Waken over Indische sfeer
Verzorgingshuizen moeten in de toekomst misschien deur voor Nederlanders openen
Vandaag staat er nasi puti met gebakken kip op het menu. Slechts drie keer per week eten de bewoners van het verzorgingshuis voor Indische ouderen Sint Jan Baptist in Den Bosch Hollandse pot. Een oude man mompelt in het Maleis iets tegen zijn buurman. Deze knikt instemmend. De schilderijen aan de muur tonen de dromerige sfeer van de "gordel van smaragd". De typisch Indische gewoonten in het verzorgingshuis dreigen echter langzaam maar zeker het onderspit te moeten delven.
In ons land zijn nog zes bejaardenhuizen waar Indische ouderen hun oude dag kunnen doorbrengen. Na de soevereiniteit van Indonesië, in 1949, verlieten tal van mensen in allerijl hun vaderland om het bewind van Soekarno te ontvluchten. Ze kwamen hier ontheemd en vreemd in het kille Hollandse klimaat. Velen spraken niet of nauwelijks Nederlands en trokken zich met hun familie in een aparte wereld terug.
Velen van hen waren van Indisch/Nederlandse afkomst en hadden hun brood verdiend als ambtenaar of KNIL-militair. Zij waren na de roerige tijd zeker niet meer welkom in de voormalige Nederlandse kolonie. In veel gevallen trok de jongere generatie naar de Verenigde Staten en zaten de ouders moederziel alleen in een wildvreemd land.
Obstakels
De opvang van de Indische bejaarden zorgde al snel voor de nodige obstakels. Zij konden niet in Nederlandse bejaardenhuizen aarden, omdat ze onze taal vaak nauwelijks spraken. Met verhalen „over vroeger" hoefden ze daar ook niet aan te komen. Bijna niemand die er ook maar iets van begreep.
Uiteindelijk stelde een klooster in Den Bosch in 1953 zijn poorten open voor de ontheemde Indiërs. Jarenlang voldeed deze professorische opvang voor ouderen, tot ook deze situatie niet langer houdbaar was. Twaalf jaar geleden ging de eerste paal de grond in voor een verzorgingshuis voor alleen Indische mensen. Inmiddels zijn er zes van dergelijke huizen in ons land, met een protestantse, algemeen christelijke, rooms-katholieke en islamitische signatuur.
De generatie ouderen die uit Indië komt, wordt echter elk jaar kleiner. Vorig jaar leek het er even op dat ze in Sint Jan Baptist met lege kamers bleven zitten. Het ministerie van WVC toonde prompt interesse, omdat de Nederlandse verzorgingshuizen met grote wachtlijsten kampen en ouderen veelal lange tijd moeten wachten voordat ze opgenomen kunnen worden. Het is de vraag of de Indische huizen hun kamers eventueel open willen stellen voor Nederlandse bejaarden, omdat de verschillen in achtergrond zo groot zijn dat ze niet zonder meer in één huis gehuisvest kunnen worden.
Onder elkaar
In de eetzaal van Jan Baptist is het een gezellige drukte. De bewoners eten zowel 's middags als 's avonds met elkaar. „De gezamenlijke maaltijd is een Indische gewoonte die we hier in ieder geval proberen te handhaven", reageert directeur mevrouw E. G. Cotterell. Het is maar een van de talloze gewoonten die de bewoners uit Nederlands-Indië hebben meegenomen.
Voor de directeur is het duidelijk dat de ouderen uit de voormalige archipel het beste „onder elkaar kunnen zijn". Een 'vermenging' met Nederlandse ouderen in één verzorgingshuis ziet ze zonder een goede voorbereiding en begeleiding niet zitten. „Het zijn echt twee heel aparte groepen. Neem alleen al de eetgewoonten. We hebben hier vier keer in de week de Indische keuken. Het belangrijkste punt is echter de mentaliteit en cultuur. Iemand van Indische afkomst is zo anders dan de doorsnee-Nederlander. Ze zijn heel bescheiden en teruggetrokken. Je moet uit allerlei signalen maar zien op te vangen wat ze nu eigenlijk willen. Bij Hollandse bejaarden ligt dat een stuk anders. Ze komen veel meer voor hun rechten op en zeggen waar het op staat.
Ze vinden het een heerlijk idee om met cultuurgenoten om te gaan. Ze begrijpen elkaar. Veel van hen hebben ook dezelfde verschrikkelijke ervaring van het Jappenkamp. Dat geeft een binding".
Ook de dagelijkse gang van zaken in de Indische verzorgingshuizen wordt door de bewoners uiteraard beïnvloed. Ze zijn er, in tegenstelling tot de Nederlandse ouderen, erg op gesteld om vaak en uitgebreid te baden. Of het in de kamer een rommel is, interesseert ze minder. Ze hebben in ieder geval geen voorliefde om hun hebben en houden angstvallig van stof te vrijwaren.
Op dit moment zitten er ongeveer 350 Indische ouderen in verzorgingstehuizen in ons land. Het rooms-katholieke Sint Jan Baptist met zo'n 100 bewoners is een van de grootste. Vorig jaar had het huis te kampen met leegstand omdat zich niet genoeg bejaarden van Indische afkomst aanmeldden. „De jongere generatie past zich aan de Nederlandse gewoonten aan. Daarom wordt het steeds moeilijker om deze huizen in stand te houden", verklaart de directeur. Na overleg met WVC, die de Indische verzorgingshuizen subsidieert, bleek dat het ministerie dit najaar een onderzoek start naar de positie van deze bejaardenhuizen. Uit deze nasporing moet duidelijk worden welke capaciteit er in de komende jaren nodig is voor een goede opvang. Voorlopig gaat men ervan uit dat Sint Jan voor Nederlandse ouderen uit Den Bosch wordt opengesteld. Overigens is er dit jaar weer een kleine wachtlijst, zodat het huis zich nu geen zorgen hoeft te maken hoe lege kamers gevuld moeten worden.
Wat het aantal Indische ouderen in Nederland betreft, zou men de komende jaren voorlopig nog vooruit kunnen. Mevrouw Cotterell schetst dat de pensioenbond van Indische Nederlanders ruim 10.000 leden telt. „Uit de statistieken blijkt dat 7 procent van de 75-plussers in ons land in een verzorgingshuis woont. Ik denk dat het percentage voor Indische ouderen echter veel lager ligt. Ze worden daar volgens de traditie veel meer door hun kinderen in huis genomen en verzorgd. Degenen die hier naar toe komen, hebben meestal kinderen die in het buitenland wonen".
Geen enkeling
De directeur wil echter niet zo ver gaan dat het tehuis capaciteit in moet leveren, of in het ergste geval moet sluiten. „In Den Bosch is een groot tekort aan verzorgingsplaatsen. Als je Nederlandse ouderen gaat toelaten, is dat heel ingrijpend. Je zou dan toch het karakter van het Indische verzorgingshuis moeten handhaven. Waar nodig kun je dan extra voorzieningen voor Nederlandse ouderen realiseren. Als je het huis voor hen openstelt, moet je ook gelijk een groep laten komen. Je kunt niet een enkeling tussen Indische ouderen onderbrengen. Die voelt zich dan ook helemaal niet thuis.
De omgang met de ouderen in Sint Jan Baptist zorgt nogal eens voor verrassingen. Het personeel moet er rekening mee houden dat ze vrijwel niets direct uiten. Als ze ergens mee tobben, moet men er soms langs een omzichtige weg achter zien te komen.
Omdat de ouderen liever zoveel mogelijk voor zichzelf houden, is een goede observatie belangrijk, heeft mevrouw Cotterell, in de paar maanden dat ze directeur is, gemerkt. Zo kan het gebeuren dat een bewoner het feit dat hij ziek is, meesterlijk kan verbergen. Alleen door scherp op te letten kan het personeel ervoor zorgen dat er op tijd aandacht aan een kwaal wordt geschonken.
De administratie van het verzorgingshuis heeft het druk met het invullen van girokaarten, belastinggevens, ingewikkelde, maar ook eenvoudige formulieren. „Omdat ze vaak slecht op de hoogte zijn met de Nederlandse bureaucratie, is het invullen al snel een probleem. Bovendien kunnen ze in veel gevallen niet op hun kinderen terugvallen".
Velen kunnen onze taal onvoldoende spreken, laat staan lezen of schrijven. Iemand die het Nederlands wel beheerst, de krant leest en daardoor op de hoogte is van het nieuws, fungeert dan meestal als nieuwslezer. „Ze houden elkaar goed op de hoogte en helpen waar het maar kan", is de ervaring van mevrouw Cotterell.
Spreekbuis
Oud-KNIL-militair Bollen woont sinds vier jaar in Sint Jan Baptist. Hij zocht als jongen van zeventien het avontuur en meldde zich aan als militair voor Nederlands-Indië. Tijdens de terreur van de Japanners werkte hij ruim drie jaar onder de verschrikkelijkste omstandigheden aan de Birma-spoorweg, terwijl zijn vrouw met twee kinderen het Jappenkamp ternauwernood overleefde.
Bollen voelt zich met zijn vrouw prima thuis in de Indische sfeer. Hij is de spreekbuis van de bewoners richting directie. „Er is hier geen bewonerscommissie. Daar lopen ze niet warm voor; ze zijn erg afwachtend. Bollen heeft veel vertrouwen bij de Indische gemeenschap. Omdat ik met hun land vergroeid ben, spreken ze zich tegen mij wel uit. Ik bemiddel vaak een beetje". Daarnaast is hij nog actief in het verrichten van hand- en spandiensten voor de bewoners. Dat kan variëren van het invullen van een formulier tot het doen van boodschappen.
Het probleem voor hem is dat hij de bewoners zelden warm krijgt voor iets. Ze zitten heel vaak in een hoekje en mijmeren maar wat voor zich uit. „De reactie is heel vaak: „Saber doelhoe", laat maar zitten".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1990
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1990
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's