Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Orgaandonatie (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Orgaandonatie (I)

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een wetsontwerp
Het blijft een veelbesproken onderwerp: het afstaan van organen, hetzij bij het leven, en vooral bij het sterven. Er wordt uit de samenleving op aangedrongen om een codicil (officiële verklaring) te tekenen, dat na het sterven organen mogen worden getransplanteerd. Het gaat hierbij vooral om nieren. Toch zijn deze niet de enige organen waar medemensen belang bij hebben.
De regering heeft bij de Tweede Kamer een wetsontwerp ingediend waarin zijn opgenomen „regelen omtrent het ter beschikking stellen van organen. (Wet op de orgaandonatie)". Dit wetsvoorstel is in februari 1992 in de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid besproken.
Het is niet mijn bedoeling dit wetsontwerp bij de lezers in te leiden. De voornaamste bepaling lijkt mij te zijn, dat er toestemming nodig is voor de transplantatie van organen.
Deze regeling is anders dan in de meeste Europese landen. Daar geldt de bezwaar-verklaring. Dat wil zeggen: transplantatie is niet geoorloofd, als iemand een verklaring van bezwaar heeft getekend. Men kan het verschil tussen Nederland en andere landen aldus omschrijven: In Nederland geldt neen, tenzij er een schriftelijke toestemming is verleend. Elders geldt: ja, tenzij er een schriftelijk vastgelegd bezwaar is gemaakt.
Een van de argumenten van de regering is, dat de nu voorgestelde regeling nauw aansluit bij wat in ons volk leeft. Bovendien vindt de regering met het oog op de nabestaanden, de regeling van het toestemming geven door de donor de beste.
Van medische zijde is tegen dit wetsvoorstel het bezwaar ingebracht, dat zo het tekort aan organen blijft bestaan. Met name in het orgaan van de Nierstichting is op dit wetsontwerp kritiek geoefend. Een artikel draagt als kop: „Wetsvoorstel orgaandonatie biedt onvoldoende waarborgen voor substantiële verhoging orgaanaanbod" (Dia 1992/2). Deze formulering verraadt al een bepaald standpunt, namelijk dat de overheid voor verhoging van het aanbod van organen moet zorgen. Zulk een standpunt past wel bij de gedachte dat de overheid in alle tekorten moet voorzien. Zij past niet bij de gedachte dat het om orgaandonatie gaat. Donatie betekent immers schenking op basis van vrijwilligheid. Die vrijwilligheid komt in het gedrang, als de overheid het aanbod door maatregelen moet verhogen.
Naar mijn gedachte is de voorgestelde regeling - een uitzondering dus vergeleken met de landen om ons heen - juist. We kunnen er blij mee zijn dat toestemming noodzakelijk blijft. Aan geen enkele burger wordt de verplichting opgedrongen om organen af te staan.
Dat de overheid regelingen treft rondom de donatie van organen is niet verkeerd. Ieder weet waar zij of hij aan toe is. Dat geldt de donoren, de ontvangers en de medische instanties. In het wetsontwerp wordt voorgesteld dat gemeentebesturen aan iedere burger bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een donorkaart toezenden. En verder worden de donorkaarten door gemeentebesturen kosteloos ter beschikking gesteld.
Het is niet de taak van de overheid om donor-werver te zijn! Dat mag worden overgelaten aan de betrokken medische instanties. Uiteraard moet daarbij op een gepaste wijze te werk worden gegaan. Dat betekent in elk geval het vermijden van opdringerige publikaties, respectievelijk reclame.

Donor-zijn?
We willen nu iets zeggen over de keuze om donor te zijn. Tegenwoordig hoort men daartegen in bepaalde kringen vooral als bezwaar inbrengen, dat er met organen geëxperimenteerd kan worden. Naarmate het medisch handelen vertechniseerd wordt, kan ook de orgaantransplantatie daarin betrokken worden. Men neme er nota van dat ik niet stel: dit gebeurt overal. Ik stel wel dat de kans daartoe aanwezig is. Men heeft soms het gevoel, dat men iets uit handen geeft, waarover anderen naar hun goeddunken beschikken. Dat goeddunken zal ongetwijfeld gericht zijn op het welzijn van de medemens. Of de weg waarlangs dat welzijn gediend wordt, voor de donor aanvaardbaar is, is soms de vraag. Vanwege deze onzekerheid hebben mensen het moeilijk met de vraag of het geoorloofd is om donor van een orgaan te zijn.
Uiteraard zijn er ook nog andere, niet minder wezenlijke vragen te stellen. Ik zal daarop in een volgend artikel ingaan. Nu noem ik nog de vraag naar het doodscriterium. Deze vraag hangt samen met het feit dat de organen, die getransplanteerd worden, er zo goed mogelijk aan toe moeten zijn. Dat kan ertoe brengen het sterven van een patiënt, die ten dode is opgeschreven, te versnellen. Met name in het geval van ernstig hersenletsel is de vraag van het doodscriterium urgent.

Het doodscriterium
Naar mijn gedachte moeten we vasthouden aan het criterium van de totale hersendood. Bij totale hersendood is de patiënt overleden. Ik citeer nu uit een artikel van dr. W.L.H. Smelt: „Hersendood wordt aangetoond door het aantonen van de hersendood met behulp van geprotocolleerd klinisch onderzoek zoals aangegeven volgens de zogenaamde Engelse criteria. Het vlakke EEG bevestigt de diagnose." Dit artikel is te vinden in het blad „Het Richtsnoer", orgaan van de gelijknamige vereniging (juni 1991, 13e jaargang nr. 3). In dit en in het volgende nummer vindt men instruerende artikelen over dit onderwerp. Ik noem nog een artikel dat gemakkelijk te raadplegen is. Het hoofdstuk „Orgaantransplantatie" in het door de Nederlandse Patiënten Vereniging bij Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, uitgegeven boek „Christelijke oriëntatie in medisch-ethische onderwerpen" (1992). Ik noem deze beide publikaties omdat er nogal eens gevraagd wordt naar goede voorlichting over dit onderwerp. Zij die een scriptie moeten schrijven of voor hun werk zich nader willen oriënteren, kunnen in de genoemde literatuur terecht.
Dit eerste artikel sluit ik af met het benadrukken van de noodzaak, dat men het over het doodscriterium eens is. Er mogen geen organen worden getransplanteerd uit het lichaam van een stervende. Pas nadat de dood is ingetreden en vastgesteld, mag er getransplanteerd worden - en alleen bij iemand die zich bereid verklaard had donor te zijn. De naam orgaan-donatie moet zijn betekenis behouden.

W.H. Velema

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

De Wekker | 16 Pagina's

Orgaandonatie (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken