+ Meer informatie

Minder animo voor woninginrichting

STICHTING AVWW:

3 minuten leestijd

De Stichting algemeen verbond winkelbedrijven woninginrichting beklaagt zich in haar jaarverslag er over dat de mensen in Nederland tegenwoordig naar verhouding minder geld over hebben voor de inrichting van hun woning. In 1973 steeg de omzet weliswaar ten opzichte van het voorgaande jaar met 5 pct, maar doordat de prijsstijging 8 pct bedroeg, deed zich ook in 1973 een daling voor van het volume der verkopen aan woninginrichting.

Naar de mening van het AVWW zal een marketingbeleid nodig zijn, dat meer dan vroeger inspeelt op het stimuleren van creativiteit van de consument bij het bezig zijn met zijn woonsfeer, dit zal nodig zijn voor het behouden en zo mogelijk versterken van de positie van deze branche in het geheel van de consumptieve bestedingen. In het verslag wordt er verder op gewezen dat de stijging van het vrij besteedbaar inkomen van de Nederlandse consument klein is. De stijging van de loonsom der werknemer heeft sedert 1970 ongeveer 45 pct bedragen. Daarvan was niet minder dan tweederde nodig voor compensatie van prijsstijgingen. Van het resterende deel eiste de uitbreiding van de collectieve sector (belasting en sociale verzekering) de helft op. Over de gehele periode 1970 tot  1973 werd daardoor slechts een reëele verbetering van de vrij besteedbare inkomens verkregen van in totaal 7 pct. Bij de besteding daarvan trad echter een verschuiving op, doordat de consumenten de voorkeur gingen geven aan uitgaven in de creatieve en recreatieve sfeer, zoals aankopen van doe-het-zelf-gereedschappen en doehet-zelf-materialen, hobby-artikelen, bestedingen voor verkeer en vervoer, vakanties e.d.

1973                                                                                                    In 1973 trad een vrij .sterke stijging op van de inkoopprijzen woninglnrichtingsartikelen. Meubelen stegen ongeveer 6 pct en tapijt steeg ongeveer 10 pct in prijs. Daar de concurrentie in deze branche groot is' moest een aantal ondernemers het bedrijf wegens onvoldoende opbrengst sluiten. Het verslag vermeldt dat de sluitingen, anders dan in vroegere jaren, niet vrijwel uitsluitend kleine bedrijven omvatten. Geconstateerd wordt verder dat de laatste zeven jaar met name de mogelijkheden van installatie en reparatie van woninginrichtingsartikelen is afgenomen. Op een totaal aantal detailhandelsverenigingen van 6.000 blijken er niet minder dan 1350 afdelingen voor installatie en reparatie wegens te hoge kosten te zijn gesloten. In 1973 werd in de woninginrichtingsbranche een omzet gehaald van naar schatting 3,7 min gulden. Het publiek kocht voor 2,2 min gulden aan meubelen en voor 1,5 min gulden aan woningtextiel inclusief vloerbedekking De omzet in meubelen groeide sterker dan die in de woiüngtextielsector. Er werd nl. voor 100 min gulden meer aan meubelen verkocht dan in het vorig jaar en slechts voor 50 min gulden meer aan woningtextiel. Met name de geldomzet in vloerbedekking vertoonde nagenoeg geen groei. De geldomzet in meubelen en die in bedden vertoonde een groei van 6 a7 pct. In het eerste kwartaal van 1974 is de omzetontwikkeling van de woninginrichters gunstig geweest. De omzet vertoonde een stijging van ongeveer 20 pct ten opzichte van het kwartaal van 1973.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.