Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ir. H. van Rossum verlaat de Tweede Kamer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ir. H. van Rossum verlaat de Tweede Kamer

11 minuten leestijd Arcering uitzetten

Ten afscheid

Een gedenkwaardige dag, de dag na de Kamerverkiezingen van 21 mei 1986. De uitslagen waren het onderwerp van levendige gesprekken. Onder de fractie en zijn medewerkers overheerste ootmoedige dankbaarheid dat de SGP in zeteltal gelijk mocht blijven. Dat is geen verdienste, integendeel. De dichter van psalm 115 geeft de grondtoon aan: „Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uwen Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwe waarheid wil." Het is omstreeks één uur als de heer Van Rossum voor de laatste keer als fractievoorzitter het fractieberaad opent met Schriftlezing en gebed. Neen, het gaat mij er niet om u deelgenoot te maken van het gesprokene. De gekozen Schriftlezing, Psalm 97, en hetgeen de voorzitter naar aanleiding daarvan in enkele woorden wijdde, wilde ik gebruiken om de toonzetting aan te geven waarin de bijdrage aan de persoon en het werk van de parlementariër Van Rossum, nu deze de aktieve politiek gaat verlaten, moet worden gesteld.

BELUDENIS

Psalm 97 is een lied waarin de dichter de Heere God, de Allerhoogste verheerlijkt. De Heere regeert! Een belijdenis van afhankelijkheid ook. In de jaren dat ik het genoegen had met vriend Van Rossum samen te werken is het mij telkens opgevallen met hoeveel nadruk hij opkwam voor de eer van God. Van Hem daalt alle gezag af en daarom hadden ook alle overheden als Gods Dienaresse te gehoorzamen aan Zijn wetten. Hoe vruchtbaar en zegenrijk het leven naar Gods heilzame geboden is. Hoe schadelijk ook het afwijzen daarvan voor enkeling en samenleving. Mocht men denken dat dit voortkwam uit een min of meer slaafse vrees, dan is die conclusie ten enenmale onjuist. Daarvan getuigden ook de enkele woorden waarop ik al doelde. De nadruk viel daarbij op vers 10: Gij liefhebbers des Heeren, haat het kwade.

Een belijdenis van afhankelijkheid. van hartelijke verbondenheid aan de Heere God en Zijn Woord. Een belijdenis ook van rechte zelfkennis. Die boodschap kregen wij ter overdenking en navolging mee op die gedenkwaardige dag.

GODZALIGHEID

Als ik in deze bijdrage aandacht vraag voor het verband tussen principe en praktijk, moet ik onwillekeurig denken aan de ina irele rede van Voetius (1634) getiteld: „Godzaligheid te verbinden met de wetenschap."

Getuigende en zakelijke politiek bedrijven behoren bij elkaar. Wat dat betreft stond ook Van Rossum in de oude Gereformeerde traditie van de Reformatie.

Trouwens, onze voorgangers - ik denk aan ds. Kersten, ds. Zandt, mijn vader, ds. Abma - hebben zich in de praktische politiek niet onbetuigd gelaten. Laten wij maar bedenken dat getuigen niet beperkt blijft tot de eerste tafel van de Wet van God, hoe ook daarin de verhouding tussen God en Zijn schepsel centraal staat. De tweede tafel, die de verhoudingen tussen de mensen regelt, is ook met alle vezels verbonden aan de enige Wetgever.

Gaarne heb ik aan het verzoek om het parlementaire werk van Van Rossum te belichten willen voldoen. Het is niet doenlijk een volledig beeld te geven. Dat is niet in de eerste plaats toe te schrijven aan de lange periode van ruim 19 jaar, meer nog aan de veelheid van onderwerpen en takken van overheidsdiensten die hij heeft mogen behartigen. Er is welhaast geen terrein te noemen, waarop geen aktie de presence werd gegeven. Zelfs het departement van Financiën. Als ik denk hoe met veel vuur de herziening van de omzetbelasting in 1968 werd verwerkt. Ook al is het duidelijk dat de meeste sporen verdiend werden in de meer technisch georiënteerde departementen als Verkeer en Waterstaat en Landbouw en Visserij. Daarbij konden ook Suriname en de Nederlandse An­ tillen worden gerekend, gebiedsdelen die hij reeds kende vanuit zijn vorige functie. De belangstellende lezer die daar meer van wil weten mag ik verwijzen naar het interview dat drs. G. Puchinger in de bundel „Hergroepering der Partijen" (1968) heeft weergegeven.

De wijze waarop Van Rossum zich inwerkte en de praktische benadering leidde al heel spoedig na zijn intrede tot waardering bij vriend en vijand, dat laatste uiteraard bedoeld in politieke zin.

PRESIDIUM

Om te beginnen eerst iets over dat onderdeel van het werk dat niet zo direkt naar buiten komt. Vele jaren mocht de heer Van Rossum deel uitmaken van het presidium van de Kamer. Soms als gewoon lid, vaker als plaatsvervangend Hd. Ook daarin kwam zijn sterk gevoel voor politieke en staatkundige verhoudingen, alsmede zijn kennis van het reglement van orde voor het voetlicht. Ik hoorde eens een inmiddels gepensioneerde chef van de Griffie zeggen: Wat jammer dat de heer Van Rossum niet meer in het presidium zit. Nu missen wij zijn deskundige adviezen. Wat ook niet naar buiten komt is het werk in de vaste commissies en de bijzondere commissies. Het gaat daar voornamelijk om procedureproblemen, maar via informele kontakten kan toch een grotere invloed worden verkregen dan getalsmatig blijkt. Daarvan werd dan ook dankbaar en op gepaste wijze gebruik gemaakt. Spannend waren die vergaderingen waarin alleman moest worden opgetrommeld om geplande procedures door te kunnen laten gaan. Als oudste lid in jaren trad hij menigmaal als voorzitter op. Ik ga voorbij aan de vele werkbezoeken in binnen-en buitenland, die ook onderdeel uitmaken van het Kamerwerk. Het zich oriënteren ter plekke werkte mee aan de goede voorbereiding voor de schriftelijke en mondelinge procedures.

OUDGEDIENDEN

Oudgedienden zullen nog wel weten dat in het zittingsjaar 1967/68 een initiatiefvoorstel tot wijziging van de Waterstaatswet, handelend over de watervoorziening van landbouwgronden ingediend werd, en nog aanvaard ook. Dat was zeker in die jaren welhaast een unicum. In waterstaats-en landbouwkringen, maar ook daarbuiten was de naam Van Rossum en niet te vergeten de SGP op aller lippen. Het bleek toen dat ook een kleine fractie wel degelijk een rol kan spelen in de politiek.

Een tweede initiatief volgde in 1974, toen uit het Verslag van de Algemene Rekenkamer bleek dat een doelmatiger en goedkoper loodswezen mogelijk was. In die tijd veroorzaakte het voorstel grote onrust bij de meestbetrokkenen. Druk bezochte hoorzittingen en wat dies meer zij. Tot verdere afhandeling dan het voorlopig verslag is het niet gekomen, mede gezien de toezegging dat in een algehele herziening van de Loodswet het wezenlijke van het initiatief-ontwerp zou worden meegenomen. Wel is er een commissie aan het werk geslagen die pas in 1981 advies uitbracht. Het ziet er naar uit dat binnenkort het kabinet zo'n loodswet zal indienen.

Niet alleen het recht van initiatief, ook het recht van amendement werd regelmatig in de strijd geworpen. Al werden vele amenderingen niet of onvoldoende gesteund, toch werden daardoor wel de aangesneden kwesties meer indringend in de schriftelijke voorbereiding en de mondelinge behandeling meegenomen. Niet zelden leidend tot latere regeling in de noodzakelijk geachte zin. Daarbij ging het doorgaans om de zaak zelf. Verschillende keren is het gebeurd dat Van Rossum het initiatief had genomen, doch aan de grotere fracties het recht op indiening toestond, omdat een amendement met zijn handtekening eronder het niet zou hebben gehaald. Het ging om de zaak en niet om de naam Als er rechtvaardige belangen behartigd moesten worden, zullen die voorop staan. De houding van die grote fracties is trouwens wel tekenend. Overigens moet ook worden opgemerkt dat in de meeste gevallen de marges van opereren smal zijn. Waardigheid in optreden is er altijd geweest. Van malle charges, om met de Kamervoorzitter te spreken, moet de SGP niets hebben.

ONDERTEKENAAR

Op nog een andere manier kan een volksvertegenwoordiger zijn standpunt benadrukken, dat is via het indienen van moties. Ook van die mogelijkheid is volop gebruik gemaakt. Het is werkelijk niet te doen om hier volledig te zijn. Alleen over de periode einde 1978 tot heden - die stukken zijn in een computer verwerkt — zijn het er vele tientallen, hetzij als eerste ondertekenaar of samen met anderen.

Het valt bij doorneming op dat het in de meeste gevallen gaat om billijkheids-en rechtvaardigheidsproblemen.

Een greep uit de vele:

— een pleidooi om de tarieven voor openbaar vervoer voor de bewoners van de Waddeneilanden gelijk te maken aan die voor de andere burgers (zoute veren)

— een verzoek om terzake van het onderwijs aan minderheden uit te blijven gaan van vrijheid van richting en inrichting (grondrecht)

— een verzoek om in het kader van het emancipatiebeleid het onderscheid tussen vrijwillige en gedwongen achterstandssituaties te benaderen (verschil tussen achterstand en achterstelling)

- een verzoek om de Nederlandse Ambassade niet uit Jeruzalem te verplaatsen naar Tel Aviv, vanuit de gedachte dat de staat Israël ook morele steun nodig heeft tegen de arabische landen. Er moest een andere motie komen die de Regering kapittelde over de inbreuk op de rechten van het parlement, omdat bleek dat de verplaatsing al een feit was

- een verzoek om met de problemen van zelfstandige boeren op redelijke manier rekening te houden

- verzoek om het motorvermogen van vissersschepen te begrenzen (hoe groter vermogen, hoe minder voor kleine(re) ondernemers overschiet). De overheid als schild voor de zwakken

- verzoek om een meer rechtvaardige verdeling van vishoeveelheden tussen de landen van de Europese Economische Gemeenschap

- verschillende verzoeken om monopoUevorming bij de oesterteelt in de Oosterschelde tegen te gaan

Al deze voorbeelden geven een indruk van de veelzijdigheid, grote kennis van zaken en een goed gevoel voor rechtvaardigheid en billijkheid die er juist toe hebben geleid dat Van Rossum zo'n grote plaats en gezag genoot. Wij danken hem daarvoor. Hij zal de eerste zijn om te zeggen dat niet hem, maar de Heere zijn God de eer toekomt.

VRAGEN STELLEN

Daarnaast is er het instituut van het vragen stellen, schriftelijk en monde-Hng. U raadt het al. Ook van die mogelijkheid is in ruime mate en op gepaste wijze gebruik gemaakt. Ook hier een veelheid van onderwerpen, waarbij zowel ethische problemen aan de orde werden gesteld.

Tenslotte de mondeUnge besprekingen in de plenaire zittingen. Ik denk aan de waardige wijze waarop aan het abortusdebat in 1980 werd deelgenomen. Principieel afwijzend tegenover het Regeringsvoorstel, pogend met name het CDA met principiële en juridische argumenten te overtuigen dat het

'Vervolg op pagina 10 Vervolg van pagina 9

wetsvoorstel er niet mocht komen. Met name ook met keur van beweegredenen ondersteunend het initiatiefvoorstel Abma/Verbrugh dat zo indrukwekkend door ds. Abma is verdedigd geworden. Ik denk aan de vele debatten die aan de alsmaar stijgende miljarden van de Oosterscheldedam zijn gewijd. Aan, om niet meer te noemen, de debatten naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie RSV. Zijn uitdrukking „aangesloten wild" is welhaast een gevleugeld woord geworden.

Als fractievoorzitter kwam nog meer dan anders zijn betrokkenheid bij de geestelijk-zedelijke en stoffelijke belangen van het land en volk tot uitdrukking. De laatste algemene beschouwing dateert van 8-10-'85. Een enkel citaat:

„Ik toets het beleid niet aan de toekomstverwachting van het zittende kabinet, maar aan de opdracht, die de Christus der Schriften gaf aan Zijn discipelen bij Zijn hemelvaart om heen te gaan tot alle volken: lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. Dat geldt alle mensen, ook allen die van Godswege het gezag zijn bekleed. Wat is dan de grote inhoud van dat goddelijk gebod dat alle volken bekend gemaakt moet worden? Dat is God lief te hebben boven alles en de naaste als ons zelf."

GLOBALE INDRUK

In deze korte bijdrage heb ik gepoogd een globale indruk te geven van het werk dat Van Rossum in de brede zin van het ambt heeft mogen doen. Vele onderwerpen moesten in dit korte bestek blijven rusten. Ik noem slechts enkele trefwoorden: Zuid-Afrika, NA­ VO, Afghanistan, vervolgde christenen, ontwikkelingshulp (met name medefinancieringsproj ecten), gemeentelijke grenswijzigingen.

Rest mij nog enige woorden te wijden aan het werk binnen de fractie. Het is welhaast voor de hand Hggend dat in een kleine fractie het onderling vertrouwen groot moet zijn. Immers, ieder lid heeft zijn eigen portefeuilles en kan zich niet veroorloven ook de andere zaken, meer dan als het ware uit de krant, na te gaan. Welnu, aan dat vertrouwen heeft het niet ontbroken. Hartelijk dank daarvoor. Ook de open wijze waarop, soms moeilijke, problemen werden besproken en het feit dat er opening was voor eikaars argumenten heeft tot die goede verstandhouding geleid. Ook al weet ik dat ieder van ons zal erkennen niet volmaakt te zijn. Als die erkenning tot verootmoediging tegenover de Heere God mag leiden, dan komt er ook plaats om de wijze raadgeving van de apostel Paulus na te volgen: Een ieder achte de ander uitnemender dan zichzelf. Ook die les moeten wij allen leren.

VAN HARTE

Deze bijdrage ben ik begonnen met te verwijzen naar psalm 97, waarmede onze vriend Van Rossum de laatste fractievergadering opende. Ik wil er ook mee eindigen en de scheidende van harte toebidden: God bewaart de zielen Zijner gunstgenoten. Hij redt ze uit der goddeloze hand. Het licht is voor de rechtvaardige gezaaid en vrolijkheid voor de oprechten van hart. Gij rechtvaardigen, verblijdt u in de Heere en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.

C. N. van Dis

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1986

De Banier | 20 Pagina's

ir. H. van Rossum verlaat de Tweede Kamer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1986

De Banier | 20 Pagina's