+ Meer informatie

Ontmoetingsdag Rhodesiazending in Urk

1500 bezoekers brachten ruim 30.000 gulden mee

6 minuten leestijd

Zal de stichling Rhodesiazending volgend jaar twee zendingsdagen moeten houden? Deze gedachte drong zich zaterdag op toen het kerkgebouw van de Oud Gereformeerde Gemeente te Urk te klein bleek voor de schare van 1500 bezoekers. Er werden speculaties gehoord, dat men naar een andere en grotere vergaderplaats zou moeten uitzien ofwel dat men één zendingsdag in het westen en één in het oosten van het land zou moeten houden, zoals sommige andere organisaties ook wel plegen te doen en met succes. Hoe het ook zij, de Rhodesiazending is op het thuisfront in snelle opkomst en dat bleek duidelijk in de collecten die totaal f 30.482,91 opbrachten.

Voor het kerkgebouw van ds. E. du Marchie van Voorthuijsen was een enorme tent geplaatst, waar men in de pauze de maaltijd kon gebruiken, met gebruik van warme en koude dranken en waar men meteen de resultaten van de diverse handwerkvrouwencomités en ook boekwerken kon kopen. Het getuigde alles van een betere organisatie dan vorig jaar, toen men velen her en der in Urk aan een boterhammetje zag peuzelen.

GODS KERK
De honderden bezoekers, die vanuit alle windstreken van ons land - wij zagen zowel Groningers als Zeeuwen - waren opgekomen, luisterden eerst naar de voorzitter van de stichting Rhodesiazending, de heer L. de Boer, die na voorlezing van Efeze 2: 1-12 zijn toespraak toespitste op de booshein en de machten in de lucht. Vroeger, zo zei hij, was in Nederland Gods kerk herelijk geplant en was revele wreks ne onderhouding Gods. Maar ondanks dat rookten de brandstapels van de satan. Thans heeft satan meer overwinningen, omdat het Evangelie en de godsdienst is verwaterd.
De heer De Boer vergeleek Nederland vervolgens met het heidendom. Met het naaktlopen en het aborteren aapt men de heidenen na. De heer De Boer vreesde, dat God Nederland zou gaan verlaten en zijn werk onder de Joden en de Heidenen zou gaan voortzetten.

SCHULDBRIEF
Ds. J. van de Poel, Oud Gereformeerd predikant te Ede sprak n.a.v. Openbaring 7: 9, 10 ernstig tot zijn toehoorders over de mens, die niets beters kan verliezen dan zijn godsdienst en er niets beters voor in de plaats kan krijgen dan zijn schuldbrief. De apostel Johannes - verkoren tot het apostelschap - werd door God gebruikt om de hemel mee vol te maken, hoewel het anders ging dan hij zelf dacht. Het gaat altijd anders met Gods volk dan ze denken. Voorts sprak ds. Van de Poel de wens uit dat het Koninkrijk Gods ook in het donkere Afrika zou komen. Hij mocht daar de sterre van Jakob op doen gaan. Dat gaat niet zonder beproevingen: als de beproevingen voor Gods volk ophouden, komt dat, doordat ze in de hemel zijn of dat ze voor een ogenblik in het licht worden gesteld. Nooit zal een uitverkorene in de hel komen; de duivel zou daar maar plezier aan hebben, want de verworpenen heeft hij toch wel. Maar dat stukje van dat loon van Christus zal hij nimmer verwerven.
In een appèl tot de aanwezigen waarschuwde hij klemmend voor een dubbele begrafenis: de lichamelijke in de aarde en de geestelijke in de hel. Ds. Van de Poel eindigde met een lofprijzing Gods.

OPRECHTHEID
De ochtendbijeenkomst werd besloten door ds. E. du Marchie van Voorthuijsen, Oud Gereformeerd predikant te Urk, die sprak n.a.v. Psalm 68: 31 e.v., waarbij hij drie gedachten onderscheidde: de heilsverklaring, de oordeelsbede en de genadebelofte. De Urkse predikant voerde daarbij een pleidooi voor de kanttekeningen, die zakelijk, schriftuurlijk en grondig Gods Woord uitleggen. In deze tekst bestaat een tegenstelling tussen de kalveren en de stieren, die openlijke vijanden zijn van de Evangelieverkondiging en de stukken zilvers, de zgn. ootmoedigheid, die echter niet waarachtig is en daarom des te gevaarlijker. De stieren zijn de wilde krijgsoversten der heidenen. Dat wild gedierte moet worden gescholden, d.w.z. verdoemd. Ten slotte zei ds. Van Voorthuijsen over de zendelingen, dat als God het werk zegent, wie zal het dan keren? Het gaat uiteindelijk om de deugden Gods, om zijn waardigheid. Daartoe wekte ds. Van Voorthuijsen op tot een staan in oprechtheid, een leven in den Heere; het heil dat in God is, is zowel voor Cham als voor Jafeth als voor Sem.
Ds. Van Voorthuijsen kon voorts nog een briefje van duizend gulden laten zien. Dit was de opbrengst: een half daggeld, van de twee laatste trekken, die een Urker kotter deed voordat het schip tijdig voor de zondag naar Urk terugkeerde.
Na de lange pauze opende d.s. A. Uitslag, predikant van de zelfstandige Oud  Gereformeerde Gemeente te Oldebroek met gebed en sprak hij naar aanleiding van . Tim 3 waar het gaat om de leer van vrije genade. Gods uitverkorenen worden gewaar, dat ze niet alleen het beeld Gods, maar alles kwijt zijn. We moeten niet laag op de heidenen neerzien, want hebben we onszelf al eens leren kennen? Het is de laatste wilsbeschikking, het bevel, om het zaad uit te strooien overeenkomstig het zuivere Woord Gods.

DANK
Daarna verteldezendeling J. van  Woerden over zijn werk in Rhodesië. Hij bracht allereerst dank voor de vele hulp en met namehet gebed voor de arbeid in Rhodesië, mede namens de eveneens aanwezige verpleegsters zuster Riet Verboom en zuster Annie Korporaal.
Nu thans drie leden van het zendingsveld zijn verwijderd, stond het werk toch niet stil, zo memoreerde hij. Meester Mazvabo zette het voort en had, zo schreef hij in een brief, onlangs nog tbc-patiënten bezocht. Ook corrigeerde hij de lessen van de bijbelcursus van Van Woerden, "Bible Knowledge". Deze meester Mazvabo, op 200 km afstand van Bulawayo geboren in een arme kraal, ontving lager onderwijs van een zendingsschool, waar echter geen goede bijbelse leer werd gebracht. Geld om verder te leren had hij niet, maar in Ingwenya, in Matabelenland, kon hij toch onderwijs krijgen en later behaalde hij zijn onderwijzersacte op een kweekschool. Daarna keerde hij terug naar zijn stam, de Shona's. waar hij onder de Zweeds-Lutherse zending ging werken. Hij kreeg echter een honger naar goede lectuur en die was daar niet te verkrijgen. Na veel strijd zei hij de Lutherse zending vaarwel en gaf zijn krachten nu voor dit zendingswerk.

EBEN HAËZER
Over het zendingswerk in zijn totaliteit meende zendeling Van Woerden: "Eben Haëzer": tot hiertoe heeft het de Heere behaagd ons, onwaardigen, te helpen. Hij bracht voorts oud-secretaris Prosman dank voor de prettige briefwisseling, die hij steeds vanuit Rhodesië heeft onderhouden. De heer Prosman heeft na vier jaar om gezondheidsredenen zijn werk moeten neerleggen. Zijn opvolger is de heer Den Breejen te Urk.
Ten slotte besloot ds. G. S. A. de Knegt, Hervormd predikant te Kesteren deze zendingsdag n.a.v. Hand. 5:31, waarbij hij sprak over de bekering. Niemand zal God in zijn hart als Heere erkennen, zo zei hij. Het is niet zo dat Hij alleen maar de Heere is die wordt gepredikt. Hij wacht ook niet af of iemand aan zijn oproep gehoor geeft. Christus doet meer. De bekering is niet het zelf veranderen, maar een onwederstandelijke werking d.m.v. Gods Heilige Geest; het begint met de ontdekking aan de diepe verdorvenheid van onze ziel.

GERUSTHEID
De nadruk moet worden gelegd op de gave, hetgeen ons niettemin niet ontslaat van de eis tot bekering. Het ergste is, dat er zoveel gerustheid is. Een Gereformeerd jongen ontmoette eens een Roomse jongen en ze vertelden elkaar over de godsdienst. Toen zei deze Roomse jongen: „Ik snap niet, dat jij onder zo'n leer het rustig kunt uithouden. Je weet, dat je immers naar de hel gaat en toch leef je rustig voort".
Ds. De Knegt besloot met de verzuchting, dat men weinig meer hoort van het doorbrekende Werk Gods, ook niet op de zendingsvelden. Hij liet de zendeling Van Woerden en de zendingswerksters toezingen Psalm 121:4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.