Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spanning op het boerenerf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Spanning op het boerenerf

Grote zorgen om dreiging van mond- en klauwzeer

9 minuten leestijd

De angst voor mond- en klauwzeer zit er diep in. Veehouders moeten er niet aan denken dat het virus hun dieren treft. "Ik zou helemaal ontredderd zijn." Zelfs de kleinere kinderen voelen de spanning op het boerenerf.

Melkveehouder G. Treur (55) uit het Zuid-Hollandse Oudewater is boer in hart en nieren. Graag laat hij zijn nog vrij nieuwe bedrijf zien. Treur doet de deur open en zegt glimlachend: "Kijk, dit is mijn werkruimte." Een paar koeien kijken even op, maar de meesten liggen onverstoorbaar te herkauwen op hun zacht schuimrubberen matras.

De stal met de 65 koeien en 50 jongere dieren ziet er opgeruimd uit. De vele aandacht van Treur voor zijn vee werpt vruchten af. Qua melkproductie scoort het bedrijf met 9500 liter per koe per jaar ver boven het landelijk gemiddelde van 7300 liter.

Rentmeester

Treur moet er niet aan denken dat zijn bedrijf getroffen wordt door mond- en klauwzeer (mkz) of de gekkekoeienziekte. "Ik zou dan helemaal ontredderd zijn. Hoewel ik weet dat we rentmeester zijn en dus nergens recht op hebben, zou een ruiming toch verschrikkelijk zijn. Wij hechten namelijk sterk aan onze veestapel. Wij hebben liefde voor onze beesten."

Het beeld van de grijpers spookt af en toe door het hoofd van de boer. "Vanaf 1 januari worden alle geslachte runderen getest op gekkekoeienziekte. Hierdoor worden dieren die de uiterlijke verschijnselen van bse nog niet vertonen, maar deze dodelijke hersenziekte wel onder de leden hebben nu ook ontdekt. Toen begin dit jaar onze eerste oude koeien naar het slachthuis gingen, zei ik thuis dat het maar de vraag was of de veestapel er volgende week nog wel zou zijn. Je weet het niet, hè? Het is die onzekerheid die aan je knaagt. Als een koe niet in orde is, denk je gelijk aan bse."

De vrees voor dierziektes werd deze week nog groter nu het zeer besmettelijke mond- en klauwzeer ook voor het eerst op het vasteland van Europa is vastgesteld. De gevolgen van de uitbraak in Frankrijk zijn groot, zegt Treur. "Ik ben er verschrikkelijk bang voor. Ook in het gezin is de angst te merken. Als onze kinderen met verhalen over de ziekte uit school komen, wordt er over gesproken. Ze voelen de spanning dat er wat kan gebeuren."

Oorlogssituatie

Om de risico's op een uitbraak van mond- en klauwzeer te verkleinen, stelde minister Brinkhorst van Landbouw dinsdag een vervoersverbod voor vee in. Treur heeft daarvan niet zo veel last. Dat ligt anders voor intensieve bedrijven zoals die van de kalvermesters. Als gevolg van de bse-crisis zat deze sector al in grote problemen. Door de ingezakte vleesconsumptie in verschillende belangrijke afzetlanden zijn de kalverprijzen gehalveerd, maar nu kunnen de mesters zelfs hun beesten niet meer afvoeren.

Een belangrijke ingreep bij het bestrijden van mond- en klauwzeer is het preventief ruimen van bedrijven waarvan de dieren contact hebben gehad met besmette bedrijven. Net als verreweg de meeste boeren steunt ook Treur deze harde aanpak. "Het is noodzakelijk. Als je niet zo optreedt, lopen we dezelfde risico's als in Frankrijk, waar ingevoerde Britse schapen de ziekte hebben overgebracht."

Door de ziektes lopen de spanningen in de veehouderij op. Als mkz in Nederland uitbreekt, zijn de gevolgen niet te overzien. Volgens minister Brinkhorst moet ons land zich dan voorbereiden op een oorlogssituatie. Op het ministerie ligt een dik draaiboek, waarin precies staat wat er dan gaat gebeuren.

Bij een uitbraak wordt al het veetransport 72 uur volledig stilgelegd. Tijdens deze "standstill" wordt het vervoer van mest, voer en melk niet verboden, maar is het wel aan strenge regels onderworpen. De dieren op het besmette bedrijf worden vernietigd, terwijl ook in een straal van 1 kilometer rond het getroffen bedrijf alle dieren die gevoelig zijn voor de ziekte preventief worden geruimd. Over een bewegingsverbod voor mensen staat niets in het draaiboek. Wel zal het ministerie adviseren de getroffen gebieden niet te bezoeken.

Gezien de enorme gevolgen zijn er al tal van maatregelen getroffen om de risico's op een uitbraak te beperken. Veemarkten zijn gesloten. Als de melkwagens van de zuivelfabrieken het erf verlaten, worden bij de inrit de banden ontsmet voordat ze verder rijden. Ook worden boerenvergaderingen afgelast en machinedemonstraties uitgesteld. Sommige boeren durven zelfs nog amper bij elkaar op bezoek, terwijl ontsmettingsbakken bij de stallen de insleep van het virus moeten voorkomen.

"'t Begint wel een beetje stil te worden op het boerenerf", vindt Treur. "Zelf probeer ik nuchter te blijven. Ik ga gerust naar mijn buurman, maar ik loop dan niet zijn stal in. Je moet immers wel voorzichtig zijn."

Hulpdienst

Bij de Telefonische Hulpdienst voor Agrariërs domineren momenteel spanning en onzekerheid over de toekomst de gesprekken, vertelt coördinatrice Hanne ke Meester. Niet dat het nu drukker is dan anders, maar de opeenstapeling van veeziektes laat de bellers bepaald niet onberoerd.

"De ongerustheid bij boeren en boerinnen neemt toe. Die mensen weten niet waar ze rekening mee dienen te houden", aldus Meester. Bij eerdere crises, zoals bijvoorbeeld de varkenspest, wist agrarisch Nederland waar het aan toe was. "Nu komen er vragen over hoe te handelen. Maak ik me genoeg zorgen of maak ik me juist te veel zorgen?"

De hulpdienst bestaat sinds eind 1992. In de eerste vijf jaar verwerkten vrijwilligers zo'n 200 telefoontjes per jaar. De telefoonlijnen stonden tot en met vorig jaar twee dagen per week open. Maar door een toenemende vraag naar een luisterend oor -vorig jaar waren er tussen de 300 en 400 bellers- heeft de organisatie besloten per 1 januari 2001 vijf dagen per week bereikbaar (0800-0240021) te zijn. Daarvoor zijn zestien vrijwilligers in touw. Meester: "Het zijn doorgaans geen gesprekken van vijf minuten. De contacten zijn juist heel intensief."

Bedreiging

De problemen rond de gekkekoeienziekte en nu ook mond- en klauwzeer zijn "goed bespreekbaar", vindt de coördinatrice. "Een aantal jaren terug was er het probleem van de gedwongen bedrijfsbeëindiging. Voor de desbetreffende boerengezinnen een enorm pijnlijke zaak, want die mensen gingen zich afvragen of ze niet hadden gefaald. Daar praat je vervolgens niet gemakkelijk over. Mond- en klauwzeer en bse zijn een bedreiging voor de hele agrarische sector. Daar kun je samen eenvoudiger over praten."

De Telefonische Hulpdienst voor Agrariërs kan boeren en boerinnen in een aantal gevallen doorverwijzen naar instanties zoals de boerenorganisatie LTO-Nederland. "Bijvoorbeeld als het om praktische vragen over het vervoersverbod voor vee gaat." Daarnaast zijn er gesprekken waarin mensen hun hart eens een keer goed luchten. "Wij bieden dan een luisterend oor. Dat lijkt simpel, maar in veel gevallen helpt het wel."

Meester heeft ook de berichten gelezen over het toegenomen aantal zelfmoordgevallen onder boeren in Groot-Brittannië. "Laat ik vooropstellen: via onze hulpdienst krijg ik geen aanwijzingen dat een dergelijke ontwikkeling in Nederland ook speelt. Maar via mijn contacten met allerlei instanties in de agrarische sector krijg ik wel een en ander te horen. Een registratie van het aantal zelfmoordgevallen bestaat niet, dus hard te maken is het ook niet, maar de signalen liggen er. Dat is op zichzelf al een ernstige waarschuwing."

Lijdensweg

Melkveehouder Treur heeft zelf nog nooit mond- en klauwzeer op zijn bedrijf gehad. Wel maakte hij als klein ventje de ziekte in 1949 mee op de boerderij van zijn ouders. "Voor de dieren is mkz een lijdensweg. Het is verschrikkelijk."

De 77-jarige J. van der Maas uit het Zeeuwse Oosterland kan daar uit eigen ervaring over meepraten. In zijn jeugd verzorgde hij de zeven koeien van zijn opa. "In die tijd was dat een groot veehouderijbedrijf." In 1935 en in het begin van de Tweede Wereldoorlog werden de dieren door de ziekte getroffen.

"Mond- en klauwzeer brak altijd in de winter uit, als de dieren op stal stonden. Alle ongeveer 25 bedrijven met vee in het dorp werden door de besmettelijke ziekte getroffen. De eerste verschijnselen waren dat de koeien slecht op hun poten konden staan. Vervolgens gingen ze door de blaren in hun bek steeds minder eten, zodat ze al snel broodmager werden. Ze gaven bijna geen melk meer. Op een gegeven moment scheurden soms zelfs de hoeven van de poten af. Het was echt verschrikkelijk, maar toch gingen de beesten niet dood."

Als medicijn moest Van der Maas de hoeven vijf keer per dag met een kwast met lysol insmeren. "Dat zwarte ontsmettingsspul stonk geweldig naar teer. Na zo'n acht dagen ging het weer beter. Als de dieren dan in het voorjaar weer de wei in konden, herstelden ze."

Oordeel

Ondanks de ernst van mond- en klauwzeer vindt de gepensioneerde boer dat er tegenwoordig te rigoureus wordt opgetreden. "Ze maken er nu zo'n hele t oestand van. Vroeger bleven we de melk gewoon verkopen. Dat gaf niks. Maar nu worden zelfs gezonde dieren vernietigd. Dat vind ik verschrikkelijk, want het gaat wel om schepselen."

Mond- en klauwzeer kwam vroeger veel voor. Om de ziekte te bedwingen, startte de regering in 1953 met het vaccineren van de dieren. Bij de Zeeuw staat deze gebeurtenis in het geheugen gegrift. "Vanaf 1 februari was het verboden om met niet-ingeënte dieren nog op de weg te komen. En juist op die bewuste dag begon de watersnoodramp. In ons dorp hadden nog nooit zo veel dieren op de weg gelopen als toen. Er waren bekeerde mensen die hadden woorden van de Heere gehad dat we niet alles mochten doen wat we konden. Was het oordeel niet duidelijk? Ook nu worden we daar weer bij bepaald."

Biddagdienst

Sinds 1992 wordt er in de Europese Unie om hoofdzakelijk economische redenen niet meer ingeënt. Door de nieuwe uitbraak van mond- en klauwzeer dringen met name veel melkveehouders erop aan het non-vaccinatiebeleid te veranderen. Ook minister Brinkhorst, een meerderheid van de Tweede Kamer en verschillende Europese landen voelen daar wel voor. De boerenorganisatie LTO-Nederland vindt het daarentegen nog te vroeg om aan te dringen op inenting.

Boeren uit de gereformeerde gezindte denken verdeeld over vaccinatie. Enkele honderden veehouders zijn om principiële redenen tegen inenting, terwijl een duidelijke meerderheid daar geen overwegende bezwaren tegen heeft. Ook melkveehouder Treur is voorstander van vaccinatie. "Ik heb respect voor degenen die een andere mening hebben en natuurlijk mogen wij ons vertrouwen niet zetten op een inenting, maar gezien de enorm gevaarlijke situatie ben ik er toch voor. De ziekte is namelijk zo besmettelijk dat bij een uitbraak ook vele andere bedrijven getroffen kunnen worden. Bovendien kan zelfs de continuïteit van de zuivelindustrie in gevaar komen."

De veehouder hoopt dat ons land niet door de ziekte wordt getroffen. "Deze week wees de dominee er tijdens de biddagdienst op dat we alles aan de Heere moeten overgeven. Dat is inderdaad waar. We moeten in alles diep afhankelijk zijn van Hem."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Spanning op het boerenerf

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's