Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mijn liefde is gekruisigd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn liefde is gekruisigd

Geleerdste vrouw uit zeventiende eeuw ruilt wetenschap voor vroomheid

13 minuten leestijd

Op het eerste gezicht lijkt ze bijna onmenselijk, Anna Maria van Schurman, de geleerde vrouw die veertien talen beheerst en als eerste studente colleges volgt aan de Utrechtse universiteit - vanachter een gordijntje, om de mannen in de zaal niet af te leiden. Maar schijn bedriegt. Deze vrouw blijkt alle verworvenheden van de wetenschap volkomen te kunnen opgeven om ernstig en hartstochtelijk te zoeken naar gemeenschap met God.

Goed beschouwd is het een dramatisch verhaal, die levensgeschiedenis van Anna Maria van Schurman. Alles wat ze doet, gebeurt even radicaal en met evenveel hartstocht.

Ze is waarschijnlijk de beroemdste vrouw van haar tijd, een begaafd dichteres, die ingewikkelde talen als Syrisch en Ethiopisch bestudeert en uitblinkt op muzikaal en kunstzinnig terrein. Ze volgt colleges aan een universiteit bij theologen van naam, ze schrijft academische verhandelingen, ze correspondeert met de belangrijkste geleerden van Europa. Iedereen kent haar naam. Totdat ze ineens van al haar verworvenheden afstand doet, haar huis in Utrecht verkoopt en een onzeker, zwervend bestaan gaat leiden als volgelinge van Jean de Labadie. De laatste jaren van haar leven brengt ze, samen met de labadisten, door op de Martenastins in het Friese Wieuwerd.

Feminisme

Haar vierhonderste geboortedag is dé gelegenheid om de uitbundige lofspraken van haar tijdgenoten onder het stof vandaan te halen: "wijze maagd, roos tussen de dorens", "licht van de tijd, parel van het doek", "mirakel van geleerdheid", "de beste poging van de natuur in deze sekse." Dat laatste mag in de zeventiende eeuw misschien wel het grootste compliment heten: Anna Maria van Schurman is zo begaafd en geleerd - ze lijkt wel een man. Het feit echter dat ze geen man ís maar een vrouw, heeft haar leven gestempeld. Haar beroemdheid en uitzonderlijkheid hebben alles te maken met haar vrouw-zijn, de ontwikkeling die ze heeft doorgemaakt niet minder.

Ze wordt vaak beschouwd als een soort voorloper van het feminisme, en in zekere zin is ze dat ook geweest. Neem alleen al haar uitvoerige correspondentie met Rivet, Colvius en Vorstius over de geschiktheid van vrouwen voor de wetenschap, uitgegeven in de vorm van een "dissertatio". Daarin doet ze nogal stevige uitspraken over het nut van studie voor de vrouw. De wetenschap strekt volgens haar elk mens tot eer, ook de vrouw - die evengoed als de man naar Gods beeld geschapen is en dus verstandelijk Zijn gelijke is. Wat hebben vrouwen eraan als ze rijk genoeg zijn om met hun handen in de schoot te zitten? Ze kunnen beter studeren, dat komt hun geestelijk leven ten goede.

Paradoxaal genoeg kunnen die denkbeelden van Van Schurman wel eens iets te maken hebben met het piëtistische klimaat waarin ze zich beweegt. Op spiritueel vlak hebben vrouwen immers altijd meegeteld, wellicht juist door hun meer emotionele aanleg - dat blijkt wel uit het werk van vele mystieke en bevindelijke dichteressen, schrijfsters en andere vrouwen uit het gezelschapsleven. Zo ook Van Schurman. Ze is kind aan huis bij Voetius en zijn Utrechtse kring, en in dat bevindelijke gezelschap worden vrouwen bepaald niet als tweederangsschepselen gezien. En waar Voetius de man is die vroomheid en wetenschap wil verbinden, is het niet vreemd dat ook zijn leerlinge dat verband legt.

Ongehuwd

Maar om nu te zeggen dat Anna Maria van Schurman er verlicht-geëmancipeerde denkbeelden op nagehouden heeft, nee. Ze benadrukt immers óók dat de man vanuit de scheppingsorde wel degelijk boven de vrouw gesteld is, en dat het niet goed is als vrouwen hun eerste plicht -het huishouden en de kinderen- verwaarlozen ten gunste van de studie. Dat zijzelf zozeer heeft kunnen uitblinken op het terrein van kunsten en wetenschappen is alleen mogelijk geweest door haar rijkdom, haar ongehuwde staat en haar afkomst uit een milieu dat haar in alle opzichten tot studie gestimuleerd heeft.

Toch heeft ze zich nooit, zoals veel mannelijke studenten, volkomen zorgeloos aan de wetenschap kunnen wijden. Nadat haar moeder overleden is, krijgt ze er -op haar dertigste- de nodige taken in huis en familie bij, waaronder de zorg voor twee oude tantes. Maar daar klaagt ze niet over, dat vindt ze juist heel goed. "Na het overlijden van mijn zeer lieve Moeder", schrijft ze, "[ben ik] van een altezeer beschouwend en studerend leven tot het gene meer werkelijk was, overgebracht." Daarmee relativeert ze de wetenschap, daarmee wordt zichtbaar dat het werkelijke leven voor haar -als vrouw- niet in de studie, maar in de praktische en relationele sfeer ligt.

Heeft haar vader beseft hoezeer hij haar leven bepaalde, toen hij zijn dochter op zijn sterfbed liet beloven dat ze ongetrouwd zou blijven, dat ze die "onontwarlijke verdorven wereldse huwelijksboei" altijd zou mijden? "Mijn liefde is gekruisigd" wordt haar zinspreuk, en onder dat motto leeft en studeert ze. Onder dat motto neemt ze later ook radicaal afscheid van haar bezittingen, haar studie en haar vroegere vrienden, overtuigd van de gedachte dat niets in de wereld het waard is om tot levensdoel verheven te worden, geen kunst, geen wetenschap, geen roem of eer. Alleen het leven met God, in een kleine gemeenschap van gelijkgezinden, buiten de al te onvolmaakte gereformeerde kerk. Voetius begrijpt er niets van, verwijt haar haar keus, maar voor Van Schurman is het kennelijk de enige oplossing: mijden van alles wat maar enigszins naar onheiligheid riekt.

"Mijn liefde is gekruisigd" - dat motto kan op veel verschillende manieren uitgelegd worden. Misschien is het een verwijzing naar het afzien van het huwelijk, misschien ook naar het uiteindelijk afzien van de wetenschap, het afzien van vriendschappen en bezittingen. Maar zijn diepste betekenis krijgt het wanneer je het woordje "liefde" met een hoofdletter schrijft.

Meer informatie:

"Het grote geheim van Anna Maria van Schurman. Roman", door Dieuwke Winsemius (Kampen, 1977);

"De eerste studente. Anna Maria van Schurman (1636)", door Pieta van Beek (Utrecht, 2004);

"Anna Maria van Schurman: gereformeerde heilige en icoon van feminisme?", door Mirjam de Baar (in: "Heiligen, idolen, iconen", J. van Eijnatten e.a., Amsterdam, 2007, blz. 215-228).


Je aanleg volgen

Drs. J. L. van Essen (94) werkte een groot deel van haar leven aan de uitgave van de briefwisseling van Groen van Prinsterer. Eerst als assistent van de hoogleraren Goslinga en Gerretson, later zelfstandig: "Ik ben zelfs doorgegaan na mijn pensionering - ik was 79 toen het af was."

Toen Van Essen in 1932 geschiedenis en Nederlands ging studeren, waren er nog maar weinig vrouwelijke studenten aan de Vrije Universiteit. "Maar ik was niet de enige, we waren met drie vrouwen tijdens de colleges, en dan was er ook nog een theologe, dus in mijn jaargang alleen al waren er vier." Ook vanuit haar gereformeerde achtergrond waren er geen bezwaren: "Mijn ouders waren in dat opzicht tamelijk progressief."

Tijdens de oorlogsjaren voltooide Van Essen haar studie, "op het nippertje, want in die tijd werden alle studenten opgeroepen voor de Arbeitseinsatz en moest ik onderduiken. Het was daarna ook moeilijk om een baan te krijgen, want als leraar of rijksambtenaar moest je allerlei verklaringen ondertekenen die ik niet wilde ondertekenen. Toen heeft mijn hoogleraar, prof. A. Goslinga, ervoor gezorgd dat ik zijn assistent kon worden bij de uitgave van Groens briefwisseling: hij kreeg daar een subsidie voor, en daarmee kon hij mij werk geven zonder dat ik officieel als ambtenaar werd aangesteld."

Belemmeringen vanwege het vrouw-zijn heeft ze niet ondervonden. "Voor leidinggevende functies -rijksarchivaris, directeur van een bibliotheek of onderzoeksbureau- maakte je als vrouw geen kans. Maar ik had die ambitie ook helemaal niet. Ik wilde geen manager zijn, ik wilde gewoon onderzoek doen. En een fatsoenlijke wetenschappelijke baan kon je als vrouw wel krijgen - ik heb alle promoties gemaakt die ik maken wilde."

Van Essen heeft weinig met het feministische streven. "Vrouwen willen geen huisvrouw meer zijn, kunnen geen kinderen meer opvoeden. Maar waarom zou je per se moeten werken, in de wetenschap of daarbuiten? Als je het voor de status doet, is het verkeerd. Er zijn vrouwen die een baan heel goed kunnen combineren met het moederschap, maar er zijn ook vrouwen die dat niet kunnen."

Intussen vindt ze dat er geen speciaal mannen- of vrouwenwerk bestaat. "Ik denk dat iedereen moet proberen zijn of haar eigen aanleg te volgen. Het werk waar je aanleg voor hebt, dat doe je het beste. Het gaat er niet om of mensen man of vrouw zijn, het gaat erom of ze hun taken goed verrichten. Je moet die dingen een beetje relativeren - maar misschien moet je daarvoor historicus zijn. Of zo oud zijn als ik."


Zending als opdracht

Prof. dr. Anne-Marie Kool (49) is hoogleraar missiologie aan de gereformeerde Károli Gáspáruniversiteit in Boedapest en tot voor kort aan de theologische faculteit in Pápa. Al meer dan twintig jaar werkt ze in Hongarije, sinds 1993 uitgezonden door de GZB in samenwerking met de Hervormde Kerk in Hongarije. "Ik heb nooit een wetenschappelijke carrière nagestreefd. Ik heb dit werk niet gezocht, het is op mijn weg gekomen."

Dankzij haar contacten met Hongarije kreeg Kool in 1985 de vraag voorgelegd of ze wilde meewerken aan het opzetten van het christelijk studentenwerk in dat land. "Dat kon toen nog niet officieel, de enige manier was door in Hongarije aan een promotieonderzoek te beginnen. Daarna kwam het verzoek van de Hervormde Kerk in Hongarije of ik college wilde gaan geven en meewerken aan de missionaire toerusting van de gemeenten. De volgende stap was de oprichting van een zendingsinstituut waarvan ik directeur werd, en daarna werd ik -grote verrassing- gevraagd om hoogleraar missiologie in Pápa te worden, sinds vorig jaar ook in Boedapest. Maar het hoogleraarschap is voor mij geen carrière. Het is een roeping, een opdracht om in Midden- en Oost-Europa met dit werk bezig te zijn."

Belemmeringen vanwege haar vrouw-zijn ervaart ze niet. "Maar ik heb ook nooit echt een roeping gehad om in het ambt te gaan, ik heb altijd willen werken aan het motiveren en toerusten van het grondvlak van de kerk - al is dat natuurlijk ook een belangrijke taak voor ambtsdragers. Als je alleen in termen van het ambt denkt, blijft je rol als vrouw in sommige delen van de kerk beperkt. Juist omdat ik geen predikant ben, ben ik ook daar niet omstreden. Het verbaast me steeds weer hoeveel deuren er voor mij opengaan. Trouwens, in de zendingsgeschiedenis zijn altijd veel vrouwen actief geweest. Ik sta dus in een traditie."

Binnen de Hongaarssprekende theologische opleidingen van Midden-Europa is Kool een van de twee vrouwelijke hoogleraren. "Dat is absoluut geen probleem, eerder een pluspunt. Natuurlijk ervaar ik wel eens rivaliteit, maar in het algemeen kan juist de samenwerking tussen mannen en vrouwen iets weergeven van de veelkleurigheid van het mens-zijn, van het beeld dat God in de mens gelegd heeft.

Ik denk dat je als vrouw een extra dimensie hebt in te brengen: de van God gekregen gave om de relatie te zoeken tot studenten, collega's, medewerkers. Je bent niet alleen gericht op zuiver wetenschappelijk werk -al moet je op dat gebied wél kwaliteit leveren-, maar ook op het relationele. Dat trekt ook andere vrouwen aan, merk ik, dat stimuleert ze. Niet om actief te zijn in de feministische beweging, want daar houd ik absoluut niet van, maar om in kerk en academie bezig te zijn, om kwaliteitswerk te leveren en oog voor anderen te hebben. Er zijn zo veel mogelijkheden om mensen te bereiken, om ze te leren Christus te volgen in hun eigen vakgebied."


Bijbelse visie belangrijk

Drs. Monica van de Ridder (34) is assistent-in-opleiding bij het Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleidingen van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Ze doet onderzoek naar de begeleiding van coassistenten tijdens hun coschappen en let daarbij vooral op de manier waarop feedback wordt gegeven. "Al in mijn pabotijd wilde ik onderwijskunde studeren. Toen ik ontdekte wat onderzoek doen inhield, was het duidelijk dat dat de richting was waarin ik me verder wilde ontwikkelen. Bij die keuze heeft het vrouw-zijn geen rol gespeeld."

Binnen de academische wereld ervaart ze geen beperkingen. "Tot nu toe heb ik niet gemerkt dat het nadelig is om een vrouw te zijn. Maar ik heb nog niet kennisgemaakt met het beruchte glazen plafond dat groei belemmert. Je moet gewoon hard werken, niet langs de zijlijn toekijken, actief participeren en zorgen dat je je werk goed doet. Als je dat doet, word je serieus genomen en dat is prettig. Je komt als vrouw wel voor bepaalde vragen te staan: Ga ik naar een vrouwennetwerkdag? Wil ik een beroep doen op beursprogramma's speciaal voor vrouwen? Hoe verhoudt zich dat met wat de Bijbel zegt over vrouw-zijn? Als christelijke vrouwelijke wetenschapper moet je nadenken over de -Bijbels gefundeerde- positie die je daarin wilt innemen."

Tegelijkertijd is er een keerzijde. "Ik kan me niet aan het idee onttrekken dat er verschil is tussen vrouw-zijn binnen en buiten de gereformeerde gezindte. Natuurlijk moet je niet generaliseren, het kan per kerk en per groep nogal uiteenlopen, maar toch denk ik dat de mannennetwerken binnen onze kring geslotener zijn dan daarbuiten: daar kom je er als vrouw iets makkelijker tussen. Verder kan ik me niet altijd aan de indruk onttrekken dat je als vrouw in sommige delen van de gereformeerde gezindte wat behoedzaam moet opereren om vertrouwen te winnen en te behouden."

Van de Ridder, opgegroeid binnen de Gereformeerde Gemeenten, begrijpt dat ook wel. "Ik snap de achtergrond heel goed, en ik weet ook dat de Bijbel man en vrouw elk hun eigen plaats geeft. Het is belangrijk om daar nuchter en Bijbels mee om te gaan, deze dingen vooral niet groter te maken dan ze zijn."

Van de feministische benadering moet ze weinig hebben. "Als christelijke vrouwen de wetenschap in zouden moeten omdát er verhoudingsgewijs volgens bepaalde normen te weinig vrouwen werkzaam zijn, dan is dat een werelds gelijkheidsstreven. Als het goed is leg je de keuzes die je in je werk moet maken toch ook in het gebed aan de Heere voor. En als je dan merkt dat je over bepaalde keuzes rust krijgt, is dat de reden waarom je een bepaalde stap zet. Maar ik vind het wél heel belangrijk dat christenen ook in de wetenschap werken; ook daar is een christelijk geluid nodig."


Vrouw en samenleving

Bij de vierhonderdste geboortedag van Anna Maria van Schurman (Keulen, 5 november 1607-Wieuwerd, 14 mei 1678) past een bijlage over de vrouw in het publieke domein. De geleerdste vrouw van de zeventiende eeuw fungeert immers -afhankelijk van het standpunt van de beschouwer- nog altijd als boegbeeld van vrouwenemancipatie, van wetenschap en van vroomheid. Hoe ging Van Schurman om met de vragen van haar tijd en welke plaats zag ze voor zichzelf en andere vrouwen in het maatschappelijke leven? Hoe spreekt de Bijbel zich uit over de vrouw in het publieke domein, en hoe hebben gezaghebbende denkers uit de kerkgeschiedenis dat gedaan? En hoe herkenbaar zijn de dilemma's van toen voor hedendaagse vrouwen uit de gereformeerde gezindte? Die vragen dringen zich des te sterker op in het licht van de vandaag gehouden zitting van het Haagse gerechtshof. Daar buigen rechters zich over het hoger beroep van de staat tegen een eerdere uitspraak van de Raad van State. Die bepaalde in 2005 dat het Clara Wichman Instituut terecht stopzetting van subsidiëring van de SGP door de overheid eiste. De stellingen van Plato, de vragen van Augustinus, de zoektocht van Anne Maria van Schurman zijn nog actueel. Vandaar deze bijlage, met op deze pagina aandacht voor vrouwen in de wetenschap.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Mijn liefde is gekruisigd

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's