Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Orgaandonatie (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Orgaandonatie (2)

Transplantatie na hartstilstand

14 minuten leestijd

In het eerste artikel is aangegeven dat postmortale orgaantransplantatie kan plaatsvinden na het stoppen van de bloedcirculatie of na de diagnose hersen dood. Tegenwoordig worden in Nederland meer transplantaties uitgevoerd na de stilstand van de bloedcirculatie/het hart dan na de diagnose hersendood.

Een donatie na hartstilstand (donation after circulatory death, DCD) kan zich in twee verschillende omstandigheden voordoen. Deze stilstand van de bloedcirculatie kan zich onverwacht of verwacht voordoen. Donatie na een onverwachte stilstand heet uDCD (u = unexpected). Donatie na een verwachte stilstand heet eDCD (e = expected). Aanvankelijk is er ook wel gesproken over een ‘ongecontroleerd’ en ‘gecontroleerd’ sterven, maar deze terminologie wordt nog maar weinig gebruikt.

Onverwacht sterven

Eerst iets over donatie na de onverwachte dood van een patiënt die een potentiële donor is. Dat kunnen we ons als volgt voorstellen. De patiënt krijgt een hartstilstand, buiten het ziekenhuis. Hij wordt gereanimeerd en naar de spoedeisende hulp vervoerd. Dan kan het moment komen dat men moet constateren dat de reanimatie geen effect heeft. Het hart functioneert niet meer. Het lijkt dat het leven uit de patiënt geweken is. Er wordt geen pols meer gevoeld.

Artsen moeten er echter zeker van zijn dat de patiënt echt dood is. Daarom moeten zij na de niet-succesvolle reanimatie enige tijd wachten. Het moet duidelijk zijn dat de patiënt niet spontaan weer gaat ademhalen; autoresuscitatie moet uitgesloten zijn. Gedurende die wachttijd mag er geen ingreep plaatsvinden. Artsen mogen de patiënt bij wijze van spreken niet aanraken: de no-touch fase. In Nederland duurt die fase vijf minuten, in Italië twintig minuten, in Zwitserland tien minuten en in Australië slechts twee minuten.

Daarna kan – ook in juridische zin – de dood definitief worden vastgesteld. De patiënt is een stoffelijk overschot. Maar in deze vijf minuten zijn er al organen (die voor transplantatie in aanmerking komen) in kwaliteit achteruitgegaan, omdat zij verstoken zijn gebleven van zuurstofrijk bloed. De artsen die de kwaliteit van de organen moeten bewaken, willen daarom zo snel mogelijk daar iets tegen doen, en de desbetreffende organen zo goed mogelijk bewaren. De tijd dringt.

Er wordt dan nagegaan of deze patiënt medisch gezien donor kan zijn. Ook wordt het donorregister geraadpleegd. Als de artsen hebben vastgesteld dat de patiënt een potentiële donor is, is het zaak de desbetreffende organen zo goed mogelijk te verzorgen. Dit houdt in dat een canule (buisje) wordt ingebracht in de grote bloedvaten. Een speciale vloeistof moet ervoor zorgen dat de organen die gedoneerd kunnen worden, zo vers mogelijk blijven en verdere achteruitgang wordt voorkomen.

Dan is er tijd voor een gesprek met de familie. Geeft de familie toestemming, dan moeten de artsen het modelprotocol orgaan- en weefseldonatie volgen. Als alle lichten op groen staan, en de transplantatie doorgang kan vinden, wordt de bloedcirculatie (naar bepaalde delen van het lichaam) op een kunstmatige manier op gang gebracht. Er moet tijd worden gewonnen. Alles moet voor de transplantatie worden klaargemaakt. Het transplantatieteam moet naar het ziekenhuis komen. Daarom wordt ervoor gezorgd dat er weer zuurstofrijk bloed stroomt naar die organen die gedoneerd worden. Het bloed zal dan niet door het gehele lichaam stromen. In elk geval mag het niet naar de hersenen – zo wordt gezegd –, want dan zouden de hersenen niet kunnen sterven, en zou er dus nog bewustzijn mogelijk zijn. Daarom wordt de doorstroming naar de hersenen zo goed mogelijk afgesloten door bijvoorbeeld ballonnetjes in de desbetreffende slagaders te plaatsen. Om de kwaliteit van de te doneren orga nen te bewaken, is een plaatselijke bloed stroom (regionale perfusie) noodzakelijk. Daar zijn allerlei tech nieken voor. Er kan bijvoorbeeld een kunstmatige long buiten het lichaam van de patiënt worden gebruikt om zuurstofrijk bloed in het lichaam te laten stromen. Het bloed van de patiënt gaat dan door deze machine, wordt daar voorzien van zuurstof, en gaat zo weer terug in het lichaam. Daarna kan de patiënt naar de operatiekamer worden gebracht en kan de uitname van organen beginnen zodra het trans plantatie team gearriveerd is.

Verwacht sterven

Het sterven van de patiënt ten gevolge van het stoppen van de bloedcirculatie kan ook op een verwacht of geregisseerd moment komen. Meestal gaat het dan om patiënten die een ernstig hersenletsel hebben opgelopen, vaak als gevolg van een ongeval, of een beroerte of hartinfarct. Doorgaans liggen zij op een IC. De patiënt die een potentiële donor is, ligt dan aan de beademing. De verwachting is echter dat er geen hersendood zal optreden, in elk geval niet op korte termijn. De patiënt wordt kunstmatig in leven gehouden. Er treedt geen verbetering op in zijn situatie. Verbetering is ook niet te verwachten.

De conclusie kan ook zijn dat verdere behandeling niet in het belang van de patiënt is. Verder medisch handelen is zinloos. Artsen kunnen in overleg met de familie besluiten om af te zien van verdere medische ondersteuning van de patiënt en de beademing te beëindigen, zodat de patiënt daarna kan overlijden. Artsen overleggen dan of deze patiënt daadwerkelijk organen zou kunnen doneren. Als dat zo is, wordt het donorregister geraadpleegd. Is de patiënt daadwerkelijk een potentiële donor, dan vindt er een gesprek met de familie plaats. Gezamenlijk wordt een moment afgesproken waarop de beademing wordt gestopt en de bloedcirculatie tot stilstand zal komen. Dat moment wordt vastgesteld door de artsen, de familie, het operatieteam dat die dag dienst heeft, en het team dat de organen gaat uitnemen.

Dan komt het moment dat de beademing daadwerkelijk wordt stilgezet: het moment van de switch-off. Gaat de patiënt dan vanzelf weer ademen? Of niet? En als hij weer enigszins ademt, hoelang houdt hij dat vol? Na die switchoff is de doodstrijd begonnen. Vandaar de naam: agonale fase. Deze fase kan heel kort zijn maar ook langer duren. De patiënt strijdt om te overleven, maar zal deze strijd verliezen.

Voor een orgaantransplantatie is het wenselijk dat deze fase niet langer duurt dan één of twee uur. Voor nieren zou die tijd twee uur kunnen zijn. Maar voor een alvleesklier (pancreas) staat maar een uur. Als de agonale fase te lang duurt, zijn organen minder of zelfs niet meer geschikt voor transplantatie. Daarom wordt de toestand van de patiënt na de switch-off nauwkeurig in de gaten gehouden, maar er worden geen medische handelingen verricht.

Op een gegeven moment – na enkele minuten misschien of na een langere tijd – zal de strijd gestreden zijn en de ademhaling helemaal zijn stilgevallen. Dan volgt de no-touch periode van – wat Nederland betreft – vijf minuten. Daarna kan de dood definitief worden vastgesteld en worden maatregelen genomen om de organen zo goed mogelijk te bewaren. Ook wordt ervoor gezorgd dat er geen bloed meer naar de hersenen kan stromen. Daarna kan het transplantatieteam de desbetreffende organen uitnemen.

Deze donatie na een verwachte dood door stilstand van de bloedcirculatie kan overigens ook plaatsvinden na een levensbeëindiging door een arts in het ziekenhuis. Bij deze ‘euthanasie’ – deze term is in de loop van de jaren behoorlijk opgerekt – zouden ook afspraken kunnen worden gemaakt over het doneren van organen. Hoe over euthanasie moet worden gedacht kan echter in het kader van deze korte serie over orgaandonatie niet aan de orde komen.

Vragen

Donatie na het stoppen van de bloedcirculatie roept vragen op. Een van de vragen is of inderdaad na vijf minuten stoppen van de bloedcirculatie het bewustzijn geheel geweken is uit de patiënt. In Italië geldt een periode van twintig minuten. Inderdaad kan er niet van worden uitgegaan dat iemand na vijf minuten spontaan de ademhaling hervat. Hij is stervende. Maar is het proces van sterven gelijk aan doodzijn? Kunnen we hier nog steeds blijven spreken over de dead donor rule (de regel dat de donor dood moet zijn)? Hier spelen vragen die ook bij donatie na de diagnose hersendood aan de orde komen. Daar zal in het vervolg van deze serie dieper op worden ingegaan.

‘Een van de vragen is of inderdaad na vijf minuten het bewustzijn geheel geweken is uit de patiënt’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Orgaandonatie (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 2020

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken