steeds meer in instabiliteit en chaos. Er heerste algehele malaise en de economische omstandigheden waren slecht. Vijandige machten keerden zich tegen een intern verdeeld Frankrijk. Robespierre greep daarom in 1793 de macht en wilde als de ‘beste vriend’ van het volk Frankrijk redden van de gevaren van de contrarevolutie en het royalisme. Velen duizenden werden vermoord onder de guillotine, alleen al op verdenking te heulen met de voormalige machthebbers van koningshuis en adel. Zonder proces werden vele ‘verraders’ van het volk, de zogeheten contrarevolutionairen, geliquideerd. Israel schetst deze periode vooral als een tijd van algemene repressie, xenofobie en militant populisme.

AFZWERING REVOLUTIE

Terwijl in christelijke kringen deze episode vaak wordt getypeerd in termen van: de revolutie verslindt haar eigen kinderen (zo Groen van Prinsterer), stelt Israel dat Robespierre juist volkomen tegen de Verlichting handelde. Hij spreekt van ‘de omkeer van de waarden van de revolutie’. Dat bewees volgens hem Robespierres afkeer van de intellectuele geschriften van de philosophes, van het verschijnsel tolerantie en persvrijheid. Hij pretendeerde te spreken namens het volk, dat evenals Robespierre een afkeer had van de intellectuele elite. De kernwaarden van de revolutie stonden tegenover een populistische dictatuur. Robespierre was ‘de eerste van de grote moderne populistische dictators’, aldus Israel. De filosofie werd volgens Israel om zeep geholpen. Immers hoe meer filosofie leidinggeeft, hoe minder gewelddadig en hoe vollediger de Revolutie zal zijn. De inzet van de Verlichting was juist om het volk te verlichten door onderwijs en vorming en de basisbegrippen van de ‘nieuwe’ tijd bij te brengen. Onwetendheid en dwaling waren de hoofdredenen waarom elementaire mensenrechten zo lang vertrapt waren. Voortschrijdende kennis, zo stelde Condorcet, uitgaande van de la raison publique, zou de mens uiteindelijk leren wat er nog ontbrak aan de samenleving om die echt goed te maken en zo’n Verlichting zou de ‘wetgever van alle mensen worden’.

Robespierre en vóór hem Marat en Danton, legden de nadruk op de volkssoevereiniteit en de gevoelens van de gewone man en de ‘deugd’. Vrijheid is niet gelegen in intellectuele categorieën maar in het hart. Deze leiders zaten op de lijn van Rousseau, die de algemene wil identificeerde met het volk. Maar het volk werd dom gehouden om het des te beter te manipuleren (het kenmerk van alle populisten) waarmee de eerste moderne democratie in de kiem werd gesmoord, aldus Israel. Er openbaarde zich intolerantie tegenover afwijkende meningen en daarmee werd de grondslag van de dictatuur gelegd. ‘Het uitschakelen van afwijkende meningen was de essentie van de Robespierristische dictatuur’, aldus Israel. Agitatoren bevorderden anarchie om op hun beurt zelf onderdrukking en tirannie te kunnen uitoefenen. Merkwaardig was Robespierres ambivalente houding ten opzichte van kerk en godsdienst. Onder zijn bewind ontlaadde zich een gewelddadige en vandalistische ontkersteningswoede die kerken sloot, religieuze symbolen en rituele objecten verbood. De ontkerstening maakte volgens Israel integraal onderdeel van een nieuwe despotische macht. Tegelijkertijd werd de godsdienst in dienst gesteld van de staat. Robespierre volgde daarin volgens Israel Rousseau die in zijn Contrat Social had aangetoond dat het voor de publieke vrede noodzakelijk is dat het goddelijke een heilig en onschendbaar karakter verleent aan het soevereine gezag. Robespierre zag atheïsme als een kenmerk van de Radicale Verlichting, republikeins en democratisch, van de parti de philosophie. Zowel het atheïsme als la philosophie is aristocratisch, en daarmee haaks staande op het volk, waarover het Opperwezen waakt. Robespierre bestempelde atheïsme en de philosophie als de immoraliteit die verband hield met het samenzweren tegen de Republiek. De philosophes waren de vijanden van de Republiek. Nadat het atheïsme definitief was weggevaagd, zouden alle misdaden en kwalen van de wereld verdwijnen.

Robespierre stichtte in een later stadium zijn ‘Cultus van het Opperwezen’ als tegengif tegen zowel de ontkerstening als het philosophisme. De deugd werd verheven tot het niveau van een staatscultus, een civiele religie, die politiek en religie handig samenvoegde. Het verraderlijke was volgens Israel dat bij Robespierre terreur uitgeoefend werd in naam van de deugd, de ware steunpilaar van de vrijheid. Robespierre kwam uiteindelijk ten val, zijn hoofd viel ook letterlijk onder de guillotine, op 28 juli 1794. ‘Zijn ideologie was gewoon te armzalig en te verwijderd van de revolutionaire kernprincipes’, aldus Israel. Toen Robespierre gevallen was, was er vrijwel geen verzet of protest, zo gehaat was volgens hem deze dictator. De retoriek van de ‘volkswil’ was niets anders dan misleiding geweest, zo realiseerden zij zich als in een traumatische ervaring.

GEEN WEG TERUG

Toch was er in Frankrijk geen weg terug voor de samenleving, noch naar de oude orde noch naar de cultus van het Opperwezen. Frankrijk bewoog zich steeds meer in de richting van ‘secularisatie en democratie’, aldus Israel. In 1794 kwam er een formele scheiding van kerk en staat, juridisch, financieel en ceremonieel. Volgens het decreet van 1795 mocht niemand gehinderd worden bij het praktiseren van zijn geloof. Enkele grotere kerken werden weer opengesteld voor de rooms-katholieke eredienst. Zo kwam er een duidelijke oplossing voor het religieuze conflict en een herstel van de volledige vrijheid van geweten en godsdienstoefeningen. De Revolutie moest gered worden tegenover zowel populisme als royalisme, zo schrijft Israel. In 1795 werd een nieuwe Constitutie uitgevaardigd waarin de constitutionele waarborgen vastgelegd werden, de scheiding der machten, en de invloeden van volkse, directe democratie verminderd. Zij wierp een dam op tegen zowel het radicale Jacobijnse populisme van Robespierre als tegen alle vormen van monarchisme, aristocratie en het in die tijd herlevend religieus gezag.

HERLEVING

Israel spreekt van een herleving van de Radicale Verlichting. Er heerste vanaf begin 1795 een geheel nieuw intellectueel klimaat in Frankrijk, de philosophie herwon haar speciale, geprivilegieerde status. De Revolutie kreeg een ‘doorstart’ in de richting van individuele vrijheid, democratie en vrijheid van denken. Israel beschrijft ook de Algemene Revolutie in de periode van 1795 tot 1800 in Holland en Italië. De veerkracht van de Revolutie vormde steeds meer een toenemende bedreiging van de gevestigde orde.

Toch spreekt Israel in zijn laatste hoofdstuk van de ‘mislukte’ revolutie in de periode van 1797 tot 1799, toen de Napoleon de macht greep en er een definitief eindpunt van de Revolutie viel aan te wijzen in de Constitutie van 1799. Deze verwijderde in de preambule de Verklaring van de Rechten van de Mens, en schortte de persvrijheid en de individuele vrijheid op, de democratie en het primaat van de wetgevende vergadering.

De Revolutie was ten einde gekomen, maar toch, zo voegt Israel eraan toe, was er in cruciaal opzicht geen einde aan gekomen. De Franse Revolutie verschilde immers kwalitatief van alle eerdere bekende revoluties en blijft voor Israel van fundamentelere betekenis dan alle latere revoluties tot nu toe, inclusief de Russische Revolutie. De reden daarvan was de bijzondere relatie tussen de Revolutie en de Verlichting en in het bijzonder de republikeinse, democratische en seculiere radicale vleugel ervan. De Franse Revolutie stond aan de basis van alle latere revoluties in Europa. Het was de eerste democratische revolutie die het welzijn van de gehele samenleving wilde bevorderen, de economische ongelijkheid wilde bestrijden en het was de eerste poging ‘een seculiere, goed geschoolde, op welzijn gerichte en op mensenrechten gebaseerde moderne samenleving in te richten’.

Israel keert zich in het slothoofdstuk nog eens fel tegen het conservatisme van de Restauratie en de contra-Verlichting die Robespierre en de Terreur als de directe uitkomst en vertegenwoordiging van de Revolutie zagen, het ware gezicht van de Revolutie, niet als de perversie en omkering ervan. Deze visie groeide uit tot een bredere constructie, die de Revolutie en Verlichting tezamen verketterde. Een opvatting die volgens Israel even betreurenswaardig als aanvechtbaar is, en twijfelachtig als een historische interpretatie.

Voor Israel gedijt een samenleving het beste zonder religie. Hij verbindt het democratisch republicanisme met ‘secularisme’, verwerping van religieuze gezag en aanvaarding van de één-substantiefilosofie (dus geen God). Hij waardeert in de radicale philosophes dat zij zich keerden tegen een samenleving die ingericht was volgens het gezag gebaseerd op religie en goddelijke Voorzienigheid.

Israel laat in zijn werk echter nauwelijks de kritiek op de Verlichting zien die vooral de laatste decennia weer de kop opsteekt. Integendeel, hij typeert de stelling dat het Verlichtingsproject mislukt is (en juist een verregaande diversiteit van morele perspectieven laat zien), als een ‘postmodernistische kreet’. Voor hem geldt nog steeds het credo van de Radicale Verlichting dat geloofde in een universele emancipatie en een universele vrede gebaseerd op een systematisch monisme en materialisme, op rede, vrijheid van denken en democratie.

Israels conclusie lees ik met gemengde gevoelens. In onze tijd zien we steeds meer hoe de vrijheid ontaardt in losbandigheid, egoïsme en gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef. En de rede, de motor van de Verlichting, maakt plaats voor andere zingevingsbronnen, om maar niet te spreken van de herleving van religie en andere vormen van spiritualiteit. Een sterk punt bij Israel vind ik zijn accent op de ideële en theoretische oorzaken van de Revolutie. Niet voor niets beschrijft hij een intellectuele geschiedenis van de Franse Revolutie. Ideeën zijn niet neutraal en ook Groen van Prinsterer zag in de nieuwe denkwijze in de filosofie de oorzaak van de Revolutie, voor hem echter de afzwering van God, kerk en religie. Hij heeft daarin helemaal gelijk gehad. Het secularisme is niet te beschouwen als een gezegend gevolg van de Verlichting, maar als een van de wrange vruchten, waarvan we nog steeds de gevolgen van ondervinden.

n.a.v. Jonathan Israel, Revolutionaire ideeën. Een intellectuele geschiedenis van de Franse Revolutie; uitgeverij Van Wijnen, Franeker, 2017; 1006 blz.; € 69,50.

Klaas van der Zwaag, redactievoorzitter

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2018

Zicht | 112 Pagina's

Franse Revolutie als wereldhistorische cesuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2018

Zicht | 112 Pagina's

PDF Bekijken