+ Meer informatie

"Ze kwamen om ons te doden"

Zuid-Libanese christenen vrezen Hezbollah-strijders

10 minuten leestijd

Bij de 42-jarige Rachel Ben-Dor in Rosh Pina in Galilea stond woensdag de telefoon roodgloeiend. Militairen, politici en burgers belden haar de hele dag om haar te feliciteren en te bedanken. Ze ontvangt journalisten alleen als de kinderen naar school zijn, want ze zijn moe van de politieke acties van hun moeder. Een Amerikaanse verslaggever, een ouwe rot in het vak die de terugtrekking uit Vietnam nog heeft verslagen, blijkt diep onder de indruk. Hij zegt: "Ik heb nog nooit een antioorlogsbeweging gezien die zo succesvol was als deze."

Om drie uur 's nachts op 5 februari 1997, terwijl haar man Ram lekker lag te slapen, dacht Rachel Ben-Dor: "Het is genoeg." Ze vond dat het tijd werd een vraagteken te zetten achter de wijsheid van de heren generaals en politici. De avond ervoor waren twee heli's die op weg waren naar Libanon, naar beneden gestort bij Moshav She'ar Yashuv nadat ze met elkaar in aanraking kwamen. Alle 73 inzittenden van beide Sikorski's vonden de dood.

Ze heeft de hele Libanon-affaire nauwlettend gevolgd, van het begin tot het eind. Haar echtgenoot bevond zich onder de soldaten toen in 1982 de toenmalige minister van Defensie Ariel Sharon het leger Libanon in zond. Tot voor kort diende haar zoon als commando in dat land. "De hele tijd hebben we ons aan de oorlog gestoord", zegt ze. "In het begin dachten we dat het niet zo lang zou duren. Toen de regering in 1985 zei dat er een veiligheidszone in Zuid-Libanon moest worden gecreëerd, dacht ik ook dat het niet anders kon. Iedereen denkt hier altijd dat het leger het wel weet. Als het leger zegt: "Er is geen andere keus", dan neemt iedereen dat voor zoete koek aan."

De avond van 4 februari 1997 was een zwarte avond in de geschiedenis van Israël. Rachel Ben-Dor sprak over de telefoon met diverse kennissen over haar ongenoegen. Een paar weken later zat er bij haar een aantal mensen rondom de tafel. Ze richtten een actiegroep op, die ze de naam Vier Moeders gaven. Ze wilden dat het leger zich zo snel mogelijk terug zou trekken uit Libanon en ze wilden een dialoog met de Arabieren aan de andere kant van de grens. De actiegroep was in de praktijk veel groter dan de vier vrouwen. De activisten hielden elke keer als er een soldaat werd gedood een demonstratie voor het ministerie van Defensie in Tel Aviv, ze spraken met politici en ambassadeurs en ze bewerkten de publieke opinie.

Aanvankelijk was er veel kritiek. Wat weten huisvrouwen nu af van het slagveld en de ingewikkelde politieke processen in het Midden-Oosten? Hoge officieren zeiden dat de vrouwen bezig waren de moraal van de jongens te ondermijnen. Ondertussen kreeg de groep steeds meer steun onder politici en het volk. Bij zijn verkiezingscampagne vorig jaar beloofde Barak zelfs dat hij het leger voor 7 juli zou terugtrekken. Door het ineenstorten van het Zuid-Libanese leger SLA maandag en dinsdag werd dat zes weken eerder een feit.

Veiligheidszone

De regering van Shimon Peres stelde in 1985 de veiligheidszone in om extra bescherming te bieden aan de bewoners in Noord-Israël. Een van de plaatsen die vaak getroffen werden, is de noordelijke stad Kiryat Shmona. Iemand die het allemaal heeft meegemaakt is Pinhas Davidi. Vijftig jaar woont hij nu in de stad. Als de politieauto's door de straten rijden om de mensen te waarschuwen in de schuilkelders te gaan, begeeft zijn gezin zich naar de veiligheidskamer met de extra dikke muren. Ze hebben al verschillende keren meegemaakt dat alle ruiten uit hun huis vlogen. En dat het huis stond te trillen en zoon Baruchel zo bang was dat hij niet meer kon praten.

Tot de Zesdaagse Oorlog van 1967 was de economie niet zo goed ontwikkeld als tegenwoordig, zegt Davidi. Maar er was wel een gevoel van veiligheid, en dat heeft zijn gezin leren waarderen als iets wat belangrijker is dan materiële voorspoed. Na 1967 maakte Davidi mee dat mensen in zijn stad werden gedood. Hij zelf kreeg een hoge bloeddruk van de spanningen. Een van de zonen zei tegen zijn ouders: "Ik hou het hier niet langer uit. Haal ons hier vandaan." Maar het is voor de Davidi's vrijwel onmogelijk om te verhuizen. De prijzen van de huizen in Kiryat Shmona zijn om begrijpelijke redenen veel te laag om er ergens anders in het land een huis voor te kopen.

Ook nadat Israël in 1985 de veiligheidszone in Zuid-Libanon creëerde, bleven de katjoesja's komen. De hoop dat het beter zou worden bleek telkens vergeefs. Nu Israël de veiligheidszone heeft ontruimd en de SLA is gedesintegreerd, heeft Davidi opnieuw "geen goed gevoel." Hij is er enerzijds blij om dat de Israëlische soldaten uit Zuid-Libanon weg zijn, maar anderzijds is hij geschrokken van de televisiebeelden die een paar kilometer verder in Libanon zijn gemaakt. Daaruit bleek dat er onder de mensen een diepe haat bestaat tegen Israël en tegen degenen die met de bezetters hebben samengewerkt.

Alles achtergelaten

"We hebben helemaal niets mee kunnen nemen. Alleen de kinderen." Kamala Boutros staat bij de ingang van de jeugdherberg in Tel Chai met haar zoontje op de arm en haar dochter, die tot haar schouders reikt, aan haar zij. Twaalf jaar lang heeft ze gebruiktgemaakt van de Good Fence-grensovergang bij Metulla om in Israël te werken. Haar man diende twintig jaar in het Zuid-Libanese leger SLA. Daarna werkte hij dagelijks in dit jeugdhotel. Dankzij het harde werken konden ze pas geleden een huis kopen. Maar maandag moesten ze alle bezittingen achterlaten. Zelfs de auto kregen ze niet mee. "Ze zeiden tegen ons: "Laat de auto hier bij de grens maar achter. Die brengen we later wel." Maar toen de opmars van de Hezbollah zo snel ging, zagen Israëlische militairen geen kans meer de voertuigen over de grens te zetten. Net zoals de pantservoertuigen, tanks, en wapens van de SLA, vielen de auto's in de handen van de Hezbollah.

De jeugdherberg is vol Libanezen die in grote angst en paniek zijn gevlucht. Maronitische christenen, sjiieten en druzen. Israëlische verzorgsters laten de kinderen tekeningen maken. De mannen scharen zich bij elkaar. Onder hen ontstaan hevige woordenwisselingen en de zorg valt van hun gezichten af te lezen. Ze vragen zich af hoe het nu verder moet. Niemand heeft een idee wat de komende dagen zullen brengen. Ze zouden graag terug willen keren naar Libanon, maar ze begrijpen dat daar voorlopig geen kans op is. Zij die familieleden hebben in de Verenigde Staten, hopen naar dat land te vertrekken. Hun leider, generaal Antoine Lahad, heeft zijn zaakjes al voor elkaar: hij heeft Israël al verlaten om intrek te nemen bij zijn familie in Parijs.

Ook voor een 18-jarig meisje met halflang blond haar is de toekomst onzeker. "Ik heb alles verloren, ons hart is gebroken", zegt ze. Ze zat in het laatste jaar van de middelbare school en hoopte naar de universiteit te gaan. Haar bruine openen zich wijd als ze zegt: "We waren heel bang dat de Hezbollah ons kwam doden." En ze zegt het nog eens: "Om ons te doden. Ze haten christenen. Ze willen van Libanon een islamitische staat maken." Haar naam mag beslist niet in de krant. Ze wil alleen zeggen dat ze uit Clea komt, de plaats die aan Metulla in Israël grenst.

Alleen haar 73-jarige grootmoeder vluchtte niet mee met de rest van de familie. De 18-jarige Libanese vreest voor de toekomst van haar grootmoeder. Zij en de vrienden die om haar heen zijn komen staan, twijfelen er niet aan dat de achtergebleven christenen een moeilijk lot wacht. De enige hoop die christenen hebben is dat de Libanese regering orde op zaken stelt in Zuid-Libanon en de invloed van moslimfundamentalisten tempert. De soldaten van de SLA die zich over hebben gegeven aan de Hezbollah, hoeven zich volgens hen geen illusies te maken over hun toekomst. Wat zal er met hen gebeuren? Een van de jongens wijst met zijn vinger naar de grond en maakt een trapbeweging.

Vuisten

Bij Metulla staan honderden Hezbollah-aanhangers achter het hek. De vuisten zwaaien in de lucht en in koor schreeuwen ze dank aan Allah, die de overwinning over de Joden heeft gegeven. Sommigen dragen de gele en groene vlaggen mee van de sjiitische partijen Hezbollah en Amal. Anderen heffen voorwerpen op die de Israëliërs en de gevluchte leden van de SLA en hun familieleden hebben achtergelaten. Ook de foto van de nieuwe nationale held, Hezbollah-leider sjeik Hassan Nasralla, is te zien. Hier en daar zijn brandjes gesticht. De Israëlische soldaten houden zich op een afstand. Als er een te dicht in de buurt van het hekwerk komt, heft de menigte een gejoel aan. "We voelen ons zeer gelukkig", roept een vrouw boven het geschreeuw uit. "De Libanezen zullen nu weer als één volk verenigd worden."

Het leger geeft alleen journalisten toestemming het hekwerk te naderen dat beide landen scheidt. Sommige Libanese feestgangers hebben namelijk al stenen en flessen gegooid naar de Israëli's. Anderen zitten met hun vingers aan het hekwerk, zodat het alarm afgaat. Maar toch zijn de regels van het spel vandaag drastisch veranderd. Anders dan begin deze week vliegt het lood uit de geweren niet meer over en weer als de soldaten van Hezbollah en van Israël oog in oog met elkaar staan.

Hekwerkje

Gerrit van den Hoeven is een Nederlandse immigrant in kibboets Misgav Am, de meest noordelijke kibboets in Israël, die pal op de grens met Libanon ligt. Hij zegt heel blij te zijn dat de Israëlische soldaten uit Libanon zijn teruggeroepen. De mensen in Misgav Am zijn sterk, zegt hij. Ze zijn veel gewend. Als de bewoners opdracht krijgen de schuilkelders in te gaan, blijven ze gewoon in hun huizen. De ervaring heeft namelijk geleerd dat de katjoesja's over hun hoofden heen vliegen naar Kiryat Shmona toe.

Toch zijn er mensen die er nu over denken elders te gaan wonen. Twintig jaar geleden vond er een terreuraanval plaats op de kibboets. Palestijnse guerrilla's drongen het kinderverblijf binnen. Drie inwoners van de kibboets vonden de dood: twee volwassenen en een kind. Een van de terroristen raakte zo geïrriteerd van het gehuil van een kind dat hij het met zijn geweer doodsloeg. Twee weken geleden werd een Israëlische soldaat net buiten hun kibboets dodelijk getroffen bij een beschieting.

Misgav Am ligt hoog op een heuvel. Aan de ene kant van het dorp kijken de bewoners over de laagvlakte van Opper-Galilea heen. De andere kant biedt uitzicht over het zuiden van Libanon. Het leger heeft deze week een basis in Zuid-Libanon die vlak bij de kibboets lag, ontmanteld. Bovendien heeft het leger de grens verplaatst in de richting van de kibboets, omdat de regering de grens van 1923 en niet die van 1948 aan wil houden. De ontwikkelingen gingen deze week zo snel dat de nieuwe grensafrastering nog niet klaar is. Het enige wat beide landen van elkaar scheidt is het hekwerkje van de kibboets.

Op de wegen beneden in de diepte rijden de auto's bumper aan bumper. De Libanezen stromen massaal naar het zuiden om de nieuwe situatie met eigen ogen te kunnen zien. De bufferzone die het Israëlische leger en de SLA controleerden, is weg. De kibbutznik die snoep en frisdrank verkoopt voor toeristen bij de uitkijkpost, heeft niets te doen. Laconiek: "Kom over een halfjaar maar terug om te vragen of de terugtrekking goed geweest is of niet."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.