+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Jan B.G. Jonkers en Joke Bruinsma-de Beer (red.), Gemeente gewogen. Een introductie op het theologisch gesprek over de lokale kerkelijke gemeente. Uitg. Kok Kampen 2000. 134 blz. f 26,90.

Deze bundel artkelen is ontstaan uit een serie colleges aan de TU Kampen (GKN) over de plaatselijke gemeente. Het gemeenschappelijk uitgangspunt is dat de plaatselijke gemeente een ‘eigen gezicht’ heeft en niet een willekeurige ‘kloon’ is van het landelijke kerkverband.

Opmerkelijk is de conclusie dat het ‘model’ van kerk-zijn zoals dat in het Nieuwe Testament is te vinden, niet meer normatief geacht wordt voor het gemeente-zijn nu (blz. 124). Het Nieuwe Testament biedt niet meer dan een neerslag van de vormen waarin de eerste gemeenten het kerk-zijn begonnen te beleven. De maatschappelijke en theologische ontwikkelingen zijn verder gegaan. Blijven staan bij de vormen en normen van het Nieuwe Testament, zou voor de hedendaagse gemeente een knelverband in plaats van een kerkverband zijn.

Het is duidelijk dat veel van de geboden opstellen een hoog experimenteel karakter hebben. Dat er ruimte bepleit wordt voor een eigentijdse manier van gemeente-zijn, lijkt me een goede zaak. Dat daarbij echter het Nieuwe Testament als norm voor het kerk-zijn wordt losgelaten, kan m.i. alleen maar leiden tot een vervlakking van de unieke identiteit van de gemeente als een geloofsgemeenschap die leeft van en uit het Woord.

I.H. Murray, Pinksteren vandaag. Wat is de betekenis van opwekking in bijbels licht? Uitg. De Banier Utrecht 2000. 244 blz. f 49,50.

De bekende Engelse predikant I.H. Murray schreef dit boek al in 1998. Nu is er een vertaling van gemaakt. Het boek is voornaam uitgegeven met een stevige kaft.

Murray stelt zich de vraag wat nu eigenlijk onder een geestelijke opwekking is. Tegenover de opvatting die opwekking vooral in verband brengt met bijzondere gaven van de Geest (tongentaai, genezing, extatische uitingen), stelt Murray dat geestelijke opwekking allereerst verbonden is met bekering en wedergeboorte. De nadruk op uitzonderlijke gaven kan gemakkelijk leiden tot een zeker fanatisme. Die kant wil de auteur niet uit. Hij zet in bij het werk van de Heilige Geest. Geestelijke opwekking begint in het persoonlijke leven. Van daaruit werkt het door in kerk en maatschappij.

Dit is een boek met een duidelijk appèl op het hart. Het is nuchter en helder geschreven. Daarom is het zeer geschikt als toerusting voor ambtsdragers.

W. van ‘t Spijker e.a., Het puritanisme. Geschiedenis, theologie en invloed. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001. 414 blz. f ?

Na verschillende kerkhistorische studies die bij Boekencentrum zijn verschenen over de Nadere Reformatie, is er nu een kloek deel over het puritanisme. Dr. R. Bisschop gaat in op de geschiedenis van deze Engelse kerkelijke beweging. Prof. dr. W. van ‘t Spijker belicht de theologie van het puritanisme. In een derde hoofddeel gaat dr. W.J. op ‘t Hof in op de invloed die van het puritanisme is uitgegaan op Nederland en Europa.

Enkele trekken waaraan het puritanisme is te herkennen, zijn de nadruk op de bevindelijke kennis van God, aandacht voor de huisgodsdienst en de zondagsheiliging. Wie zich wil verdiepen in de beweging van het puritanisme, heeft in dit boek een handzame gids met uitgebreide registers en literatuurverwijzingen voor verdere studie.

Dr. B. Loonstra, Zo goed en zo kwaad. Naar een ethiek van de christelijke gemeente. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2001. 240 blz. f 37,50.

In De geloofwaardigheid van de Bijbel heeft dr. Loonstra zich indringend bezig gehouden met de vragen rond het verstaan (hermeneutiek) van de bijbel. Het boek Zo goed en zo kwaadis daar min of meer een vervolg op. Dr. Loonstra laat zien hoe de boodschap van de bijbel betrokken dient te worden op de praktijk van elke dag. Zo komen de grondslagen van de christelijke ethiek (=leer van goed en kwaad) in beeld.

In de gereformeerde ethiek is het gebruikelijk Gods Woord en de situatie waarin mensen leven, nauw op elkaar te betrekken. Daar zit de gedachte achter a. dat God ons in alle situaties van het leven leiding wil geven en b. dat Gods Woord zich richt tot zowel gelovigen als ongelovigen. Nu wijst Loonstra er terecht op dat veel mensen tegenwoordig de bijbel niet meer lezen. Hoe komen zij dan met Gods Woord in aanraking? Alleen door de christelijke gemeente merkt de samenleving nog iets van de stem van God. Loonstra vraagt zich af of dit gegeven niet veel meer nadruk moet krijgen in de christelijke ethiek dan tot nu toe gebruikelijk is. Hij kiest daarom voor wat hij noemt de ethiek van de gemeente. Niet rechtstreeks het Woord van God, maar wat de gemeente van de bijbel gelooft en uitdraagt, wordt de grondslag voor de christelijke ethiek.

Het is een goede zaak dat er ruimschoots aandacht is voor de plaats van de christelijke gemeente in de ethiek. Dat houdt de ethiek actueel, fris en op de praktijk betrokken. De manier waarop Loonstra de gemeente een plaats geeft in de ethiek roept echter ook vragen op. Bijvoorbeeld hoe christelijk de ethiek nog zijn kan, als de gemeente niet de volle breedte en diepte van het Woord voorleeft in de samenleving. Verder kan de vraag gesteld worden of het juist is het spreken van God in deze wereld te beperken tot wat de gemeente ervan uitdraagt. Spreekt artikel 2 van de NGB hier niet veel ruimer over?

De gedachten over de grondslagen van de christelijke ethiek maakt dr. Loonstra praktisch in de bespreking van een aantal vraagstukken: de plaats van de vrouw in de gemeente, de visie op de overheid en de doorwerking daarvan voor de christelijke politiek. Het gaat te ver om deze onderwerpen afzonderlijk te bespreken. De keuzen die Loonstra hier maakt, zullen niet door iedereen overgenomen worden. Als het gaat over de plaats van de vrouw, lijken een bepaalde kijk op de uitleg van de bijbeltekst en een bepaalde visie op de cultuur meer de doorslag te geven dan ethische argumenten.

Opnieuw heeft dr. Loonstra een boek geschreven dat veel stof geeft tot verdere bezinning.

Dr. M.J.G. van der Velden e.a., Als wij samenkomen. Liturgie in de gereformeerde traditie. Uitg. Boekencentrum 2000. 207 blz. f 39,90.

Binnen de kring van de Geref. Bond is een goed, inzicht gevend boek over liturgie verschenen. U vindt er een schat aan gegevens in betreffende alle onderdelen van de liturgie, achtergronden van de sacramenten en de formulieren die daarbij worden gebruikt, de leerdienst, huwelijk en begrafenis, de gebeden, de plaats van de kerkenraad, het lied (inclusief de ‘gezangenkwestie’), vormgeving van het kerkgebouw, het gesprek over liturgie in de gemeente. Ik knoop even bij het laatste punt aan: dit boek is uitstekend geschikt om als leidraad te dienen in een serie bezinnings-avonden voor een kerkenraad, een liturgiecommissie, een kring in de gemeente. Men zal er verrijkt uitkomen. Stijl en taal zijn daarbij zeer toegankelijk. Wel moet men er rekening mee houden dat het boek geschreven is met een ‘hervormde achtergrond’. Vooral daar waar het gaat over (de betekenis van) de doop, is dat te merken. Niettemin: een compliment voor het geheel is op z’n plaats.

drs. C. van Duijn, Kernteksten over de stad. Serie Schriftwerk. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2001. 95 blz. f 15,90.

De auteur komt ons middenuit de kerkelijk problematische situatie van de stad (hij is predikant in Amsterdam) tegemoet met een aantal Schriftstudies over de stad. Terecht is hij daarbij ingehouden wanneer het gaat om het doortrekken van de lijnen op een al te snelle manier. Immers: de steden van de bijbelse tijd en de metropolen van nu verschillen nogal wat in omvang. Dat maakt de betekenis van het boekje overigens des te groter: de ‘stad’ is ook op het ‘dorp’ dichterbij dan men vaak denkt! In het boekje worden ons de verschillende wijzen van benadering getekend van de stad en haar geestelijke betekenis — of het tegendeel daarvan. God weet waar wij wonen, en Hij wil ons naar zijn hemelse stad brengen; dat is de moedgevende lijn dwars door dit boekje heen, dat het alleszins waard is om goed gelezen te worden.

R.M. MacCheyne, Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2000. 74 blz. f 18,50.

In de enkele jaren van zijn diensttijd op aarde (ds. Mac Cheyne werd slechts 29 jaar oud) is de 19e-eeuwse auteur velen tot zegen geweest. In 1896 verscheen van dit boekje een Nederlandse vertaling; daarna niet meer. Aan de orde komen Openb. 2 en 3. Het is een ontdekkend boekje, waarin de nodiging tot Christus in volle ernst en met bewogenheid doorklinkt.

Etty Boochny, Het heilige land. In de voetsporen van Jezus. Uitg. Kok Kampen 2000.192 blz. f 54,90.

Een fraai uitgegeven foto- en platenboek, waardoor men stap voor stap door het land gevoerd wordt waar eertijds de Heiland zijn voetstappen zette. Compleet met landkaartjes en een grote geografische kaart. De bijbelteksten waar de plaatsen aan herinneren, zijn erbij afgedrukt. Er zitten heel mooie foto’s bij. Eerlijkheidshalve dacht ik ook wel eens: het is in 20 eeuwen toch wel heel erg veranderd! Maar erdoorheen bladerend gaan de evangeliën toch weer opnieuw voor je leven. Aan de prijzige kant misschien, maar ach, een goede CD kost ook al gauw dik f 40,-.

Willem de Vink, Waarom dat kruis? Het teken, zijn kracht, toen en nu. Uitg. Barnabas Heerenveen 1999. 72 blz. f 19,95.

Een uitleg over de betekenis van het kruis in de geschiedenis van het christendom. Het is een ‘beeldmerk’ voor het christendom geworden, maar — zo herinnert de auteur ons eraan — oorspronkelijk was het een martelwerktuig. Zo komt het lijden van de Heiland in al zijn verschrikking naar voren. Dat is de waarde van het boekje. Niet alles daarbij kon ik waarderen. De ‘sfeertekening’ van Simon van Cyrene (blz. 10–21) draagt teveel fantasie in zich, naast enkele bijbelse gegevens. Anderzijds geeft het boekje elders weer nuttige informatie, bijv. over kruissymbolen (blz. 54 e.V.).

ds. J. Van Amstel, Toegerust tot het ambtelijk werk. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2000 (2e druk, 1e druk 1990). 80 blz. f 17,50.

Regelmatig komen er nieuwe ambtsdragers binnen de kring van de kerkenraad. Daarom is het goed dat er boekjes zijn waardoor zij wegwijs worden gewezen. Een tweede druk van bovengenoemd boekje biedt de mogelijkheid tot duidelijke oriëntatie op de praktijk van het werk. Aan de orde komen achtereenvolgens: Naar de kerkenraad, in de kerk, de gemeente in, op huisbezoek, allerlei bezoeken, bijzondere situaties, in tehuizen, speciale opdrachten. Ook nuttig om in bezinningsmomenten van de kerkenraad stap voor stap eens te bespreken.

dr. R. Bruinsma, Het zevende-dags adventisme en

drs. DJ. Schoon, De Oud-Katholieke kerk.

twee delen in de serie Wegwijs — kerken en groeperingen. Uitg. Kok Kampen 1999. 128 resp. 132 blz. prijs per deel f 19,90.

De serie ‘Wegwijs’ begint haar eigen plaats duidelijk te verwerven. Opnieuw zagen twee deeltjes het licht. Het concept is helder: zo objectief mogelijke informatie over — in dit geval — twee kerken/ groeperingen die een bescheiden plaats in kerkelijk Nederland innemen, maar toch de moeite waard zijn om voor het voetlicht gebracht te worden. Men vindt er iets over de ontstaansgeschiedenis, geloofsprincipes, huidige liturgische en bestuurlijke praktijk en internationale samenwerkingsverbanden. Een handige informatiebron.

Dick Houwaart, Westerbork. Het begon in 1933… Uitg. Kok Kampen 2000 (eerste druk 1983). 152 blz. f ?

Rond 1933 begon de uittocht van de Joden uit het voor hen bedreigende Duitsland. Toen kwam in ‘Den Haag’ de vraag ter sprake: hoeveel kunnen we er in ons land maximaal herbergen, waar zullen zij kunnen wonen, en… wie zal dat betalen? Zo ontstond langzaam maar zeker ‘Westerbork’. Het is zoals op de flap staat: ‘geen verheffend verhaal’.

Philip Yancey & Brenda Quinn, Ontmoetingen met de Bijbel. Een panorama van Gods Woord in 366 dagelijkse lezingen en overdenkingen. Uitg. Barnabas Heerenveen 2000. 315 blz. f 39,95.

Dit dagboek heeft de bedoeling, volgens het woord vooraf, om o.a. ‘een overzicht van de sleutelpassages in het OT en NT’ te geven. Met alle waardering voor de principiële stellingname die uit de stukjes spreekt, kan dat wat mij betreft toch niet gezegd worden. Dan zou ik zeker een stukje over Gen. 17 verwacht hebben, of over Jes. 40:1& #x2013;11 bij het deel dat handelt over ‘Een nieuw begin — in en na de ballingschap’, of over Rom. 1:16 en 17 bij het deel dat heet: ‘De erfenis van Paulus’. Overigens bevat het dagboek — afgezien hiervan — vele waardevolle gedachten, die lezing ruimschoots de moeite waard maken.

Joanne Klink, De grote verandering. Uitg. Ten Have Baarn 2000., 255 blz. f ?

Joanne Klink is bij velen bekend door haar verwoording van de bijbel voor kinderen. Zij houdt zich al vele jaren bezig met ‘channeling’, dat is het doorgeven en opvangen van boodschappen uit de onzichtbare wereld. Dit via woorden, maar ook via krachten. Dan komt er heel wat los en er blijken al heel wat publicaties over te zijn. De apostel Paulus spreekt nog nadat hij gestorven is, de Here Jezus geeft nog rechtstreeks zijn boodschappen door. Maar daarnaast kunnen ook ongeborenen boodschappen aan hun moeder doorgeven (bijv. uit een vroeger leven); of overledenen zoeken contact met hun nabestaanden.

De principiële vraag is bij dit alles natuurlijk wel welke rol de Schrift hierin speelt. En dat is bij mevr. Klink helder: zij kan niet leven met een ‘definitieve kaft, de canon’ (blz. 8) waar we ‘s zondags omheen staan en waardoorheen God niets nieuws meer kan zeggen. Dan krijg je een boek als dit, helaas. Ik ben met de auteur eens dat er een ‘grote verandering’ te wachten staat, maar ik houd mij liever aan dat wat ons daar in die canon van overgeleverd is, door de werking van de Heilige Geest.

Henk Veltkamp, Vrijmoedig op pad. Gesprekspartner in het pastoraat. Uitg. Kok Kampen 2000 (2e druk, 1 e druk 1997). 111 blz. f 19,90.

De tweede druk is een bewijs van de goede ontvangst van de inhoud. Die heeft primair als basis de situatie in de grote Ned. Herv. Kerk (evt. SoW). En men merkt dat in de praktijkvoorbeelden. Toch is het daarmee niet zonder waarde voor hen die bij ons hun weg zoeken in het bezoekwerk. Want veel vragen en aarzelingen die in dit boek beschreven staan, herken ik ook uit eigen waarneming (en uit eigen ervaring). De auteur zoekt het evenwicht tussen teveel directief spreken en teveel ongericht horen. Sprekend leren luisteren en luisterend leren spreken: zo zou men het boek kunnen typeren. Zo kan men er waardevolle aanwijzingen voor het pastoraat in vinden, met allerlei kanttekeningen in de eigen ‘kerkelijke en geestelijke’ marge wellicht.

ir. G.J. van der Harst, Monumentale kerkgebouwen. Een lust voor de kerk! Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2000. 84 blz. f 19,90.

Veel echt oude kerkgebouwen tellen onze kerken niet. Maar er zijn ook ‘monumentale’ kerkgebouwen die nog betrekkelijk jong zijn. In de kring van SoW wordt men voortdurend voor de vraag gesteld van afstoting van kerkgebouwen. Welke overwegingen spelen daar een rol? En welke functie heeft een kerkgebouw voor een stads/dorpssamenleving, afgezien van haar kerkelijke waarde?

Bij de beantwoording van deze vragen wil de auteur de kerkelijke gemeenten helpen. En zo ontstond dit fraaie, informatieve boekje, dat ook nog eens een beschrijving geeft van acht oudere én jongere monumentale kerkgebouwen in Nederland. Het geheel verlucht met veel fotomateriaal.

ds. D.M. van der Linde, Lucas XVII–XXIV. Uitg. Kok Kampen i.s.m. de EO 2000. 223 blz. f 31,50.

Met deel drie is deze bijbelstudie over het Evangelie naar Lucas voltooid. Volgens de vertrouwde opzet, namelijk met gespreksvragen aan het eind van elk gedeelte. Goed materiaal voor bijbelstudiegroepen in de gemeente.

ds. J. Westerink, Jona. Profeet van de barmhartigheid van God. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2001. 56 blz. f 15,90.

Opnieuw is een serie radio-bijbellezingen van de Utrechtse pastor gebundeld en opnieuw staat het garant voor schriftuurlijke uitleg; nu van Jona, een klein, maar uiterst prikkelend boekje uit de kleine profeten. De toon van de studie is ernstig én nodigend, en dat is precies wat bij de inhoud van Jona past. Slechts aan het eind gaat ds. Westerink, denk ik, net iets te ver, wanneer hij namelijk aan het wonderlijke slotvers van Jona 4 de gedachte (zij het vragenderwijs) verbindt dat Jona er een ‘beschaamd zwijgen’ toedoet. Die gedachte grondt hij op de gedachte dat dit boekje ‘door Jona geschreven of gedicteerd’ is. Maar dat is nu juist nog maar de vraag!

We zien met goede verwachting uit naar de voltooiing van de serie, die nu toch zijn eind nadert.

ds. J.F. Schuitemaker en M.W. Brak, Gedoopt in Zijn Naam. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001.32 blz. f 9,50.

Kerkenraden overhandigen bij een doop een doopbewijs. Wie iets meer wil, kan een boekje aan de ouders geven waarin enkele gedachten over de doop staan. Met ingang van heden kunt u daarvoor heel verantwoord dit boekje kiezen. Schriftuurlijke bewoordingen, aardige vormgeving, met tekst in proza en poëzie en foto’s. Een IZB-uitgave.

dr. L. Floor, Waarom dopen wij onze kinderen? Uitg. Groen Heerenveen 2000. 48 blz. f 9,95.

Al meer dan 20 jaar geleden verscheen er een boekje van prof. dr. C. Graafland over volwassendoop, kinderdoop en herdoop. De kracht van dat boekje, vond ik, was dat het vooral met argumenten uit de Schrift (en niet uit de belijdenis van de kerk) kwam. In gesprek met hen die twijfelen aan het goed recht van de kinderdoop komt men immers slechts op die basis verder. Ik heb dat boekje veel gebruikt, vaak uitgeleend en… zodoende ben ik het tenslotte kwijtgeraakt. Nu is dat niet meer erg: de brochure van prof. Floor kan het boekje van prof. Graafland uitstekend vervangen. De aanpak is hetzelfde: laat vooral de Schrift spreken! En laat de verbanden zien tussen Oude en Nieuwe Testament. Dat gebeurt op eenvoudige én op overtuigende wijze. Prof. Floor heeft ons een grote dienst bewezen.

Hans Burgman, Losgelopen woorden. Een voetreis naar Santiago de Compostela. Uitg. Gooi & Sticht Baarn 2000. tweede druk 2001. 284 blz. f 49,90.

Op 68-jarige leeftijd (!) ondernam de auteur een voettocht vanuit Roosendaal, met als doel het in de ondertitel genoemde oord. Een wandeling van 6000 km… Dat alles in meditatieve concentratie, o.a. vanuit het evangelie naar Marcus. Een weerslag van dit alles vindt u in dit reisverslag, waarin de geestelijke achtergrond van de auteur goed uit de verf komt; ik zou die willen typeren als ruimhartig rooms-katholiek.

Leny Seiles, De herder was een huurling. Mijn weg terug na misbruik door een pastor. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001, 168 blz. f 29,45.

Een vrouwelijk gemeentelid (duidelijk in de kring van de gereformeerde gezindte) wordt misbruikt door haar predikant. Gegeven vertrouwen wordt op een afschuwelijke manier geschonden. De gevolgen laten zich denken. Iets van die gevolgen kan na een jarenlange therapie, gepaard gaande aan enkele echte vrienden, overwonnen worden. Wat blijft is de enorme lichamelijke, psychische en geestelijke schade die toegebracht is aan een ziel. Dit boek is het verslag van een verwerkingsproces. Het laat de ellende zien bij het slachtoffer, het laat de onhandigheid zien van een kerkelijke gemeente, het laat zien hoe nauw de dingen luisteren wanneer we in de christelijke gemeente met deze zonde te maken krijgen. Lezing van dit boek brengt verschillende reacties teweeg: een diep verdriet over wat in naam van pastoraat misdaan kan worden — ook een diep respect voor haar die het heeft aangedurfd haar hart zo openlijk te laten zien. Helaas moet ik dit boek dus aanbevelen; u begrijpt vast wel wat ik met die formulering bedoel.

Marinus van den Berg, Weggaan is verdergaan. Uitg. Kok Kampen 2000. 115 blz. f ?

Een bundeling van een aantal columns die de afgelopen jaren verschenen in verschillende dagbladen in Nederland. Stukjes die je even aan het denken zetten over de plaats van de kerk, vooral bij mensen die op de een of andere wijze in de knel zitten. En daar komt het werk van de auteur in het vizier: hij is R.K.- verpleeghuispastor.

Gerry Velema-Drent, Geliefd kind. Twee ex-prostituées vertellen hun verhaal. Uitg. Scharlaken koord/tot heil des volks 2001. 69 blz. f 10,-.

De wereld van de prostitutie is een wereld waarin men soms terecht komt na uiterst trieste omstandigheden in de kindertijd. Zo verging het Marlien en Maria; hun levensverhaal vindt u in dit boekje. Voor beiden gold dat ze in aanraking kwamen met Jezus Christus; hun leven kreeg daardoor een nieuwe inhoud. Het Scharlaken koord was daarbij middel in Gods hand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.