Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wilde wedren om Afrika begon pas goed na Berlijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wilde wedren om Afrika begon pas goed na Berlijn

Vreemde overheersing in Afrika

7 minuten leestijd

BERLIJN — Het was honderd jaar geleden niet de bedoeling van de Europese mogendheden om Afrika onderling te verdelen. De Conferentie van Berlijn, 1884-1885, moest een vredesdelievende regeling treffen voor de internationale handel met Afrika en een weg banen voor Europese beschavings- en geldingsdrang. Toen de slotverklaring werd getekend na afloop van deze koloniale conferentie leek de internationale spanning weggeëbd, de handel in Afrika geregeld en rivaliteit de kop ingedrukt. Het tegendeel was echter waar. De conferentie bleek het startsein voor een wilde wedren om Afrika. In koortsachtige koloniale ijver werd het enorme continent overspoeld door Europeanen; de vlaggen volgden handel op de voet en nog geen twintig jaar later was de verdeling van Afrika een feit. De grondslag voor de politieke kaart van het tegenwoordige Afrika was gelegd.

Aanleiding tot de Conferentie van Berlijn waren de particuliere activiteiten van de Belgische koning Leopold II. In de jaren na 1870 begon deze koning belangstelling te tonen voor Midden-Afrika en zette hij zinnen op het Kongo-bekken, het huidige Zaïre plus de Kongo.
Hij richtte daartoe de Association Internationale Africaine (1876) op en twee jaar later het Comité d'Etude du Haut-Congo, die moesten zorgen voor de uitrusting van wetenschappelijke expedities maar waren overigens niet gespeend van commerciële belangen. Leopold II wist tevens de ontdekkingsreiziger Stanley — wiens stoutmoedige tochten evenals die van Livingstone in het centrum van de Europese belangstelling kwamen — voor zijn karretje te spannen om posten in te richten en verdragen te sluiten met ..sten langs de Kongo.

Ontoegankelijk gebied
Hiermee kwam hij terecht in het vaarwater van Frankrijk en het door Engeland gesteunde Portugal die in deze gebieden al oude handelsbelangen hadden en ook aanspraak maakten op het commercieel aanlokkelijke Kongogebied. Het was de Kongo-kwestie die de Europese machtsverhoudingen in gevaar bracht. De Duitse rijkskanselier Otto van Bismarck wierp zich op als bemiddelaar in deze kwestie en de Afrikaanse zaken in het algemeen. Hij riep op 15 november 1884 Portugal, Spanje, de Verenigde Staten, Nederland en de konig der Belgen bijeen, die buiten Frankrijk en Engeland ook belang hadden bij de Congo. Daarnaast werden Oostenrijk, Zweden, Denemarken, Turkije en Rusland uitgenodigd om algemene instemming met de besluiten te waarborgen. Tot kort voor de Berljnse conferentie was het Afrikaanse continent voor het grootste deel nog in duister gehuld en voor Europeanen ontoegankelijk gebleven. Afgezien van de Kaapkolonie en het Franse optrede in Algerije dat dateerde van ..., waren de Europeanen niet verder gekomen dan de Afrikaanse kusten, waar ze sinds de vijftiende eeuw als handelaren keurig invoerrechten en pacht betaalden aan de Afrikaanse vorsten.

Handelsaspiraties
Door de ontdekkingsreizen van Livingstone, Stanley en Brazza kwam Afrika meer en meer in de belangstelling te staan. Het ging er nog steeds om geografische exploratie die nieuwe mogelijkheden voor de handel moest scheppen. Afrika moest toegankelijk worden voor de vrije handel en scheepvaart
De  Afrikanen mochten daarbij de voordelen van de Europese welvaart en zending gaan genieten. Vanouds waren het Frankrijk, Engeland en Portugal die de meeste handelsaspiraties koesterden zonder elkaar daarbij al te veel in de wielen te rijden. Het bleef eerst nog een tamelijk onschuldig, hoewel ingewikkeld geworstel om posities aan de kust, waar men de grenzen eenvoudig van breedtegraad tot breedtegraad kon afbakenen. Naarmate de toeloop na 1870 toenam, werd de situatie gecompliceerder. De druk op de Europese regeringen groter en kwamen mogelijkheden voor militaire interventie om de hoek kijken.

Koloniale conferentie
Tijd dus voor de Conferentie van Berlijn om een regeling te treffen voor nieuwe aanspraken op Afrikaans grondgebied, waarbij de Europeanen elkaar niet voor de voeten hoefden te lopen. De particuliere handelsinitiatieven waren in politiek vaarwater terecht gekomen en dreigden het niet al te stevige machtsevenwicht in Europa te verstoren.
Maar op de diverse zittingen van de Berlijnse Conferentie werden alleen regels vastgesteld voor nieuwe vestigingen aan de kusten van Afrika, niet over het binnenland. Aangezien de geheimen van het inwendige van het Afrikaanse continent nog niet onthuld waren, was het ook wat moeilijk. Maar de kust was nagenoeg geheel bekend en een vooruitziende geest had kunnen bevroeden dat het binnenland niet al te lang meer onontdekt zou blijven.
De slotakte van 26 februari 1885 waarborgde de handelsvrijheid in het Kongo-gebied en de neutraliteit van deze staat in geval van oorlog tussen de concurrende mogendheden. De Belgische koning Leopold had het zo weten te manoeuvreren dat hij dan wel niet het strikte monopolie over de Kongo kreeg, maar wel dat aan hem het internationale bestuur over dit vrijhandelsgebied werd toevertrouwd.
Een Frans-Engelse commissie zou verder toezicht houden op de vrije scheepvaart op de Kongo en de Niger, de slavenhandel en de slavernij werden nog eens extra verboden en de pogingen om de inlanders de Europese beschaving bij te brengen zouden bevorderd worden.

Ingekleurd
Het waren geen besluiten van agressieve aard die in Berlijn op schrift gesteld werden. Maar de praktijd pakte anders uit. De geest van vrijheid en humaniteit was in de jaren na Berlijn ver te zoeken. Was Leopold de eerste die bewust wenste Afrika in zijn greep te krijgen, Duitsland, dat lange tijd geen enkele belangstelling had getoond, wierp zich al gauw in de race en wist beslag te leggen op Oost-Afrika, Kameroen en Togoland.
De ontdekkingen gingen in hoog tempo door en verplaatsten zich steeds verder naar het binnenland, tal van verdragen werden gesloten die grenzen en invloedssferen bepaalden. Na Berlijn werd de kaart van Afrika steeds verder ingekleurd door een bonte mengeling van vreemde machten. De verovering van Noord-Afrika werd na 1880 voltooid. Engeland verzekerde zich van Egypte en een deel van Oost-Azië met het oog op de route naar het veel belangrijker geachte India. Leopold II was tevreden met de grote lap die de Kongo hem bood, en Midden-Afrika werd verder tussen Engeland en Frankrijk opgedeeld. Conflicten over gebiedsverdeling werden door verdragen opgelost en na 1900 vonden eigenlijk alleen nog grenscorrecties plaats.
Overigens was niet overal sprake van een daadwerkelijke ingrijpende Europese heerschappij. Sommige traditionele Afrikaanse rijken bleven gewoon intact. Voor andere volken die al oude handelsconnecties met de Europeanen hadden, bleef de situatie ongewijzigd. De afbakening van grenzen bracht echter meer en meer de Afrikaanse volken binnen staatkundige eenheden.
Aan de ene kant werden rijken, stammen, volken en families door een streep langs de lineaal onbarmhartig uiteen gedreven door Europese ministeries, die geen rekening hielden met sociale en etnische verschillen. Aan de andere kant werden verschillende volken soms binnen één staatsverband samengeperst. Met de Afrikanen zelf, hun aanspraken de honderden etnische eenheden en hun anderssoortige cultuur- en levenswereld werd geen rekening gehouden.

Grenzen gebleven
Afrika werd meer en meer het verlengstuk van de Europese politiek. Was het continent eerst een bron van inkomsten voor handelslieden, later werd het afzetgebied voor Europese industrieprodukten en leverancier van grondstoffen, weer later kwam het terecht in de sfeer van Europese expansiedrang en machtsuitbreiding.
De dekolonisatie na zestig, zeventig, tachtig jaar van Europese overheersing heeft in staatkundige zin voor de Afrikaanse volken niet veel verandering gebracht. De grenzen van de nu onafhankelijke staten zijn vrijwel gelijk gebleven. Aan identiteitsproblemen hebben de volken geen gebrek. Veel Somaliërs bijvoorbeeld leven buiten Somalië, Eritrea en Tigra vallen binnen de staatsgrenzen van Ethiopië, maar vechten voor een zelfstandige staat; Biafra streed om los te komen van Nigeria, maar staakte deze poging in 1970; de christenen in Zuid-Soedan kunnen het moeilijk vinden in het door Arabisch sprekende moslims geregeerde Soedan.

Postkoloniaal
De postkoloniale heersers namen na de aftocht van de Europeanen hun posities in om bij tal van staatsgrepen in de twintig a dertig jaar van onafhankelijkheid het roer weer over te geven. In de jaren vijftig en zestig liet het kolonialisme de Afrikaanse landen achter met een economie die voor een groot deel gericht was op de rijke westerse landen, die niet voldoende was toegerust om in de eigen behoeften te voorzien.
Het Afrikaanse avontuur is ten einde. De vlakten zijn verkend, de bergen beklommen, de rivieren bekend en bruikbaar gemaakt, de mineralen in ontginning en de inwoners betrokken bij het leven van de twintigste eeuw. Het Afrikaanse continent, vier maal zo groot als de Verenigde Staten van Amerika, is echter nog niet los van de jaren van Europese invloed. Europa heeft de sporen duidelijk zichtbaar achtergelaten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

De wilde wedren om Afrika begon pas goed na Berlijn

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's