Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ophef om onbekende   haar in zaak-Sybine

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ophef om onbekende haar in zaak-Sybine

OM houdt rekening met list Martin C.

3 minuten leestijd

AMSTERDAM - Advocaat mr. P. Doedens wil onderzoek naar een onbekende haar die is aangetroffen onder een vingernagel van Sybine Jansons (13), die begin 1999 is omgebracht. De raadsman betoogde dat gisteren tijdens het hoger beroep bij het hof in Amsterdam.

Onderzoek toont aan dat de haar niet toebehoort aan Martin C. (38). Hij werd vorig jaar tot twintig jaar cel en TBS verooordeeld wegens het ontvoeren en doden van Sybine Jansons uit Maarn én voor de verkrachting van Sjoukje Hollander (18) en Mariska Steenman (24).

Advocaat Doedens wil DNA-deskundigen als getuigen oproepen om meer helderheid over de haar te krijgen. Volgens de raadsman is de officier van justitie in Utrecht vorig jaar tijdens de eerste behandeling van de zaak over de onbekende haar "heengewalst."

De aanklager bij het hof, advocaat-generaal mr. D. J. C. Aben, zegt desgevraagd dat het openbaar ministerie er zeker rekening mee houdt dat Martin C. de onbekende haar later tussen de nagel van Sybine heeft gestopt om zo de rechercheurs op een dwaalspoor te brengen. "De verdachte weet al jarenlang wat er speelt op DNA-gebied. Hij doet er alles aan om zijn sporen uit te wissen."

Volgens advocaat-generaal Aben is verder onderzoek naar de haar zinloos. Een vergelijking met andere DNA-profielen in de DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (het voormalige Gerechtelijk Laboratorium) is zijns inziens niet mogelijk. Raadsman Doedens heeft daar zijn twijfels over en wil daarom deskundigen horen.

Kast

Doedens probeerde gisteren twijfels te zaaien over de betrouwbaarheid van het geurspoor in de zaak-Sybine Jansons. Op het fietsstuur van het meisje zijn kort na haar verdwijning geursporen veiliggesteld. Elf maanden later bleek tijdens een zogeheten geurproef dat een speurhond de geur koppelde aan de geur van Martin C.

De advocaat vroeg zich af of de geursporen wel goed zijn opgeborgen. De verantwoordelijke hondenbegeleider, die als getuige was opgeroepen, meldde dat het afgezaagde stuk fietsstuur in een plastic zak was gestopt. De verzegelde zak werd nog eens opgeborgen in een speciale doos. Die doos werd opgeborgen in een speciale kast.

Een andere speurhondendeskundige stelde gisteren vast dat de betrokken speurhond Lex met zijn 7,5 jaar lange ervaring een uitstekende reputatie heeft opgebouwd. Overigens zijn er naast het geurspoor nog tal van andere sterke aanwijzingen die duiden op de schuld van Martin C.

Smoesje

Gisteren traden Sjoukje Hollander en Mariska Steenman, de verkrachte vrouwen, voor het eerst in het openbaar op als getuige. Sjoukje Hollander werd in juli 1999 door Martin C. met een smoesje over modellenwerk meegelokt in een busje, waarna ze op brute wijze werd verkracht. Mariska Steenman, destijds werkzaam als stewardess, gaf Martin C. in september 1999 een lift vanaf een parkeerplaats op Schiphol. Dat gebeurde nadat hij een verhaal ophing over autopech. Mariska Steenman werd in haar eigen auto verkracht.

Tijdens hun relaas gisteren moest Martin C. de rechtszaal uit. De vrouwen wilden hem niet in de ogen kijken. Beiden benadrukten nog eens dat ze de dader later bij de politie tijdens een zogeheten fotoconfrontatie onmiddellijk herkenden. Bij zo'n fotoconfrontatie krijgt het slachtoffer een serie foto's voorgeschoteld waaruit de dader gekozen moet worden. "Ik hoefde niet na te denken", zei Sjoukje Hollander gisteren, "ik wist na drie seconden wie het was. Ik zag het aan de blik in zijn ogen."

Uit psychiatrische rapportages blijkt dat Martin C. een ernstige persoonlijkheidsstoornis heeft, zo betoogde getuige-deskundige dr. H. J. C. van Marle, hoogleraar forensische psychiatrie en psychiatrisch adviseur voor het ministerie van Justitie. Kenmerkend voor Martin C. zijn onder meer zijn "kilheid en grote gebrek aan invoelend vermogen." Het gevaar bestaat zelfs dat Martin C. door een behandeling leert om op een nog sluwere wijze delicten te plegen, zo betoogde Van Marle.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Ophef om onbekende   haar in zaak-Sybine

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's