Jouw vragen
Sommige christenen zegenen anderen. Bijvoorbeeld hun kinderen voordat ze gaan slapen, of als zij voor langere tijd weggaan. Mogen wij elkaar zegenen?
Wat een mooie en waardevolle vraag. Laten we eerst naar de Schrift luisteren. Izak zegende zijn zonen Ezau en Jacob (Gen. 27). Jacob zegende zijn zonen op zijn sterfbed (Gen. 49). Ook Mozes zegende het volk aan het eind van zijn leven (Deut. 33:1). Toch kunnen we hieruit niet zomaar concluderen dat iedereen dit kan of zelfs mag doen. De zegeningen die Izak, Jacob en Mozes uitspraken, zijn min of meer geleid door de Heilige Geest.
Uit Psalm 129:8 leren we dat ook mensen elkaar de zegen des Heeren toewensten. Hier zal het meer gaan om een goede wens, zoals wij zeggen: „Gods zegen.” Daarmee wens je de ander de zegen van God toe. Jacobus veronderstelt ook dat we elkaar kunnen zegenen (Jac. 4:9-10).
Dat brengt ons bij het zegenen van onze kinderen. We weten dat ze elke dag door het negatieve worden overspoeld. Kritiek, gemene woorden, treiterig plagen, kleinerende reacties. Met andere woorden: er komen allerlei boodschappen naar ons toe die niet altijd liefdevol of bemoedigend zijn. Wat is het dan mooi en verrijkend als wij door onze woorden de boodschap van Gods Woord doorgeven, juist voordat ze gaan slapen, naar school of werk gaan of een grote reis gaan maken (Gen. 28:2-4). Een zegen zal dan uitgesproken kunnen worden in de zin van een oprechte wens die gebaseerd is op het geopenbaarde Woord van God. Een zegen is dus anders dan een gebed. In ons gebed richten we onze woorden naar God; in een zegen spreken wij Gods woorden tot een mens. En op die woorden horen we dan zeker ons gebed te laten volgen.
Een paar voorbeelden. Als je zoon vertrekt naar school, kun je zeggen: „Kind, mag de God van genade je bewaren voor alle kwaad en je de kracht geven om als Daniël en zijn vrienden pal te staan voor Hem.” Door zulke woorden geven we ons kind veel meer mee dan met: „Fijne dag!” Een ander voorbeeld: „Jasper, mag de Heere je een open hart geven voor de nood van je naaste en je zegenen met de vreugde die komt uit het geven en dienen van anderen.” Of, als je je kind naar bed brengt: „Janneke, de Heere geve dat je je rust mag vinden in Hem, Die Zijn leven gaf aan het kruis voor zondaren zoals jij en ik.” Of: „God geve je om Hem boven alles lief te hebben en Hem te dienen in het liefhebben van Zijn schepping en schepselen.”
Voor goede communicatie is verbinding nodig, ook bij het uitspreken van zegende woorden. Leg daarom je hand op de schouder van je kind en kijk het in de ogen. Als het in jouw ogen kan lezen dat je woorden waarlijk de wens van je hart zijn, geeft dat een meerwaarde aan wat je zegt. We moeten wel oppassen er geen lege show van te maken. Woorden die overmatig en ondoordacht worden gezegd, kunnen uitgehold raken. Toch is het ook waar dat het geven van een betekenisvolle zegen het effectiefst is wanneer dat regelmatig gebeurt. Je hoeft niet te wachten tot een bijzonder moment in het leven van je kind.
Tot slot: Als ouders, maar ook als ambtsdragers kunnen we op deze manier ons spreken verrijken. Ik moet zeggen dat het onderzoeken en overdenken van deze vraag mij liet zien dat ik hierin zelf tekortschiet. Mag het voor ons allen een nieuw begin zijn.
Ds. A.T. Vergunst, Carterton (Nieuw-Zeeland)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 oktober 2023
Terdege | 168 Pagina's