Bekijk het origineel

MRuim 30.000 Papoea's vonden de dood onder Indonesisch bewind''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MRuim 30.000 Papoea's vonden de dood onder Indonesisch bewind''

N. Padding vertelt over „Hulp aan Papoea's in nood"

6 minuten leestijd

Amersfoort — „Mogren z^ u een zorgr z^n". Deze vraag ziet men herhaaldel^k stellen In de advertentiekolommen van het RD. De stichting' „Hulp aan Papoea's in nood" smeekt met deze kreet om steun, financiële steun vooraL Want, zo zegt de secretaris van de stichting N. Padding': „de nood is onbeschr^fl^jk groot onder de Papoea's in Irian Jaya (voormalig Nederlands Nieuw Guinea, red.). De Papoea's hebben onze hulp dringend nodig. Ieder uitstel kost meer mensenlevens. Dit is geen kreet die het goed doet, maar de harde werkelijkheid. Het is ontstellend wat daar elke dag gebeurt. Sinds het vertrek van de Nederlanders uit Nieuw Guinea z^n er meer dan 30.000 Papoea's vermoord."

In oktober van dit jaar schreef journalist Henk de Mari van De Telegraaf een drietal artikelen vanuit Irian Jaya. Deze logen er niet om: uitsterven is de toekomst van de Papoea's, vergetelheid him verleden. „Dat is het resultaat van enkele jaren schrikbewind door de Indonesiërs", vertelt Padding. „We horen bijna niets over de gruweldaden die er worden bedreven. Nieuw Guinea is voor de Nederlandse journalisten niet interessant meer, het is politiek dood".

OMMEZWAAI

Nadat de secretaris van de stichting terugkeerde uit zijn tweede vaderland Indonesië — dat was in 1955 — heeft hij zich ingezet voor hulp aan de Indonesische bevolking, die in 1949 zo abrupt onder een totaal ander bestuur werd geplaatst. „Toen wij in Indonesië waren dienden we het volk", verklaart Padding. „Onder de Nederlandse regering had men het niet slecht. Maar dat veranderde snel toen Soekamo zijn rechten op het eilandenrijk liet gelden. In de vijftiger jaren hebben wij de grote ommezwaai zien plaats vinden. De algehele verpaupering. Nederland heeft in Indonesië altijd gestreden tegen de corruptie, o.a. door leningen aan de boeren om deze mensen niet in handen te laten vallen van de Chinese woekeraars. Maar Uijk eens op dit ogenblik. Mevrouw Soeharto wordt niet voor niets mevrouw tien procent genoemd. Wil men iets gedaan krijgen, dan moet er altijd wat toegestopt worden." Volgens Padding lijdt de Indonesische bevolking honger en is de medische zórg tot het nulpunt gereduceerd. „Geen wonder", zo meent hij. „Indonesië heeft in al die jaren geen cent verdiend. Er is alleen geteerd op wat de rijke landen stuurden aan ontwikkelingshulp".

Padding kende de oud-KNIL-militairen uit de periode dat hij als officier deel nam aan de politiële acties. Terug in Nederland vatte hij direct sjrmpathie voor wat toen nog werd genoemd de kwestie Ambon. Omstreeks het midden van de vijftiger jaren werd o.a. door een aantal oud-militairen de stichting „Door de eeuwen trouw" opgericht. Padding werd hiervan direct lid, en gesteund door een aantal groot-industriëlen werd een blad uitgegeven: De stem van Ambon. Jarenlang heeft in Eindhoven een kortegolfzender in contact gestaan met achter gebleven Ambonezen. De eerste tien jaar had „poor de eeuwen trouw" veel macht, zegt Padding. Er werd een eigen bureau opgericht en men trachtte de zaak in de belangstelling te houden, men streed voor een vrij' Ambon.

VOLKSPETITIE

Toen in de zestiger jaren de Papoeakwestie een rol ging spelen, verdeelde „Door de eeuwen trouw" haar aandacht over de Zuid-Molukken en Nieuw Guinea. De afzonderlijke activiteiten voor de Papoea's werden ontplooid in de commissie

Vanuit Nederland gaan de goederen scheep In Ijzeren drums. Op de foto dominee en mevrouw J. Itaar In Ojajapura bij zojuist aangekomen spullen. „West Irian geen kolonie". Dat was in 1967. Het eiland had reeds sinds 1962 een interimbestuur onder Indonesische regering. Eind 1969 zou de zaak van de Papoea's opnieuw in de Verenigde Naties aan de orde komen. De inmiddels functionerende commissie, waarvan Padding secretaris was, haalde in september van het jaar 1969 '155.000 handtekeningen op in Nederland en bood ze aan in een volkspetitie.

Hoewel de Papoea's zelf fel gekant waren tegen een provincie onder Indonesisch bestuur bleek hun zaak in de VN niet haalbaEu*. Terwijl honderden Papoea's demonstreerden voor het VN-gebouw werd ten nadele van de Papoea's beslist. Door middel van een wet naar vrije keus (act of free choice) konden de Papoea's stemmen: of zelfstandig of onder Indonesisch bewind. Het werd het laatste. Maar wel is deze stemming de geschiedenis ingegaan als dö act free of choice (zonder vrije keus).

NICOLAAS JOUWE

Als spreekbuis voor de Papoea-bevolking fungeert de tot Nederlander genationaliseerde Nicolaas Jouwe. Tijdens de debatten in Den Haag en Washington was hij gekoppeld aan oud-minister Luns. Op diens aanraden werd Jouwe ook Nederlander en aan hem heeft hij het te danken dat hij zich op een Nederlands paspoort zo vrij over de wereld kan bewegen. Jouwe is de democratisch gekozen leider van de Papoea's. Toen de moeilijkheden in 1962 begonnen zocht hij zijn heil in Nederland en heeft van hier uit steeds gevochten voor de vrijheid van zijn volk.

Door interne moeilijkheden binnen „Door de eeuwen trouw" — Jouwe wenste een eigen identificatie — vormde het Papoea-trio Jouwe, Sawor en Inggamar in samenwerking met de National liberation council of West Papua de stichting „Hulp aan Papoea's in nood". Padding werd weer secretaris. Hij trad uit „Door de eeuwen trouw", omdat volgens zijn eigen zeggen, de stichting niet effectief genoeg te werk ging en de financiële steun niet altijd op de juiste plaats arriveerde.

„Laten we er geen ruzie over maken", zegt Padding. „De zaak van een miljoen Papoea's staat op het spel. Het volk moet worden bevrijd van de Indonesische dwingelandij." Het hulpprogramma van de stichting „Hulp aan Papoea's in nood" kenmerkt zich door rechtstreekse steun aan een weeshuis in Djajapura (voormalig Hollandia, red.), het in stand houden van een onderwijproject, h»»lp aan vluchtelingen voor scholing en het stichten van eigen bedrijfjes en izendingen van kleding, lektuur en voedsel. ' De stichting stelt waar mogelijk de Papoea-zaak internationaal aan de orde. De ' inkomsten krijgt ze uit giften die reeds in honderden gevallen tot vaste donaties zijn uitgegroeid. De stichting zoekt participanten in de kosten van het werk, waardoor, volgens Padding, een duidelijke betrokkenheid op het wel en het wee van de Papoea's kan terugkeren. „Alle (laatste) hoop is gericht op Nederland. In Jouwe ziet de Papoea nog steeds de grote bevrijder; wel zijn in de binnenlanden de meningen onder de Papoea's verdeeld", aldus Padding. Maar komen de Papoea's dan niet in opstand tegen de Indonesische terreur? „Een enkele keer wel", zo'zegt Padding. „Maar dan zijn er. omniddellijk represailles te verwachten. Je kunt het wel ongeveer vergelijken met het uitmoorden van het dorp Putten. West Irian moest per se een deel van Indonesië worden", ,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

MRuim 30.000 Papoea's vonden de dood onder Indonesisch bewind''

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken