Oudkerk is trots op zijn kerk
Oudkerk lijkt een dorpje uit ver vervlogen tijden. De rust doet weldadig aan, dankzij de rondweg die het verkeer om het dorp leidt. De vele oude gevels brengen het verleden dichtbij. Het dorpje is bekend als pleisterplaats van de Elfstedentocht, gelegen aan het laatste traject tussen Bartlehiem en Leeuwarden. Het plaatselijk café staat pal aan het water, De Moark, tegenover een oude ophaalbrug.
De historische Pauluskerk stempelt het straatbeeld van Oudkerk, Aldtsjerk in het Fries. Op een iets hoger gelegen terp rijst zij met haar bijzondere zadeldaktoren boven het dorp uit. De voormalige pastorie van Oudkerk, naast de kerk gelegen, is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in gebruik als particuliere woning. Een indrukwekkend, statig pand met naar verluidt meer dan twintig kamers.
Op het eeuwenoude kerkhof rond de kerk bevinden zich een afgesloten begraafplaats en een grafheuvel van de adellijke familie Van Sminia, die zich vele eeuwen verdienstelijk maakte in Oudkerk en omstreken. Tegenover de preekstoel staat nog de fraaie en gedeeltelijk overhuifde Van Sminiabank uit 1700. Het is een van de mooiste herenbanken in Friesland. De adellijke familie woonde tot 1966 op De Klinze, een landgoed dat nog in volle glorie aanwezig is.
Zoals in zovele Friese plaatsen is ook de kerk van Oudkerk meer een historisch monument dan geestelijk tehuis voor de bewoner van nu. De meeste kerkgangers komen van buiten het dorp, zoals uit Roodkerk (Readtsjerk), Molenend (Mûnein) en Wijns (Wyns), die kerkelijk bij Oudkerk horen, zegt kerkhistorisch kenner Jan van der Zwaag. "De kerk in Oudkerk kende vanouds vooral financiële leden. Zij wilden graag voor de kerk betalen omdat men vond dat de kerk bij het dorp hoorde. Dat was ook het geval bij de adel, die in de kerk een herenbank had maar deze vaak leeg liet. Er was bij de kerk zo veel respect voor de adel dat tot het eind van de vorige eeuw bij bijzondere activiteiten in de kerk de herenbank werd opengelaten voor eventuele nazaten."
Oudkerk had tot eind van de vorige eeuw een vrijzinnige prediking, maar kent nu weer een meer rechtzinnige ligging. Dat heeft volgens Van der Zwaag geresulteerd in beduidend meer kerkgangers, ook dankzij de kerkelijke fusie die verschillende gemeenten samenvoegde. "Sommige leden die oorspronkelijk onder de vrijzinnige prediking kerkten, zijn inmiddels afgehaakt."
Dat neemt niet weg dat de gemeente last heeft van de vergrijzing, zoals elders in de provincie. "Jongeren maken hun eigen keuzes", zegt Van der Zwaag. "Ze zijn wel betrokken, maar dat uit zich niet altijd in kerkgang. Ze beleggen maandelijks wel hun eigen diensten, waar ze op hun eigen manier hun geloof vieren."
Alie Dijk, vrouw van de kerkrentmeester, herinnert zich hoezeer het wennen was toen zij in 2003 met haar man en gezin van kerkelijk behoudend Ede naar het vrijzinnige dorp Oudkerk verhuisde. "Toen ik de eerste keer in de kerk kwam, was ik vol verbazing: waar blijven de mensen? Er waren toen wekelijks zo'n vijftig kerkgangers, afhankelijk van wie er preekte. Je kende elkaar allemaal, dat was wel het voordeel. Nu zijn er elke zondag zo'n tachtig kerkgangers."
Voor Alie Dijk was de overgang naar het Friese dorp aanleiding om bewuster met het geloof bezig te zijn. "Je had in het dorp geen sociale netwerken. We hebben als gezin veel gepraat met elkaar en spelletjes gedaan. Vanzelfsprekendheden vielen weg. Achteraf heeft het verblijf ons veel verrijking gegeven. De bevolking blijft echter dubbel ten opzichte van de kerk. De kerk leeft eigenlijk helemaal niet, maar de kerk als gebouw moet wel blijven."
Het dorp is bekend vanwege bakker Zijlstra, die de leverancier was van de befaamde Friese oranjekoek en waar ook het Oranjehuis regelmatig bestelde. De winkel staat schuin tegenover de kerk, voorzien van een historische plaquette. Toen Zijlstra met de winkel stopte, leverde hij nog een tijd op bestelling.
Het verhaal gaat dat prins Willem-Alexander eens als jongen een oranjekoek in de winkel wilde halen. De vrouw van de bakker vroeg in het Fries: Weet jullie mem (Fries voor moeder) daar wel van af? Ze heeft niets besteld. Niet wetend dat ze een kind van koningin Beatrix voor zich had?
Hoe bekend de bakker ook in het dorp was, de zondagse kerkgang werd door hem niet veel gemaakt. "Ik ben de hele week zo druk geweest dat ik geen zin heb om op zondag naar de kerk te gaan", vertelde hij ooit tegen Alie Dijk.
Merkwaardig is het verhaal van de dienstbode die bij een hervormde predikant diende. Zij ging nooit naar de kerk. "Ik ben aangenomen voor het werk, niet voor de kerk", zei ze.
Jan van der Zwaag wijst op de hechte sociale gemeenschap van het dorp. "Er wonen hier weinig forensen. In die zin is het dorp echt authentiek. Wil je erbij horen, dan moet je bij dorpsactiviteiten zijn. Dat geldt ook voor de kerk. Laat de kerk vooral daar zijn waar de mensen hun lief en leed delen in hun dagelijkse leven."
Dit is het derde deel in een serie reportages over plaatsnamen met daarin het woord "kerk". Volgende week vrijdag deel 4: Almkerk.
Gemeente ontstaan vanuit Dokkum van Bonifatius
De kerk in Oudkerk werd in de eerste helft van de twaalfde eeuw gebouwd. Het dorp heette oorspronkelijk Aldekerke, ontleend aan de "oude kerk" die hier eerder stond. Vanuit Dokkum, de eerste plaats in Friesland waar dankzij Bonifatius (in 754 vermoord) een christelijke gemeenschap ontstond, werden diverse plaatsen gesticht waarvan de namen op kerk -in het Fries: tsjerk- eindigden, zoals Aldtsjerk (Oudkerk), Readtsjerk (Roodkerk), Oentsjerk (Oenkerk), Gytsjerk (Giekerk), Ryptsjerk (Rijperkerk) en Tytsjerk (Tietjerk). De genoemde dorpen liggen dicht tegen elkaar aan en vormen samen een streekgemeenschap: De Trynwâlden.
Oudkerk hoort kerkelijk bij de protestantse gemeente Trynwâlden, die in 2008 is ontstaan. Deze protestantse gemeente heeft nu zes kerkgebouwen in beheer, waarvan vijf daterend uit de middeleeuwen.
De kerk van Oudkerk was in de rooms-katholieke tijd gewijd aan Paulus. Na de Reformatie in 1580 werd de kerk eigendom van de hervormde gemeente Oenkerk, die zich in 1609 verenigde met het nabijgelegen dorpje Roodkerk. In 2008, toen de hervormde gemeente Oudkerk-Roodkerk officieel fuseerde tot de protestantse gemeente Trynwâlden, werd deze opgeheven. De oude katholieke naam werd hersteld, waardoor de kerk nu weer Pauluskerk heet.
Wie naar andere kerken in Oudkerk zoekt, doet dat tevergeefs. Naast de aloude dorpskerk hebben afgescheiden kerken nooit voet aan wal gekregen. Wel in het naburige Oenkerk, waar in 1836 een gereformeerde kerk werd gesticht. Deze werd een geduchte concurrent van de hervormde gemeenten in de omtrek. "In Oentsjerk woonden de fijnen, in Aldtsjerk de grauwen", zo hoorde Jan van der Zwaag uit Oenkerk, kenner van het kerkhistorisch verleden in de regio, wel eens zeggen.
Van der Zwaag wijst op de unieke situatie van zo veel kerken in de regio. "De protestantse gemeente Trynwâlden heeft drie secties met elk een predikant en zes kerkgebouwen ter beschikking. In Friesland heeft bijna elk dorp en zelfs bijna elk gehucht een kerk. Het zijn bijna allemaal gebouwen die vallen onder Monumentenzorg. Maar hoe lang kan deze stichting nog al deze kerken onderhouden? Historische kerken zijn prachtig, maar vormen voor de kerkelijke gemeenten wel steeds meer een blok aan het been, zeker door fusies en de toenemende vergrijzing."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2011
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2011
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's