Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eliëzer Kropveld, eerst Jood, dan predikant

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eliëzer Kropveld, eerst Jood, dan predikant

Bij een honderdjarig jubileum: de evangelieverkondiging onder Israel

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

In „De Wekker" van 24 oktober maakte men de lezers er op attent dat het dit jaar honderd jaar geleden is dat de oude Chr. Geref. Kerken besloten tot de evangelieverkondiging onder Israël. Dit was op de Synode van 's-Hertogenbosch. Er werd breed gehandeld over de verplichting en roeping jegens Gods oude volk. Men benoemde een commissie van drie personen. Een van de drie was ds. Eliëzer Kropveld, een Israëliet die in 1840 te Coevorden werd geboren.

Men zag op bovengenoemde synode duidelijk dat men een schuld had tegenover Israël. Vele Joden bevonden zich op onze vaderlandse bodem. De Afgescheiden kerken achtten daarom de tijd gekomen deze mensen het evangelie te verkondigen.
Het Calvinisme in Holland was altijd zeer tolerant geweest ten opzichte van de Joden. Men was de bekende versregel van Revius nog niet vergeten: Het zijn de Joden niet. Heer Jesu die U kruisten. 
De bekering van Da Costa en Capadose hadden diepe indruk gemaakt op vele Afgescheidenen en hoewel er al in 1861 een Nederlandse Vereniging voor Israel werd opgericht, wilde men vanuit eigen kerk zending onder Israël gaan drijven.
Geen geschikter persoon om in de commissie zitting te nemen dan ds. Eliëzer Kropveld die van 1840 tot 1920 heeft geleefd. Hij diende een zevental kerken en schreef nog tijdens zijn leven zijn memoires.

Vijandschap

Ds. Kropveld werd te Coevorden uit Joodse ouders geboren. Vader sterft drie weken later maar moeder voedt haar jongen op voorbeeldige wijze op in de joodse godsdienst. Ze had zeven kinderen te verzorgen en behalve de lessen op de lagere school moesten deze ook nog de aparte lessen in de joodse school bijwonen. 
Met bittere vijandschap was Eliëzer vervuld als het over de Heere Jezus ging. Moest hij die naam op school lezen, dan sloeg hij hem expres over. Bij een overbuurman zag hij eens wat oude schrijvers liggen maar de werken van vader Brakel konden hem toch niet zo bekoren. 
Wel ging hij in een nieuw Testamentje lezen.

Toen hij dertien jaar was ging Eliëzer zich voorbereiden tot het doen van belijdenis en hoefde de joodse school niet langer meer te worden bezocht. Met „potten en pannen" ging hij bij de mensen langs de deur en weldra trekt hij over de grens om in het naburige Emlenkamp zijn geloofsgenoot Dennenboom te helpen in diens winkel. Tevens was hij een beetje werkzaam als huisonderwijzer in de joodse godsdienst.

Met Smid Schievink debatteerde hij nog al eens en trachtte dan aan te tonen dat de Heere Jezus nog komen moest, maar deze eenvoudige, godvrezende man bewees hem uit de Schrift dat de Heilzon reeds was opgegaan. Ondertussen leidde Kropveld een vrolijk leven en de joodse godsdienst raakte wel een beetje op de achtergrond. Oom David Roos, een strenge Jood ergerde zich hier wel aan. Gelukkig dat neef Eliëzer de grote Verzoendag nog hoogachtte om dan alles weer eens te vereffenen. 
Er waren in die dagen vele twijfels in zijn hart. Waarom mocht een Jood het Nieuwe Testament niet lezen? Zijn baas werd ook slager maar dat gaf deze knecht nogal eens moeilijkheden. Een kalf van acht dagen oud mocht pas gegeten worden maar het vlees van een nuchter kalf zag er veel gezonder uit.

Debatten

In die tijd bezocht hij eens een protestantse godsdienstoefening en 'lat viel lang niet tegen. Maar hij kon in die dagen alle kanten uit. Met roomsen en protestanten debatteerde hij. Intussen hield hij echter de wereld ook vast. Van meester Naber kocht hij een Nieuw-Testament. In die tijd 1861, kwam hij in aanraking met boer Jacobs, die hem de vraag stelt of hij wel goed Joods kan blijven. Deze eenvoudige man kon vertellen wat God aan zijn ziel gedaan had en menigmaal bezocht Kropveld hem.

De rust was hem sedert die tijd opgezegd en ds. Moolhuizen de predikant in het Duitse dorp ging zich ook met Eliëzer bemoeien. Bij hem kwam hij nu ook op bezoek. Hij trof in do pastorie drie godvrezende mensen aan. 
Ook de predikantsvrouw en de dienstbode Gezina waren geen vreemdelingen van het werk Gods. Op zondagavond werd er wel gezelschap gehouden en dan was de joodse jongeling ook aanwezig. Hier hoorde hij wat God aan de ziel dezer mensen gedaan had. 
Toen ds. Moolhuizen naar zijn zieletoestand vroeg antwoordde hij dat dit indroevig was. Hij stelde de Zaligmaker gelijk met andere personen en kon maar onmogelijk geloven dat Jezus de beloofde Messias was. Toch moest hij bij het naar huis gaan bekennen, dat deze Afgescheidenen zeer eerlijke en godvruchtige personen waren want goed en kwaad vertelden ze aan hun leraar.
Nu brak er voor Kropveld een bange tijd aan. Zijn zondenkennis nam meer en meer toe, hij kon zich niet meer als een deugdzaam mens zien, hij ging zijn Rechter om genade bidden. Eens vroeg hij aan een naaister of ze ook al bekeerd was en deze antwoordde brutaalweg dat ze dit aan een Jood niet wilde vertellen.
Jesaja 53 werd een veelgelezen hoofdstuk. Als hij de Christus daaruit wegliet kwam hij in grote moeilijkheden. Hij zocht, rondgaande met negotie, het liefst maar kinderen des Heeren op. Ook ging hij wel eens ter kerk bij ds. Moolhuizen.

Hellenbroek

Dit alles verwekte veel vijandschap bil zijn huisgenoten. Toen zijn moeder stierf zag hij duidelijk het zinloze van vele joodse rouwgewoonten. Bij zijn oude patroon weergekeerd sprak hij het dochtertje aan over de noodzaak der bekering. Zijn patroon zou de familie Kropveld in Coevorden wel eens inlichten over deze afgedwaalde. 
Met Pinksteren moest hij maar eens komen voor een gesprek. 
Zijn zuster was nogal minzaam maar een Joodse tante spuwde vuur. 
Waarom ging hij naar de Afgescheiden kerk en waarom studeerde hij in het vraagboekje van Hellenbroek.

Er kwamen talrijke Joden op bezoek en Eliëzer handelde met hen over het diepe verval van de joodse godsdienst. De Joden werden woedend, men zou hem uitstoten uit hun gemeenschap als hij volhardde. Alleen een zekere Jood Frank bleef nog ''.ec minzaam en trachtte aan te tonen dat Jesaja 53 niet op de Messias ziet maar op het volk van Israël. En de nog enigszins wankelende Eliëzer werd overgehaald om weer trouw zijn joodse plichten te vervullen.

Tegenover de vrouw van zijn baas in Emlenkamp verklaarde hij: Ik ben Jood, ik blijf Jood en ik sterf als Jood. Zijn twee Nieuwe Testamentjes wilde hij verbranden. Hij werd er evenwel van weerhouden. 
Ds. Moolhuizen wees hem op het verschrikkelijke van zijn nieuwe keus. Eliëzer was toch ook niet helemaal gerust. Hij leefde wel vrolijk maar de angst der hel en de toestand der verdoemden maakte hem beangst. Er was sprake van zielenood en weer wendde hij zich tot,ds. Moolhuizen. 
Had hij soms de zonde tegen de Heilige Geest bedreven?
Hij ging veel bij de vromen praten on zijn baas merkte wel dat er iets gaande was bij deze weinig werk verzettende knecht. 
In die dagen had hij nog een gesprek in Coevorden met een opperrabbijn maar deze kon hem ook niet meer overtuigen van de waarheid van de joods e godsdienst Bij zijn baas kon hij langer niet meer terecht maar "en weduwe verleende hem onderdak.

Vruchten

Het was Kropveld ondertussen duidelijk geworden dat Jezus Christus de beloofde Messias is en het catechetisch onderwijs van ds. Moolhuizen uit Hellenbroek wierp rijke vruchten af. Het is wel te begrijpen dat Kropveld zich in de synagoge niet meer thuis gevoelde en dat ook zijn joodse baas hem niet bijzonder gunstig gezind was. Zijn familie wenste hem de dood boven het leven. Toen hi: ze weer eens bezocht kreeg hij een paar slagen. Hij kon de Heiland niet langer verloochenen. 
Zijn patroon zette hem voorgoed buiten de deur maar de eerder genoemde weduwe ontving hem zeer gastvrij. Op zekere zondag preekte ds. Moolhuizen over Jes. 56 vers 5: Ik zal hun ook binnen Mijn Huis en binnen Mijne muren een plaats en een naam geven, beter dan die der zonen en der dochteren. Dit gaf Eliëzer velerhande vragen. Bij de Joden paste hij niet meer maar hi? durfde zich ook geen christen te normen.

In de kamer van de weduwe Koops begon hij een klein handeltje maar er was groter verlangen bij hem om de Heere Jezus als zijn Zaligmaker te mogen omhelzen. Hij verhuisde naar Schoonebeek en ds. Schoenmakers werd aldaar zijn geestelijke leidsman. Onder diens prediking kwam Kropveld tot geestelijke verruiming en mocht hij de Heere Jezus als zijn Zaligmaker door het geloof aannemen. 
Het was bij hem: Ik boog me en 'k geloofde en mijn God sprak mij vrij. Nu brak ook de tijd aan voor het afleggen van geloofsbelijdenis, maar niet eerder dan dat hij onder leiding van ds. Schoenmaker het hele vragenboekje van Hellenbroek had mogen leren.

Op vrijdag 7 maart 1862 zou de geloofsbelijdenis plaats hebben en op 12 maart, biddag, de volwassen-doop. Zijn familie schreef hij een brief vermeldende de reden van dit alles. Iemand uit Coevorden beloofde hem 500 gulden te geven als hij de voorgenomen stappen niet deed. Heel even bracht dit Kropveld toch wel in het nauw. Hij kon, zonder gedoopt te zijn God toch wel dienen zo meende hij. Uw geld zij niet u ten verderve, die woorden waren oorzaak dat hij het geldbedrag niet aanvaardde.

Hoe langer hoe meer werd Kropveld Jood af. Het was hem een genoegen zich onder de zuivere bediening des Woords te stellen. Het onderzoek van de kerkenraad viel gunstig uit en met spanning zag Kropveld de dingen tegemoet. Met woord en daad mocht hij zijn Heiland belijden in het midden der Gemeente. 
Ds. Moolhuizen preekte over Filippus en de kamerling. Later speet het Kropveld wel heel erg dat deze preek niet in druk was verschenen.

Predikant

Kropveld ging niet verder met zijn handel. Hij gevoelde lust als predikant opgeleid te worden. Er was al een aanbod geweest om zendeling-leraar onder de Joden te worden doch dit voorstel had hij afgewezen. Maar de begeerte om predikant te worden werd niet uitgeblust. Eerst vertrok hij naar Stadskanaal en was daar bij een boekhandelaar werkzaam. Zevenduizend goede boeken verspreidde hi.i in steden en dorpen. Hij kreeg overal vele vrienden met wie hij zeer goed overweg kon.

Door het lezen van Brakel kreeg hij veel licht inzake inwendige roeping. Zodoende werd ook de weg gebaand tot het predikambt. De lessen op de Theologische school te Kampen waren hem van bijzonder veel nut. In 1870 werd hij beroepbaar gesteld. Geesje Kuipers werd zijn echtgenote en de eerste standplaats van ds. Kropveld werd Veldhausen in Duitsland. 
Kropveld voelde zich bijzonder tot Duitsland aangetrokken. 
In 1874 vertrok hij naar Koudum, later werd het Minnaartsga, Alblasserdam, Driesum, Waddinxveen en Rijswijk, waar hem in 1908 eervol emeritaat werd verleend. In 1920 overleed de uitnemende herder en leraar, te Werkendam werd hij begraven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 november 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Eliëzer Kropveld, eerst Jood, dan predikant

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 november 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's