+ Meer informatie

Het onvoorstelbare van de eeuwigheid

Prof. Van de Beek publiceert studie over christelijke toekomstverwachting

11 minuten leestijd

Waar zijn onze doden? Hoe ziet de nieuwe schepping eruit? Wat is het eeuwige oordeel? Prof. dr. A. van de Beek weet dat alles hierover "onvoorstelbaar" is. Deze maand publiceert hij een lijvig boek over de eschatologie, de leer der laatste dingen. Een prikkelende studie over toekomstverwachting, over hemel en hel, vrijspraak en oordeel. "Men zingt gemakkelijk over: "Ik zie een poort wijd, wijd open staan", maar als er in het Nieuwe Testament sprake is van een wijde poort, dan is het die naar het eeuwig verderf."

In de serie "Spreken over God" publiceerde prof. Van de Beek, hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, twee monografieën: "Jezus Kurios" (1998) en "De kring om de Messias" (2002). Zij gaan over Gods aanwezigheid in Christus en de plaats van de Messias in de wereld.

Prof. Van de Beek wilde aanvankelijk verder gaan met de leer van de Heilige Geest en de kerk. "Dat is de gebruikelijke volgorde: na de christologie de pneumatologie en via de leer van de kerk komt men dan tot de eschatologie."

Hij kwam echter steeds meer tot de overtuiging dat de pneumatologie alleen goed tot haar recht komt als zij in eschatologisch perspectief staat. "De uitstorting van de Geest is een eschatologische gebeurtenis. En ook het kruis is het inbreken van Gods laatste oordeel in de wereld."

Verlegenheid

De kerk laat vaak een stuk verlegenheid over de wederkomst en de voleinding zien, zo stelt prof. Van de Beek in zijn jongste boek, "God doet recht. Eschatologie als christologie" (uitg. Meinema, Zoetermeer). Of de kerk voelt zich prima thuis in de wereld, of zij ontkent een ingrijpen in de wereld, eenvoudig omdat er niets te verwachten of iets van de wederkomst te merken is. Of zij ziet de wederkomst als iets louter toekomstigs.

Prof. Van de Beek denkt vooral vanuit de eerste komst van Christus. "Daar is het definitieve keerpunt geschied." Zijn boek begint met de programmatische zinsnede: "De gekruisigde Christus is de eschatologische rechter. Hij is de koning die heerst vanaf het hout", met een verwijzing naar de omslag van het boek - een schilderij in een Roemeens-orthodoxe kerk.

Prof. Van de Beek: "We leven in de periode tussen de tijden, midden in het gebeuren van de komst van Christus. De tijd van nu is een totaal andere tijd dan die vóór de geboorte van Christus. We leven in de volheid van de tijd, de vervulde tijd. Maar de kerk bevindt zich daarin wel onder de gestalte van het kruis."

Alles valt samen in de ene komst van Christus, zo benadrukt de VU-hoogleraar. "Het gaat om Zijn komst, dat ene gebeuren, dat uitloopt op de totale voleinding van deze aarde. De tijd van de zwangerschap in het Oude Testament is voorbij, we leven in het tijd van de geboorte. Toen Christus kwam, begonnen de weeën en daar zitten we nu midden in. Maar het blijkt dat de kerk geen behoefte heeft om de warmte van de baarmoeder te verlaten."

De typische noties die prof. Van de Beek in zijn eerdere werken verwoordt, keren in dit boek weer terug. Het gehele leven staat onder het teken van het kruis, het oordeel, crisis en gericht. Dat geldt ook de toekomstverwachting.

De hoogleraar benadrukt dat het Koninkrijk van boven komt, bij God vandaan. "De theologie heeft verschillende posities ingenomen. De liberalen willen met de kerk de wereld veranderen, de evangelischen denken met een letterlijke lezing van Bijbelteksten de toekomst precies te kunnen berekenen. De middenorthodoxie zoekt de toekomst meer in de zingeving in deze wereld, in die zin dat de gelovige na zijn sterven in de herinnering bewaard wordt bij God."

Onvoorstelbaar

Je het leven na de dood of de nieuwe schepping voorstellen, is onmogelijk, zegt prof. Van de Beek. "Het ligt niet in het verlengde van de aarde. Het gaat altijd door de dood heen. God roept de doden tot het leven. Hij schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde in heel andere categorieën van tijd en ruimte dan die wij kennen. Wat er in de Bijbel over vermeld staat, is geen beschrijving, maar het zijn eerder beelden die overdrijven."

In ieder geval is het nieuwe leven concreet. "De vroegchristelijke kerk heeft ingezet op de lichamelijke opstanding, weg van alle gnostiek en dwars tegen een cultuur in die gericht was op het geestelijke en op zingeving. God wil déze schepping, Hij wil ons lichaam. Het gaat niet om een herstel of reparatie van de schepping, want dan lijkt het alsof er een substraat is dat blijft bestaan. Nee, de heerlijkheid is groter dan dit aardse leven en van een totaal andere orde."

De Griekse cultuur zette in op de onsterfelijkheid van de ziel, maar daar wil prof. Van de Beek niets van weten. Ook niet van de gedachte dat de ziel bij het sterven terstond bij Christus is, wachtend op de lichamelijke opstanding.

"Het belangrijkste is dat de mens direct bij Christus is, naar lichaam en ziel beide. Het is niet zo dat de mens eerst een ziel-ig bestaan leidt en later met het lichaam verenigd wordt. In de Vroege Kerk heeft men daarom de eenheid van lichaam en ziel vastgehouden. Het gaat om de totale mens. Het is niet zo dat dit aardse lichaam op de dag van de wederkomst bij elkaar geveegd wordt, want alle lichamen zijn onherkenbaar verdwenen. Nee, God herschept de mens tot een nieuw lichaam.

En nogmaals: aan de andere kant van de dood is het zo anders, in andere categorieën van onze tijd en ruimte. Maar dat is ook wat anders dan het vage spreken van de moderne theologie dat we "bij God bewaard" worden. De moderne theologie kan zich weinig voorstellen bij de herrijzenis, of richt zich sterk op het geestelijk voortbestaan. Nee, God roept de doden opnieuw tot leven."

Wat te denken van de nabestaande die naar de begraafplaats gaat en weet dat het lichaam van zijn dierbare daar rust en eens zal herrijzen?

"Wanneer je denkt dat dit lichaam lijfelijk uit het graf zal opstaan, doe je tekort aan het gegeven dat de hele wereld door vuur zal vergaan. God zal met eerbied gezegd schoon schip maken. Als je gelooft dat dit lichaam zal opstaan, zoek je toch een continuïteit in deze schepping, alsof ons lichaam dan zo maar uit het graf stapt. Het gaat echter om een totaal andere schepping. Het is God Die levend maakt, maar Die wel óns levend maakt."

Vreemdeling

Prof. Van de Beek moet niets hebben van de moderne theologie, die zijns inziens nog steeds zit op de lijn van het veranderen van déze wereld. Hij betoogt in zijn boek dat het Nieuwe Testament zeer kritisch is over de verandering van politieke structuren. Aan de andere kant hekelt de hoogleraar scherp utopische en chiliastische verwachtingen. Hier is geen sprake van eindverwachting, maar van eindtijdberekening.

De kerk is een vreemdeling in deze wereld, aldus prof. Van de Beek. "We verlangen thuis te komen, omdat de weg zwaar is", schrijft hij.

Prof. Van de Beek: "We zijn Christus' Lichaam. We zijn al los van deze wereld. Vrij van de wereld. We zijn in de doop overgegaan in Christus, in Hem geboren. Ons leven in Christus is de ware werkelijkheid. Dat betekent dat we altijd verdrukking zullen ondervinden. We passen niet in deze wereld. We zijn als zigeuners die nergens een plek hebben. We zijn alleen thuis bij God. In het constantijnse tijdperk lijkt de kerk echter het bruggenhoofd in deze wereld te zijn geworden en wil zij een stukje van het Koninkrijk hier op aarde oprichten."

De hoogleraar werkt een en ander in zijn boek uit op het punt van doop, avondmaal en verbond. Alles hiervan staat volgens hem in het kader van de eschatologie. De doop gaat niet over het verbond, maar is het opgenomen worden in de eschatologische werkelijkheid van Christus. Het "met Christus gestorven zijn" heeft volgens de hoogleraar niets te maken met een piëtistische of charismatische inkleuring ervan.

Prof. Van de Beek constateert dat de Reformatie nooit is losgekomen van de rooms-katholieke genadeleer: genade als een kracht in ons van waaruit wij leven. "De Vroege Kerk beleed dat Jezus de Heer is, die de wereld richt, niet: hoe krijgen we deel aan de genade. De protestantse theologie heeft d e nadruk gelegd op de rechtvaardigheid, de zekerheid van het geloof, maar wie de aandacht op de mens richt, komt in drijfzand terecht. Rome legde de nadruk op de kerk als instituut, de Reformatie op het geloof. Maar het maakt weinig uit, of je nu de basis neemt in de kerk of in de vrome mens, in plaats van in de eschatologische presentie van Christus."

Prof. Van de Beek houdt het liever op het "objectieve sacrament." "In de doop is de overgang naar het lichaam van Christus, in het avondmaal de dagelijkse viering ervan. Het avondmaal is de bron van het leven, zoals je ook dagelijks voeding hebt. Het avondmaal is niet de bevestiging van het geloof, want dan ben je alleen met jezelf bezig, maar de onderhouding van het geloof."

Objectiviteit

Prof. Van de Beek legt de nadruk op de objectiviteit van de verzoening. "Ik kan bijvoorbeeld niets met de hele discussie over verbond en verkiezing. Ik heb het ook niet van huis meegekregen. Als we thuiskwamen uit de kerk, en als het ging over onze positie als mens, zei mijn vader: Vergeet het maar gauw, laten we het over Christus hebben. Die hele gedachte van verkaveling: als God werkt, kunnen wij niet werken en omgekeerd, is typisch modern. De vragen rond het verbond worden gesteld vanuit de kerk als voortzetting van Israël, alsof de toekomst en het oordeel nog open zijn."

Is geloof dan niet noodzakelijk? Zonder geloof wordt de genade in Christus toch niet toegeëigend?

"Ik houd het op de ontologische lijn: of je bent in Christus, of niet. Je gelooft ook niet eerst in de zwaartekracht en daarna val je, maar de zwaartekracht is er eerst en daaraan geloof je. Geloof is noodzakelijk, maar niet als subjectief geloof, want dan word je op jezelf teruggeworpen en ben je al verkocht. Dan komt het op jouw keuze aan, niet op Gods keuze en Gods werkelijkheid."

Recht doen

Zijn boek draagt als titel: "God doet recht". "God zal eens alles rechtzetten: de arme en verdrukte, maar ook de verdrukker." De hoogleraar gaat vragen rond oordeel en hel niet uit de weg. "De tendens in de huidige theologie is op alverzoening gericht. Dat stelde Origenes al, maar hij leerde dat vanuit de gedachte van het herstel van Gods recht, terwijl in de moderne kerk en theologie de drijfveer het zachte beeld van God is. God als een goede vriend, Die alleen maar genadig is."

Er wordt nauwelijks over de hel gepreekt, constateert prof. Van de Beek. "Ik doe het zelf liever ook niet", voegt hij er direct aan toe. "Men zegt dat het Oude Testament hard is, maar nergens wordt zo veel over gericht gesproken als in het Nieuwe Testament, vooral de evangeliën en met name daarin de gelijkenissen. Zie het verhaal van de dwaze en de wijze maagden. Aan de ene kant zijn er kringen waar je terugworpen wordt op jezelf, of je wel verkoren bent en of de genade wel voor jou is. Aan de andere kan lijken we vanzelfsprekend kinderen van het verbond te zijn. Dan gaat het om een vlak christendom, om geborgenheid en wat fijn is. We zingen van de wijde poort en de brede weg, maar die leidt juist naar de ondergang."

Hoe moeten we ons het eeuwig verderf voorstellen?

"Zoals de eeuwige heerlijkheid onvoorstelbaar is, zo ook de eeuwige ondergang. De Bijbel is uitbundig over de maaltijd des Heeren, over de tijd van de wolf met het lam, maar ook even onthullend over de maaltijd der aasgieren. Ik heb zelf als prediker te maken met de verkondiging van het Evangelie. Het dringend appel van Christus, als de Heer van de wereld, is niet de vraag aan welke kant wij staan. Het gaat niet om onze keuze voor of tegen Jezus, maar om het belijden aan Wie alle macht in hemel en aarde gegeven is. Dat is de troost van de gemeente. Laten we het oordeel aan God overlaten, maar dat wel serieus nemen. De gelijkenissen in de Bijbel zijn er niet om de kerk de stuipen op het lijf te jagen, maar om de mensen binnen in de kerk bij de les te houden."

Heeft genade het laatste woord?

"Dat ligt eraan wat je onder genade verstaat. God ziet het kwaad niet door de vingers. Genade is dat Hij recht zal doen. Gód moet de dingen rechtzetten. Het bloed der martelaren kan niet ongewroken blijven. Juist omdat er niets daarvan te merken was, heeft de Vroege Kerk beleden dat er een lichamelijke opstanding is. De gemeente is één, we zijn in Christus gedoopt. Als je het over oordeel hebt, heb je het over de afvalligen van de gemeente, zij die de weg van Kaïn gaan. Voor die buiten Christus zijn, is er geen heil. Verder past ons zwijgen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.