+ Meer informatie

Suhan Lwees

3 minuten leestijd

Suhan Lwees, echtgenote en moeder, hoopt nog steeds dat ze haar man ooit terug zal zien. Sinds februari 2006 wordt hij vermist.

Haar zoon, Raad, weet wel beter. "Vergeet het maar, mama", zegt hij, "papa is dood." Suhans man is een van de vele christenen in Irak die slachtoffer zijn geworden van het geweld dat de Iraakse kerken nog altijd teistert.

Suhans echtgenoot was een eenvoudige marktverkoper in de hoofdstad van Irak, Bagdad. Jarenlang verkocht hij verse salades en frisdrank aan voorbijgangers die snel iets wilden eten tijdens hun lunchpauze. Hiermee wist hij zijn familie te onderhouden. Toen de oorlog uitbrak, stopte hij niet met zijn kraam, ondanks de vele dreigementen die hij van islamitische extremisten kreeg.

Lwees was een evangelisch christen. Uiteindelijk zou hem dit zijn leven kosten. In februari 2006 werden er net voor sluitingstijd twee granaten in zijn kraam gegooid. Twee medewerkers waren op slag dood. Toen Lwees de schade aan zijn kraam kwam bekijken, werd hij ontvoerd. Sindsdien is hij nooit meer gezien en heeft Suhan nooit meer iets gehoord over het lot van haar man.

Suhan trok in bij haar zoon Raad en schoondochter Haniy. Raad werkte samen met twaalf anderen als bewaker voor de evangelische en adventistenkerken in Bagdad. Enkele dagen nadat zijn vader was ontvoerd, werden hij en zijn collega's aangevallen tijdens hun ronde. Slechts drie van de twaalf mannen, onder wie Raad, overleefden de aanval.

Raad, Haniy en Suhan vluchtten naar het noorden van Irak. Hoge levenskosten en het aanhoudende gevaar dwongen hen echter naar Amman, Jordanië, te vluchten. In Amman werkt Raad nu als timmerman. Hij heeft alleen geen papieren en zijn baas vergeet hem daarom maar al te vaak uit te betalen.

Suhan hoopt nog steeds haar man terug te zien. Iemand die ze kende uit Bagdad vertelde haar dat hij een man wist die haar echtgenoot misschien heeft gezien in Mosul. Maar Raad en Haniy willen haar geen valse hoop geven: "Vergeet het mama, papa is dood."

De vervolging van de christelijke gemeenschap in Irak is dit jaar niet afgenomen. In januari gingen negen bommen gelijktijdig af bij een aantal kerken in Mosul, Kirkuk en Bagdad. Volgens berichten vielen er geen slachtoffers ,omdat de meeste christenen het Epifaniefeest vierden en dus thuis waren.

Pater Bashar Warda van het St.-Petersseminarie verklaarde dat de gecoördineerde bomaanslagen een boodschap inhielden voor de christen. De boodschap dat "wat voor geweld er ook plaatsvindt in het land, ook u (christenen) hierin zult delen."

Al is het aantal vluchtelingen uit Irak enigszins gedaald, in 2008 zijn er nog steeds veel christenen die hun heil in het buitenland moeten zoeken. Onder de Iraakse vluchtelingen zijn de christenen nog altijd oververtegenwoordigd.

Deze rubriek kwam ditmaal tot stand in samenwerking met stichting Jubilee Campaign Nederland te Andijk.

www.jubileecampaign.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.