+ Meer informatie

HET GEBRUIK DER genademiddelen

4 minuten leestijd

Deze stof wordt in de laatste tijden veelvuldig besproken. Allerlei definities worden daarover gegeven, waardoor grote verwarring zou kunnen ontstaan. Men vraagt zich af: „Wat is waarheid? " En hoe nodig is het voor onze jeugd, over deze stof, het juiste en Bijbelse licht te ontsteken. Daaraan heeft onze tijd dringend behoefte. Er is gebrek aan vastheid. Bij het lezen van de „Saambinder" van 27 Mei 1937 no. 14, werd ik diep getroffen, toen ik over deze stof het antwoord las van wijlen Ds G. H. Kersten, die ook hierin nog spreekt nadat hij gestorven is, op de vraag van K. te X., welke vraag ik hier met zijn antwoord laat volgen:

„K. te X. heeft reeds geruime tijd geleden enkele „vragen gesteld, die saam te vatten zijn in deze vraag, „of het oordeel, dat hem, die onbekeerd blijft onder de „prediking van 't Woord, niet zwaarder zijn zal dan „voor de openbare wereldlingen, en zo ja, waartoe dan „het waarnemen van de godsdienstplichten dan nog „aan te bevelen is? "

„Ik moge het volgende de vrager opmerken.

„De Heere komt in de verkondiging van het Evangelie tot elk, die het Woord hoort, met de aanbieding „der zaligheid. Hij doet door Zijn knechten elk hoorder „met veel ernst en oprechtheid nodigen tot Christus. „Paulus is ons daarvan een bewijs, als hij zegt in 2 „Cor. 5 : 20: Zo zijn wij dan gezanten van Christus' „wege, alsof God door ons bade: ij bidden van Christus' wege, laat u met God verzoenen." In de naam des „Heeren, naar de last, die Christus Zijn knechten geeft, „hebben zij de zondaar te bidden, opdat deze zich met „God late verzoenen.

„Als de ernstige en getrouwe prediking van het „Woord Gods geen vruchten ter bekering dragen, is „het door onze eigen schuld. Wij willen tot Christus „niet komen om het leven te hebben in Zijn Naam. Wij „willen niet zalig worden uit genade. Onze vijandschap, „hoogmoed, eigengerechtigheid komen er tegen op, om „uit genade alleen in Christus gezaligd te worden. Het „is dan ook alleen door de zaligmakende bediening des „Heiligen Geestes, dat de prediking vrucht dragen zal. „Doch dit neemt geenszins des mensen verantwoordelijkheid weg van het Woord, dat hij gehoord heeft of „kunnen horen. Eenmaal zal ieder rekenschap geven „voor Gods rechterstoel, en de prediking van het Evan-„gelie zal zijn een reuk des doods ten dode, zowel als „(en dit door genade alleen) een reuk des levens ten „leven. De vrager leze maar eens de Vijf Artikelen te-„gen de Remonstranten III, IV, Art. 9 en 10.

„Wil dat nu zeggen, dat het dan maar beter is, niet „meer ter kerk te gaan; niet meer te bidden enz.? „Neen, gewis niet. Hoewel het vervullen van deze en „meerdere plichten ons niet kan zalig maken, zal het „verwaarlozen er van ons oordeel verzwaren. O, hoe „vele duizenden zullen het zich eens eeuwig bekla-„gen, Gods Woord veracht en verworpen te hebben. „Wie zich onttrekt van de prediking des Woords, sluit „Zichzelf buiten de middelen, die God verordineerd „heeft, om doden levend te maken. Het geloof is uit „het gehoor en het gehoor uit het Woord Gods. De „Heere wil door de genademiddelen nog arbeiden aan „onze harten. Is het dan niet snode miskenning van de „bemoeiingen, die God nog met ons maken wil, als wij „die middelen stout verachten? Hoe menigeen heeft „op zijn sterfbed begeerd de in zijn leven versmade prediking nog éénmaal te mogen horen! maar te laat.

„Vrienden, begeeft u met uw kinderen onder de prediking van het Evangelie; gij zijt bij het visnet, waar-„in God u vangen mocht, u overtuigend van zonde, gerechtigheid en oordeel. Geeft de wereld met haar genoegens prijs en voegt u bij de God-gezinden. De Heere „opende Lydia's hart, Hij opene ook uw hart tot uwe „zaligheid. En hoewel niemand van nature God kent, „evenwel betaamt het ons voor Hem de knieën te bui-„gen en Hem in den gebede te zoeken. Het gebed van „een natuurlijk mens is niet het rechte bidden. Eerst „toen Saulus tot God bekeerd werd op de weg van „Damascus, zeide de Heere van hem: „Zie, hij bidt", al „had de man zijn leven lang niet anders gedaan dan „bidden en danken. Gelijk Paulus, zo mochten wij leren „bidden. Maar dat betekent niet, dat een onbekeerd „mens nu maar niet meer bidden moet.

„Ook hier geldt, wat ik boven opmerkte, dat het „nalaten ons te meer schuldig stellen zal."

Tot zover Ds G. H. Kersten. Mij dunkt, ik behoef hier niets meer bij te voegen, daar het niet duidelijker k& n gezegd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.