+ Meer informatie

Een familie onder het kruis: Pierre en Marie Durand

7 minuten leestijd

Aan de Westkant van de Rhône-delta ligt, ingesloten door 13de-eeu"W"se wallen, het stadje Aigues- Mortes. Reeds van verre valt een zware, vooruitgeschoven toren op: de Tour de Constance. Die toren met zijn 6 meter dikke muren heeft nimmer een beleg doorstaan, maar hij is berucht geworden als gevangenis. Onder Lodewijk XIV en XV hebben tal van protestantse vrouwen in de TdC moeten boeten, omdat zij, om met de Provençaalse dichter Bigot (1883) te spreken, God op de eerste plaats en het geweten boven de koning stelden. De bekendste van die vrouwen is Marie Durand, die tijdens een gevangenschap van 38 jaar een passieve strijd heeft gevoerd voor wat Bigot noemt „haar God en de vrijheid".

Marie Durand was geboren in 1715, in het dorpje Le Bouchet de Pranles niet ver van Privas. Er waren 30 jaren verstreken sedert de Herroeping van het Edict van Nantes. Het Franse protestantisme was in een chaotische situatie geraakt. Lekepredikers hadden de plaats ingenomen van de verbannen predikanten. Zij waren vol geloofsijver, maar misten de minimale vorming voor een verantwoorde zielzorg. Bovendien had de felle vervolging geleid tot het optreden van „profeten"; wier overspannen boodschappen verwarring stichtten in de geesten van hun toehoorders.
van hun toehoorders. Toen besloten de leerling-prediker Antoine Court en de lekeprediker Pierre Corteiz een poging te doen tot herstel van de oude kerkelijke organisatie. Daartoe riepen zij in 1715 een „synode" bijeen, uiteraard op een geheime plaats. Het was een moedige, maar ook een gevaarlijke daad: van de 9 aanwezigen zouden er 4 hun leven eindigen op het schavot! De synode van 1715 besloot dat er geregeld heimelijke samenkomsten zouden worden gehouden. De Bijbel moest de enige bron van inspiratie zijn voor de predikers. Dit betekende het einde van het „profetisme". Er zouden gespecialiseerde voorgangers moeten komen en ouderlingen voor de plaatselijke organisatie.
Om een reglementaire status te verkrijgen liet Corteiz zich in Zwitserland bevestigen als predikant, waarna hij de handen oplegde aan Court. Met de in Würtemberg bevestigde Roger - ook hij zou als geloofsmartelaar sterven - was de kern gevormd die moest uitgroeien tot een groep speciaal opgeleide voorgangers. Daarom richtte Court in 1729 te Lausanne een seminarium op, waarvan hijzelf de leiding nam. Tot de Franse Revolutie, die algehele geloofsvrijheid bracht, werden (in een driejarige cursus) een honderdtal predikanten opgeleid. Men noemde ze „candidaten voor het martelaarschap". Inderdaad is er één: op de tien door beulshanden gestorven.

In 1719 moest de leerling-prediker Pierre Durand, broer van Marie, Frankrijk verlaten. De autoriteiten verdachten hem ervan godsdienstige samenkomsten te hebben geleid. Pierre ging een jaar theologie studeren in Zürich. In 1726 werd hij als predikant bevestigd door het eerder genoemde driemanschap. Zijn arbeidsveld was het tegenwoordige departement Ardèche (hoofdplaats Privas), waar 20.000 protestanten in de verstrooing leefden. Als rondtrekkend voorganger preekte dominee Durand voor hen, bediende de sacramenten van doop en avondmaal, zegende hun huwelijk in. Alles natuurlijk heimelijk, want in 1724 waren alle strenge strafbepalingen tegen de protestanten opnieuw afgekondigd.

Daar men Marie Durand ervan verdacht dat zij haar huwelijk had laten inzegenen door haar broer - de staat erkende alleen de ten overstaan van een r.k. geestelijke aangegane verbintenissen - werd de jonge vrouw in 1730 opgesloten in de Tour de Constance. Haar echtgenoot werd gevangengezet in het fort Brescou bij Agde. Zijn schoonvader Etienne Durand zat daar reeds als gijzelaar voor zijn zoon Pierre. Teken van de wonden die de vervolging in het familieleven sloeg: dominee Durand was getrouwd met Anne Rouvier, wier broer om het protestantse geloof tot de galeien was veroordeeld. In 1731 werd Isabeau Sautel, Anne's moeder, ook in de TdC opgesloten.

Om zijn vrouw Anne te vrijwaren voor het lot van zijn vader en zuster, zond dominee Pierre Durand haar eind 1730 naar Zwitserland. Een brief aan Anne getuigt van Pierre's liefde voor zijn vrouw, maar ook van berustiing en Godsvertrouwen: „God herenige ons spoedig. De tijd valt mij lang, maar wij moeten redelijk zijn". Begin 1732 was dominee Durand van plan een poosje naar Zwitserland te gaan. Er was een premie van 4000 francs beloofd voor zijn aanhouding. Door verraad viel hij op een nachtelijke dienstrit in handen van een troep soldaten. Hun gids was de plaatselijke pastoor.
Pierre werd naar Montpellier gebracht. Hij wist van de aanvang af wat hem te wachten stond en, op 22 april 1732, ging hij moedig naar de galg onder het zingen van psalmen. Tijdens zijn gevangenschap van ruim twee maanden en nog tot op de executieplaats, deden r.k. geestelijken vergeefse pogingen de predikant te „bekeren". In zijn rapport aan de eerste minister, kardinaal de Fleury, schreef de intendant - een soort van provinciale regeringscommissaris: „Durand is gestorven, zoals ik voorzien had, zonder enig berouw". En de kardinaal-minister antwoordde: „Dit voorbeeld moest wel gesteld worden". Desondanks verminderden de heimelijke samenkomsten van de Franse protestanten niet. In tegendeel! De dood van de martelaar deed de geloofsijver ontvlammen.

Toen Anne Durand het droeve bericht kreeg dat zij weduwe was geworden, schreef zij: „God had hem mij gegeven, God heeft hem mij ontnomen, maar ik mis hem zo". Dit zinnetje laat ons zien dat de geloofshelden en -heldinnen dezelfde gevoelens kenden als gewone stervelingen. Hun geloofsmoed is er des te opmerkelijker door. Gedurende de 38 jaren van haar opsluiting in de Tour de Constance, heeft Marie Durand gesnakt naar verlossing uit, wat zij noemde, „dit afschuwelijke graf". Nimmer had zij echter haar vrijheid willen herwinnen door geloofsafval. In een steen van haar cel is het woord register gekrast, alternatieve spelling voor „résistez", verzet U! Misschien heeft Marie Durand wel, na de aanval van een bekeerder te hebben afgeslagen, deze oproep tot verweer in de kerkermuur gegrift.
Er zaten gemiddeld 25 vrouwen gevangen in de TdC. Door haar standvastigheid en opleiding was Marie Durand de leidster van haar lotgenoten geworden. Zij las voor uit de Schrift, verzorgde liefdevol ouderen en zieken - ook Isabeau, Anne's moeder, die verbitterd was over het leed dat dominee Durand over haar familie had gebracht. Bovendien schreef zij brieven om het contact met de buitenwereld te onderhouden, en om namens de gevangenen te bedanken voor ontvangen giften, waardoor het verblijf in de TdC iets dragelijker werd. Ook uit ons land kwam geld, dat werd overgemaakt door bemiddeling van kooplieden. Een commissie uit de Waalse Kerkeraad van Amsterdam trad op als centraal steuncomité. Onder de brieven van Marie Durand in de Waalse Bibliotheek (Veluwelaan 19, Amsterdam, tel. 020-423004) is er een uit 1767, waarin zij de „edelmoedige weldoeners en weldoensters zeer nederig" dankt voor de ontvangst van 12 goudstukken (louis d'or).

Haar trouwe correspondent dominee Rabaut, de opvolger van Court als leider van het Franse protestantisme, had niet alleen weldoeners weten te interesseren voor het lot van Marie Durand en haar gezellinnen maar ook, wat misschien belangrijker was, invloedrijke personen die vonden dat nu de tijd gekomen was van tolerantie voor de protestanten. Zo iemand was prins De Beauvau. Er waren reeds verschillende vrouwen vrijgelaten, toen in 1768 de zware deuren van de TdC voor Marie Durand opengingen. Door bemiddeling van Rabaut kreeg zij een jaargeld van 150 francs van de Waalse Gemeente in Amsterdam. De laatste acht jaar van haar leven bracht zij door in het ouderlijk huis in Le Bouchet de Pranles. Het is gerestaureerd en in 1932 ingericht als protestants historisch museum.

Marie Durand is een geestelijke verzetsstrijdster geweest. Rabaut prijst haar „beproefde standvastigheid" in het geloof. De geschiedenis van Pierre en Marie Durand laat ons zien dat de godsdienst- en gewetensvrijheid die wij genieten,duur gekocht is met het lijden van veel martelaren en belijders. Het beste middel om hun nagedachtenis te eren en onze dankbaarheid te tonen, is het navolgen van hun ijver voor de dienst van God en het voortzetten van hun strijd voor de geestelijke vrijheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.