Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Topinkomens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Topinkomens

3 minuten leestijd

Een inkomensstijging van meer dan 10 procent in een jaar, daar durft zelfs de meest militante vakbondsstrijder niet van te dromen. Toch werd voor een selecte groep mensen in het Nederlandse bedrijfsleven deze droom vorig jaar werkelijkheid. De beloning van bestuurders van grote Nederlandse ondernemingen steeg in 2000 gemiddeld met 14 procent, eventuele optiewinsten niet meegerekend. Dat was 3,5 keer meer dan de gemiddelde CAO-stijging voor 'gewone' werknemers.

Deze forse stijging van de topsalarissen in 2000 was de derde op rij. In 1998 incasseerden de topmanagers al een stijging van 7,8 procent; in 1999 was de gemiddelde loonstijging voor de top van het Nederlandse bedrijfsleven 12,8 procent. Dat betekent dat over drie jaar de gemiddelde inkomensgroei 34,6 procent was. Daarbij moet worden bedacht dat we hier praten over inkomens van minimaal een half miljoen gulden. Met andere woorden, de procentuele inkomensgroei tikt behoorlijk aan.

Vorig jaar was het de laatste kans voor ondernemingen om buiten de openbaarheid de salarissen van de bedrijfstop te regelen. Met ingang van dit boekjaar moeten de inkomens van bedrijfsbestuurders in het jaarverslag worden opgenomen. Daartegen zijn best bezwaren aan te voeren. Werknemers vinden bijvoorbeeld al gauw dat hun baas te veel ontvangt en zij te weinig verdienen. Daarom zou er iets voor te zeggen zijn om deze openbaarmaking van topsalarissen af te wijzen. Dat de regering deze maatregel heeft genomen, heeft het kader van het Nederlandse bedrijfsleven echter aan zichzelf te wijten, door in de achterliggende jaren enorme loonstijgingen te accepteren.

Er is op zichzelf niets mis met het feit dat topondernemers een fors salar is hebben. Zij dragen veel verantwoordelijkheid en hebben problemen op te lossen waar een gewone werknemer niet van wakker hoeft te liggen. Goede managers zijn in het algemeen winst voor het bedrijf. Dat betekent dat ze het bedrijf ook iets waard mogen zijn.

Toch is het de vraag of de inkomensstijging waar in het achterliggende jaar sprake van was, verantwoord is. Voorstanders vinden van wel. De druk op topmanagers om te presteren is groot. Een misser kan niet alleen funest zijn voor het bedrijf, maar heeft vaak ook tot gevolg dat leidinggevenden hun baan verliezen. Dat risico zou in de topsalarissen zijn verdisconteerd. Het topinkomen zou dus voor een deel uit gevarengeld bestaan. Toch gaat dit argument nauwelijks op. Slecht functionerende managers kunnen -in onderscheid met het buitenland- in ons land meestal gewoon blijven zitten.

Daarnaast wijzen pleitbezorgers van topsalarissen op de zuigkracht van het buitenland. Managers kunnen daarheen gelokt worden als de inkomens van topmanagers in ons land achterblijven bij andere landen in de wereld. Met name in de financiële sector en in de wereld van de informatie- en communicatietechnologie gebeurt dit wel. Een uitstroom van toptalent uit het Nederlands bedrijfsleven is zeker niet goed voor onze nationale economie.

Toch moet dit gevaar niet overtrokken worden. Begin jaren negentig was er inderdaad sprake van een uitstroom van getalenteerd kader. Die is echter al vóór de exorbitante stijging van topinkomens van de laatste jaren tot staan gekomen. Er is eerder sprake van instroom van toptalent dan van uitstroom.

Nog minder overtuigend is de grote inkomensstijging van topondernemers in het licht van de oproep tot matiging van de looneisen die is uitgegaan naar de vakbonden. Werkgevers pleiten voor een beperkte loonstijging vanwege de internationale concurrentiepositie. Te grote loonstijging en toenemende inflatie zetten deze onder druk. Wanneer van de man op de werkvloer wordt gevraagd zijn eisen te beperken, moeten werkgevers zelf het voorbeeld geven. Dat heeft de selecte groep van topondernemers vorig jaar zeker niet gedaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Topinkomens

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 juni 2001

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's