Bekijk het origineel

Armeniërs zijn vooral Armeniër: „'t Is iets wat heel diep in ons zit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Armeniërs zijn vooral Armeniër: „'t Is iets wat heel diep in ons zit"

Christenvolk in ballingschap wacht met heimwee en hoop op betere tijden

11 minuten leestijd

Ze vormen een kleine maar hechte groep, de circa 2500 Armeniërs die in en rondom Oost-Jeruzalem wonen. Sommigen hebben hier hun wortels al eeuwenlang. De Armeniërs waren naar wat wordt aangenomen het eerste volk dat werd gekerstend. Hun koning Tiridates III ging in 301 over tot het christendom. Reeds in de vijfde eeuw vestigden Armeniërs zich in Jeruzalem. Sindsdien hebben er altijd Armeniërs gewoond in deze wat ze beschouwen heilige stad.

Israels Armeniërs hebben samen met onder anderen de Grieks-orthodoxen en de rooms-katholieken rechten op het beheer van de heilige plaatsen. Over het Armeense kwartier van de oude stad van Jeruzalem zegt Kapikian: „We beschouwen het Armeense Jeruzalem als een tweede Armenië voor ons. Een stukje Armenië dat uit Armenië werd genomen en in Jeruzalem werd opgericht". Maar in de andere landen zijn deze Indo-Europeanen „gasten", aldus Kapikian.

Het Armeense volk is al oud. De naam "Armenië" werd al in de zesde eeuw voor Christus gebruikt. De Armeniërs verkeerden dikwijls in een geïsoleerde positie. Ze vervreemdden van de Perzen, omdat ze het christendom aannamen. Ze raakten van Rome geïsoleerd, omdat hun kerk na het Concilie van Chalcedon een andere richting insloeg, en er ontstond een scheiding met het Westen door de ontwikkeling van een eigen alfabet, maar met de kruisvaarders bestonden goede relaties. Een aantal kruisvaarderskoningen koos zelfs een Armeense als vrouw, aldus bisschop Kapikian.

De politieke grenzen van Armenië zijn in de afgelopen eeuwen wisselend geweest onder invloed van oorlogen, invasies of interne schermutselingen. De Armeense bevolking telde in de jaren tachtig van de vorige eeuw onder de Ottomaanse heerschappij 2,5 miljoen zielen.

Nationaal bewustzijn

Er ontstond een groeiend nationaal bewustzijn onder de Armeniërs, wat door de Turkse autoriteiten niet in dank werd afgenomen. In 1876 en 1877 werd de Armeense wijk van Constantinopel in brand gestoken en geplunderd door Turkse soldaten en politiemannen. Bisschop Guregh Kapikian, directeur van de Sint-Tarkmanchatzschool en inspecteur van de status quo en de restauratiewerkzaamheden in het Armeense gedeelte van de Heilige Grafkerk. ZATERDAG 30 APRIL 1988 Rond 1895 vonden er nog meer slachtmgen plaats, waarbij 200.000 Armeniërs omkwamen.

In de Eerste Wereldoorlog schaarden de Armeniërs zich aan de kant van de Russen, toen dezen in strijd gewikkeld waren met de Turken. De Turken deporteerden de Armeniërs in 1915 naar de Syrische woestijn, wat leidde tot een volgende zwarte bladzijde in hun geschiedenis. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Turkije, Henry Morgenthau, schreef: „Toen de Turkse autoriteiten orders gaven tot deportaties, gaven ze niets anders dan een doodsbevel aan een heel ras; ze begrepen dit goed, en in hun gesprekken met mij deden ze geen bijzondere poging dit feit te verbergen".

In een periode van een half Jaar werden meer dan een miljoen Armeniërs vermoord. Als ze niet stierven door de ontberingen, werden ze wel door de Turken op beestachtige wijze afgeslacht. In deze moeilijke jaren vluchtten veel Armeniërs naar elders. Nu zijn er Armeense gemeenschappen in tal van landen. In de Verenigde Staten wonen 600.000 Armeniërs, in Europa zo'n 400.000, waarvan de meesten in Frankrijk. In het Midden-Oosten wonen meer dan een half miljoen Armeniërs. De Armeniërs die nu in Jeruzalem Wonen, stammen of af van degenen die hier al eeuwen wonen of van degenen die hier aan het begin van deze eeuw heen vluchtten.

Nagorno-Karabach

Van 's werelds zes miljoen Armeniërs wonen er 4,5 miljoen in de Sowjet-Unie, van wie 3 miljoen in de Sowjetrepubliek Armenië. Deze republiek werd in 1920 door Armeense communisten in Jerevan uitgeroepen; de twee jaar eerder gestichte onafhankelijke Armeense republiek bleek niet levensvatbaar.

In het kantoor van bisschop Kapikian hangt de kaart die je ook steeds ziet in klaslokalen en clubgebouwen: de kaart van het vroegere Armenië. Hij wijst daar het huidige Sowjet-Armenië op aan. De republiek met haar 30.000 vierkante kilometer vormt slechts een fractie van wat Armenië eens was. Ook het overwegend Armeense Nagorno-Karabach, het gebied dat nu in de Sowjetrepubliek Azerbeidzjan ligt, behoorde vroeger tot Armenië. „Karabach was altijd een deel van ons land", zegt Kapikian. „Geografisch en etnisch was het een deel van onze geschiedenis gedurende vele eeuwen. Stalin, die anti-Armeens was, gaf het aan het Turkse Azerbeidzjan. Maar de bevolking daar is voor 90 procent Armeens".

Hij voegt eraan toe dat de inwoners van Azerbeidzjan de Armeniërs slecht behandelen en hen in hun culturele vrijheid onderdrukken. In februari kwamen er bij rellen in Azerbeidzjan 32 Armeniërs om, volgens de officiële Sowjet-bekendmaking. „Het is een deel van ons moederland", zegt hij met emotie in zijn stem.

Geen assimilatie

In 1983 was deze bisschop van de Armeens-Orthodoxe of Gregoriaanse Kerk zelf nog in Jerevan, de hoofdstad van Sowjet-Armenië. De Armeniërs in Oost-Jeruzalem hebben het Jordaanse paspoort en kunnen er dus heen op vakantie. Er bestaan ook culturele contacten: de gemeenschap ontvangt bij voorbeeld kranten, tijdschriften en boeken. Volgens de bisschop is Sowjet-Armenië „in vergelijking met andere delen van de Sowjet-Unie het meest vrij".

Kapikian is niet bang dat het Armeense volk in ballingschap door assimilatie zal verdwijnen. „We hebben een geschiedenis waar we trots op kunnen zijn. Ons volk heeft een sterke psychologische en geestelijke basis en een rijke cultuur. We hebben een karakteristieke en nationale kerk. Ons moederland is cultureel gezien in vooruitgang. Zolang we onze eigen kerk, taal en cultuur hebben, zijn we gered. Natuurlijk zal er wel wat assimilatie zijn, maar dat gebeurt ook met andere volken".

Dat kan dan wel zo zijn bij deze vrij besloten groep in Jeruzalem, maar geldt dat ook voor de honderdduizenden Armeniërs in de Verenigde Staten? Ook hier ziet hij nauwelijks gevaar voor assimilatie, want ook daar zijn de nationalistische gevoelens sterk. „In Los Angeles bij voorbeeld zie je Armeense inscripties op de winkels. Onze kerk helpt de identiteit te bewaren. Er is ook een nieuwe beweging om Armeense scholen te openen, waar de Armeense taal wordt onderwezen".

Diplomatiek
Armeniërs verschijnen ook in toenemende mate op het diplomatieke toneel van de Verenigde Staten. De bedoeling is niet alleen om de Verenigde Staten te dienen. Turkije immers ontkent de genocide en het land weigert concessies te doen aan dit oude christenvolk. Aangezien Turkije een bondgenoot van de Verenigde Staten is, wordt er niet veel druk op Turkije uitgeoefend. En daar moet een einde aan komen, vinden de Amerikaanse Armeniërs. „We moeten vooruitgang boeken in Amerika, Europa en andere landen, totdat we de mogelijkheid hebben terug te gaan naar ons vaderland. Ons uiteindelijk doel is Armenië", zegt de bisschop.

Maar als in Sowjet-Armenië voldoende culturele en godsdienstige vrijheid bestaat, waarom gaan de Armeniërs dan niet terug?, zo vraag ik George Hintlian, secretaris van de patriarch en curator van het Armeense museum, dat voor een groot deel gewijd is aan de Armeense volkerenmoord. Hij zegt dat na de Tweede Wereldoorlog 100.000 Armeniërs inderdaad repatrieerden. Maar het land is overbevolkt, de Armeniërs in ballingschap hebben vaak goede posities en bovendien beschouwen ze Armenië niet als vrij, daar het grootste gedeelte in Oost-Turkije ligt. Het volk in ballingschap wacht op andere tijden.

Jongelui

Onder de jongelui is de hoop om terug te keren levend, vertelt Hintlian. „De ouden weten dat de ervaringen in Turkije verschrikkelijk waren. Maar.de jonge mensen hebben een droom van terugkeer, een rooskleurige droom", zegt hij glimlachend.

Ook hij zegt dat Turkije de volkerenmoord nog steeds ontkent „als staat en als volk". De genocide wordt in hun literatuur niet vermeld en de historici praten er niet over. Maar hij beschouwt het als een positieve ontwikkeling dat internationale lichamen als de Verenigde Naties, de Wereldraad van Kerken en het Europees Parlement de genocide hebben erkend.

Als Turkije deze wandaad zou erkennen, zou dat volgens hem een „psychologische verandering" onder de Armeniërs ten gevolge hebben. „We hebben het gevoel dat ons een onrechtvaardigheid is aangedaan. Natuurlijk is het een historische waarheid, maar er kan een nieuwe relatie ontstaan tussen de twee volken. Nu is er een soort monoloog. Als zij het erkennen, ontstaat er een dialoog. Door de afwezigheid van de dialoog zal er altijd bitterheid bij ons blijven staan".

Ook de Armeense bevrijdingsbeweging Asala, die de wereld vaak deed opschrikken met terroristische aanslagen op Turkse diplomaten, komt ter sprake. Deze groep wil dat Turkije de genocide op de Armeniërs erkent en dat de Armeense staat in Oost-Turkije opnieuw wordt opgericht, aldus Hitlian. (De Armeense namen eindigen op "ian", wat betekent "zoon van". Dit achtervoegsel wordt geplaatst achter de naam van een plaats, een beroep of de naam van de vader.)

We moeten wel"

Tweehonderd leerlingen in de leeftijd van 4 tot 17 jaar bevolken het oude en eenvoudige gebouw waarin de SintTarkmanchatzschool is gevestigd. Verreweg de meeste kinderen zijn Armeens, maar er zitten ook enkele Ethiopisch-christelijke kinderen op de school, die alleen de lessen volgen die in het Engels worden gegeven. Want als de kinderen op vierjarige leeftijd op school komen, wordt er behalve aan de Armeense moedertaal ook gelijk al aandacht besteed aan het Engels en het Arabisch.

Als demonstratie laat de bisschop een paar zesjarige kinderen vlot Engels en Arabisch lezen. Het Armeens dat ze al kunnen lezen, ligt op een hoger niveau. Vanaf het zevende jaar wordt het Hebreeuws ook nog aan het studiepakket toegevoegd. De leerkrachten ontkennen dat dit een te grote last voor de kinderen is. „We moeten wel", zegt adjunct-directeur Elie Dickranian. „Armeens is onze moedertaal, Engels is een internationale taal en om het Arabisch kun je in het Midden-Oosten niet heen. Na 1967 hebben we ook nog het Hebreeuws ingevoerd".

Plannen

In het kantoor van Kapikian hebben vier meisjes en drie jongens plaatsgenomen die in de hoogste klas van de middelbare school zitten. Wat zijn hun plannen voor het volgend jaar? Zullen ze in de voetsporen van sommige vroegere scholieren treden en ook naar de universiteit van Jerevan in Sowjet-Armenië gaan? Lilian Chavoushian: „We overwegen het allemaal, maar het is moeilijk, omdat je dan van je familieleden en vrienden gescheiden bent". Maar voor een bezoek zouden ze graag naar deze Sowjetrepubliek gaan, want „het is ons huis".

Identiteitsbewust

Een ander meisje zegt dat ze graag op de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem wil studeren. „Dat is de beste universiteit van het Midden-Oosten en die wordt niet steeds gesloten, zoals de Bethlehem-universiteit". De Israëlische autoriteiten hebben deze universiteit op de Westoever weer gesloten vanwege de onlusten.

In het gesprek wordt heel snel duidelijk dat ouders en leerkrachten één opvoedingsdoel in elk geval hebben bereikt: de adolescenten zijn zich sterk bewust van hun Armeense identiteit. Ze zijn geen Palestijn of Israëliër, maar Armeniër. „We zijn neutraal", klinkt het geregeld. Er wordt geen partij gekozen in het Palestijns-Israëlische conflict. Seta Ajemian zegt: „We hebben onze eigen levens en onze eigen problemen. We zijn het niet eens en niet oneens met hen".

Hoewel de Armeense wijk direct grenst aan de Arabische wijken en sommige Armeniërs in de Arabische wijken wonen, zegt ze: „We leven in ons kwartier, we zijn ver weg van de problemen, ze raken ons niet aan". De Arabische scholen zijn al maandenlang gesloten, maar de Armeense school is open. En de kinderen die met het Arabische openbaar vervoer moeten komen, worden bij stakingen met de auto naar school gebracht.

De Israëliërs weten onderscheid te maken tussen de Palestijnen en de Armeniërs, zeggen ze. Niemand heeft enige last van de onrust of van maatregelen die het leger neemt. De gebruikelijke klaagzangen over de Israëliërs, die bij de Palestijnen zo dikwijls zijn te beluisteren, ontbreken hier dan ook ten enenmale. Alleen de winkeliers zijn wel gedwongen hun winkels te sluiten. Als ze die zouden openen, zouden ze de Palestijnen enorm provoceren.

„Er is hoop"

Of er in de toekomst ooit nog weer eens een onafhankelijke Armeense staat zal worden gevormd? Enthousiast roepen ze door elkaar: „Ja, ja, ja!" Een van de meisjes: „Het is een hoop, maar een hoop die ons voortstuwt". , Ze zijn ook niet bang dat hun volk zal assimileren. „Het is iets wat heel diep in , ons zit", zegt een van de meisjes. „Waar je ook heengaat, overal op de wereld zijn Armeniërs en we denken allen aan ons land. En zo zal het altijd blijven. Onze vaders leerden van Armenië te houden. Wij zullen dat onze kinderen leren en zij hun kinderen. Armenië zal voor ons altijd levend blijven". Een jongen voegt er strijdlustig aan toe: „Op een dag zullen we krachtig genoeg zijn en het terugnemen".

Ze vinden overigens wel dat de wereld te weinig van hun zaak afweet. Er struinen nogal wat buitenlanders door de oude stad van Jeruzalem. „Soms horen ze ons spreken en dan vragen ze: Wat is dat? Wat zijn jullie? Als we dan zeggen: We zijn Armeniërs, zeggen ze: Wat is dat? We zullen ons duidelijk moeten manifesteren en laten zien wat we zijn".

Zeven dagen geleden herdacht een oud christenvolk een genocide. Op 24 april 1915 werden de Armeense leiders en intellectuelen gearresteerd en dit vormde het begin van de tweede grote moord op dit volk. Er werd een speciale dienst in de Sint-James gehouden en bij het monument werden kransen gelegd. Vanwege de onrust zag men liever af van de jaarlijkse parade. Seta Ajemian: „Maar iedereen rouwt in zijn hart".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Armeniërs zijn vooral Armeniër: „'t Is iets wat heel diep in ons zit

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken