Bekijk het origineel

Voor kinderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor kinderen

4 minuten leestijd

Wanneer we een blik in de natuur slaan, wat is er dan in korten tijd eene groote verandering gekomen. Wat wisselt alles elkander hier af. Waar we in het voorjaar alles zien ontluiken, in den zomer alles zien prijken met het heerlijke zomerschoen, in den herfst alles tot rijpheid zien komen, om als voorraad voor den winter ingehaald te worden, daar zien we in den winter alles dor, — als het ware alles dood. De boomen, die voor eenigen tijd nog met groene bladeren getooid waren, zijn thans bladerloos en de gele bladeren worden door den wind opgedreven. De vogels staken hun gezang en alles schijnt in de natuur dof en dor. De zwaluwen zijn heengetrokken naar een warmer klimaat, om straks, wanneer de winter wijkt, weer te keeren en ons het voorjaar aan te kondigen, zoo we dat mogen beleven. Zooals het in de natuur is, zoo is het ook in het menschelijk leven; alles wisselt snel. Wat gaat het jeugdige, het lenteleven van den mensch spoedig voorbij ! We genieten als kind duizenden zegeningen, doch slaan er geen acht op; vaak morrende en ontevreden beantwoorden we de weldaden, die de Heere ons zoo menigvuldig geeft.
Wij hebben ouders, die bet goede voor ons zoeken en ons voorhouden, wat tot ons nut kan dienen, maar menigmaal slaan wij, hoe hartelijk die vermaningen en raadgevingen ook zijn, geen acht er op. Vaak meent men als kind, dat, zoo vader en moeder ons van verkeerde plaatsen terug houden, het is om ons verdriet aan te doen.
Zoo snellen voor velen de kinderjaren heen en verlangt men grooter en ouder te zijn dan men is, om ook eens wat mede te kunnen zeggen of handelend te kunnen optreden. Èn toch is de kindertijd zulk een genoegelijke tijd. Ieder, die groot geworden is, denkt nog vaak met zoet genot daaraan terug. Kinderen! waardeert daarom wat ge geniet, — stelt er prijs op. Doet al het mogelijke, om uw tijd nuttig te besteden, om later van het verzamelde een goed gebruik te kunnen maken. Mocht ge vooral als kind veel leeren vragen om den parel van groote waarde. Bezit ge dien, dan bezit ge de hoogste wetenschap, dan kunt ge veilig de toekomst tegengaan; grooter geluk is er niet, dan als kind den Heere te mogen dienen. Wij weten, bij velen ligt datgene, wat het eerste moest zijn, achteraan, en gewoonlijk keert men de woorden van den Heere Jezus om, als Hij zegt: »Zoekt eerst het koninkrijk Gods”, enz.
Velen zeggen dan door daden : zoekt eerst de wereld, en later groot geworden zijnde, het Koninkrijk Gods. O, hoe velen hebben zich bedrogen met het woord des Heeren te verwerpen! Hoe vele ouders handelen in strijd met hunne belofte, voor God en de gemeente afgelegd, door hunne kinderen niet vroegtijdig op het eene noodige te wijzen. Hoe vele kinderen slaan de goede raadgevingen van vrome ouders in den wind of van hunne leeraars, onderwijzers en voorgangers, en raadplegen liever met hunne kameraden of speel makkers, in plaats van hen, die het zoo wel met hen meenen. Hoe velen zijn in dezen Rehabeam gelijk, die den raad der ouden verwierp en dien der jongeren aannam! O, welke treurige gevolgen had dit voor duizenden, jaren lang; wat treurige gevolgen heeft het ook gehad voor menig kind en jongeling; voor menig huisgezin en familie; velen, van wie vele verwachting was, zijn er door in diepe ellende geworpen. Kinderen kunnen onder den zegen des Heeren zoo nuttig zijn, en door woord en daad zooveel in de gemeente tot uitbreiding van Gods koninkrijk doen, als zij zich verstandig willen laten leiden; in het tegenovergestelde geval kunnen zij veel bederven. Menig kind beseft het niet, wat het vaak door eene daad doet ten nadeele van heel het huisgezin. En vele ouders beseffen evenmin wat een kind kan uitvoeren ten nutte van eene arme gemeente en ten dienste van hetgeen in Gods band ten zegen kan zijn, Kinderen, die Vroeg leeren medewerken voor Kerk, gemeente en gezin — we hebben het vaak waargenomen — zijn dikwijls rijk gezegend.
Immers Gods Woord wordt ook in dezen zoo kennelijk bewaarheid: »De hand des vlijtigen wordt gezegend,” Ouders! willen uwe ’kinderen iets doen voor de gemeente, houdt ze niet terug, maar moedigt ze aan en kiest daarvoor gepaste middelen. Mocht de Heere maar vele kinderen, jongelingen en jongedochters aangorden om hunne krachten aan de gemeente te wijden. Storte Hij bovenal zijn Geest in de harten der kinderen en jongelieden uit, opdat zij uit het ware beginsel tot Gods eer dienstbaar mogen zijn.

Aarlanderveen. G. BOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1896

De Wekker | 6 Pagina's

Voor kinderen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1896

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken