+ Meer informatie

Luther van binnen en van buiten

5 minuten leestijd

Wat bij Calvijn niet helemaal zou lukken, is bij Luther redelijk gemakkelijk voor elkaar te krijgen: een geschiedenis te schrijven, waarbij zijn hele hebben en houden op tafel komt.

Calvijn schreef eens dat hij niet graag over zichzelf praatte. Hij zal het met een enkele vertrouwde vriend zeker wel gedaan hebben. Maar zo open en ronduit met zichzelf voor de dag komen als Luther gewoon was te doen, is bij hem een zeldzaamheid. Hij schuilt weg achter bijbelse personen, die hij zo tekent dat bij Paulus en bij David Calvijn zelf een beetje zichtbaar wordt.

Bij Luther is het helemaal anders. Over hem kon in de achttiende eeuw een boek geschreven worden dat het in onze eigen tijd ook goed zou doen. Het titelblad is veelbelovend. Luthers "merkwaardige levensomstandigheden" worden breeduit weergegeven, waarbij de nadruk valt op zijn "medicinalische Leibesconstitution". Al zijn ziekten, zijn geestelijke en lichamelijke aanvechtingen, vanaf zijn geboorte in 1483 tot aan zijn dood in 1546 komen in beeld. De vraag is echter of wij ook zo de hele Luther hebben.

Een psychiater zou die vraag niet spoedig beamend beantwoorden. In psychiatrisch opgezette studies heeft men alles wat wezenlijk was voor de reformatorische ontdekking die hij deed, willen herleiden tot een vadercomplex waaronder Luther diep van binnen gebukt ging. Een strenge vader kan inderdaad iets aanrichten in een kinderziel waardoor de hele zaak scheef op de rails komt te staan. Maar om de geestelijke strijd van Luther te herleiden tot een al te gespannen relatie met zijn vader gaat te ver. Het lijkt een weinig geslaagde poging. En het was te ver van huis gezocht. Het draait uit op gissingen. Niets is hier te controleren. Als men iets in dit kader zou willen onderzoeken, zou men de vraag kunnen stellen in hoeverre de "medicinalische Leibesconstitution" hem hier of daar in zijn leven hem parten heeft gespeeld. Dat is in ieder geval dichter bij huis.

De kwestie zo gesteld, laat licht vallen op enkele situaties die anders voor ons minder goed te plaatsen zijn. Het is niet zo heel moeilijk om daarvan voorbeelden te geven. Iemand die Luther van heel dichtbij heeft meegemaakt heeft, zou daarvan kunnen getuigen. Er is een tijd geweest dat Melanchthon onbevangen en zonder enige moeite in Luther zijn vaderlijke, gemoedelijke vriend zag. Dat is echter niet tot het laatst toe zo geweest. Het bekende voorbeeld voor die wel wat gewijzigde situatie is Melanchthons vrees om een brief van Calvijn door te spelen naar Luther, hoewel de eerste hem daarvoor uitdrukkelijk verzocht had. Melanchthon durfde het niet aan, omdat hij in zijn gedachten de gemoedsgesteldheid al zag waarmee Luther Calvijn zou lezen. Dat was in de jaren veertig. Melanchthon had het zelf niet al te ruim in Wittenberg. Hij dacht er serieus over om ergens anders heen te gaan, en de Zwitserse theologen deden veel moeite om hem bij Luther vandaan te krijgen. En de diepste oorzaak van die vrij onverkwikkelijke gebeurtenissen is voor een niet gering deel te zoeken in moeiten, ziekten, zorgen waardoor Luthers lichaam geplaagd werd.

Hij wist dit zelf ook wel. Soms zette Luther een punt achter zijn publicaties. Hij wilde niet meer. En hij schafte zich een complete timmermanswinkel aan, met een echte draaibank voor fijnere houtbewerking. Daarin wilde hij zich oefenen, om ten minste met zijn handen de kost te verdienen wanneer men hem en zijn Evangelie aan de kant zou zetten. Maar zijn lichaam dwong hem er eveneens toe. Lichaamsbeweging was zelfs voor reformatoren geen zaak die ze net zo goed niet konden betrachten. Hoe ongezond het toen al was om dag aan dag op de stoel te zitten, ongezond voor heel de constitutie, is simpelweg ook af te leiden uit Luthers biografie.

Een ander, veel ingrijpender exempel van deze ontwikkeling is het feit dat slechts enkele jaren voor zijn heengaan de avondmaalsstrijd tussen Wittenberg en de Zwitsers opnieuw tot een uitbarsting kwam, en wel zo hevig dat zij nimmer helemaal tot het verleden ging behoren. Het lijkt misschien profaan, en het helpt ook niet echt, wanneer we stellen zouden dat de twee tradities van lutheranen en gereformeerden in de zestiende en de zeventiende eeuw niet zo sterk uit elkaar gegroeid zouden zijn als Luther wat meer lichaamsbeweging zou hebben gehad toen hij ouder werd. Inderdaad, men spreekt over de "oude Luther" en betrekt dit vrijwel altijd op zijn theologie, die sinds 1525 iets van haar oorspronkelijke kracht scheen te verliezen.

Het is echter te oppervlakkig gedacht wanneer men het optreden van Luther in zijn latere en vooral in zijn laatste levensjaren ook niet zou zien in het licht van zijn "Leibes-Constitution". F. S. Keil was de schrijver van een boek dat in 1764 te Leipzig verscheen, waarin deze invalshoek een andere belichting geeft dan die van de theologie alleen.

Intussen is Luther er geen ander mens om geworden. Ook zo geldt en blijft gelden, zowel voor hem als voor anderen: De rechtvaardige zal uit zijn geloof leven. 1525 ; Wittenberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.