Onjuist
In de krant van 17 mei is een artikel gepubliceerd onder de kop "Oud-wethouder Woudrichem toch voor de rechter". Dit artikel bevat een tweetal onjuistheden.
Allereerst vermeldt het artikel dat volgens persofficier van justitie mr. M. Corten het onderzoek zo lang geduurd heeft omdat mede op verzoek van mijn advocaat, mr. M. J. Smit, veel getuigen gehoord zijn. Weliswaar is het juist dat zowel op verzoek van de verdediging als het openbaar ministerie in het kabinet van de rechter-commissaris in de arrondissementsrechtbank te Breda diverse getuigen zijn gehoord, hetgeen vanzelfsprekend enige tijd in beslag heeft genomen, doch een groot deel van het tijdverloop is veroorzaakt door een fout van de zijde van de justitiële autoriteiten. De rechter-commissaris had verzuimd de eerste op verzoek van de verdediging ingeschakelde deskundige alle stukken van het dossier toe te zenden, waarna deze zijn opdracht heeft teruggegeven. Het onderzoek door een tweede ingeschakelde deskundige heeft vervolgens meer dan een halfjaar geduurd. Toen dit laatste onderzoek beschikbaar kwam, was dit vervolgens voor de officier van justitie aanleiding nog een aantal getuigenverhoren aan te vragen bij de rechter-commissaris.
Voorts vermeldt het artikel dat ik begin jaren negentig als onderwijzer ontucht zou hebben gepleegd met drie meisjes en dat er later nog twee belastende verklaringen bij kwamen van andere kinderen. Ook deze weergave van de feiten is volstrekt onjuist. Van aanvang aan is er sprake geweest van één aangifte en een tweetal, nadat aangifte was gedaan, belastende verklaringen. Het artikel stelt in dit opzicht dat ontucht zou zijn gepleegd met drie meisjes en dat er later nog twee belastende verklaringen van andere kinderen bij kwamen. Eveneens blijft onvermeld dat de officier van justitie inmiddels heeft besloten op basis van één aangifte en één verklaring verder te zullen vervolgen. Terwijl op basis van een andere belastende verklaring is besloten geen vervolging in te stellen.
Afsluitend wil ik in deze ingezonden brief aangeven dat ik volstrekt onschuldig ben en dat de op verzoek van mijn advocaat ingeschakelde deskundige na een uitvoerig onderzoek tot de conclusie is gekomen dat hetgeen is vermeld in de aangifte mogelijk niet op de waarheid berust. Voorts is uit nader onderzoek gebleken dat de aangifte op diverse punten kan worden weerlegd.
Tot slot wil ik hier niet onvermeld laten dat ik mij steeds op het standpunt heb gesteld dat deze zaak aan de rechter moet worden voorgelegd, omdat dit voor mij de enige mogelijkheid is om in het openbaar de aantijgingen te weerleggen.
G. de Vente
Woudrichem
Wij tekenen hierbij aan dat het bericht zoals het op 17 mei in de krant stond door het ANP was verspreid.
Hoofdredactie RD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's