Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nieuw arminianisme overwint gereformeerde gezindte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuw arminianisme overwint gereformeerde gezindte

Ds. J. van Amstel:,,Het grote gevaar is dat ware godsvrucht in veel gezinnen gaat ontbreken''.

9 minuten leestijd

Ds. J. van Amstel (54) is morgen precies 25 jaar christelijk gereformeerd predikant. Bij hem was sprake van een 'late roeping'. In 1936 werd hij in Huizen geboren. Tot zijn twintigste werkte hij thuis in de kruidenierszaak. „In die periode riep de Heere mij onder de prediking van ds. J. G. van Minnen". In 1960, na een verlovingsperiode van zes jaar, trouwde de student -dat leverde toen nog kritische blikken op van het curatorium— en hield het jonge echtpaar er een studentenweekendhuwelijk op na. Pas in 1965 gingen ze de hele week 'samenwonen', en wel in de christelijke gereformeerde pastorie in Middelburg. In 1971 verhuisde het gezin Van Amstel naar Enschede-West en sinds 1978 dient deze predikant de gemeente van Ede. Met respect spreekt hij over zijn godvrezende moeder, die op jonge leeftijd stierf. In zijn studietijd las hij al de Erskines, à Brakel en Comrie. Vooral ook Kohlbrugge spreekt hem aan. Terugkijkend op de achterliggende 25 jaar zegt hij dat de Heere hem veel ambtelijke genade gaf: „Ik kan niet goed genoeg van Hem spreken". Maar ook met de belijdenis: „Bij mij is het allemaal te kort. Ik heb te weinig vermaand, te weinig getroost". Hij laat zich moeilijk 'plaatsen' binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Voor 'lichtere broeders' is hij vaak te zwaar, 'zware broeders' bezien hem echter ook met enige argwaan. De Edese predikant schrijft veel in "de Schakel" en van zijn hand verschenen heel wat boeken. Voor lezingen over onder andere zijn (kritische) kijk op alternatieve geneeswijzen en de zogenaamde christelijke popmuziek is hij veel op pad. Hij was diverse keren synodelid en maakte in 1988 en 1989 deel uit van het moderamen van de generale synode. Ook werd hij benoemd tot zendingsdeputaat van zijn kerken. Desgevraagd antwoordde hij: „Vergis u niet. Niet alleen in Indonesië vindt men syncretisme. Dat zien we in ons land ook meer en meer". Zowel het lidmaatschap van dit deputaatschap als het voorzitter zijn van de interkerkelijke zendingsbezinningsgroep binnen de gereformeerde gezindte werd hem —naast al het andere werk— te veel en op verzoek werd hij van beide taken ontheven. De Edese pastor kreeg de synodale opdracht mee te werken aan de verdere bezinning op de mogelijkheden om te komen tot een bundel liederen waarvan de inhoud in overeenstemming moest zijn met Schrift en belijdenis. Deze liep mede uit op een interkerkelijke stichting die inmiddels liederenbundels —bedoeld om thuis en op school te gebruiken- uitgaf. Prediking, catechese en pastoraat ziet hij als hoofdtaken. „Niet anders dan biddend kan een dominee zijn werk doen. Het is vaak zo moeilijk te onderscheiden of iemand in waarheid de Heere vreest. Alleen de Heere kent het hart. Maar als pastor moet je wel weten of je moet vermanen of vertroosten".

„Ik zie inderdaad gevaren in wat ik wil noemen de infiltratie van liet evangelische denken in onze gemeenten. Het zondebesef neemt af en het remonstrantisme leeft als nooit tevoren. Wezenlijke zaken uit de Schrift —en daarom ook die van de gereformeerde belijdenis— raken op de achtergrond of worden soms geheel gemist. Mede daarom heb ik op verzoek van mijn kerkeraad vijf preken over de Dordtse Leerregels gehouden, vooral met het oog op de jongeren. Van daaruit heb ik "Dordt in 't kort" geschreven. Wij wilden waarschuwen tegen die vorm van godsdienst, waarbij God afhankelijk zou zijn (van de beslissing) van de mens en de vrome mens in het middelpunt staat".

„Vroeger", aldus de Edese predikant, „bestond het gevaar dat door het lezen van de bekende bekeringsgeschiedenissen de Schrift zelf naar de achtergrond gedrongen werd. Maar ook vandaag de dag is dat gevaar levensgroot aanwezig, bij voorbeeld bij een EO-programma als "God verandert mensen". Dit gevaar schuilt eveneens in de zogenaamde gospelmuziek. En in veel 'evangelie-muziek' komt dit element niet of nauwelijks aan bod: Hoor Heere, hoe een boeteling pleit. Er wordt veelal gezongen in termen van "Jezus, je vriend" en zo weinig over de Borg en Middelaar. Het evangelie dat ik er in beluister, heeft als kern dat ik instap in de trein wanneer en waar ik dat wil. Er ontstaat een nieuw arminianisme dat de gereformeerde gezindte steeds meer lijkt te overwinnen".

U staat bekend als bewogen met de jeugd en waarschuwde in publikaties tegen discotheekhezoek, tegen ongeselecteerd boeken lezen en tegen satansaanbidding of spiritistische spelletjes. Zijn echter de theologische invloeden die onze gezindte binnendringen niet veel gevaarlijker?

„Het grootste gevaar dat onze gezindte bedreigt, is het ontbreken van ware godsvrucht in veel gezinnen. Naast de gevaren die u noemde, is de invloed van de moderne theologie niet gering. Godsdienst is nog geen godsvrucht".

Onder die gevaren verstaat u ook bij voorbeeld de jongerendagen van de Evangelische Omroep?

„Laat ik voorop stellen dat er veel goede programma's zijn van deze omroep. Wie luistert bij voorbeeld niet vaker op zaterdagavond en op zondagmorgen vooral? De jongerendagen acht ik wel een probleem, evenals sommige muziek-uitzendingen. Al worden tussen de liederen door soms nog goede, bijbelse woorden gesproken, heel de sfeer van de gezongen onderdelen van zo'n dag roept veel vragen op. Is het wel verantwoord deze teksten te zingen en zulke groepen of zangers te laten optreden, in de meest letterlijke zin? Wordt het niet één grote show, die werelds aandoet?

Ook jongeren uit de gereformeerde gezindte worden erdoor aangetrokken. De infiltratie is enorm. Wanneer men zelf geen (of te weinig) gereformeerd bloed in de aderen heeft, gaat het mis. Men is dan spoedig te enthousiast over het 'evangelische". Vrijheid, blijheid en vooral de warme sfeer trekken de jongeren.

Toen ik nog les gaf op een middelbare school gaven buitenkerkelijke jongeren een haarscherpe visie op een aantal EOprogramma's. Ze zeiden dat ze het niet eerlijk vonden om teksten die een ernstige boodschap uitdroegen swingend te brengen. Men zingt dan meer om de muziek dan om de inhoud, zegt men. Afgedacht van de vraag of ik het met de inhoud eens ben.

Mijn probleem is dan niet zozeer te zeggen hoe oneens ik het met sommige programma's van de EO in dit opzicht ben, maar hoe wij deze 22.000 jongeren (want dat is toch niet een gering aantal) dan wél bereiken met de gereformeerde leer. En dat op een gereformeerde manier".

U heeft meegewerkt aan liederenbundels voor de gereformeerde gezindte voor gebruik op de vereniging, op de school en in het gezin. Naast veel positieve reacties, waren er ook enkele voorzichtig kritische kanttekeningen. Was het uw bedoeling een gereformeerd tegenwicht te bieden aan de ontstane wildgroei op dit gebied?

„Inderdaad. De bedoeling van onze Stichting geestelijk lied voor de gereformeerde gezindte was een alternatief te bieden voor de vele bundels waarin nogal wat ongereformeerde liederen staan, waarachtereen niet te onderschatten gevaarlijke theologie schuilgaat. Meer dan we denken wordt binnen onze gezindte uit diverse bundels, ook uit onder andere het Liedboek voor de Kerken, gezongen. Naast vele goede gezangen die we daarin aantreffen, is in heel wat gevallen de verzoening van Christus weggedicht, waarvoor een soort heilsuniversalisme in de plaats kwam. Wil je daartegen waarschuwen, dan moet je ook een verantwoord alternatief bieden. Opbouwende én gefundeerde kritiek is bij ons welkom. Onze bundels ("Ook uit de mond der kinderen" en "Uit aller mond...") kunnen in zowel muzikaal als in principieel opzicht verantwoord worden genoemd".

Voelt u zich inderdaad de Einzelgänger, waarvoor sommigen u houden?

„Zeker niet. Wat anders is dat ik onafhankelijk van mensen of groepen probeer te staan. Maar wel ben ik geheel afhankelijk van mijn Zender. Ik moet vaak terugdenken aan de bevestigingsdienst in Middelburg. Indrukwekkend preekte ds. Op de Velde —een godvrezend man- over 2 Timotheüs 2:15. Na die preek was ik het liefst naar huis gegaan. Waarom moet ik nog intrede preken, dacht ik. Die dominee zei onder andere: Al zou 99 procent van de gemeente instemmen met je werk maar de Heere keurt het af, wat heb je dan aan die mensen? Als echter 99 procent het afkeurt, maar de Heere zegt : „Wel gij goede en getrouwe dienstknecht", wat is dan doorslaggevend? Ik heb mijn ambtswerk ervaren als een staan voor het gericht Gods. Het gaat voor heel de gemeente én voor mij erom geborgen te zijn jn Jezus Christus. Als kerken zullen we recht moeten doen aan het geheel van de Schrift en de belijdenis. En in die zin voel ik me niet alleen staan. Trouwens, ik ontving een zeer grote plaats jn de kerken én in de gereformeerde gezindte. Veel taken werden aan mij toevertrouwd".

Toch staat niet iedere kansel in de Christelijke Gereformeerde Kerken voor u open. Is er sprake van polarisatie?

„De richtingen worden breder en breder. Het vervult mij met grote zorg. Er is steeds meer sprake van een uit elkaar groeien binnen onze kerken. Als de vrijgemaakten ons voorhouden dat we eerst maar eens orde op zaken moeten stellen in eigen huis, bewijzen ze ons een broederlijke dienst. Mijn remedie is dat we terug moeten naar heel de Schrift en heel de belijdenis.

In sommige gemeenten vraagt men mij niet, inderdaad. Ik wil best kwijt dat het voor mij een raadsel is. Misschien verwart het sommige mensen dat ik probeer eigentijds te preken, dat wil zeggen: in eigentijdse bewoordingen. Verder troost ik me met de gedachte dat als je eenmaal —om wat voor reden dan ook- een bepaalde naam hebt, je die niet gemakkelijk kwijtraakt".

Maar de door u al eerder in het blad "Koers" aangedragen remedie zal wellicht in de ene flank een andere invulling krijgen als in de andere?

„Altijd dreigt het gevaar van eenzijdigheid. Enerzijds constateer ik een optimistische gemeentebeschouwing en een daarmee gepaard gaande prediking. Ik laat catechese en andere vormen van gemeentelijke activiteiten even liggen. De Schrift wordt dan vaak wel serieus verklaard, er wordt terecht aandacht gevraagd voor de levensheiliging, maar de noodzaak van een eerste bekering wordt in een enkele zin genoemd. Als dat zo gebeurt, ontbreekt een wezenlijk element. Dan dreigt wetticisme, omdat men geen of te weinig onderscheid maakt tussen heiligmaking en werkheiligheid. In de prediking moet aandacht zijn voor het bijbelse element van de ontdekking van de zonde. Verkondigd moet worden zowel het oordeel als de vrijspraak. Zeg de rechtvaardige dat het hem wel zal gaan, wee de goddeloze, het zal hem kwalijk gaan. Kijk maar naar Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus, Om het wat korter te zeggen: Onze Abrahamspositie doet onze Adamspositie niet te niet. Het oordeel komt niet over ons als we ons niet bekeren, maar blijft op ons. Dat is een wezenlijk verschil. Zit maar naar wat de Heere Jezus zei in Johannes 3:36.

Aan de andere kant is er volgens mij het gevaar dat de prediking weliswaar gunnend is, maar meer in de wensende sfeer blijft hangen. Dan ontbreekt het aspect van het voluit verkondigende. Er moet worden opgeroepen tot bekering. Ik vind het verkeerd om alleen maar te beschrijven hoe de gangen en wegen van Gods volk zijn. Bevindelijk preken gebeurt daar waar het uitsluitend, maar dan ook geheel, opkomt uit het Woord".

Zijn de door u genoemde richtingen ook binnen uw eigen gemeente vertegenwoordigd; werkt uw prediking in die zin samenbindend?

„Ik mag werken in een zeer gevarieerde gemeente. De prediking blijkt door de jaren heen samenbindend te werken. Hoe dichter we bij de Schrift en daarom bij de belijdenis blijven, des te groter is de eenheid. De eenheid is vooral daar waar we samen de Heere vrezen en in Christus al ons heil zoeken en vinden. Dan bindt de Heere samen en verstaan we elkaar.

Het is echter niet zo, dat wij (ondanks alle inspanningen van kerkeraad en predikant) alle gemeenteleden kunnen vasthouden. Als men een voluit christelijke gereformeerde prediking (schriftuurlijkbevindelijk) niet wil aanvaarden, wijkt men uit naar andere kerken. Het is waar dat diverse leden overgingen naar de Nederlands gereformeerde kerk, omdat men geen accentverschillen, maar wezenlijke verschillen constateerde.

Soms vraag je je af hoe mensen luisteren. Naar aanleiding van één preek kreeg ik later in het ene huisbezoek te horen dat ik alleen de christen preekte en er helemaal geen Christus-prediking was. In het andere huisbezoek verweet men mij dat ik alleen maar Christus preekte, zonder de arme zondaar in zijn ellende te laten zien. Dan weet je niet wat je hoort. De een zal wel een deel van de preek niet gehoord hebben en de ander geen oor gehad hebben voor het ander deel van deze preek.

De Heere oordeelt. Wij zijn als dienaren des Woords slechts middelen in Gods hand. Wij kunnen niet bekeren. Niet doen groeien. Het is de Heilige Geest die de harten verandert en de mens vernieuwt. Alles is ten diepste Gods werk.

En voor mij geldt hoe langer hoe meer wat Johannes de Doper van Christus zei: Hij moet wassen, ik minder worden. Ik ervaar steeds meer hoe waar het woord van de Heere Jezus is: Zonder Mij kunt gij niets doen!".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Nieuw arminianisme overwint gereformeerde gezindte

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's