Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een donorcodicil dragen, mag dat?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een donorcodicil dragen, mag dat?

In gesprek met dr. R. Seldenrijk

11 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een donorcodicil dragen, mag dat? Dr. R. Seldenrijk is van mening dat de Bijbel geen overwegende bezwaren hiertegen heeft. Het is een daad van naastenliefde. Toch zitten aan dit onderwerp allerlei kanten waarover nagedacht moet zijn, voordat we ja of nee antwoorden op deze vraag. Uiteindelijk stelt dr. R. Seldenrijk dat het niet gaat om een voor of tegen, maar dat een ieder persoonlijk voor Gods aangezicht tot een beslissing moet komen.

‘Donor worden, dat doe je voor elkaar', zo meldt een wervende folder van de Stichting Orgaan-en Weefseldonorwerving. Deze folder geeft uitleg over het hoe en waarom van de overdracht van organen en weefsels en wil je ertoe bewegen een donorcodicil te gaan dragen. Mag je zomaar besluiten organen ter beschikking stellen na overlijden? Wat zegt de Bijbel hierover? Mag je eigenlijk als christen wel een donorcodicil dragen? Dr. R. Seldenrijk schreef enige tijd terug het boek Organen en weefsels op reis; een medisch ethische afweging van de transplantatiegeneeskunde. Daarom legden we hem een aantal vragen over deze problematiek voor.

Wat is transplantatie?

Wat moeten we precies onder transplantatie verstaan en welke organen komen op dit moment in Nederland in aanmerking voor transplantatie?

In het woord transplanteren zit het latijnse woord 'trans', wat 'over' betekent. Letterlijk betekent het dus: overplanten van organen of weefsels van de ene naar de andere plaats. Op dit moment is dit mogelijk bij hart, hartkleppen, lever, nieren, alvleesklier, longen, hoornvlies van het oog, huid, bot, beenmerg, bloed en bloedvaten. Het is nog steeds erg moeilijk om hersenen, darm en kraakbeen te transplanteren. Er zijn al wel geslaagde experimenten gedaan met transplantatie van leveren alvleeskliercellen.

Hoe vindt selektie plaats?

Er zijn bij sommige organen grote wachtlijsten. Er is schaarste, dus vindt er selektie plaats. Welke selektiecriteria hanteren medische teams? Wordt hierbij de maatschappelijke belangrijkheid van de ontvanger meegewogen?

Nee, de belangrijkheid van de ontvanger wordt niet meegewogen. Er is heel nadrukkelijk vastgelegd dat alleen medische overwegingen een rol mogen spelen. Allereerst wordt daarom gekeken: hoe groot is de kans dat het orgaan afgestoten zal worden door de ontvanger. Degene die de grootste kans heeft dat het orgaan niet afgestoten zal worden, krijgt het 'vrijgekomen' orgaan. Dit is dus een heel rechtvaardig criterium, omdat niemand daarop invloed kan uitoefenen. Hierbij is alleen bepalend in hoeverre bepaalde eiwitten op de cel (HLA-systeem) van donor en ontvanger overeenstemmen. Verder spelen nog enkele criteria een rol, namelijk: hoe is de huidige gezondheidstoestand van de ontvanger? En: kan de patiënt het psychisch aan? Leeftijd als zodanig speelt geen rol bij de selektie van de ontvanger.

Soms draagt iemand wel een donorcodicil, maar kan hij vanwege bijvoorbeeld leeftijd of andere omstandigheden niet altijd donor zijn. Als je bijvoorbeeld een hart van een 75jarige zou transplanteren naar een 25-jarige, dan zou dat hart 125 jaar moeten funktioneren als de ontvanger ook 75 jaar zou worden. Aan transplantatie van organen zijn dus ook medische grenzen verbonden. Eigenlijk is de overdracht van bloed, ofwel bloedtransfusie, een heel eenvoudige vorm van transplantatie. Hiertegen worden nauwelijks bezwaren ingebracht. Wel leven er soms veel bezwaren tegen de overdracht van andere weefsels en organen. Is dit terecht?

Bloedtransfusie is inderdaad een vorm van weefseltransplantatie, want bloed is een vloeibare vorm van bindweefsel. Het verschil in benadering is dan ook frappant. Het doneren van bloed is in christelijke kringen over het algemeen geaccepteerd, terwijl soms angstig wordt gekeken naar het doneren van organen, dat komt vooral door het verschil in gevoelswaarde. Dit is niet geheel terecht.

Is er verschil tussen bloed en organen

Wel is het begrijpelijk, want bloed wordt weer snel aangemaakt, maar de wegname van een nier is blijvend: je scheidt orgaan en persoon definitief. Als men redeneert dat je alleen dan tot transplantatie mag overgaan als het weer aangroeit, zou je tot een foute beslisregel komen: een orgaan als de lever groeit ook weer aan. Volgens deze regel zou dan een gevaarlijke vorm van transplantatie, zoals levertransplantatie, wel verantwoord zijn, maar een niertransplantatie, die minder gevaarlijk is, niet. Is dat verantwoord, ja of nee? Bij de vraag of organen uit levende donoren mogen worden weggenomen, moeten we meer letten op de vraag: kan de persoon dit orgaan missen? Waar vaak de bezwaren tegen orgaandonatie zich op richten is de vraag of door artsen wel zorgvuldig wordt omgegaan met het moment van overlijden. Ook speelt het emotionele aspekt van het 'leeghalen' van de overledene een rol.

In elk geval kunnen we uit de acceptatie van bloedtransfusie konkluderen dat het principe van weefseloverdracht van de ene naar de andere mens als zodanig is geaccepteerd.

Hoe persoonsgebonden zijn organen?

U noemde zojuist heel wat organen die getransplanteerd kunnen worden en ook dat weefseloverdracht geaccepteerd is. Toch zijn sommige organen meer en andere minder persoonsgebonden. Ook wordt er erfelijk materiaal (in de celkernen) overgedragen. Moeten deze gegevens meewegen bij de beoordeling van transplantatie?

Er zijn enkele organen aan te wijzen die persoonsgebonden zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de hersenen en de geslachtsorganen. De hersenen bepalen wie wij zijn als mens, onze identiteit.

De geslachtsorganen kun je zien als de organen die de bibliotheek van erfelijkheidsmateriaal bevatten voor een nieuw mens.

Beide organen zijn zo zeer met de eigenheid en totaliteit van de persoon verbonden, zodat ze niet mogen worden overgedragen naar andere mensen. Hier ligt een heel duidelijke grens.

In de celkernen van bijvoorbeeld lever-of niercellen zit natuurlijk ook de erfelijke informatie van de donor opgeslagen. Alleen die erfelijke informatie uit het orgaan wordt aange sproken, die is verbonden met de functies van het orgaan. Om die reden hebben deze organen veel minder te maken met wie je bent als mens en zijn deze organen daarom veel minder persoonsgebonden.

De Bijbel spreekt ook over het hart,

de nieren (Psalm 139) en het bloed (Genesis 9:4; Leviticus 17:11) als organen en weefsels die heel direct met de persoon verbonden zijn. Heeft dit ons niets te zeggen? Mogen we daarom deze organen of weefsels wel overdragen aan anderen?

Als de Bijbel spreekt over het hart, nieren en het bloed is dat vaak zinnebeeldig. Daarbij moeten we dus niet direct denken aan de organen zelf, maar aan datgene wat ermee wordt uitgedrukt: het diepste innerlijk van de mens.

De meeste vormen van transplantatie kunnen pas plaatsvinden als de donor overleden is. juist op dit punt leven heel wat vragen en komen de bezwaren om de hoek kijken. Hoe kan een arts vaststellen dat men overleden is?

We moeten hierbij vaststellen dat sterven niet een moment is, maar een proces. Niet alle organen 'sterven' op hetzelfde moment. In de medische wereld worden daarom criteria, beslisregels gehanteerd. Vroeger was dat: hartstilstand. Nu weten we dat iemand nog gereanimeerd kan worden; hij hoeft bij hartstilstand dus nog niette zijn overleden. De dood van de hersenen is een veel verfijnder criterium: je kunt zo beter vaststellen of iemand werkelijk is overleden. De hersendood wordt op dit moment gezien als het meest beslissende in het stervensproces.

Hersendood

Men spreekt van hersendood als de hersenstam dood is. Dit is het eerste criterium. De hersenstam regelt de aktiviteit van voor het leven absoluut noodzakelijke lichaamsfunkties: onder andere spontane ademhaling en hartslag. Als de hersenstam dood is, zijn die afwezig. Om dood van de hersenschors te constateren, wordt een EEG (grafiek van hersenactiviteit) gemaakt. Als deze grafiek vlak is, worden de hersenen als dood beschouwd. Dit is een tweede criterium om hersendood vast te stellen.

Donor wordt beschermd

Om te vermijden dat een arts een patiënt 'laat overlijden' ten bate van een andere patiënt, moet het behandelend arstenteam van de donor gescheiden zijn van het artsenteam van de ontvanger. De arts die belang heeft bij het orgaan van de patiënt, mag dus nooit de dood van de donor vaststellen. Dit gebeurt door een arts die buiten de beide teams staat. Dit is wettelijk zo vastgelegd. De wet stelt dit als zorgvuldigheidseis ter bescherming van de donor.

Waarom hersendood criterium?

Men gaat er hierbij vanuit dat je uit een grafiek en andere criteria kunt vaststellen of iemand overleden is. De Bijbel spreekt over overlijden als de scheiding tussen ziel en lichaam en spreekt dus vanuit een totaal andere hoek hierover. Is het daarom niet gevaarlijk om de beslissing of iemand werkelijk overleden is, zo vast te stellen?

Hier wordt inderdaad vanuit twee totaal verschillende werelden gesproken over het sterven. Wij kunnen konstateren dat er leven is of niet is, zonder dat we weten wat leven is.

Als iemand is overleden ervaren we dat de persoon niet meer onder ons is. Zonder ziel is er alleen een stoffelijk lichaam over.

We ervaren dan de scheiding tussen lichaam en ziel zonder dat we precies weten wat de ziel is. Het hele lichaam is bezield, maar de hersenen zijn meer bepalend voor dat wat wij de ziel, het meest kenmerkende van de levende mens, noemen, je moet je dan ook afvragen: wat is het meest cruciale in het stervensproces? Je komt dan uit bij de dood van de hersenen.

Hersendood is een meetbaar gegeven en door iedereen vast te stellen, je kunt niet de scheiding van lichaam en ziel hiermee aantonen, maar je komt er wel het dichtst bij. Daarom nemen we dit criterium.

Om organen te verkrijgen uit het lichaam, moet het lichaam van wat eens een mens geweest is, geopend worden. Mag er wel verminking van dat lichaam plaatsvinden?

Indringen in het lichaam is geoorloofd. Dankzij de opening van het menselijk lichaam is de huidige geneeskunde mogelijk. Wel moet er natuurlijk met eerbied met het stoffelijk overschot worden omgegaan, omdat het eens een mens geweest is.

Balsemen

Een bijbels voorbeeld - waar wordt gesproken over opening van het lichaam na het overlijden - is Genesis 50 : 2 en 26. Daar wordt twee keer neutraal gesproken over het baisemen. Hierbij werden de hersenen en alle ingewanden uit het lichaam verwijderd. Als alle aan vertering onderhavige delen uit het lichaam mogen worden verwijderd en rechtstreeks mogen worden prijsgegeven aan de vergankelijkheid, zouden dan geen weefsels en organen mogen worden uitgenomen om het leven van medemensen te sparen?

Als we 1 Korinthe 15 lezen, dan zien we dat het lichaam gezaaid wordt (begraven wordt) in vergankelijkheid om op te staan in onvergankelijkheid. Betekent dat niet dat we het lichaam zo kompleet mogelijk moeten begraven?

In 1 Korinthe 15 gaat het over de opstanding van een vernieuwd lichaam. We staan niet op met ons aardse, vergankelijke lichaam. Centraal in dit hoofdstuk staat het geloof van Paulus in de opstanding:

de beschrijving daarvan staat in een geloofskader.

Ook door operaties of oorlog wordt het lichaam inkompleet. Bovendien vergaat het aardse lichaam. Dit staat toch de Heere niet in de weg om ons met een volmaakt lichaam weer te doen opstaan. Organen zijn niet zo persoonsgebonden dat zij op het moment van begraven in het stoffelijk overschot moeten zijn. Toch ontslaat dit alles ons niet van de plicht met zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid met een stoffelijk overschot om te gaan.

Ook moeten we bedenken dat organen die worden getransplanteerd uiteindelijk later begraven zullen worden en dan alsnog aan de vertering worden overgegeven.

Uiteindelijk wordt toch het lichaam in zijn geheel aan de aarde toebetrouwd.

Is donorcodicil plicht?

In 1 Korinthe. 7 0 staat: 'de aarde is des Heeren en haar volheid'. Alles op deze aarde behoort God toe. Als we daarbij nemen dat er volgens u geen overwegende bezwaren zijn tegen het afstaan van weefsels en organen, kun je dan hieruit afleiden dat het onze christenplicht is om donor te zijn, om onze organen aan de gemeenschap ter beschikking te stellen, omdat deze uiteindelijk niet ons eigendom zijn? Moet je donor zijn?

Het afstaan van weefsels en organen kan mijns inziens niet worden afgewezen op grond van een bijbels verbod. Een donor begaat dan ook geen verkeerde dingen als hij leven en gezondheid maar niet in gevaar brengt.

Donorschrp kan wel degelijk worden aangemerkt als een daad van christelijke naastenliefde, maar het is geen morele verplichting. Ons lichaam is het wettig eigendom van God (1 Korinthe 6 : 19 en 20). Ons lichaam met onze organen zijn gave van God. Bovendien vraagt God dienstbaarheid met ons lichaam. Niemand heeft meer liefde dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden, zo zegt Christus (johannes 15:13). Christus heeft ook zelf een leven van dienende liefde voorgeleefd. Daarin moeten we hem navolgen. Daarbij kunnen we onze organen in de leiding van God gebruiken.

Toch wil ik orgaandonatie niet benaderen als een verplichting. De christelijke ethiek probeert een denklijn uitte zetten, maar wij houden onze eigen verantwoordelijkheid voor de getrokken konklusies.

Beslissing voor aangezicht Gods

Een persoonlijke beslissing is dus nodig. Wat heeft u tot een jongere te zeggen, die afweegt of hij wel of niet een donorcodicil wil dragen?

In de persoonlijke afweging moet dit principe meespelen: als je wilt ontvangen, moet je ook willen geven. Als je geen bezwaar hebt tegen ontvangen, is het onmogelijk bezwaar te hebben tegen geven. Wel willen ontvangen, maar niet willen geven is hypocriet. Deze regel kan in verschillende persoonlijke omstandigheden leiden tot een andere uitkomst. Als je bijvoorbeeld oud bent, kan je in jouw omstandigheid voor Gods aangezicht tot de konklusie komen dat de aardse taak voorbij is. Dan kan men in een eerlijke afweging komen tot de konklusie dat men niet meer wil ontvangen, omdat men ook niet meer kan geven. Wel blijft altijd staan: willen ontvangen, is willen geven.

Uiteindelijk gaat het er niet om of men voor of tegen is, maar het gaat erom of de overweging verantwoord wordt genomen voor Gods aangezicht in onze persoonlijke omstandigheden. Een ding moet dus in elk geval: er serieus over nadenken en voor Gods aangezicht tot een persoonlijk standpunt komen!

jandeWildt

Jantine Kats-Van Voorden

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Een donorcodicil dragen, mag dat?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken