Bekijk het origineel

Lessen van Lubbers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lessen van Lubbers

3 minuten leestijd

Er is de afgelopen weken veel commotie ontstaan rondom Lubbers, voormalig minister-president van ons land en nu werkzaam bij de Verenigde Naties als hoge commissaris voor de vluchtelingen. Een van zijn vrouwelijke medewerkers diende een klacht tegen hem in. Lubbers zou na afloop van een vergadering in haar billen hebben geknepen.

Nadat dit bericht was uitgelekt, ontkende Lubbers in alle toonaarden en bestempelde hij al het 'gedoe' als tijdverlies. Inmiddels hebben enkele andere medewerksters hem ook beschuldigd van seksuele intimidatie. In allerijl hebben de VN een commissie in het leven geroepen om de waarheid te achterhalen. Ook al loopt de affaire met een sisser af, de reputatie van Lubbers is aanzienlijk, en wellicht zelfs voorgoed, beschadigd. Dit voorval onderstreept hoe kwetsbaar en vatbaar leidinggevenden en bestuurders zijn voor aantijgingen van ongewenst gedrag, maar ook hoe alert zij zelf moeten zijn in hun omgang met medewerkers.

Ongewenste omgangsvormen zijn een veelvoorkomend verschijnsel op het werk. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat in 2 procent van de werkkringen seksuele intimidatie zich geregeld tot vaak voordoet. In 15 procent van de werkkringen doet seksuele intimidatie zich een of enkele malen per jaar voor. Ook andere ongewenste omgangsvormen doen zich geregeld tot vaak voor.

Een goedbedoelde grap kan door medewerkers als kwetsend worden opgevat. Een goedbedoelde knipoog kan door medewerkers worden uitgelegd als ongewenste toenadering. En een goedbedoeld schouderklopje kan door medewerkers als ongewenst lichamelijk contact worden uitgelegd.

Leidinggevenden dienen zeer alert te zijn op hun gedrag. Of men nu leraar, predikant, bestuurder of teamleider is, het is zaak om de schijn te vermijden dat er sprake is van ongewenst gedrag. Dikwijls gaat de regel op dat naarmate de machtsafstand tussen dader en slachtoffer groter is, misstappen de dader niet alleen zwaarder worden aangerekend, maar slachtoffers ook eerder worden geloofd en beschuldigingen, al dan niet terecht, een grotere schade hebben.

In de Lubbers-affaire blijkt het publiek de beschuldigingen van de VN-medewerkster al snel voor waar aan te nemen en gaat de discussie meer over hoe het zo ver heeft kunnen komen en hoe lang Lubbers nog aanblijft. Bovendien is het voor iemand in de positie als Lubbers moeilijk achteraf nog aan te tonen dat er helemaal niets is gebeurd of dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Ook al maken leidinggevenden zich niet zelf schuldig aan ongewenst gedrag, geregeld zijn zij wel debet aan de ontstane situatie. Zij zorgen er dan onvoldoende voor dat er een goed beleid is rond de omgangsvormen op het werk, dat medewerkers ongewenst gedrag aan de orde kunnen stellen, dat signalen van ongewenst gedrag worden opgevangen en dat er snel wordt ingegrepen wanneer het wordt geconstateerd.

Ondanks dat de meeste organisaties in Nederland de afgelopen jaren beleid ontwikkelden en vertrouwenspersonen installeerden waartoe slachtoffers zich kunnen wenden, de huidige situatie op menige werkvloer toont aan dat er nog het nodige te verbeteren valt. Het is de verantwoordelijkheid van leidinggevenden om hierin het initiatief te nemen. Hopelijk krijgt Lubbers deze kans nog.

Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Lessen van Lubbers

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken