„Juist in deze tijd is niets meer geboden dan gewoon helder zijn"
De gereformeerde gezindte en "de wereld" (1)
Het steigerwerk van onze christelijke beschaving wordt afgebroken. Een generatie terug wist de gemiddelde Nederlander nog wat van de Bijbel. Die kennis is inmiddels vervangen door een algemeen religieus gevoel. Voor een persoonlijk God, Die Zich heeft geopenbaard in de Schrift, is daarin geen plaats. Wat betekent dat voor de kerken van de Reformatie? Hebben die nog een woord voor de wereld, of wordt hun boodschap geblokkeerd door de reformatorische traditie? Deze keer drie mannen over de harde praktijk van de evangelisatie. Volgende keer aandacht voor een opmerkelijk initiatief: een Bijbel voor de buren.
Het is alweer een kleine twintig jaar terug dat het echtpaar Van Dooijeweert zich in Tilburg vestigde. Door de Gereformeerde Gemeenten was een nieuwe evangelisatiepost geopend in het rooms-katholieke zuiden van ons land. Van Dooijeweert en zijn vrouw wisten zich tot deze pioniersarbeid geroepen.
Met hun Bijbel trokken ze naar een streek waar de kerkelijke traditie belangrijker was dan het Woord van God. Inmiddels zijn miljoenen folders verspreid. De zondagse samenkomsten worden door een zestigtal Tilburgers bezocht. De Bijbelwinkel is een begrip geworden in de stad. Ruiten worden niet meer ingegooid. De generatie die werd opgevoed met de gedachte dat protestanten ketters zijn, neigt naar het einde.
Met Kerst zong het Noordermannenkoor in de nabijgelegen roomse kerk. Het evenement trok honderden bezoekers. De toenemende onbekendheid met de roomse leer ziet Van Dooijeweert niet als verlies. Wat hem wel zorgen baart is de snel afnemende bijbelkennis. „Toen we hier kwamen kenden veel mensen de bekende geschiedenissen nog. Dat is voorbij. Kort geleden vroeg een knaap me: Die Jezus waar u het over hebt is toch al meer dan een eeuw dood?"
Rampzaligheid
Voor feitelijke kennis van de leer is een algemene religieuze interesse in de plaats gekomen. „Beginnen we een bijbelcursus, dan komen er steeds weer nieuwelingen. We hebben er momenteel dertig op woensdagavond, tien op donderdagavond en drie op vrijdagmorgen. Je signaleert een algemene onrust onder mensen. Ze gaan op zoek."
Toch is Van Dooijeweert niet onverdeeld gelukkig met de toegenomen belangstelling voor religieuze zaken. „Juist die algemene religiositeit brengt vaak een oeverloos gesprek teweeg. Mensen vinden het aardig om eens over het christelijk geloof te spreken, zoals ze het ook aardig vinden om op z'n tijd over het boeddhisme te bomen.
Meer nog dan in het verleden spits ik mijn boodschap toe op de Persoon van Christus. Anders kun je eindeloos met elkaar optrekken, terwijl je toch iets heel anders bedoelt. Zelfs in een klooster werd onze bijbelcursus gebruikt. Tot men bij het punt kwam dat we buiten Christus verloren gaan. Dat is vandaag het meest onverteerbare punt in de christelijke leer.
Ook op de bijbelcursus zijn er altijd weer die op de ketting springen als je over de hel spreekt. God is liefde, hoe kan Hij dan mensen eeuwig laten branden? Dan geef ik meestal als antwoord: dat moet je aan de Heere Jezus vragen, want Die heeft erover gesproken in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus."
Zin van het leven
In het zoeken naar religieuze bevrediging staat de vraag naar de zin van het leven centraal. Daarbij sluit Van Dooijeweert regelmatig aan. Zo gaf hij een evangelisatiefolder het opschrift mee: "Wat is de zin van het leven?" Kort daarop kwam een jonge vrouw naar de bijbelcursus. Weken later vertelde ze pas, dat ze de stap had genomen omdat een cursus filosofie die ze had gevolgd, was aangekondigd met dezelfde kreet.
De cursus had haar na twee jaar nog geen stap verder gebracht op haar speurtocht naar de zin van het bestaan. Naast alle diversiteit in de moderne religieuze opvattingen ziet de evangelist één belangrijke overeenkomst. God wordt niet gezien als een Persoon, die Zich openbaart in Zijn Woord, maar als een kracht die aanwezig is in de natuur en ervaren wordt in de emoties.
Dat maakt de godsdienst tot een privézaak, die voor het leven van alledag geen normatieve betekenis heeft. „Twintig jaar geleden werd hier in Tilburg door de ouderen nog afkeurend gesproken over "hokken". Nu zeggen ze dat hun kinderen voor "een andere samenlevingsvorm" hebben gekozen. Wat de kerk zegt doet er niet meer toe. Je bepaalt je eigen leven."
Cultuuromslag
Over deze ontwikkeling, die wel als een cultuuromslag wordt getypeerd, zijn de afgelopen jaren kruiwagens vol boeken verschenen. Ook in de gereformeerde gezindte wijden predikanten, docenten en andere geleerden publikaties aan dit thema. Bij hen staat vooral de vraag centraal of de zogenaamde Godsverduistering de gereformeerde gezindte voorbij gaat en wat in deze tijd de waarde is van de reformatorische traditie.
In het algemeen is de discussie sterk theoretisch, vindt ds. T Cammeraat, hervormd predikant in Wijk bij Duurstede. Hij is vooral een prakticus. Een hedendaagse Jakobus. Zo was hij tijdens zijn studie onder meer werkzaam in Groningse gemeenten die niet in staat waren een eigen predikant te bekostigen. In de noordelijke provincie werd hij zeer direct geconfronteerd met de leegloop van de kerk en de marginale plaats van het christelijke geloof in onze samenleving.
Afgeschreven
Eind '87 werd ds. Cammeraat beroepen door de midden-orthodoxe gemeente van Wijk bij Duurstede. Allerlei moderniteiten hadden het kerkbezoek alleen maar doen afnemen. „De kerkeraad heeft toen gezocht naar iemand die een bijbelse boodschap wilde brengen, zonder direct allerlei veranderingen in de bestaande kerkelijke situatie te forceren, en kwam bij mij terecht.
Ik heb destijd in Groningen geleerd dat je bereid moet zijn om met niets anders dan je Bijbel te beginnen. Door de verkondiging van Gods Woord en de werking van de Heilige Geest zullen de dingen die naar onze mening verkeerd zijn, moeten veranderen. Als je die veranderingen als voorwaarde voor je komst stelt, ben je volgens mij verkeerd bezig."
In het gebruik van de Nieuwe Vertaling en het Liedboek voor de kerken paste Cammeraat zich aan de bestaande situatie in zijn gemeente aan. Ook de aanwezigheid van vrouwelijke ambtsdragers accepteerde hij als een feit, hoewel hij er niet gelukkig mee was. „Daarmee ben je in een aantal gereformeerde-bondsgemeenten direct afgeschreven, maar dat wist ik vooraf.
Destijds waren er in het noorden openingen voor de bijbelse prediking. Wel waren daar liturgische consequenties aan verbonden. Om die reden lieten heel wat gereformeerde-bondspredikanten het afweten. Dr. Tukker was een van de weinigen die er gewoon ingestapt zijn, zonder zich druk te maken om wat ervan gezegd zou worden. Dat heb ik zeer gewaardeerd."
Spiegelbeeld
De hervormde predikant ziet zich als voorganger op een evangelisatiepost. Het grootste deel van zijn gemeente bestaat uit kerkbezoekers die af en toe komen en een minimale bijbelkennis hebben. „Al vraag ik me wel eens af of die kennis in geheide bondsgemeenten zo veel groter is." Met de vraag of er wel een God bestaat, wordt hij zelden geconfronteerd.
„Als het me overkomt doe ik meestal het voorstel om in gebed te gaan en God te vragen of Hij zich openbaren wil. Dat is me in al die jaren één keer gelukt. Daaruit concludeer ik dat een aantal mensen wel zegt dat er geen God is, maar diep in het hart wel beter weet. Ze vrezen dat er een God is en ontkennen daarom Zijn bestaan."
Veel vaker heeft de predikant te maken met mensen die wel geloven, maar daar de kerk niet bij nodig hebben. „Je kunt zelfs niet zeggen dat dat geloof een toestemmen van de bijbelse waarheden is. Het is meer de erkenning dat er toch wat moet zijn. Wat of wie die "wat" is, blijft erg vaag. Op z'n tijd spreekt men z'n bezwaren uit tegen die Iemand, want Hij moet dan liefde zijn, maar daar blijkt niet veel van.
Kortom, het is een geloof dat weinig verband houdt met Gods openbaring. Daar wijs ik hen ook op. Zo'n geloof is niet meer dan een spiegelbeeld van het eigen denken." De christelijk-gereformeerde evangelist H. Bor, sinds 1978 evangelist in Gent, heeft de belangstelling voor het Woord van God in de achterliggende jaren duidelijk zien afnemen.
Grauwe stroom
De belangrijkste oorzaken daarvan zijn naar zijn mening het sterke materialisme in België en de activiteiten van een scala van sekten, waardoor mensen sceptisch zijn gaan staan tegenover ieder die zegt de waarheid te bezitten.
„Nog niet zo lang geleden stond ik met een bijbelkraam op de markt. Dan zie je al die mensen voorbij trekken. Een grauwe stroom in een grijze wereld, die geen tijd meer biedt om na te denken. Opstaan, de kinderen naar school, je werk, je afspraken, je verplichtingen en 's avonds doodmoe je bed weer in. Gelezen wordt er nauwelijks. Men wordt beïnvloed door de moderne media, waarin voor het Woord van God geen plaats is.
De meeste mensen houden zich nooit bezig met de grote levensvragen. Het blijft bij wat vage gevoelens." Wel signaleert de evangelist, net als zijn collega Van Dooijeweert, een groeiende belangstelling voor oosterse religies. „Die sluiten ook naadloos aan bij hun achtergrond. Rome heeft zwarte magie altijd oogluikend toegelaten. Het hele New-Agedenken past uitstekend bij het mystieke van Rome."
Bekeert u
In de huidige situatie kan niet meer worden aangesloten bij aanwezige bijbelkennis. Toch ziet Bor daarin geen reden om zijn boodschap aan te passen. „Alleen het aanknopingspunt verschilt. Nu komen mensen vaak met de vraag: wat is er nog te verwachten van deze wereld? Dan vertel ik dat er wel toekomst is, omdat God Zijn Zoon in deze wereld heeft gezonden.
Al klinkt die boodschap nog zo ouderwets, ik ben ervan overtuigd dat daarin ook voor de moderne mens het antwoord op z'n vragen ligt. We moeten terug naar het Woord van God. Zondagavond nog heb ik in de dienst m'n Bijbel omhoog gehouden en gezegd: Alleen hierin ligt houvast.
In m'n bijbelkraam heb ik nogal wat boekjes van Spurgeon staan. "Bekeert u" bij voorbeeld, en "Woorden van waarschuwing voor het dagelijks leven". Al een paar keer is me opgevallen dat jongelui juist daarnaar vroegen, door de heldere titel. Veel kerken worden vandaag gekenmerkt door vaagheid. Daar is niemand mee gediend. Juist in deze tijd is niets meer geboden dan gewoon helder zijn.
Als ik mensen aanspreek zeg ik: „Uw weg is een heilloze weg. Als u zo sterft gaat u verloren." Jona liep in Ninevé ook rond als een vreemde eend in de bijt, met z'n profetenmantel en z'n joodse accent. Maar z'n boodschap was helder. „Nog veertig dagen, dan zal Ninevé worden omgekeerd." Dat kon iedereen begrijpen."
Eenvoudig
Ook ds. Cammeraat ontkent dat het veranderde geestelijke klimaat een aanpassing van de prediking vereist. „De dingen die veertig jaar geleden van belang waren zijn het nu nog. Preek eenvoudig, zodat een kind je kan begrijpen. Spreek de taal van vandaag en niet die van vijftig jaar terug.
En geef de preek handen en voeten, zodat hij niet met de zondagse jas aan de kapstok wordt gehangen. Er zijn preken die dogmatisch van a tot z kloppen, maar waarmee mensen in hun dagelijkse leven niets kunnen."
Liturgische zaken zijn voor de predikant van middelmatig belang. „Ik zing ook graag uit de oude berijming en citeer meestal de Statenvertaling. Maar ik kan niet begrijpen dat mensen van die voorliefde een breekpunt maken.
Ik nodig een gereformeerde-bondspredikant uit om hier met Kerst te preken. Hij mag zijn eigen Statenbijbel meenemen. Vrouwelijke ambtsdragers zijn er inmiddels niet meer. Hij wordt niet genoodzaakt een gezang te laten zingen. Het enige is dat de psalmen in de nieuwe berijming worden gezongen. Op grond daarvan weigert hij te komen.
Ik heb daar wel m'n gedachten bij. Als men in het RD leest dat dominee X in Wijk bij Duurstede preekt, bestaat de kans dat hij een beroep minder krijgt. Dan denk ik: dat zij dan zo. Het gaat er toch om dat je de boodschap van God bij mensen brengt, niet dat je je eigen populariteit vergroot?"
Ivoren toren
De opvatting dat de werfkracht van de behoudende reformatorische kerken groter zou zijn als de liturgie wat minder archaïsch was en de gemeente een actievere rol in de samenkomsten had, wordt door ds. Cammeraat bestreden.
„Van liturgische vernieuwing verwacht ik niets. Zodra het nieuwtje eraf is moet je weer wat anders verzinnen. Zo blijf je aan de gang. Ik geloof ook niet dat mensen er behoefte aan hebben. Wel zou het volgens mij goed zijn, als sommige psalmen in de berijming van 1773 werden hertaald. Neem Psalm 27 vers 1. "Stiet zelf dit rot dat mij benauwt en haat, den voet en viel, omdat het God verlaat."
Wat moet een kind daarbij denken? Dat probleem los je niet op door de invoering van het Liedboek. Daarin vind je weer woorden als "schofferen". Dat is voor een kind al even onbegrijpelijk."
Veel bezwaarlijker dan de ouderwetse psalmberijming is voor de predikant uit Wijk bij Duurstede het feit dat veel predikanten in de gereformeerde gezindte vanuit een ivoren toren spreken. „Zij doen het goed, hun preek is goed en wie daar wat van zegt is een vijand van de waarheid. Die houding stoot mensen af."
Zere plek
Voor de Tilburgse evangelist Van Dooijeweert is het "Sola Scriptura" van de Reformatie het enige antwoord op de vraag waaraan de kerk in onze tijd werfkracht ontleent. „Wij krijgen mensen die overal zijn geweest en hier blijven hangen, omdat ze hier onderwijs krijgen. De reformatorische prediking confronteert, net als de Bijbel zelf met de levende God, Die ook vandaag werkt.
De vraag is wel hoe we die boodschap verwoorden. In onze kerken vind je nogal eens dat omslachtige. Waardoor de mens van vandaag denkt: waar heeft-ie het nou eigenlijk over? Laten we alsjeblieft gewoon zeggen waar het om gaat. Daarnaast is het enorm belangrijk dat nieuwkomers kinderen van God ontmoeten, die de omgang met de Heere kennen en daar ook uit spreken. Dat maakt nog steeds indruk."
Evenals Cammeraat ziet Van Dooijeweert de liturgie in behoudende reformatorische kerken niet als een barrière voor buitenkerkelijken. Veel meer kwaad doet de kilheid. „Ken jij een gemeente die berekend is op binnenkomende wereldlingen? Dan mag jij hem mij aanwijzen. De kerk is veel te druk met haar eigen besognes en politiek. Daar ligt volgens mij een heel zere plek."
Onvriendelijk
„Een Belg ging met een schipper mee naar een reformatorische kerk in Nederland", vertelt evangelist Bor. „Het zat er stampvol. Hij mocht niet gaan zitten, want het stoplicht naast de preekstoel stond nog op rood. Eindelijk kreeg hij een plaatsje aangewezen. „De preek was goed", vertelde hij me later, „maar verder ging het er zo raar toe.
Ze kwamen wel drie keer met zo'n zak rond. Of ze nooit genoeg hadden. En na de dienst rende iedereen direct naar huis." Ik kan me de verbazing van zo'n man goed voorstellen. Wij zijn eraan gewend, maar onze kerken hebben iets onvriendelijks. Mensen mogen best voelen dat ze in het huis van God zijn. Daar moet eerbied en gezag zijn. We staan onder de majesteit van het Woord.
Maar dat is iets anders dan kilheid. Een gemeente moet warmte uitstralen. Zou deze post in Gent ooit als kerk worden geïnstitueerd, dan zette ik het koffiedrinken na de dienst gewoon voort. Zeker in deze geseculariseerde wereld is het van groot belang dat er gelegenheid is om elkaar te ontmoeten.
De kerk hoort een plaats te zijn waar mensen rust vinden, onder de verkondiging van het Woord en in de gemeenschap met elkaar. Ik weet dat koffiedrinken na de dienst voor veel kerken uit de boze is. Maar ik zie er alleen maar positieve gevolgen van, mits er goede leiding is. Het moet geen kletspartij worden."
Duidelijk
Aan populaire taal heeft niemand behoefte, is de ervaring van de Gentse evangelist. Wel aan verstaanbare taal. „Dat spreekt me aan in mensen als Ryle en Spurgeon. Die preekten direct, helder en eenvoudig. Je moet je altijd indenken hoe uitdrukkingen overkomen op iemand die in de wereld leeft.
Het gebeurt wel eens dat er wildvreemden in de dienst komen, die wat onwennig rond zitten te kijken. Dan voel je: de ruif moet nog lager. Ze kunnen er niet bij. Twee jaar terug was er met Kerst ineens een groep onbekenden. Ik heb m'n preek aan de kant geschoven en ben een zondagsschoolverhaal gaan vertellen. Hoe de Heere Jezus op aarde gekomen is en waarom dat nodig was.
Bij ons zie je vaak dat krampachtig vasthouden aan een bepaalde terminologie. Dat maakt de boodschap onnodig duister. Ik zal bij voorbeeld nooit zeggen dat we in Adam van God zijn afgevallen. Bij zo'n uitdrukking krijgen mensen de vreemdste voorstellingen. Het kan veel eenvoudiger. We hebben God de rug toegekeerd. We zijn van Hem weggelopen. Ik gebruik altijd het voorbeeld van de verloren zoon. Dat kan iedereen begrijpen.
Als ik een folder of een meditatie moet schrijven, is elke keer weer de worsteling: hoe komt het zo duidelijk mogelijk over. Soms heb ik de indruk dat nogal wat dominees schrijven met de gedachte: hoe kom ik zo degelijk mogelijk over. Dan krijg je boekjes waar ik niks aan heb."
Zuil
De ontkerstening van de maatschappij bracht de gereformeerde gezindte ertoe een eigen zuil op te richten, die nog steeds groeit. Van Dooijeweert heeft daar z'n vragen bij. „Ik ben er erg beducht voor dat we een monument worden. Wij zijn veel te veel in instellingen en instituten gaan denken. Dat kom ik in de Bijbel niet tegen.
Daarin lees ik dat we als personen tegenover God staan en als personen in de maatschappij leven. De eerste christenen werkten in de paardenstallen van keizer Nero, te midden van de heidenen. Daar knielden ze in de mest neer en kwamen zo openbaar als dienaars van een andere Koning. We zijn te veel het natuurkundige principe van de half-doorlaatbare wand vergeten.
Wel een stroom van binnen naar buiten, maar geen stroom van buiten naar binnen. Zo zou de kerk moeten zijn. Niet omdat de Drie Formulieren ons dat voorschrijven, maar omdat we niet anders willen. Omdat we God liefhebben. Als we die liefde ervaren, hebben we er totaal geen behoefte aan om de wereld in huis te halen. Maar dan nodigen we wel wereldlingen uit om aan hen te kunnen vertellen wat God voor ons betekent."
Heilige Geest
„De Bijbel leert dat van een onberispelijke levenswandel wervingskracht uitgaat", constateert Bor. „Het gemiddelde gezin in de gereformeerde gezindte denkt en leeft volkomen werelds. Het gesprek van de dag gaat over een luxe auto, het huis, het werk. Televisie is uit den boze, maar verder doen we aan alles mee. Daarin ligt onze zwakte."
Met de publikatiestroom over kerkverlating en Godsverduistering kan de Gentse evangelist niet uit de voeten. „Men rekent veel te weinig met het werk van de Heilige Geest. Aan ons is de opdracht om blijvend te getuigen en te spreken over het Woord van God. Daar komt nog bij dat veel zogenaamde oplossingen volstrekt buiten de werkelijkheid staan.
Neem het voorstel van professor Graafland om de volgorde van de hoofdstukken van de Dordtse Leerregels te veranderen. Zo'n man moest eens een halfjaar op het Damrak gaan staan. Wat moet ik hier op straat met gewijzigde Dordtse Leerregels? Zal dan voor de onkerkelijken het licht opgaan?"
Opwekking
Ook ds. Cammeraat betwijfelt het nut van de meeste analyses over de geestelijke situatie van onze tijd en de conclusies die eraan verbonden worden. Het boek "Opwekking" van drs. W. van Vlastuin heeft voor hem het bezwaar, dat het benadrukken van de noodzaak van een reveil lijdelijkheid in de hand kan werken.
„Het gevaar is dat Woord en Geest worden gescheiden. We moeten niet met onze handen over elkaar gaan wachten tot de Geest gaat werken, om dan pas iets te gaan doen. Als we ons begeven in de weg van het Woord, mogen we de werking van de Heilige Geest verwachten. Ik preek in de verwachting dat mensen die weg zullen gaan.
Zo lees ik het ook in het eerste hoofdstuk van Jakobus, dat ik onlangs bepreekt heb. "Daarom, afgelegd hebbende alle vuilheid en overvloed van boosheid, ontvangt met zachtmoedigheid het Woord dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zaligmaken. En wees daders des Woords en niet alleen hoorders." Het een hoort bij het ander."
Onbijbels
De opvatting dat de huidige geesteloosheid een gevolg is van een algemene Godsverduistering, wordt door de predikant uit Wijk bij Duurstede totaal verworpen. „Ik heb niet alleen moeite met het theoretische ervan, maar nog meer met het onbijbelse.
Jezus zegt: "Ik ben het Licht der wereld." En tot zijn discipelen: "Gij zijt het licht der wereld". Door het gebruik van de term "Godsverduistering" gaan we al fout. God is een Licht en er is gans geen duisternis in Hem. Als het geestelijk duister is, komt dat omdat wij zo ver van God afleven dat het licht in ons leven niet doordringt.
Dat is niet goed te maken door gezangen te gaan zingen, de invoering van een andere psalmberijming of allerlei andere vernieuwingen in de kerk. Het heeft met ons hart te maken. Wat dat betreft verbaast het mij dat ook predikanten in de gereformeerde gezindte die term Godsverduistering zo klakkeloos overnemen."
Volgende keer: Een evangelisatiebijbel voor de gereformeerde gezindte a< />
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 maart 1992
Terdege | 72 Pagina's