Op pralinejacht in Brussel
In Belgische hoofdstad struikel je over de bijzondere chocoladewinkels
Liefhebbers van chocolade kunnen niet om Brussel heen. Bezoekers van de Be lgische hoofdstad struikelen niet alleen over de alom aanwezige hobbelige straatklinkers maar -bij wijze van spreken- ook over de bonbonwinkels. Trek een cirkel om de Grote Markt en binnen een straal van een paar 100 meter stuit je op tientallen bijzondere chocoladeadresjes. Wie de chocoladeroute loopt, zal niet snel last krijgen van een lege maag. Er is onderweg genoeg te proeven en te snoepen.
Voor Nederlanders is de Belgische bonbon vaak synoniem met het merk Leonidas, dat ook in ons land op tal van plaatsen chocoladewinkeltjes heeft geopend. Als je in Brussel gaat kijken, wordt al snel duidelijk dat er nog heel wat meer aanbieders zijn. En dat Leonidas een stuk minder exclusief is dan wij geneigd zijn te denken. Vraagt dit bedrijf zo'n 25 gulden per kilo, in Brussel kijken ze niet op van het drievoudige voor eenzelfde hoeveelheid.
Het thema van het Belgische Verkeersbureau voor de Ardennen & Brussel is dit jaar "In het hart van geuren en smaken". Eten en drinken staat dus in het middelpunt. In de hoofdstad Brussel draait alles om chocola. Wie zijn tanden graag zet in een snoeperij afkomstig van de cacaoboon, krijgt onmiddellijk trek in de chocoladeroute. Etalages kijken, bonbons proeven, misschien een bezoek aan het Museum van cacao en chocolade of aan het chocoladerestaurant van Galler. En als klap op de vuurpijl een ambachtelijke chocoladefabriek waar je bij de bonbonmakers in de pannen mag kijken.
Per kilo
Vanzelfsprekend is het niet verplicht om de chocolade per kilo te kopen. Een onsje is een gangbaarder hoeveelheid. Veel of weinig: in ieder geval worden ze in een mooi doosje verpakt en krijg je er vaak zelfs een bijpassende draagtas om heen. Wel zo handig als je nog een middag slenteren door de Brusselse straten voor de boeg hebt. En tegelijk een aardige reclame voor de ondernemers die hun brood verdienen met het maken en verkopen van exclusieve chocolade. Als je een ander met zo'n tas ziet lopen, beginnen in je eigen portemonnee opeens ook de Belgische franken te springen.
Wie wel trek maar geen geld heeft, zou de zonder uitzondering piekfijn verzorgde verkoopsters zelfs om één bonbon kunnen vragen. Alhoewel de kans groot is dat ze dan niet direct begrijpt wat je bedoelt. Want zo'n fraai chocoladewerkstuk een bonbon noemen, dat is echt iets Hollands. Belgen hebben het over pralines. En dat klinkt eigenlijk ook net een tikje verfijnder. Op z'n Frans wordt wel van "bouchée au chocolat" gesproken. Dat wil zoveel zeggen als chocoladehapje.
Puntzakken
Onze zuiderburen hebben wat pralines betreft recht van spreken. Ze hebben dit chocoladeproduct namelijk uitgevonden. Eigenlijk is dat nog niet eens zo lang geleden gebeurd. Ene Jean Neuhaus begon in 1912 in de nog altijd chique Koninginnegalerij in Brussel met het produceren van chocolade met vulling. Een paar jaar later deed hij nog een uitvinding: de "ballotin". Een speciaal doosje om de pralines in te verpakken, wat een hele verbetering was ten opzichte van de papieren puntzakken waar menige bonbon voordien gebroken of gebutst uit tevoorschijn kwam.
Eigenlijk liggen de wortels van de praline in een nog wat grijzer verleden, in het Frankrijk van Lodewijk XIII. Het verhaal wil dat de kok van graaf Plessius-Pralin voor een feestelijke gelegenheid een nieuwe snoeperij bedacht. Het werd een amandelboon omhuld door een suikerlaagje. Chocolade kwam er dus nog niet aan te pas. Maar de link met de hedendaagse bonbon is duidelijk.
Brussel heeft al heel lang wat met chocolade. De eerste fabrikant duikt op in een notariële akte uit 1667. Volgens de geschiedschrijving van de stad waren er halverwege de 19e eeuw vijf cacaomolens en twee chocoladebedrijven actief. In de loop van de 20e eeuw breidde dat aantal zich uit tot tientallen. Zij het dat de productiebedrijven van klinkende namen als Godiva, Neuhaus, Côte d'Or, Galler of Leonidas inmiddels niet meer in het centrum van de stad te vinden zijn. Ze zijn gehuisvest in veelal weinig tot de verbeelding sprekende fabriekspanden in de buitenwijk en. Want pralines maken, al gaat het vaak nog volgens oude recepten en ambachtelijke methoden, is in de meeste gevallen een industrieel proces geworden.
Ambachtsman
Maar: er zijn in Brussel ook nog tal van vakmensen die hun 'chocoladehapjes' nog wel met de hand maken. Christian Vanderkerken is een van hen. En niet de geringste. Met zijn ambachtelijk bereide pralines viel hij herhaaldelijk internationaal in de prijzen. "Monsieur Manon" wordt hij wel genoemd, met een knipoog naar de naam van het bedrijf, dat gevestigd is in een onopvallend pand in de Tilmontstraat.
Vanderkerken is een echte ambachtsman, die weinig op heeft met industriële processen. Zelfs voor het bepalen of de gesmolten chocolade op de juiste temperatuur is, vertrouwt hij niet op instrumenten. Hij doet het nog op de ouderwetse manier: een druppel op de onderlip. "Ik doe dat net zoals een moeder die controleert of de fles voor de baby goed is. Chocolade moet 32 graden zijn om het goed te kunnen verwerken."
De specialiteit van Manon zijn pralines met daarin veel verschillende laagjes. Vijf is geen uitzondering. Vanderkerken laat er een proeven. Als je er voorzichtig een hapje af wilt nemen, grijpt de pralinechef in. "In één keer in de mond, dat is het beste. Dan komen alle smaken goed tot hun recht", doceert hij. Wat er allemaal in de bonbons zit, laat hij in het midden. Fijngehakte noten, iets van room, een likeurtje, een randje marsepein en dan nog wat ondefinieerbaars. "Spoetnik" heet een van de bonbons waarmee hij in Amerika in de prijzen viel, omdat hij de vorm van een ruimteraket heeft. Een andere prijswinnaar gaf hij de naam "kurk". Vanderkerken snijdt de bonbon doormidden om de vele laagjes aan de binnenkant te laten zien.
Spuitzak
In de chocoladewerkplaats blijkt dat bij Manon werkelijk alles nog met de hand gaat. De gesmolten chocolade wordt in mallen gedaan, waarin hij vervolgens afkoelt. Een medewerkster voorziet de halve bonbons met een spuitzak van vulling, volgens eigen recept. Door middel van een drupje gesmolten chocolade worden de twee helften vervolgens op elkaar 'geplakt' en uit de mal gehaald. De omgekeerde aanpak komt ook voor: dan wordt een op maat gesneden vulling met gesmolten chocolade overgoten.
Tachtig verschillende soorten maakt Manon op deze manier. En de chocoladefabriek exporteert ze naar allerlei landen. Maar niet naar Nederland. "Nederlanders vinden onze pralines veel te duur. Die hebben niet zo veel geld over voor lekkere chocolade", is de mening van Vanderkerken. Hij heeft er geen bezwaar tegen als dat zou veranderen.
Chocoladefabriek Manon in Brussel is open voor bezoekers en groepen van 20 tot 35 personen. Informatie: tel. 0032-24252632; kosten 350 frank per persoon. Iedere deelnemer krijgt na de rondleiding van circa twee uur een zakje pralines mee naar huis.
Meer informatie over de Brusselse chocoladeroute en het jaarthema "In het hart van smaken en geuren": Belgisch Verkeersbureau voor de Ardennen & Brussel, Kennemmerplein 3, 2011 MH Haarlem, tel. 0900-2020107.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001
Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 maart 2001
Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's