De kracht van het kwaad
De VVD-leider Hans Dijkstal en D66-woordvoerder Thom de Graaf hebben zich zeer negatief uitgelaten over de kleine christelijke partijen. Hun opstelling in het euthanasiedebat in de Eerste Kamer is scherp bekritiseerd. Dijkstal heeft iets afgedaan van de scherpte van zijn kritiek. In een gesprek dat het Reformatorisch Dagblad 19 mei publiceerde, wordt het woord "nuanceren" gebruikt.
Kennelijk heeft Dijkstal ook uit eigen kring kritiek gekregen. Hij is te scherp geweest en moest wel wat gas terugnemen. Een dergelijke nuancering heeft De Graaf, voorzover mij bekend, niet aangebracht.
Het gaat mij op dit moment niet om de nuancering van zijn standpunt in bovengenoemd interview. Dijkstal houdt het verwijt overeind dat hij respect heeft gemist voor zijn standpunt bij de kleine christelijke partijen. Schuurman heeft het met name moeten ontgelden.
Waar het mij vooral om te doen is, is de vraag: Wat dreef Dijkstal en De Graaf tot zo'n scherpe stellingname, tot zulke harde verwijten?
Ik heb een aantal mogelijkheden overwogen. Ik zal ze op een rijtje zetten, om indien mogelijk straks een conclusie te trekken.
Bedreigd
De eerste mogelijkheid ter verklaring kan gelegen zijn in het feit dat ze zich door deze kritiek bedreigd voelen. Er worden harde verwijten geuit. Vrezen ze dat de samenleving hun deze verwijten zwaar zal aanrekenen en dat ze daardoor stemmen zullen verliezen bij de verkiezingen van volgend jaar?
Ze maken echter de indruk zeker te zijn van hun zaak. Ze hebben een groot deel van de publieke opinie mee. Ze verwachten die steun door hun opstelling en scherpe kritiek te intensiveren. Het is moeilijk denkbaar dat de kiezers hen zullen afstraffen omdat ze deze wet erdoor gedreven hebben. De zaak is immers in een versneld tempo afgehandeld. Er moest nu snel een beslissing vallen. Nog een jaar voor de verkiezingen, dan zou straks de oogst kunnen worden binnengehaald. De waardering voor de moed en het doorzettingsvermogen zou kunnen rijpen. De resultaten zullen niet uitblijven. Dus geen kwestie van angst.
Hiermee ben ik bij de tweede factor ter verklaring van de ongemeen scherpe reactie, namelijk het consolideren van het te verwachten verkiezingssucces door de aanname van deze wetsvoorstellen. De scherpe kritiek onderstreept het succes van het politieke optreden en vraagt om een extra beloning van de zijde van (eventueel aarzelende) kiezers. De kleine christelijke partijen en zelfs het CDA krijgen een flinke tik op de vingers, om zo aarzelende kiezers naar zich toe te halen. Dus een verkiezingsstunt.
Toch is de toon te fel en de houding te afstotend, om er voornamelijk een verkiezingsstunt in te kunnen zien. Er worden diepere lagen aangeboord. Het kan niet enkel een inzet van de verkiezingsstrijd zijn om daarmee kiezers te winnen. Als er winst gemaakt wordt, is dat meegenomen. Maar de eigenlijke intentie ligt dieper, zo komt het mij voor.
Ik denk aan twee andere drijfveren, die niet zonder meer elkaars keerzijden zijn. Toch kunnen ze heel goed samengaan.
Het geweten
Zou het geweten van de heren spreken? Ik heb voor deze suggestie een aantal argumenten. De wet is resultaat van haastwerk. Zij is te snel in elkaar getimmerd dan dat ze op den duur aan eisen van behoorlijk bestuur kan voldoen.
Euthanasie zou en moest gelegitimeerd worden, buiten het strafrecht om. Dat hebben de ministers voor elkaar gekregen. In de discussies in Tweede en Eerste Kamer is er met nadruk op gewezen dat de veiligheid van het leven niet langer gewaarborgd is. Beëindiging van het leven is in eerste instantie uit het strafrecht gehaald. Dat is ongehoord. Daarmee verzuimt de overheid haar taak. Er is geen land in de wereld waarin ditzelfde is gebeurd. En als het gaat gebeuren -België?- dan heeft Nederland een voorbeeldfunctie vervuld.
In andere landen wordt deze wet bekritiseerd. Het is mij bekend dat er in India zware kritiek is geuit, alsook in Duitsland. Daar zijn de argumenten van professor Schuurman uitvoerig geciteerd.
De wet biedt geen bescherming, maar vormt een bedreiging voor het leven. Ondanks het wegwuiven van deze bezwaren hebben ze hun kracht, zeker ook bij het geweten van de voorstanders.
Ben ik er ver naast als ik de veronderstelling opper, dat de politici met hun kritiek op de kleine christelijke partijen zich in hun geweten geraakt tonen. Ze zijn niet zo zeker van hun zaak als ze voorgeven. Daarom overschreeuwen ze hun geweten met een ongekend scherpe kritiek op hun tegenstanders. De indruk moet gewekt worden dat er niets aan de hand is. Het is allemaal goed. Critici moeten met hun argumenten neergesabeld worden. Dan kunnen die in elk geval niet meer opstaan om als het fout gaat, te zeggen: We hebben het voorzegd en we hebben u gewaarschuwd. Tegenstemmen moeten gesmoord worden. Hoe harder de kritiek, hoe venijniger tegenstanders bejegend worden, hoe minder er van hun bezwaren overblijft.
Het geweten spreekt. Wie last van zijn geweten heeft, overschreeuwt dat in oppervlakkige, niet uitgebalanceerde kritiek op zijn tegenstanders. Welnu, dat proces is zich aan het voltrekken.
Afkeer
Hiermee gepaard gaat de diepgewortelde afkeer van normen en waarden die aan het christelijk geloof ontspringen. Een diepe afkeer van, ja scherper nog, verzet en haat tegen alles wat met het christendom te maken heeft.
Ik proef in de harde, ongenuanceerde kritiek die afkeer van het christelijk geloof. Onze samenleving wordt bestuurd door mensen die zich niet schamen voor de afkeer van het christelijk geloof. Ze belijden die afkeer zo onomwonden, dat het een vorm van propaganda tegen dat geloof wordt.
Deze argumenten vormen, voor wie het wil zien, keerzijden van dezelfde munt. De munt waarmee in een geseculariseerde samenleving politieke zaken worden gedaan. Deze munt is in zo'n samenleving wettig betaalmiddel.
Wie de laatste twee factoren op zich laat inwerken, moet tot nog een conclusie komen. Ik zie in deze ontwikkeling de dynamiek van het kwaad aan het werk. Het kwaad draagt een eigen verwoestende, verderfelijke kracht in zich. Waar de remmen wegvallen, holt het kwaad verder. Waar protest en waarschuwing niet meer gehoord willen worden, zal het kwaad in stroomversnelling en in ijltempo verder gaan.
Aan ons de vraag of wij die vaart in de beweging van het kwaad onderkennen; en of wij daar tegen nog het wapen van het gebed hanteren. Zou de dynamiek van het kwaad niet indringend in de prediking ter sprake gebracht moeten worden? Vraag daar niet alleen om, maar bid er ook om!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's