reflexen
F.G.Immink
Een onvergetelijke zomer...
1994 - een zomer om nooit te vergeten. Na een nat en koud voorjaar brak de zon door en kregen we een aaneenschakeling van zon, warmte en droogte. Tropische temperaturen, heerlijk voor wie op vakantie was in eigen land, maar slopend voor wie moest werken. Weerkundigen moesten heel wat archieven en oude tabellen doornemen voordat zij op een soortgelijke zomer stuitten. Zij strandden ergens in zeventienhonderd en nog wat.
In de vakantieperiode werd ik in beslag genomen door twee zaken: het woonklaar maken van een ingrijpend verbouwde woning in verband met een verhuizing die er aan zit te komen en het persklaar maken van de tekst voor de inaugurele rede. Hoe was het in de wereld van de bouw en de wereld van de wetenschap?
Ogenschijnlijk hebben ze weinig met elkaar te maken. Mijn vak is praktische theologie, een praktijkvak zou je zeggen, maar in de wetenschappelijke reflectie ligt het accent op de theorievorming. Juist in die theorievorming stoot je op de beoordeling van de maatschappelijke en culturele werkelijkheid. En wat blijkt dan? Onze westerse samenleving (en ook de theologiebeoefening) is in sterke mate geseculariseerd. De betekenis van het christelijk geloof en de omgang met God zijn verre van vanzelfsprekend. De toonaangevende praktische theologen proberen, hun uitgangspunt (!) nemend in de moderne geseculariseerde samenleving, een brug te slaan naar het evangelie. Een centraal begrip daarin is de hermeneutiek. Ik kom daar nog op terug.
Hoe was het in de bouw? Op de bouw staat de radio aan, radio 3 wel te verstaan, van 's morgens vroeg tot het moment dat men de bouwplaats verlaat. Toppers van toen en nieuwe nummers mengen zich in het lawaai van hamers, boren, beitels en zagen. Uit de korte nieuwsbulletins, die rond het hele uur uit de ether komen, is dit bij mij blijven hangen: aan de ene kant twee kleuren uit de zomer van 1994, het oranje van het wereldkampioenschap voetbal en het paars van de nieuwe regeringscoalitie, en aan de andere kant de schrijnende ellende uit Rwanda. Op mij kwam het over als de dynamiek en de tragiek van
m. het mensenleven. Radiopresentatoren wisten niet goed raad met deze twee werelden en wij, denk ik, ook niet.
Het wereldkampioenschap voetbal bracht Nederland in rep en roer. Het oranjegevoel ontwaakte en in sommige plaatsen waren de straten versierd met oranje vlaggen. Een roes van sp> el en nationalisme ging door ons volk en het werkte aanstekelijk. Blijkbaar kan ons volk nog wel ergens voor warm lopen. Ik proefde daarin iets van de dynamiek van het bestaan. Maar daarnaast was er de levensgrote tragiek (!) van het politieke en maatschappelijk ontwrichte Afrika. We weten er geen raad mee. Sommige commentatoren spraken over de ellende in deze wereld en ook over schuld (o.a. Joris Voorhoeve). Ellende en schuld, blijkbaar ontkomen we er niet aan. Kunnen en durven theologen deze begrippen nog te gebruiken, ook ais het gaat over de maatschappelijke werkelijkheid? De tragiek en de schuld hebben we ondergebracht in een nationale TV-avond. Een nieuwe vorm van liturgie.
Een discussie in de Hervormde synode
Ook in onze kerk schrijdt het secularisatieproces voort. Vlak voor de zomer discussieerde de Hervormde synode over het rapport Secularisatie in Nederland, 1966-1991 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Tabellen en getallen maken duidelijk dat de ontkerkelijking in Nederland in een snel tempo doorgang vindt. Na de grote steden zijn nu ook de middelgrote plaatsen aan de beurt en ook op het platteland zijn er gebieden waar de kerk sterk geminimaliseerd is. Deze ontwikkelingen zorgen voor een enigszins bedrukte stemming in de kerk. Bovendien vergt het extra energie: bezuinigingsplannen worden opgesteld om het hoofd nog zo lang mogelijk boven water te houden. De richtingenstrijd wakkert weer aan: welke gezindte houdt zijn kerk en welke groepering moet verdwijnen? Ook predikanten staan onder druk: bij een slinkend aantal kerkgangers wordt ook wel eens gefluisterd: het ligt aan onze dominee.
Schrikken we van deze ontwikkelingen? Ik zou zeggen: ja, en wel om twee redenen. Allereerst vanwege het belang van het persoonlijk geloof. Er gaat een zekere huivering door je heen wanneer je beseft dat zoveel mensen geen besef van God meer hebben en geen weet hebben van de genade in Jezus Christus. Zonder de gemeenschap met God zijn we immers afgesneden van het heil dat de Here geeft en ontdekken we de ware betekenis van het leven niet. Ondertussen zijn we er wel aan gewend geraakt. De kerk waar we 's zondags samenkomen stroomt misschien nog aardig vol, maar in de straat waar we wonen gaat er maar een enkeling naar de kerk. Het overgrote deel houdt het voor gezien. En op ons werk komen we ook weinig mensen tegen die het christelijk geloof in praktijk brengen.
Dat maakt onszelf ook schuchter en verlegen: het is eigenlijk ook een beetje vreemd om te geloven.
Ten tweede vanwege de publieke moraal. Het evangelie wil doorwerken in de samenleving en het geheel van opvattingen over goed en kwaad doordrenken. Ook de samenleving als zodanig kent normen en waarden, zoals we dat tegenwoordig noemen, en het christelijk getuigenis wil daarin een zoutend zout zijn. Het gaat niet alleen om het persoonlijk heil, maar ook om het geestelijk gehalte van de samenleving. Zoals de apostelen de wereld introkken om het getuigenis van Jezus Christus openbaar te maken, zo wordt ook de gemeente gezonden in de wereld. Vanuit dit gezichtspunt is er opnieuw sprake van een crisis: het getuigenis van de kerk heeft weinig zeggingskracht in de moderne samenleving.
In de discussie in de synode bleek dat sommige theologen het geloof allereerst interpreteren in termen van normen en waarden, en dat zij het vervolgens helemaal niet zo erg vinden dat het typisch godsdienstige gehalte terugloopt. De westerse samenleving, zo werd gezegd, heeft blijkbaar een flinke dosis christendom in zich opgenomen, zij het in geseculariseerde vorm. En daar gaat het toch om! Blijkbaar heeft de godsdienst in zichzelf geen waarde, maar draait het om de ware menselijkheid en humaniteit van de samenleving. Ik denk dan bij mezelf: voor die ware humaniteit ben ik liever op God aangewezen dan op de verlichte Westeuropeaan. En verder kan ik me volstrekt niet indenken dat onze godsdienst geen intrinsieke waarde zou hebben.
Zijn wij verbijsterd door deze ontwikkelingen? Neen, want we zijn ons er van bewust dat de gemeenschap met God een zaak van geloof is. De breuklijn die zich tegenwoordig zo sterk manifesteert is niet nieuw maar hoort bij de bedeling waarin we leven. De gelovige wordt daar ook zelf permanent bij bepaald: de strijd tussen vlees en Geest.
En dat geldt ook voor de publieke moraal: het blijft stukwerk en we moeten ons voortdurend bewust zijn dat onze werkelijkheid niet samenvalt met het Koninkrijk Gods. Ik zeg dit niet om de zaak te verbloemen, maar om nuchter in deze wereld te staan. De concrete wereld waarin we leven is een gevallen schepping, en de breuklijnen zijn volop zichtbaar, niet alleen in het persoonlijke, maar ook in het politieke en maatschappelijke leven. Het heil en de volle heerlijkheid blijft verborgen in Jezus Christus. Zeker, dat heil gaat de wereld door en door de kracht van de Heilige Geest heeft het zijn uitwerking, maar steeds ten dele en in alle voorlopigheid en gebrokenheid. Het is eerder een kwestie van geloven dan van zien, vandaar dat in de Reformatorische traditie zo sterk de nadruk ligt op het Woord. Woord en geloof horen bijeen.
Ontwikkelingen in de westerse cultuur
De kerk leeft temidden van de cultuur en wij mensen ademen in veel opzichten ook de geest van de cultuur in. We hebben dat niet altijd in de gaten, maar moderniseringen (denk alleen maar aan de techniek en de communicatiemiddelen) gaan niet aan ons voorbij. Langzamerhand komen we er wel achter dat modernisering lang niet altijd vooruitgang betekent en dat er ook heel veel kwalijke kanten aan zitten. Daarbij denk ik niet alleen aan de milieuproblematiek, maar ook aan gevoelens van eenzaamheid en ongeborgenheid (onveiligheid) als gevolg van een vergaande individualisering. Bovendien kunnen wij mensen weinig samenhang ontdekken in het leven, omdat het allemaal zo versnipperd is. Het leven is heel complex en pluriform, en meer en meer worden we gedwongen om specialist te zijn. Individualisering en pluralisering kenmerken onze cultuur.
Ook op godsdienstig gebied is het complexer geworden. We zijn een multi-religieuze samenleving, en dat geldt niet alleen de grote steden. Als ik vanaf de Maasroute mijn eerste gemeente Waalwijk-Besoyen binnenrijd kom ik langs een witte moskee die het stadsgezicht bepaalt, en in het dorp zelf ligt het Hervormde kerkje verscholen tussen de huizen. Het christelijke karakter van onze samenleving is al lang niet meer vanzelfsprekend. De jeugd groeit daarmee op.
Secularisatie in cultuur en kerk
Niet alleen de ontkerkelijking is toegenomen, maar we zitten ook in een lange traditie van secularisatie. Het is niet zo gemakkelijk aan te geven wat we daaronder moeten verstaan. Het heeft te maken met wetenschappelijke en technische ontwikkelingen waardoor wij mensen steeds meer greep op het leven hebben gekregen. Meer inzicht in de werkelijkheid, waardoor wij minder geneigd zijn te geloven in bovennatuurlijke krachten en machten. Je zou het ook kunnen noemen: het terugdringen van het sacrale, het heilige. Mens en wetenschap hebben steeds meer controle over het leven gekregen, waardoor het gebied dat vroeger een geheimenis was, eigenlijk steeds kleiner werd.
Door deze ontwikkelingen kwam de mens als individu en als sociaal wezen meer en meer in het centrum te staan en nam ook de menswetenschap een geweldige vlucht. Ook de godsdienst van de mens werd bestudeerd, maar dan vooral als een psychologisch en maatschappelijk verschijnsel. Het gevolg was wel dat het geloof, ook het christelijk geloof, veel kritischer bekeken werd. Het geloof mag dan een bijna onontkoombaar menselijk gegeven zijn, maar dat wil helemaal niet zeggen dat het slaat op de werkelijkheid van God. De godsdienstkritiek kwam hard aan in de westerse samenleving (opkomst van het atheïsme) en ook binnen de kerk kwamen er visies in omloop die neerkwamen op een geseculariseerde geloofsopvatting.
Met andere woorden: het proces van secularisatie heeft er aan bijgedragen, dat wij mensen het gevoel hebben gekregen dat een heleboel dingen binnen ons machtsbereik liggen. Het besef van een hogere macht buiten ons en boven ons is afgebrokkeld. Veel mensen beleven dat als een bevrijding: we worden niet meer beheerst en beknot door machten en regels boven ons waar we geen enkele greep op hebben, maar we zijn vrij geworden. Dit soort opmerkingen hoor je soms ook binnen de kerk als het over de secularisatie gaat: het is een zegen.
Toch lijkt mij dat een misvatting. In de eerste plaats springt men te lichtvaardig om met de secularisatie als ont-goddelijking. Want het gaat daarin niet alleen om een ontgoddelijking van de wereld om ons heen (hetgeen men dan als positief waardeert omdat het in de bijbel ook al zou gebeuren), maar net zo goed treft het de ontgoddelijking van Jezus Christus en van de God van Abraham, Isaak en Jacob. In de tweede plaats is het de vraag of bijvoorbeeld de vermenselijking van normen en waarden wel zoveel heil brengt. Als wij in een intermenselijke dialoog moeten uitmaken wat goed en kwaad is, zou het nog wel eens slecht kunnen aflopen.
Hermeneutiek en kontekstualiteit
In menige theologische discussie spelen deze twee woorden een grote rol. En dat heeft alles te maken met het hierboven beschreven secularisatieproces. Kort gezegd komt het hierop neer, dat de christelijke traditie niet zonder meer gezaghebbend is voor de moderne mens. Ik denk trouwens, dat dit geldt voor alle tijden: het geloof is niet vanzelfsprekend. Maar goed, de gedachtengang is dan als volgt. Het geloof van toen is niet zonder meer over te dragen op de mens van nu. Op kritische wijze moet er een brug geslagen worden tussen enerzijds het christelijk getuigenis en anderzijds de moderne geseculariseerde mens. Het valt mij op dat in de (moderne) praktische theologie de eerste loyaliteit dan ligt bij de geseculariseerde wetenschap en bij de moderne mens, whatever that may be. Hermeneutiek betekent dan dat wij, vanuit onze situatie en vanuit onze beleving, het evangelie opnieuw moeten interpreteren. Interpretatie is een sleutelwoord. Wij mensen interpreteren de werkelijkheid en wij interpreteren teksten. Hermeneutiek is dus de wetenschap van het menselijk verstaan. Daarachter gaat een hele wijsgerige traditie schuil en daar wil ik het nu niet over hebben. Wat mij opvalt is, dat de moderne theologie primair uitgaat van de tijdgeest. Zo vroeg Friedrich Niebergall in een artikel 'Die moderne Predigt' (1904) zich af: 'Wie sollen wir predigen, um unsrer Zeit gerecht zu werden? ' En dat is zeker een belangrijke vraag.
Maar hoe zit het met die andere loyaliteit? Proberen we ook recht te doen aan de geloofsinhoud en de geloofstraditie? Al te lichtvaardig wordt er dan omgesprongen met het confessionele gehalte van kerk en christendom. Waarom zouden
we de confessionele geloofsinhoud interpreteren in niet-godsdienstige termen, zo dat al zou kunnen? De uitdrukking 'in rapport met de tijd' heeft ook een gevaarlijke kant: wij lopen het risico dat we ons storen aan het openbaringskarakter van Gods spreken en handelen, en dat we dan juist dat element wegvertalen.
Een eredoctoraat en een benoeming
Ir. Jan van der Graaf, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, heeft een eredoctoraat ontvangen van het Radai Collegium, de theologische faculteit van de Gaspar Caroli Universiteit in Hongarije. Wij wensen hem daarmee van harte geluk. Door zijn werkzaamheden op kerkelijk terrein heeft Van der Graaf zichzelf als theoloog geschoold, en menig academisch gevormde predikant zal zich op sommige gebieden nauwelijks met hem kunnen meten. Een eredoctoraat dus in de theologie voor iemand die opgeleid is als ingenieur. Het doctoraat is hem vooral verleend vanwege zijn grote inspanning op het gebied van de betrekkingen met Oost-Europa. Internationale contacten waren en zijn van levensbelang voor de kerk in dat deel van Europa, maar niet minder ook voor ons. Van der Graaf beschikt over grote organisatorische kwaliteiten en we hopen dat hij met vreugde verder mag werken ten dienste van de kerk.
Dr. W. Verboom werd in de juni-synode benoemd tot kerkelijk docent bij de kerkelijke opleiding van de Leidse universiteit. Ook van harte gelukgewenst. Hij zal met name het onderwijs op het gebied van de catechetiek verzorgen. Het gaat om een part-time benoeming. Voor het overige deel van zijn werktijd zal Verboom in opdracht van de Gereformeerde Bond onderwijs geven aan de Leidse faculteit. Wij wensen hem veel wijsheid en studiezin toe om het theologisch onderzoek en onderwijs gestalte te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994
Theologia Reformata | 334 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994
Theologia Reformata | 334 Pagina's