Halve eeuw geleden doofde groot Hegeliaans licht
BOLLAND - DE WIJZE - WILDE NIET BIDDEN
Het was op 11 februari vijftig jaar geleden, dat één der grootste Nederlandse wijsgeren, prof. G. J. P. J. Bolland, hoogleraar der wijsbegeerte te Leiden van 1896 tot 1922, is gestorven. Grote invloed heeft Bolland in binnen- en buitenland uitgeoefend. Hoewel hij geen eigen wijsbegeerte heeft ontwikkeld, maar slechts verkondiger wilde zijn van de zuivere rede, die in Hegels filosofie gestalte had gekregen, heeft Bolland door zijn grote welsprekendheid Hegels leer op machtige wijze verbreid. Hij heeft getoond, dat de Nederlandse taal bij uitstek geschikt was tot filosoferen. Het Nederlands is immers zeer rijk aan doorzichtige woordverbindingen, tegelijk wortelen de woorden onmiddellijk in een diepzinnig eeuwenoud verleden.
Bolland was autodidact. Hij had geen universitaire opleiding genoten. Hij was niet gepromoveerd. Hij is onderwijzer geweest en behaalde het diploma M.O. Engels. Van 1812 tot 1896 is hij leraar Engels aan het „Gymnasium Willem III" te Batavia. In deze tijd verdiept hij zich in de klassieke wijsbegeerte, nadat hij zich door zelfstudie het Grieks en Latijn en zelfs Sanskriet had eigen gemaakt.
Von Hartmann
In 1883 leert hij de nieuwe filosofie van Eduard von Hartmann kennen. Deze filosofie stelt als wereldraadsel, dat in de samenhang der dingen weliswaar een redelijk beginsel zich openbaart, maar niet in het feit, dat de dingen er zijn. De wereld is vol onzinnig lijden. De schepping moet daarom volgens Von Hartmann haar oorzaak vinden in het a-logische, dit is het tegenlogische in God. De schepping komt voort uit de wil Gods, deze is echter onredelijk of zelfs anti-redelijk. Door de onredelijke wilsverheffing in God wordt zijn wijsheid meegesleurd. Deze komt tot bewustzijn in het inzicht, dat het beter was als de schepping er nooit was geweest. De wijsheid streeft naar de verlossing, dat is de opheffing van de schepping als terugkeer in het goddelijk wezen. Hoe Bolland ook door Von Hartmann gefascineerd is geweest, hij kon geen vrede vinden bij diens conclusie, dat de schepping overbodig was. Daarom was Hegels leer voor Bolland een openbaring. Ook in Hegels leer wordt de Godheid zichzelf bewust in de schepping, maar de schepping is hier niet opgekomen uit de a-logische wil, maar is begrepen in een redelijk proces. God stelt de schepping tegenover zich om zich met haar in hoger eenheid te verzoenen.
Overgang naar Hegel
Het verstand heeft zijn verlegenheden. Het wereldraadsel van Von Hartmann kan slechts bestaan voor het verstand. In de rede worden de verlegenheden van het verstand opgeheven, in hoger eenheid begrepen. Bolland zet zijn overgang van Von Hartmann naar Hegel uiteen in zijn „Vernunft und neuer Verstand". Bolland heeft met zijn geleerdheid, genialiteit en welsprekendheid Hegels leer uitgedragen, niet als een beperkte menselijke wijsheid, maar als absolute wijsheid.
„Alleen mijn brein"
Voor Bolland was het zeker, dat de Godheid zelf zich volkomen in de Hegelse methode had geopenbaard. Dat betekende niet, dat Hegel, als beperkt historisch mens het begrip volkomen ontwikkeld zou hebben. De methode werd in Bolland verder ontwikkeld. Daarom kon Bolland in een van zijn laatste colleges na het ondergaan van een zware operatie het volgende zeggen: „En zo ziet gij mij opnieuw weer voor u in de leerstoel, niet omdat ik er in mijn achtenzestigste levensjaar nog zo op belust ben, mijzelven nog eens te horen, alvast wat ik ditmaal te zeggen heb, zeg ik allerminst voor mijn genoegen, maar omdat ik zolang ik het woord horen laten kan, het niet onthouden wil aan de tijdgenoot, allereerst aan de jeugdige tijdgenoot, die er de betekenis van beseft of althans gevoelt, wel wetende, dat het met mijn verdwijning of mijn aftreden tot zwijgen komt. Ik zelf sta hier thans om te beginnen met de levendige bijgedacht, dat wat ik hier nogmaals onderneem, zich niet meer vele malen zal kunnen herhalen; ondernemen wij met deze bijgedachte de leergang te zamen! Want leergangen van zuivere en toegepaste rede zijn geen zaken, die zich, wanneer ik er niet meer ben, door erfgenamen of opvolgers laten overnemen, bestendigen of voortzetten; opmerkingen van onverbloemde en zuivere redelijkheid zijn in alle eeuwen gemaakt en zullen ook na mijn dood gemaakt worden, maar de leer als geheel is alleen in mijn brein doordacht ter beschikking, en houdt met mijnen dood weer op ten onzent te worden onderwezen. Stelselmatig sprekende wijsheid maakt zich tot moment, tot blijvende vluchtigheid; en komt niet tot duurzaam sprekend persoonlijk aanzijn, in ons land even weinig als in het land van Hegel of elders".
Speculatieve methode
Bolland heeft zich gekeerd tegen een eenzijdige doorvoering van de experimentele methode in de wetenschappen. Hij meende, dat in de speculatieve methode de waarheid aan het licht kon komen, d.w.z. hij keerde zich tegen een wetenschap die niet verder kwam dan het statistisch samenvatten van de uitkomst van een aantal proeven. De speculatieve methode is een ontvouwing van de waarheid zelf. Daarom moet de filosofie leiding geven aan alle wetenschappen. Deze stellingen brachten Bolland in conflict met vele van zijn collega's. Zijn ontzaglijke detailkennis, verbonden met zijn begrip, maakten, dat vele ambtgenoten bevreemd voor hem waren. Een speciale aandacht verdient Bollands houding tegenover de religie. Het begrip, dat door de rede ontwikkeld werd, was als gevoelvolle voorstelling in het christelijk geloof aanwezig. Het is daarom niet toevallig, dat Bolland geregeld ter kerke ging bij de Christelijke Gereformeerde predikanten en hoogleraar G. Wisse. Hij hoorde in die prediking de gevoelvolle voorstelling van de ziel, die in Hollands wijsheid geestelijk begrepen werd als de opheffing der tegendelen in het begrip.
Wijzen bidden niet. . .
Ds. J. C. van Nieukerken deelde mij mee, dat hij van prof. Wisse vernomen had, dat deze Bolland tijdens zijn laatste ziekte bezocht. Toen Wisse vroeg of hij mocht bidden met hem antwoordde Bolland: „Wijzen bidden niet". Het motief noemde hij niet. Het was ongetwijfeld, dat volgens Bolland de Godheid zelf in de wijze sprak.
Opvolger
Toen Bolland ongeneeslijk bleek, stelde de faculteit hem de vraag, wie hij als opvolger zou wensen. Bolland antwoordde, dat dit op zichzelf een dwaze vraag was. Voor hem waren geen opvolgers denkbaar. Vervolgens zei hij: „Ik versta, dat het academisch instituut een opvolger eist. Daarom zal ik u antwoorden. Ik verkies als mijn opvolger dr. A. H. de Hartog, de enige dominee, die denkt". Hoewel dr. De Hartog als nummer één op het drietal werd geplaatst werd hij niet benoemd. Men had blijkbaar voorlopig genoeg van genialiteit. Bolland heeft De Hartog als opvolger gewenst naar aanleiding van diens Open Brief aan prof. Bolland over het wezen van muziek. Bolland was door de brief zeer getroffen. Dr. De Hartog was de enige, die het formaat van Bolland benaderde.
Antisemitisme
Het laatste levensjaar van Bolland heeft een schaduw geworpen over zijn werk. In de rede „De tekenen des tijds", heeft hij zich tegen het Jodendom gekeerd op een kortzichtige wijze. Dit heeft hem later bij de nationaal-socialisten populair gemaakt. Helaas heeft men hem vanuit de christelijke theologie niet bestreden. De Joden hebben dit zelf moeten doen. Mr. B. E. Asscher daagde Bolland uit voor de rechtbank zijn stellingen te bewijzen. Bolland ging hierop niet in. Op waardige wijze keerde de opperrabijn Justus Tal zich tegen Bollands antisemitische beweringen in de open brief; „Professor, gij zijt een leugenaar". Opperrabbijn Tal bewees, dat de leugenachtige citaten, die Bolland beweerde uit Joodse bronnen te hebben opgediept, kritiekloos uit de 28e druk van het antisemitische boek van Theodor Fritsch, Handbuch der Judenfrage, door Bolland waren overgeschreven. Dat zijn donkere schaduwen, die over het leven van deze grote man zijn gevallen. Er is een opvatting, die zegt, dat Bolland deze uitspraken heeft gedaan na een grote geestelijke aftakeling. Hij is aan een hersenziekte gestorven...
Surrogaatvorm
Wat is de grote betekenis van Bolland geweest? Waarom heeft hij zovelen uit zo verscheidene richtingen bewondering afgedwongen? Ongetwijfeld zijn de grote gaven van geleerdheid en welsprekendheid belangrijke factoren geweest. Ik meen echter, dat in een tijd van losgeslagenheid en relativisme zijn absolute waarheidsverkondiging en pertinente uitspraken in surrogaatvorm teruggaven, wat men door het verliezen van de religie had moeten ontberen. Ook heeft hij in een tijd, waarin steeds meer de godsdienst als opium van het volk werd beschouwd, het Christendom de absolute religie, dat betekent de absolute waarheid genoemd.
Gnosticus
Ik kom nu tot de laatste vraag, namelijk die van de beoordeling van Bollands denken. Ondanks alle verheven spreken van het Christendom als absolute religie kan niet ontkend worden, dat Hegels denken en de vertolking daarvan door Bolland stamt uit de wortel der gnostiek. De gnostiek is altijd de grootste vijand van het geloof geweest. Alle kenmerken van de gnostiek zijn bij Bolland terug te vinden. De gnosis verzet zich tegen het oude testament. Zij stelt, dat de zonde en het kwaad een noodzakelijk moment zijn in het proces der geschiedenis. Daarom wordt de geschiedenis als een noodwendig proces opgevat, dat in het denken van de gnosticus openbaar wordt. De gnosticus hoeft niet te bidden, want God is niet tegenover hem, maar in hem. De verzoening heeft niet plaats in een historisch gebeuren op Golgotha, maar heeft steeds plaats in het proces van de ontwikkeling. Golgotha is slechts een openbaar worden hiervan. Kierkegaard heeft Hegels leer vanuit het geloof verworpen.
Zonde
Hegel en Bolland hebben de zonde in haar ontstellende macht niet onderkend. Zij spreken slechts van een logische negatie. Door de zonde is er echter een veel vreselijker tegenstelling die openbaar wordt in de toorn Gods over de zonde. Die toorn kan niet door de rede opgeheven worden. De rede is niet in staat om de zondaar met God te verzoenen. Dat kan slechts door zoenbloed van Jezus. Wie de zonde als een „krankheid tot de dood" heeft leren verstaan, vindt geen antwoord in de logische eenheid der tegendelen. Die synthese wordt dan openbaar als een geruststellende camouflage van de waarachtige nood. In de Hegelse filosofie is geen plaats voor een persoonlijke, unieke God, noch voor een persoonlijk mens. God en mens worden in het algemene begrip opgeheven. Deze opheffing is volgens Kierkegaard de grote mystificatie van de geschiedenis. Het is de mystificatie van de grootste vijand van het geloof, de gnosis.
Tragiek
Tenslotte moet ik stellen dat het moeilijk is een oordeel te vellen over een grote geest als Bolland. Bij alle negatieve dingen, die ik moest vermelden, is hij van heel groot formaat geweest, een formaat, dat velen dwong op een hoog niveau te denken, ook waar Bolland de tegenstander was. De schaduw van het antisemitisme valt over dit leven. Dat is vreselijk. Het is tragisch, dat de mens, die meende de zuivere rede in zich geopenbaard te zien tot de allerergste vertroebeling van het denken is gekomen. Want antisemitisme is de vreselijkste ziekte van de geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 februari 1972
Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 februari 1972
Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's