Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

"Vooroordelen maken het nóg moeilijker"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Vooroordelen maken het nóg moeilijker"

Onderzoek toont aan dat eenoudergezinnen zichzelf moeten bewijzen

5 minuten leestijd

Kinderen uit eenoudergezinnen hebben het heel moeilijk, maken veel ruzie, zijn arm, kunnen op school slecht meekomen en stelen. Dat verhaal kreeg een elfjarig meisje uit zo'n gezin te horen. "Mama, is het waar wat ze over ons zeggen?" Vanmiddag promoveerde socioloog Kees van Gelder aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar het leven van ouders én kinderen in een gezin zonder vader of moeder. Belangrijkste conclusie: "Eenoudergezinnen moeten zichzelf bewijzen."

Van Gelder (53) spitte niet minder dan duizend wetenschappelijke gezinsstudies in het Nederlands, Engels, Frans en Duits door uit de periode 1980 tot 2000. Hij zette de gegevens op een rij, vergeleek ze, trok conclusies en publiceerde de resultaten van zijn werk in het proefschrift "Mamma, is het waar?"

Eenoudergezinnen hebben met veel vooroordelen te maken, constateert Van Gelder. Hij geeft een herkenbaar voorbeeld: "Een moeder vertelde op school dat zij en haar man tien jaar geleden uit elkaar waren gegaan. De leraar zei daarop: Ik heb het altijd al gedacht. Uw zoon is zo druk, zo weinig geconcentreerd, en hij heeft altijd zijn mond open. Die moeder voelde zich diep beledigd."

Vooroordelen maken het leven voor ouders én kinderen in een eenoudergezin nog moeilijker dan het al is. Van Gelder: "Ze voelen zich op de vingers gekeken en zeggen zelf: Wij zullen wel een slecht gezin zijn. Toch proberen ze voortdurend te bewijzen dat ze het ondanks alles wel redden. Dat geeft een krampachtig gevoel. Het vooroordeel bevestigt daarmee zichzelf."

Natuurlijk is het leven in een onvolledig gezin -meestal is de vader afwezig- moeilijker dan wanneer er twee ouders zijn, stelt Van Gelder. "Verhalen om dit af te doen als kletspraat, komen vooral bij progressieve, bestudeerde mensen vandaan. Die zien in hun omgeving kennelijk andere, positievere voorbeelden."

De publieke opinie over eenoudergezinnen is negatief, stelt Van Gelder. "Van de Nederlandse bevolking meent 80 procent dat kinderen een vader én een moeder nodig hebben om gelukkig te kunnen opgroeien; 63 procent is ervan overtuigd dat kinderen negatieve gevolgen ondervinden van het leven in een eenoudergezin."

Niet vaker ziek

Verreweg het grootste deel van de eenoudergezinnen ontstaat door echtscheiding: 59 procent. In 11 procent van de gevallen is de vader of de moeder overleden; 24 procent van de alleenstaande ouders is nooit getrouwd geweest (onder meer vrouwen die ongewenst zwanger raakten) en 6 procent is officieel nog wel getrouwd, maar man en vrouw wonen al apart. In het onderzoek van Van Gelder gaat het vrijwel uitsluitend om eenoudergezinnen als gevolg van scheiding.

Alleenstaande ouders zijn niet vaker ziek dan ouders die samen zijn, zo blijkt. Ze verliezen door de echtscheiding wel veel oude contacten, maar meestal komen daar nieuwe voor in de plaats. "Eenzaam zijn alleenstaande ouders dus niet", concludeert Van Gelder, "maar ze voelen zich vaak wel zo. Ze missen in hun contacten toch iets en hebben het gevoel: Ze zitten weer naar me te kijken."

Alleenstaande moeders hebben het financieel vaak moeilijk, hoewel Nederland nog gunstig afsteekt bij de Verenigde Staten. Van Gelder: "Leven van de bijstand in Nederland is geen pretje, maar toch van een andere orde dan in Amerika. Daar worden de sociale uitkeringen bewust laag gehouden om af te remmen dat jonge meisjes zich zwanger laten maken en vervolgens van de bijstand trekken. Alleenstaande moeders krijgen in Amerika 37 procent van wat een industriearbeider verdient; in Nederland 67 procent."

Lastig

Alleenstaande ouders nemen hun kinderen, zeker als die al wat ouder zijn, sneller in vertrouwen. "Er wordt meer met hen onderhandeld", aldus Van Gelder. "Het gevolg is dat de kinderen eerder zelfstandig zijn en meer verantwoordelijkheid dragen dan hun leeftijdgenoten. Op zich hoeft dat niet slecht te zijn. Het doel van opvoeden is kinderen zelfstandig te maken."

Toch zit er ook een andere kant aan het verhaal, zegt Van Gelder. "Op school geeft die grotere zelfstandigheid vaak problemen. Deze kinderen laten zich minder gezeggen; ze voegen zich minder makkelijk in het schoolsysteem. Lang niet alle leerkrachten weten daar goed mee om te gaan, met als gevolg dat eenouderkinderen als lastig worden ervaren. Mede daardoor zijn hun leerprestaties vaak ook minder. Overigens geldt dit allemaal meer voor jongens dan voor meisjes."

De band tussen kinderen en ouder kan in een gebroken gezin net zo hecht zijn als in een volledig gezin, blijkt uit het onderzoek. Van Gelder: "Deze kinderen missen natuurlijk wel een onbezorgde jeugd. Ze maken de nodige ruzies en problemen mee. Bovendien is die andere ouder er nog, maar op afstand. Dat maakt het extra gecompliceerd. Overigens zijn kinderen er heel handig in om geen partij te hoeven kiezen. Bij eenoudergezinnen als gevolg van overlijden speelt dat natuurlijk niet, maar ook kinderen in zulke gezinnen zijn belast. Ze hebben vaak veel meegemaakt doordat vader of moeder langdurig ziek is geweest."

Man worden

Vooral voor jongens in de puberteit kan het gemis van een vader problemen geven. Van Gelder: "Over het algemeen vinden ze hun weg uiteindelijk wel, maar het proces van man worden verloopt moeilijker. Zulke jongens hebben een grotere behoefte om te experimenteren met hun gedrag. Het is belangrijk dat hun omgeving daar begrip voor toont. Je ziet dat veel moede rs bewust proberen hun zoon met een man in contact te brengen: de buurman, een oom of een kennis."

De stelling dat jongens in eenoudergezinnen vaak voor galg en rad opgroeien, klopt van geen kant, aldus Van Gelder. Toch gebiedt de eerlijkheid hem te zeggen dat deze groep jongens "wel oververtegenwoordigd" is in de categorie jeugdige criminelen. "Maar gelukkig gaat het vaker goed met hen."

De ondertitel van het proefschrift luidt "Positieve en negatieve aspecten van het leven in eenoudergezinnen". Zijn die er, positieve aspecten? Van Gelder: "Het is makkelijker om één lijn te trekken in de opvoeding, de kinderen zijn eerder zelfstandig en de ouder is vaak dubbel gemotiveerd om er ondanks alles toch wat van te maken. Als dat lukt, versterkt dat hun gevoel van eigenwaarde."

Van Gelder hoopt twee dingen te bereiken met zijn boek. "Wetenschappelijk gezien dat het een naslagwerk wordt en maatschappelijk gezien dat mensen hun vooroordelen tegen eenoudergezinnen zullen laten varen. Vooroordelen zijn niet nodig en brengen ouders en kinderen alleen maar in een lastiger parket."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

"Vooroordelen maken het nóg moeilijker"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 2000

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's