Edele deugd
"die verloochene zichzelven."
Mattheüs 16:24
Die mens verloochent zich nog niet, die gedurig bezig is die madenzak van zijn lichaam op te pronken. Die alles wat zijn oog maar ziet en lust, niet onttrekt, al moet hij soms vele schulden maken. Ja, die wimpels, vlaggen en uithangborden van de satan en de wereld in zijn vreemde, wereldse mode en prachtige kleding laat waaien en het niet kan verdragen dat een ander nog sierlijker gekleed gaat.
O, wat wordt er een tijd besteed aan het kleden en oppronken, meer dan aan het lezen van Gods Woord en het aanroepen van Zijn Naam. Want zij hebben zich nog niet verloochend die zich meer spiegelen in de glazen spiegel die hen meer vleit, dan in de onbedrieglijke spiegel van Gods wet en Woord.
Wat dunkt u, geliefden, ondervraag uw eigen geweten maar eens of het zo niet met u gesteld is. Ongelukkig zijn zij, die nog vreemd zijn en blijven van de zelfverloochening. Het blijkt klaar dat ze nog geen ware discipelen van Jezus zijn en dat zij nog behoren tot de school van de wereld. Die zullen dan ook met de wereld verloren gaan.
Tot hen die de ware zelfverloochening mogen beoefenen, zeg ik tot overtuiging en beschaming, hoe gebrekkig ook, hoe ver u nog af bent van het doel. Wat een verkleefdheid is er nog aan het stof van de dingen van de schijnschone wereld. De Heere geve u, in de kracht van Jezus door Zijn Geest, deze edele deugd recht te mogen leren beoefenen.
J. Mobachius,
pred. te Nijkerk
(Christelijke zedekunde, 1741)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 2 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 2 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's