Pensioenen op Europese agenda
Vergrijzing bedreigt betaalbaarheid oudedagsvoorzieningen
Er tikt een demografische tijdbom onder de Europese Unie. De vergrijzing van de bevolking in de komende tientallen jaren dreigt de betaalbaarheid van de oudedagsvoorzieningen in gevaar te brengen en kan de gezondheid van de overheidsfinanciën ondergraven. Het vraagstuk prijkt eind volgende week voor de eerste maal op de agenda van de regeringsleiders.
Die ontmoeten elkaar aanstaande vrijdag en zaterdag in Stockholm. Daar praten zij over maatregelen die nodig zijn om de economie en de concurrentiekracht te versterken, in combinatie met het handhaven van de sociale bescherming.
Op aandrang van Nederland wijden zij ook een discussie aan de pensioenproblematiek. De huidige stelsels zijn niet bestand tegen de hoge uitgaven die in het verschiet liggen als gevolg van de veranderende leeftijdsopbouw in de maatschappij. Premier Kok heeft onlangs in een brief bij zijn Zweedse collega Persson, die gedurende dit halfjaar de voorzittershamer van de EU hanteert, gepleit voor snelle actie. Bijsturen en hervormen, luidt het devies, anders wacht er een crisis rond de verdeling van de rijkdom.
Draagvlak
Een dalend geboortecijfer, een langere levensverwachting en de babyboomgeneratie die bejaard raakt: drie elementen die het bekostigen van het inkomen voor degenen die het arbeidsproces hebben verlaten geleidelijk aan bemoeilijken. Er komen steeds meer ouderen en tegelijk slinkt het aantal jongeren. Nu staan er nog vier werkende Europeanen tegenover één gepensioneerde medeburger. Over twintig jaar is die verhouding gewijzigd in drie op één en over dertig jaar in twee op één. Het aantal 65-plussers als aandeel van de totale bevolking stijgt naar verwachting tot boven de 50 procent. Dat alles betekent dat het draagvlak voor de financiering, dat wil zeggen de categorie actieven, die via premieheffing de benodigde middelen bijeen brengt, versmalt.
Daarbij moeten we wel een onderscheid maken. Dit laatste speelt namelijk enkel een rol bij het zogenaamde omslagstelsel. In die benadering draaien de werkenden van nu op voor de lasten die zijn gemoeid met de betalingen aan de niet-werkenden van nu. Een kwestie van solidariteit tussen generaties en van spreiding van de welvaart. In Nederland passen we dat principe toe bij de AOW.
We kennen daarnaast het systeem van kapitaaldekking. Dan legt iemand gedurende zijn productieve jaren telkens een bepaald bedrag opzij. Dat geld gaat naar een financiële instelling. Die belegt het in obligaties en aandelen en garandeert betrokkene een uitkering in een latere periode van zijn of haar leven.
Die wijze van 'sparen' is in ons land voor een deel verplicht, en krijgt dan haar beslag binnen de relatie tussen werkgever en werknemer. Voor de rest geschiedt zij op vrijwillige, aanvullende basis via de verzekeringsmaatschappijen. Al met al berust bij ons het inkomensgebouw voor de oude dag op drie pijlers, waarvoor achtereenvolgens overheid, bedrijfsleven en individu de verantwoordelijkheid dragen.
Uitzondering
Bij kapitaaldekking zijn demografische factoren niet van invloed. De problemen die voortvloeien uit de vergrijzing treden alleen op, zoals we reeds constateerden, in de situatie van een omslagfinanciering. Echter, op die methode zijn nu juist de meeste oudedagsvoorzieningen in Europa (88 procent) geënt. Slechts Nederland en Groot-Brittannië vormen in dat opzicht een uitzondering.
Volgens het ministerie van Sociale Zaken in Den Haag omvat hier de bijdrage van de AOW ongeveer de helft van de totale pensioenen. De rest daarvan loopt via de fondsen en verzekeraars en die beschikken, afgestemd op de afgesloten polissen, over enorme reserves. Dat zijn gedekte verplichtingen. Daarom wordt ons land op dit terrein binnen de EU vaak aangemerkt als de beste leerling van de klas en heeft Kok in het debat enig recht van spreken.
Ook binnen de Europese Commissie is de inbreng van Nederlandse zijde groot. Het dossier behoort binnen dat college toe aan Bolkestein. Die heeft enkele maanden geleden een voorstel gepresenteerd om fondsen en verzekeraars die actief zijn in de sfeer van de bedrijfspensioenen ruimte te bieden grensoverschrijdend te opereren en een hoger percentage van het hun toevertrouwde vermogen te beleggen in risicodragende waardepapieren. Dergelijke maatregelen drukken de kosten en verbeteren de rendementen, zodat lagere premies nodig zijn om eenzelfde uitkering veilig te stellen.
Euro
Nederland heeft zijn zaken redelijk op orde, maar dienen zich in de toekomst elders knelpunten aan, dan kunnen ook wij daarvan schade ondervinden. We verkeren immers als deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) met z'n allen onder hetzelfde dak. Sinds de invoering van de eenheidsmunt zijn de economieën veel afhankelijker van elkaar.
In de aanloop naar de euro, vanaf de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht in 1991, zijn enorme inspanningen geleverd om de begrotingstekorten weg te werken en de staatsschuld te verminderen. Het daarbij bereikte succes wordt straks bedreigd. Als de vergrijzing noopt tot forsere uitgaven -niet alleen trouwens voor de pensioenen, maar ook voor de zorg- zal de verleiding groot zijn om de teugels van de vereiste budgettaire discipline te laten vieren, met het risico van een oplaaiende inflatie, koersdruk op de valuta en een hogere rente.
Tegen die achtergrond verlangt Kok een Europese aanpak. Hij trekt de kar samen met zijn Spaanse collega Aznar. Misschien een wat merkwaardig duo: Kok, een socialist en leider van een land dat over forse pensioenbesparingen beschikt, hand in hand met Aznar, een conservatief en een representant van de lidstaten die nog nauwelijks iets hebben gereserveerd voor de stijgende lasten. Het illustreert in ieder geval het gemeenschappelijk belang om de demografische tijdbom te demonteren.
"De socialezekerheidsstelsels verschillen, maar ze staan allemaal voor dezelfde uitdaging van de vergrijzing. We hebben een verklaring opgesteld om een discussie te bevorderen over hervorming van pensioenen en over sociale bescherming van ouderen. We nodigen onze partners uit ons hierbij te steunen", schreven de beide premiers enkele weken geleden in een ingezonden artikel in zowel een Nederlandse als een Spaanse krant.
Coördinatie
De pensioenpolitiek was tot dusver volledig een zaak van de afzonderlijke overheden. Thans verschijnt het onderwerp ook op de Europese agenda. Het gevoel van urgentie neemt toe. Op de top in Stockholm zal dat wellicht resulteren in eerste stappen op weg naar een meer gezamenlijk beleid. De ministers van Sociale Zaken hebben tijdens voorbereidend overleg daarvoor al suggesties gedaan. Zij willen voortaan wat zij noemen de open coördinatiemethode toepassen: elk land behoudt zijn bevoegdheden, maar er vindt wel een uitwisseling van ervaringen en van goede praktijken plaats binnen de EU.
Die aanpak moet druk uitoefenen op elk van de lidstaten om initiatieven te ontplooien om de oudedagsvoorzieningen betaalbaar te houden. Minister Vermeend zei het onlangs zo: "Als je weet dat je in de etalage komt te staan, ga je vanzelf beter je best doen."
Er is trouwens al het een en ander in gang gezet. Frankrijk heeft kapitaaldekking ingevoerd voor een stukje van de staatspensioenen. België wil de inschakeling van bedrijfstakpensioenfondsen fiscaal stimuleren. Ierland richtte een fonds op dat gevuld wordt met privatiseringsopbrengsten. Duitsland werkt er eveneens aan de reservevorming op te krikken.
Op langere termijn reiken de ambities van de Nederlandse regering met betrekking tot de samenwerking op dit vlak verder. Zij streeft ernaar dat de financiering van de vergrijzing op enig moment expliciet deel uitmaakt van het zogeheten groei- en stabiliteitspact. Dat bevat regels ten aanzien van de maximaal toegestane omvang van de begrotingstekorten. Bij het niet naleven daarvan kan Brussel sancties opleggen. Een dergelijke verplichtende benadering is voorlopig echter een brug te ver.
Langer werken
Een massale overstap van omslagstelsel naar kapitaaldekking binnen een betrekkelijk korte periode ligt niet voor de hand. De oplossing van het vraagstuk zal daarom vooral gezocht moeten worden in het verbreden van de economische basis, in het voorkomen van een steeds ongunstigere verhouding tussen werkenden en niet-werkenden. Dan praten we over het bevorderen van groei en werkgelegenheid en binnen dat algemene kader meer specifiek over maatregelen gericht op een grotere deelname aan het arbeidsproces van vrouwen, WAO'ers, migranten en ouderen.
Wat het laatste betreft: een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in Europa lijkt op den duur onvermijdelijk. Dat betekent wel een sociale wending. In vooral de jaren tachtig domineerde de filosofie dat ouderen hun plaats dienden in te ruimen voor jongeren. Overal werden, gedreven door de nood van de omvangrijke werkloosheid van toen, regelingen getroffen om vervroegde uittreding aantrekkelijk te maken. In de toekomst zullen daarentegen langer werken, al is het maar in deeltijd, en geleidelijke en flexibele pensionering de uitgangspunten zijn. De Europese burger gaat straks pas later van de rust van zijn oude dag genieten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001
Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001
Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's