Met blaren naar het Achterhuis
Geen bordje, geen gedenkteken op het adres waar Anne Frank ooit woonde
Blaren! Daarover schrijft Anne Frank niets in haar dagboek wanneer ze de reis vanaf haar ouderlijk huis aan het Merwedeplein naar het Achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam aflegt. Het enige wat ze over de tocht zegt is dat ze bijna vijf paar kleren aanheeft, dat ze in de ene hand een school- en de andere een boodschappentas met zich meedraagt en dat het stortregent. Wij belanden na een zonnige wandeling van bijna een uur met kapotte voeten op een terrasje. En dat is nog maar een van de kleinste verschillen tussen toen en nu.
Daar zitten we dan. Op een bankje voor het huis waar Anne Frank ooit gewoond heeft. Hier leefde ze toen ze op 12 juni 1942 haar dertiende verjaardag vierde. Toen ze het dagboek kreeg, waarmee ze zo blij was en waardoor ze later enorme bekendheid zou krijgen. Dit is het huis waarvandaan Lies haar ophaalde om naar het Joods Lyceum (dat we zullen zoeken, maar niet meer terug kunnen vinden) te gaan, waar ze in angst zat over haar overgangsrapport, waar ze nadacht over haar aanbidders. En waar een van hen, Harry, werd voorgesteld aan haar ouders.
Maar dit is ook het huis waarin haar berichten bereikten over de voortgang van de oorlog. Over regelingen die het voor Joden steeds moeilijker maakten een normaal leven te leiden. Dit is het adres waarop zus Margot een oproep kreeg om in Duitsland te gaan werken. Een gebeurtenis die niet alleen het leven van Margot, maar dat van het hele gezin Frank op z'n kop zette.
Pleintje
Dit pleintje moet het zijn geweest. Waar nu kinderen met een ijsje in de zandbak spelen. Hun moeders keuvelend op het bankje erachter. Met hun rokken net iets te ver opgetrokken, proberen ze het zonlicht hun benen te laten verkleuren. Hier wandelde Anne Frank met haar vader. Hij praatte met haar over "schuilen."
Op 5 juli 1942 schrijft ze erover in haar dagboek. "Hij had het erover dat het erg moeilijk voor ons zal zijn om helemaal afgescheiden van de wereld te leven." Anne had nooit kunnen denken dat nog diezelfde middag alle voorbereidingen voor die periode genomen moesten worden. En dat ze de volgende dag al op haar schuiladres zou zitten. Om er twee jaar later door de Duitsers uitgehaald te worden.
Geen bordje
Wat nu zo opvalt? Dat hier niets te zien is. Alleen een gewoon groot Amsterdams pand, met vier voordeuren. Geen bordje over de familie Frank, geen gedenkteken. Niets. Alleen wie de naslagwerken over Anne Frank leest, kan te weten komen dat Merwedeplein 37 een bijzonder adres is.
Anne woonde op de tweede verdieping. Dat huis staat nu leeg. De vrouw die er lange tijd woonde, is onlangs overleden. Dat vertelt de man die op de eerste verdieping van nummer 37 woont. Toen hij zijn huis kocht, wist hij niets over de geschiedenis van het adres. Daar kwam hij pas een week later achter, toen hij moe na alle toestanden rond de verhuizing in bad zat.
De bel ging en hij deed, zo goed en zo kwaad als dat ging, open. Een buslading Japanners lette niet op zijn schaarse kledij. De mensen stormden naar binnen, al wijzend naar en al voelend aan alles wat ze tegenkwamen. Toen kwam de bewoner erachter dat hij onlangs niet zomaar een huis had gekocht.
De tocht
We pakken de kaart erbij. Wat is de kortste weg naar het Achterhuis? We besluiten via de Rijnstraat en de Van Woustraat te lopen. Anne Frank schrijft op 9 juli 1942: "Zo liepen we dan door de stromende regen, vader, moeder en ik, elk met een school- en boodschappentas tot bovenaan toe volgepropt met de meest door elkaar liggende dingen."
Al snel begrijpen we ook haar tweede opmerking over de tocht. Door haar gele ster mocht niemand hun een voertuig aanbieden. Ze zag de spijt in de ogen van de arbeiders. Voor onze ogen stopt de tram. Daar mocht Anne Frank al langer niet meer in. Wij besluiten ons in haar toestand te verplaatsen en gaan met de benenwagen. We passeren reiswinkels, shoarmatenten, bloemen- en coffeeshops. Wanneer we over een brug komen, zien we de Jozef Israëlskade.
Er gaat een lichtje branden, want ook deze straat noemt Anne in haar boek. Op 24 juni 1942: "Over de Josef Israëlskade vaart een kleine boot, waarvan de veerman ons dadelijk meenam, toen we hem vroegen ons over te zetten. Aan de Hollanders ligt het heus niet, dat wij Joden het zo ellendig hebben."
Als Anne Frank nu de weg naar het Achterhuis gelopen zou hebben, zou niemand haar opgemerkt hebben. Zelfs als ze met lange, onverzorgde haren een boodschappenkarretje met zich mee had gesjouwd, samen met een regiment jeneverflessen, had niemand haar een blik gegund.
De klok slaat
Eindelijk zien we de toren. De toren waarover Anne op 10 augustus schrijft: "We zijn sinds een week allemaal een beetje met de tijd in de war, daar onze lieve dierbare Westertorenklok blijkbaar weggehaald is voor oorlogsdoeleinden, en wij dag noch nacht precies weten hoe laat het is."
Nu slaat de klok wel. En door de drukte voor het Achterhuis horen we hem na een kwartier weer en na een kwartier weer en na een kwartier weer. Anne zou de zenuwen gekregen hebben wanneer er zo veel mensen voor de ingang zouden hebben gestaan. Wanneer er tijdens haar verblijf in het Achterhuis één keer aan de deur gemorreld wordt, weet ze zich al geen raad van de spanning. En dan zitten er nog Duitsers tussen ook!
Dit is het dus. Het Achterhuis. "Hoewel het vochtig en scheefgetrokken is, zal men nergens in Amsterdam zo iets geriefelijks voor onderduikers ingericht hebben", schrijft Anne erover. Dit is het voorkantoor. Van waaruit Anne samen met haar zus door een kier van de gordijnen gluurt. "Avond aan avond tuffen de groene of grijze militaire auto's langs." Nu zien we Japanners en Engelsen met een fototoestel op de buik op een terrasje zitten. Ze kijken naar de rondvaartboot van rederij Lovers.
Hier is de boekenkast, met de lage ingang, waardoor Achterhuis-bewoners her en der blauwe plekken opliepen. Oei, die vloer maakt lawaai. Niet gemakkelijk om hier iedere dag tijdens kantooruren zo weinig mogelijk van je te laten horen. Op deze kamer sliep ze, later samen met tandarts Dussel. Haar prentbriefkaarten- en filmsterrenverzameling hangt inmiddels achter glas. Op het bruine behang in de ruimte die als woonkamer werd gebruikt werd met potloodstrepen bijgehouden hoeveel iedereen was gegroeid. Het is allemaal indrukwekkend om te zien, maar het is ook fijn om weer gewoon de deur naar buiten te kunnen nemen. De Prinsengracht op. De vrijheid tegemoet.
De Joodse tiener Anne Frank houdt in de ruim twee jaar dat ze ondergedoken zit in Amsterdam, een dagboek bij. Ze beschrijft niet alleen haar gevoelens ten opzichte van de andere onderduikers, maar ook de dagelijkse gebeurtenissen in huis en de voortgang van de Tweede Wereldoorlog. In 1947 publiceert Otto Frank de dagboeken van zijn in Bergen-Belsen omgekomen dochter. "Het Achterhuis" van Anne Frank wordt een van de meest gelezen boeken ter wereld.
Dit is het eerste deel in een serie over plaatsen waar bekende boeken zich afspelen. Volgende week: "Lange Hermen" van Barend de Graaff.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juli 2001
Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's