+ Meer informatie

Voor Rabin werd er te weinig gebeden

Niets leek de occulte, kabbalistische vervloeking meer in de weg te staan

5 minuten leestijd

De dood van premier Jitschak Rabin komt voor de Israëlische burgers als een grote en diepe schok. De oppositie voerde weliswaar een felle campagne tegen zijn vredespolitiek, maar toch verwachtte het volk dat iedereen zich zou houden aan de spelregels van de democratie. Israël werd geacht beter te zijn dan de Arabische landen of bananenrepublieken, waar leiders door religieuze of nationalistische opposanten worden neergeschoten. Dat een jood de hand zou slaan aan een joodse premier in een joodse natie, paste niet in de zionistische droom.

Maar de Israëlische veiligheidsdienst wist wel beter. Al maandenlang wezen allerlei tekenen erop dat extreem-rechtse joden een aanslag konden plegen op een van de ministers.

Met name Jitschak Rabin en Sjimon Peres (minister van buitenlandse zaken en inmiddels waarnemend premier) werden geacht het doelwit te kunnen vormen. Het aantal veiligheidsmaatregelen rondom hen is de laatste weken dan ook verder uitgebreid. Zonder succes overigens, zoals zaterdagavond bleek.

Sfeer van haat

De radicaal rechtse hoek, waarvan vele nationaal-religieuzen deel uitmaken, creëerden maandenlang een sfeer waarin de aanslag kon plaatsvinden. Tijdens de demonstraties tegen de politiek van Rabin namen zij leuzen mee als "Rabin verrader" of "Rabin moordenaar". Ook liepen demonstranten met foto's van Rabin in SS-uniform. Rechtse activisten hadden verder foto's op muren en schuttingen geplakt van Rabin met een keffiyeh (Arabische hoofddoek) en de woorden "leugenaar". Rechtse automobilisten drukten de sticker "het volk tegen Rabin" op de bumpers.

Bronnen in de Arbeiderspartij maakten zich al geruime tijd zorgen om de veiligheid van de ministers. Ministers zijn bij openbare manifestaties uitgefloten of met boe-geroep onthaald, in enkele gevallen werden ze ook lichamelijk aangevallen.

Bij het Wingate-instituut overmeesterden veiligheidsagenten een man die van plan zou zijn geweest zich op Rabin te werpen. De auto van minister Benjamin Ben-Eliezer (de minister van huisvesting) werd aangevallen toen hij op weg was naar de Knesset. De auto van minister Sjimon Shetreet van religieuze zaken werd getroffen door een steen. Eerder had iemand getracht de auto van minister Jossi Sarid (Milieuzaken) van de weg te rijden. Dit alles kon plaatshebben zonder krachtige protesten van de oppositionele Likoed.

Gebrek aan respect

Tijdens de Jeruzalem-parade op 11 oktober deed zich opnieuw een verontrustend teken voor. Toen Rabin arriveerde op het podium en zijn toespraak wilde afsteken voor het publiek, bleek dat het omroepsysteem was overgenomen door Tsachi Hanegbi van de Likoed. Hanegbi had plaats genomen op een flat aan de overkant van het podium. Hij had twee dagen eerder met behulp van gemeentewerkers kans gezien een verbinding te leggen tussen de flat waar hij stond en twee grote luidsprekers in de buurt van het podium. De Likoed tikte Hanegbi niet op de vingers voor zijn brutale daad, die getuigde van een totaal gebrek aan respect voor Israëls regeringsleider.

Een niet met name genoemde bron in de partij van Rabin merkte naar aanleiding van dit incident op dat iemand ook een bom had kunnen plaatsen bij het podium. Het werd steeds duidelijker dat er iets broeide. De 27-jarige Jigal Amir was de wrange vrucht van een maandenlange haat- en lastercampagne tegen Rabin.

De moord zaterdagavond werd door Knessetleden van het hele politieke spectrum veroordeeld. Likoed-oppositieleider Benjamin Netanjahoe noemde de aanslag ,,een van de ergste tragedies in de geschiedenis van de staat".

Maar sommige ministers verweten de Likoed een sfeer te hebben gekweekt waarin de moord op Israëls premier kon plaatsvinden. Jossi Sarid, minister van milieuzaken van de linkse Meretz-partij, zei dat er vele ophitsers zijn geweest, maar dat er maar één moordenaar nodig was. Volgens hem werd Rabin het slachtoffer van opruiing en haat. ,,Er zijn vele waarschuwingen geweest. En waar wij voor gewaarschuwd zijn, dat gebeurde inderdaad".

Vloek

Sommigen waren zelfs zo erg tegen de politiek van Rabin gekant, dat zij zich zelfs tot occulte krachten hebben gewend. In het laatste nummer van de Jerusalem Report schreven de journalisten Peter Hirschberg en Juval Lion een belangwekkend artikel over de kabbalistische vervloeking "pulsa enura" (Aramees voor "zwepen van vuur").

Aan de vooravond van de Grote Verzoendag sprak een niet met name genoemde rabbijn deze uit tegenover het huis van Rabin. De rabbijn was aangesloten bij de rechts-racistische Kach-beweging. Volgens hem werkt de vloek meestal binnen dertig dagen. Dat betekent dat de afloopdatum op begin november lag, zo schreef het bekende magazine vorige week.

Volgens joodse mystici uit Noord-Afrika en Oost-Europa mag deze vervloeking worden gebruikt in geval van oorlogen, religieuze conflicten en zelfs van politieke controverses. ,,Niet alleen de ultra-orthodoxen, maar ook veel Israëliërs met een traditionele achtergrond beschouwen deze vloeken met de grootst mogelijke ernst", aldus Hirschberg en Lion.

Gershon Agron, de burgemeester van Jeruzalem in de jaren vijftig, werd het slachtoffer van een vloek toen hij een zwembad opende, waar zowel mannen als vrouwen konden baden. Binnen een jaar was hij dood ten gevolge van een leverontsteking. De Jerusalem Report noemt nog drie andere personen waarover ultra-orthodoxen een vloek uitspraken. Zij waren alle drie binnen een korte tijd dood. De Iraakse president Saddam Hoessein wordt genoemd als iemand die de vloek echter overleefde.

Voorbede

In Israël werd deze vloek niet serieus genomen. Er waren in Israël geen politiek gematigde geestelijke leiders die opriepen tot gebed voor de bescherming van de leiders van het land. Buitenlandse christenen in Israël, veelal van evangelische signatuur, hebben veelal de oppositie gesteund. Ze hebben veel gebeden voor de toekomst van het land en tegen de teruggave van Judea en Samaria (de Westoever) aan de Arabieren. Maar aan gebeden voor bescherming van de politieke leiders werd weinig aandacht besteed.

De grote Arabische kerken moedigden Rabin echter aan met het vredesproces door te gaan. De kerkelijke leiders baden tijdens de "gebedsweek voor christelijke eenheid", die januari gehouden werd, dat ,,de Almachtige het volk van dit land beschermt voor de verwoestende aanvallen van de Boze". Premier Sjimon Peres zei dat Rabin de dreigementen kende. ,,Hij was niet doof of blind. Hij hoorde de dreigementen en de lasteringen, maar hij was niet bang".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.