Genezing van aids lijkt nog ver weg
Dodelijke ziekte twintig jaar geleden in Los Angeles VS voor het eerst geconstateerd
BOSTON - Wanneer de aids-epidemie precies begon, valt niet exact te zeggen, maar op 5 juni 1981 vermeldde een Amerikaans gezondheidsbulletin een kort bericht over een merkwaardige ziekte-uitbraak in Los Angeles.
In acht maanden tijd hadden vijf patiënten een zeldzame vorm van longontsteking opgelopen. De ziekte werd veroorzaakt door de pneumocystis carinii, een bacterie waar gewoonlijk alleen mensen met een ernstig verzwakt immuunsysteem last van hebben. Maar deze gevallen betroffen mannen van in de twintig en dertig, die voor de rest gezond leken te zijn. Het bericht vermeldde beknopt de resultaten van laboratoriumonderzoek en medische voorgeschiedenissen, maar wat opviel was dat allevijf mannen homoseksueel waren.
De oorzaak van de ziekte bleef een mysterie, maar in het artikel werd voorzichtig de theorie geopperd dat hun afweersysteem zodanig was verzwakt dat ze vatbaar werden voor anders onschuldige micro-organismen. Wellicht was het een "ziekte verkregen door seksueel contact."
Die veronderstelling, geuit in het dunne Wekelijkse Morbiditeits- en Mortaliteitsrapport van de Centra voor Ziektebeheersing en -Preventie
(CDCP), sloeg de spijker op zijn kop. Het zou daarna nog twee jaar duren voordat het virus dat de ziekte verwekte gesoleerd werd en de ziekte zijn naam kreeg.
Explosief
"Het leek eerst nog een uitbraak, geen epidemie", zegt onderzoekspionier dr. Michael Gottlieb. "Het is een kolossaal understatement om te zeggen dat niemand in 1981 kon voorzien dat twintig jaar later in de hele wereld 36 miljoen mensen geïnfecteerd zouden zijn." In de hele wereld zijn inmiddels 22 miljoen mensen aan de gevolgen van aids gestorven.
De menselijke tragedie is afschuwelijk, maar aids zou nog veel erger zijn geweest zonder de enorme wetenschappelijke inspanning om de verwekker op te sporen, te ontdekken hoe het HIV-virus zich verspreidt en behandelmethoden te bedenken. Over het algemeen zijn de experts optimistisch gestemd dat er nog veel vooruitgang zal worden geboekt.
"De wetenschap mag trots zijn op zichzelf, maar niet blij", zegt medeontdekker van het virus dr. Robert Gallo. "Wij hebben nooit een moment gehad waar we rustig konden terugblikken en zeggen "Aha! We hebben het voor elkaar"."
Mede door het werk van Gallo kon bloed gescreend worden, zodat de verspreiding van het virus door transfusies voorkomen werd. Het legde de basis voor medicijnen waardoor aids niet meer een doodvonnis op korte termijn was, maar een chronische ziekte met langere levensverwachting. Het werk van Gallo heeft echter niet geleid tot een vaccin dat besmetting voorkomt, zoals sommigen in een bui van optimisme hadden voorspeld. Zonder het vaccin kon het aids-virus zich explosief verspreiden in de armste delen van de wereld, in het bijzonder Afrika, waar 24 miljoen van de huidige 36 miljoen dragers van HIV wonen.
Of het vaccin er ooit komt, valt niet te voorspellen. Door antivirale medicijnen kan de vermenigvuldiging van het virus worden afgeremd en kan de ontwikkeling van aids lang worden tegengehouden. Maar de middelen hebben ernstige bijwerkingen, waardoor er veel uitval is. "Het is de vraag of mensen tientallen jaren achtereen behandeld kunnen worden", zegt dr. Joel Gallant van de Johns Hopkins Universiteit.
Wat in de afgelopen jaren wel sterk verbeterd is, is de wijze waarop de middelen moeten worden ingenomen. Toen de combinatietherapie begon, moesten mensen een stuk of dertig pillen op verschillende momenten van de dag innemen, sommige op een nuchtere maag, andere weer met eten of met water. Tegenwoordig is het totaal gedaald tot tweemaal daags acht tot tien pillen en geprobeerd wordt dit aantal nog verder omlaag te brengen, veelal door verschillende middelen in één pil te combineren. Trizivir van GlaxoSmithKline biedt met tweemaal daags één pil het gemakkelijkste regime.
Testen
Voorzover de onderzoekers nu kunnen overzien, is het onwaarschijnlijk dat er ooit een geneesmiddel tegen aids zal komen. De reden is dat het virus doordringt in het geheugen van het immuunsysteem, de cellen die een register bijhouden van alle microben die het lichaam in een mensenleven ontmoet. Dr. Robert Siciliano van de Johns Hopkins Universiteit denkt dat er wel 73 jaar of bijna een mensenleven overheen gaat voordat deze cellen volledig zijn afgestorven.
Dr. David Ho van het Aaron Diamond AIDS Research Center in New York City meent dat de geheugencellen korter meegaan en door infectie van laag niveau constant worden vernieuwd. Hij is bezig met testen van een krachtig middel om deze cyclus te doorbreken, waardoor de met aids besmette geheugencellen in twee of drie jaar tijd kunnen afsterven. Maar zelfs als deze strategie zou werken, bestaat de mogelijkheid dat HIV zich elders in het lichaam verstopt, zodat genezing uitblijft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 juni 2001
Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's