JOCHEN KLEPPER
Rita Thalmann, JOCHEN KLEPPER, 404 S., In. DM 34.80, Chr. Kaiser Verlag, München 1977.
De auteur, dochter van joodse emigranten, docente voor germanistiek in Tours, geeft een aangrijpend beeld van het bewogen leven van Klepper, journalist, dichter en schrijver (1903-1942).
Als velen van zijn tijd (in Duitsland en daarbuiten) was hij politiek te argeloos, te weinig alert, te weinig voorbereid en te zeer overtuigd, van zijn plicht tot gehoorzaamheid aan de staat. Hij meende het politieke leven los van het religieuze te kunnen bezien. Bethge
spreekt in zijn biografie van Bonhoetfer over het doppelgleisige van het denken en gevoelen van velen in die tijd. Een merkwaardige tweespalt trekt door dit leven heen, zoals ook uit vele opmerkingen uit de compleet bewaarde dagboek-manuscripten aan de dag komt. Het was inderdaad Ein Leben zwischen Idyllen und Katastrophen (zo de ondertitel).
Van den beginne heeft hij de ernst van de toestand ervaren — reeds in '33 kwam hij op straat te staan — en de demonie van het Derde Rijk doorzien; reeds in '34 meende hij, dat dit verschrikkelijke avontuur niet anders kon eindigen dan in een ongelukkige oorlog. Ondanks ilringende waarschuwing van bevriende zijde om het land te verlaten, blijft hij, al gevoelt hij zich steeds meer emigrant in eigen vaderland: usharren unter dem Feind wil hij met verwijzing naar de geschiedenis van Jeremia en de akker (h. 32); hij wil zwijgen en dulden. 'Hij heeft zich altijd weer aangepast, totdat er geen aanpassen meer mogelijk was'. Het net werd steeds strakker aangehaald; het leven wordt vol van verschrikkingen zonder einde. Levens worden vernietigd door de koude indirecte methode, die de mensen niet meer neerknalt, maar hen de zelfmoord indrijft. Het werk gewaagt van dagen van diepe moedeloosheid en zware aanvechting: atan hangt aan mij met geweldige koorden, aan Christus hang ik met een dunne draad. Daarnaast zijn er dagen van grote vretle: Onmacht en overwinning in de zin van Rom. 8 : 37-39, dat zijn in de laatste dagen ('38) de polen van mijn denken geworden'.
Het boek heeft iets beklemmends. Niet alleen voor het land, waar zich dit alles afspeelde. Het derde rijk met zijn goddeloze hybris ging onder, maar is de geest dood, waaruit dit alles opkwam? Van het verleden kan noch mag men zich losmaken. Het geweten, ook het volksgeweten komt niet tot rust door de raad in Shakespeare's Macbeth (III, 2v): naar het onherstelb're niet omgezien, 't Gedane blijft gedaan.
Een boek, dat vele vragen oproept en onze belangstelling zeer waard is.
H.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1977
Theologia Reformata | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1977
Theologia Reformata | 120 Pagina's