+ Meer informatie

Revisie (II)

4 minuten leestijd

Wanneer Prof. Schilder heeft heengewezen naar de brochure van Dr. Kuyper „Calvinisme en Revisie" heeft hij ons daarmede, gewild of niet, een buitengewonen dienst bewezen.
Het gaat in deze brochure over revisie van de Westminster confessie. Maar tussen ons gaat het niet over revisie van een confessie, maar over de inhoud van een confessie.
Dit heeft prof. Schilder te veel voorbijgezien. Hij laat nu met een bazuingeklank doorklinken, al wat Kuyper schrijft over „REVISIE". Volkomen zeker van zijn inzicht schrijft prof. Schilder:

Nog niet kras genoeg? Best, dan nóg een schepje er boven op. Kuyper verklaart even verder, dat een eventueele rijker ontplooiing zoo algemeen in de kerken moet zijn doorgedrongen, dat niet de eene helft der kerkeraden of classes haar meening aan de andere helft oplegt, maar dat de kerken saam in haar groot geheel desaangaande eenzelfde eenparig getuigenis geven. Men mag volgens Kuyper niet binden, eer ook de overige buitenlandsche kerken tot gelijke overtuiging moeten gekomen zijn.
Van een elkaar overstemmen van een meerderheid en een minderheid mag hier geen sprake zijn.
(De Reformatie 19 Mei 1951)

Wanneer ik deze declamatie van prof. Schilder lees, denk ik, aan wat men in de leer der argumentatie noemt: „metabasis eis alloo genos", d.w.z. men redeneert uit een andere stelling.
Het gaat hier bij Kuyper niet, over wat de Calvinistische belijdenisschriften leeren, want deze leeren „de veronderstelde wedergeboorte" volgens Kuyper. Ik zal het u bewijzen. Geduld slechts. Het gaat in deze passage over niets anders, dan over revisie, d.i. uitbreiding en verduidelijking, van wat alle Calv. belijdenisschriften, zij het 'allicht al te sober, reeds leeren.
Hiervan zegt Kuyper in „Calvinisme en Revisie", blz. 41:

Zie hier de redenen, die o.i. voorhands tot een opschorting van alle revisie noodzaken.
Zal een Calvinistische kerk, op grond van rijker geestesontwikkeling tot revisie van haar symbolen overgaan, dan moet daarbij drieërlei voorwaarde vervuld worden: Ie. deze geestesontwikkeling moet een ontwikkeling in haar lijn zijn, en dus niet een reactie tegen, naar een rijker ontplooiing van het Calvinistisch beginsel. 2e. deze rijker ontplooiing moet zoo algemeen in de kerken zijn doorgedrongen, dat miet de eene helft der kerkeraden of dlasses haar meening aan de anderen Ioplegt, maar dat de kerken saam in haar groot geheel desaangaande eenzelfde eenparig getuigenis geven. 3e. om tot formuleering van deze rijker ontplooiing te kunnen overgaan, moet de Calvinistische theologie genoegzame vorderingen hebben gemaakt om de kerken ten deze te kunnen dienen, en 4e. om dit nieuwe stadium onzer symbolische ontwikkeling te kunnen intreden moet ook in de overige buitenlandsche Gereformeerde Kerken gelijke overtuiging tot gelijke resultaten kunnen leiden.

Ik schrijf nu maar niet meer. Wie in het bezit van deze Brochure van Dr. Kuyper is verzoek ik om nadere kennisneming, van wat de schitterende pen van Dr. Kuyper verder betoogt, als hij het gevaarlijke schetst van een revisie, die ter kwader ure zou worden doorgezet.
Maar dit alles heeft niets, maar dan ook niets te maken, met wat ons hier bezig houdt.
Het geldt tusschen ons enkel en alleen de vraag, of Kuyper ooit gezegd heeft, hetgeen wij zoo gemakkelijk elkander napraten, dat al wat hij leerde inzake doop en wedergeboorte een privé-gevoelen was.
Ik heb dit ten sterkste ontkend, en doe dit nog.
Ik doe dit op grond, van hetgeen door Dr. Kuyper geschreven is in zijn brochure „Separatie en doleantie" en ik doe dit nu op grond van Dr. Kuyper's brochure „Calvinisme en Revisie".
Een heenwijzing naar deze brochure was mij daarom dubbel welkom. Het is een gunstig teeken, dat er weer kennis genomen wordt meer, dan voorheen in de kringen der Gereformeerden, van Wat Kuyper jaren geleden geschreven heeft.
We leven in dagen, die het oude weer nieuw maken, die Lindeboom contra Kuyper weer oproepen, die ons zeggen, dat beginselen, waarover vóór en na 1892 is gestreden, geen, „meeningsverschillen", maar „leergeschillen" waren en zijn gebleven.
En het meest opmerkenswaardige van dit alles is, dat niet wij, als Christelijke Gereformeerde Kerken dit verleden weer voor het voetlicht van het heden hebben gedragen, maar dat Gereformeerde Kerken, vrij gemaakt naar art. 31 D.KO., hier haar stem hebben laten hooren.
Daarvoor kunnen wij niet anders dan dankbaar zijn.
En nu over Kuyper en zijn privé-gevoelen??
Calvinisme en Revisie bewijst ons hier goede diensten.
Tot de volgende week.

A. (Apeldoorn) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.